Het belang van Lorsch

Lorsch

Eerder schreef ik al over de werelderfgoedsites Plitvice, Parijs en Cinque Terre. Stuk voor stuk sites van wereldklasse die ik helaas moest laten begeleiden door belabberde hapsnapshots. Haarscherpe opnames hadden wellicht geholpen de universele waarde van de sites beter tot hun recht te laten komen maar camera en fotograaf waren toendertijd nog weinig ontwikkeld. Het is dan ook te begrijpen dat u niet verder bladerde op de website of uw facebookvrienden daarvan met een “like” op de hoogte bracht. Dat lag niet aan u maar aan mij (en mijn plaatjes). Jammer genoeg moet ik u melden dat het er in dit bericht allemaal niet beter op wordt.

Anders dan de term werelderfgoed misschien doet vermoeden is bepaald niet elk erfgoed van hetzelfde visuele niveau als bovenstaande wondertjes. Het esthetieke gedeelte is dan ook niet van doorslaggevend belang om te worden opgenomen in de Unesco-familie; het gaat meer om de rol van de locatie in de geschiedenis van mens of milieu. Dat het er dan ook nog eens leuk uit ziet is eerder een gevalletje “mooi meegenomen” dan een zwaarwegende factor. Ik moet u dan ook tot mijn spijt mededelen dat behalve de kwaliteit van de foto’s ook het onderwerp op de afbeeldingen nog wel eens kan tegenvallen. Het erfgoed in Lorsch is een goed voorbeeld van bovenstaande.

Lorsch

 

Lorsch

Beiden lichtelijk geïrriteerd door de file op de Autobahn maakte ik Ech Nie er voorzichtig op attent dat we ons vlakbij een Unesco-site bevonden. Het zou zonde zijn om het monument te laten liggen, meldde ik haar, terwijl we er alleen maar voor de snelweg af moesten. Veel tijd hoefde het ook al niet te kosten want de nabijgelegen cultuurschat was niet groot en bevond zich aan de rand van een stadje. Ech Nie keek bedenkelijk en wierp tegen dat de queestie er waarschijnlijk toe zou leiden dat we dan nog later thuis zouden komen. Iets waar ze weinig trek in had want de volgende dag zou de wekker weer vroeg van haar verlangen op te staan. Een kansloos argument natuurlijk, “slapen is aangeleerd” deed ik de zaak af en wees er daarbij fijntjes op dat het voorbij “rijden” van het erfgoed gelijk stond aan heiligschennis. Ze moest toch beter weten. Gelukkig zag Ech Nie bijtijds de ernst van de situatie in en pakten we de afslag Lorsch.

Lorsch

Aangekomen op de plaats van universeel belang kon ze maar moeilijk geloven dat ze zich toch weer had laten overhalen. “Is dit alles?” vroeg ze verontwaardigd aan haar held. “Ik zei toch dat het klein was” herinnerde ik haar aan mijn eerdere woorden. Dat was juist zo positief aan de site want dan konden we snel weer door. Mijn mededeling dat het kleine gebouwtje een van de weinige nog bestaande is uit de Karolingische tijd hielp weinig om haar mening bij te stellen. “Wie z’n tijd?”

Karel de Grote

Het was ook wel een begrijpelijke reactie want hoewel het bouwwerk er na 1200 jaar nog altijd nagelnieuw bij staat maakt het met haar afmetingen van 11 bij 7 meter niet echt een verpletterende indruk. Toch was het onderdeel van een ensemble wat in de geschiedenis een belangrijke rol speelde. Karel de Grote stond zelfs aan de wieg van haar bestaan.

In 768 werd Karel de Grote samen met zijn broer koning van het Frankische Rijk. Broerlief legde echter al snel het loodje waarna Karel begon met de uitbreiding en verovering van nagenoeg heel West-Europa. Het veroverde gebied werd door Karel hervormd wat, na eeuwen van narigheid, oorlog en volksverhuizingen, zorgde voor rust en eenheid binnen het “Heilige Roomse Rijk”. Het was het begin van een opmerkelijke bloeiperiode op het gebied van wetenschap, cultuur, literatuur en architectuur. De kerk speelde een belangrijke rol in deze algehele reorganisatie en uit die tijd stamt ook het kleine gebouwtje, de zogenaamde Torhalle, en bijbehorend kerk met klooster. Volgens Unesco tonen zij “het ontwaken van de geest in de vroege middeleeuwen”.

Lorsch

De kerk

In die tijd beschikte elk zichzelf respecterend kerkelijk instituut wel over de overblijfselen van een of andere heilige. Dat deed het altijd goed onder de gelovigen. Het werkte statusverhogend en pelgrims brachten met het vereren van zo’n Sint geld in het laatje. Uiteraard had ook de keizerlijke abdij van Lorsch zijn eigen Goedheiligman. Het complex werd rond 760-764 gesticht en kreeg snel daarna de relikwieën van Sint Nazarius, een martelaar van het christelijke geloof, in het bezit. Het waren niet de enige giften die de monniken mochten ontvangen. Niet dat men toendertijd zo vrijgevig was maar de weldoeners dachten zo hun eigen plekje in het paradijs te kunnen garanderen.

In korte tijd wist het klooster bezittingen te bemachtigen die reikten van de Noordzee tot de Zwitserse Alpen. Om de importantie van het geheel nog maar eens te benadrukken kregen ook de koningen van het Rijk hun laatste rustplaats in de kloosterkerk. Het klinkt allemaal indrukwekkend maar ter plaatse viel het eigenlijk alleen maar tegen. Een gedeelte van het gebouw staat weliswaar nog steeds overeind maar is, op zijn ouderdom na, weinig spectaculair. Met het klooster bleek het zelfs nog slechter gesteld.

Lorsch

Het klooster

Kloosters werden een belangrijk centrum van kennis en onderwijs onder Karels heerschappij en met een grote bibliotheek die uiterst zeldzame manuscripten uit de oudheid herbergde was deze abdij tot in de late middeleeuwen een van de invloedrijkste. Het bevatte bijvoorbeeld het Lorscher Arzneibuch, een boek uit de zevende eeuw over geneeskunde wat tegenwoordig geldt als grondlegger van de huidige medische wetenschap. Daarnaast stond er in de bieb nog het unieke evangeliarium van Lorsch, een Latijnse bijbelvertaling uit de achtste eeuw wat in opdracht van Karel werd vervaardigd.

Ook hier geldt dat het allemaal interessanter klinkt dan het daadwerkelijk is. De boeken bewaart men niet langer in Lorsch en van het klooster is sinds de dertigjarige oorlog niks over. Spaanse troepen sloopten de boel en lieten slechts het fundament bewaard voor het nageslacht. Wat dat betreft is de prominente plaats die het woord “Altenmünster” (Duits voor klooster) in Unesco’s omschrijving inneemt nogal verneukeratief. Er is geen klote klooster te zien.

Lorsch

Tevreden

Al met al hielden we het werelderfgoed snel voor bekeken. Ech Nie zetelde zich direct na aankomst al op het naast de Torhalle gelegen terras terwijl ik begon aan mijn rituele rondje om de kerk en Torhalle. Op zich vond ik de Torhalle, met zijn rood-witte pakje, nog wel een geinig gebouwtje. Geen idee waarom maar het deed me een beetje aan een clown denken. Ook wel grappig is dat men van dit zo oh-zo-belangrijke gebouw nog steeds niet heeft achterhaald waar het nou eigenlijk voor diende.

Veel meer te lachen viel er echter niet en dus besloot ik na een paar fotootjes tot een volgend rondje op het terras. Daar zat Ech Nie, nog steeds niet onder de indruk, verveeld om haar heen te kijken. “Kunnen we weer gaan?”, vroeg ze toen ze me aan zag komen lopen. “Jaja, bijna”, zei ik, en ik ging naast haar zitten. “Er is hier inderdaad niet zo heel veel te zien”, gaf ik schoorvoetend toe maar zo meldde ik, “verderop liggen de fundamenten van het klooster. Misschien dat we daar ook nog even langs kunnen wippen? Ze schijnen er nog wat leuke middeleeuwse huisjes te hebben nagebouwd ook, dus…” Het antwoord was even kort als voorspelbaar; “Ech Nie!”

Het resultaat van ons bezoek kunt u hier op deze pagina terugvinden. Inderdaad, het is allemaal niet van een oogverblindende schoonheid maar het verhaal achter het gebouwencomplex is niettemin boeiend. De echte erfgoedadept in mij kon in ieder geval tevreden zijn weg vervolgen, blij dat hij zijn kennis weer wat had vergroot en zijn lijst van bezochte sites had verlengd. Net als Ech Nie zal het de gemiddelde toerist waarschijnlijk allemaal minder boeien. Dat begrijp ik en daarom zal ik het u niet aanrekenen als u wederom uw “likes” en “comments” achterwege laat. U bepaalt tenslotte. Ech Wel!

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: