Een hete dag in Agrigento

Agrigento

“Tééééring!”, roep ik behoorlijk overbodig naar mijn jonge bruid. “Je hoeft je hier niet af te vragen wat voor weer het wordt. Het is hier gewoon altijd bloedverziekend heet!” We zijn op het Italiaanse eiland Sicilië en lopen tussen de ruïnes van de Valle dei Templi door. Het is juni 2014 en we zijn net een paar dagen getrouwd. Hoewel onze huwelijksreis natuurlijk in het teken van de liefde staat hadden we gelukkig ook nog wat belangrijke zaken op het programma staan. Unesco-werelderfgoed bezoeken bijvoorbeeld.

Tussen het kleffe gedoe door hadden we ons even van elkaar los weten te maken en zodoende had ik mijn trouwe metgezel meegenomen voor een rondgang langs de Griekse overblijfselen van de oude stad Agrigento. De plaats ligt aan de zuidkust van het eiland, niet ver van Capo Bianco en zijn witte krijtrotsen. “Dat kèn je wel zeggen, ja” antwoordt Ech Nie puffend van de hitte. “Gelukkig staan we hier tussen allerlei oude zooi te verschroeien en liggen we niet relaxed op het strand…” Mijn zonnestraaltje had het duidelijk weer naar haar zin.

Castor en Pollux
Castor en Pollux

Castor en Pollux

Agrigento is een archeologische site die vooral bekend staat om zijn goed bewaarde tempels. Smorend van hartstocht en hitte liepen we na aankomst als eerste naar de tempel van Castor en Pollux. Een heiligdom van 2600 jaar oud waar weinig meer van over is. Het is een site zoals een Unesco-site er uit hoort te zien. Oud, stoffig en vol ruïnes. Op de kale, dorre vlakte is van de chaos aan steenbrokken met de beste wil van de wereld geen monument meer te maken. Toch is dat precies wat ze in de 19e eeuw hebben geprobeerd te doen. Als gevolg daarvan staan tegenwoordig, in een hoekje van het terrein, weer vier zuilen met een stukje dak overeind. Het stelt niet veel voor maar blijkbaar was men zo trots op het resultaat dat de reconstructie het symbool van het moderne Agrigento is geworden.

Zuilen van Hercules
Zuilen van Hercules, Agrigento

Zeus en Hercules

Hand in hand, zoals het een vers echtpaar betaamt, liepen we na de pilaren van Castor en Pollux de puinzooi van Zeus voorbij. Het was ooit een van de grootste tempels uit de klassieke oudheid maar bestaat tegenwoordig uit niet veel meer dan een stenen platform zonder huis. “Het moet vroeger een enorm imposant complex zijn geweest, vertel ik Ech Nie, “met een dak wat omhoog gehouden werd door een hele club stoere Atlanten; je weet wel, van die figuren zoals Atlas, de man die de hemel droeg. Als je goed kijkt is één van die gasten trouwens nog steeds tussen de rest van het bouwafval te vinden.”

“Veel te warm om nu te gaan zoeken”, beslist Ech Nie echter en dus lopen we verder. Eerst gaan we voorbij aan het altaar van de tempel L (originele naam, oordeelt Ech Nie) om daarna de zuilen van Hercules te passeren. “Pfff, verzucht Ech Nie nog maar eens in de verzengende hitte, “jij ook altijd met je stomme erfgoed. Dit is toch geen doen zo? Nog even en we leggen hier het loodje.”

“Stel je niet aan. Zo snel leggen we niet. Trouwens, wie wilde er nou zo graag naar de zon?”

“Ja ik. Alleen had ik toen niet deze Sahara in gedachten maar een prachtig gelegen baai met wit zand, azuurblauw water en een grote fles wijn.”

“Jaja, ik weet het. Rustig maar. Als je een beetje lief doet vandaag dan beloof ik je dat we daar ook nog wel even heen gaan. Nu is het alleen eerst de beurt aan de tempel van Concordia.”

Agrigento
Platform van Zeus

Concordia

Concordia is een van de best bewaarde tempels die de oude Grieken ons hebben nagelaten. Het heeft haar goede voorkomen met name te danken aan het feit dat het (toen al bijna duizend jaar oude) heiligdom in de zesde eeuw werd omgebouwd tot een basiliek. Haar naam is van recenter datum en is haar geschonken door een 16e eeuwse romanticus. Hij vond een Latijnse inscriptie in de buurt van het bouwwerk en raakte zo ontroerd van de inhoud, een verhaal over de harmonie tussen mensen, dat hij de mooie woorden linkte aan de nabijgelegen tempel en haar Concordia doopte; het Latijnse woord voor eendracht.

Harmonie, eendracht. Ik had gehoopt dat Ech Nie de relatie tussen deze geschiedenis en onze eigen, kort daarvoor gesloten verbondenheid wel zou kunnen waarderen. Maar helaas, in plaats van mij opgetogen in de armen te vallen en te prijzen dat ik haar naar hier had gebracht, rende ze bij me vandaan en richting een naakte man die voor de tempel lag te zonnebaden.

Concordia tempel
Concordia tempel

Icarus

“Dat is Icarus schat, zei ik toen in ik haar had ingehaald. “Een arrogant ventje die dacht de zon te kunnen trotseren.”

“Oh, zó eentje, zei Ech Nie. Daar ken ik er wel meer van…”

“Nou niet van zo’n eentje hoor. Deze raakte oververhit en verdronk in het water… Icarus is iemand uit de Griekse mythologie, schat. Een knulletje wat door zijn vader een paar keer was gewaarschuwd niet te dicht bij de zon te vliegen omdat dan zijn vleugels van bijenwas zouden smelten. Eigenwijs als die was deed hij het toch en dat kostte hem zijn leven.”

“Ach gossie”, zei Ech Nie. “En nou moet die hier in de brandende zon zijn zonden maar overdenken?”

“Ja, dat krijg je ervan. Moet je maar niet sollen met de zon.”

Agrigento
De zonnende Icarus

Hera

Die laatste opmerking was voor Ech Nie andermaal het sein om te pleiten voor een vroegtijdig vertrek richting zee. Ze wilde niet ook het slachtoffer worden van die koperen ploert en was bang dat elk moment dat we langer bleven haar dichter bij een zonnesteek zou brengen. Natuurlijk had ik aan al haar geklaag geen boodschap. Er staan in de vallei (die eigenlijk stiekem een berg is) zeven tempels en ik was niet van plan de rest aan mij voorbij te laten gaan. “Vertrekken is de goden verzoeken!” sprak ik haar daarom vermanend toe en “zou ons zeker doen berouwen.”

Langs delen van de antieke stadsmuur en een oude necropolis sjokten we daarom verder richting het hoogtepunt van de dag. Letterlijk en figuurlijk. De tempel ligt namelijk op het hoogste punt van de vallei en een stukje bij de andere vandaan. “Waarom moeten we nou in Godsnaam helemaal nog naar boven lopen voor die laatste tempel?”, vroeg Ech Nie verveeld. “Je hebt er nou toch wel genoeg gezien?”

“In tegenstelling tot wat jij denkt, Ech Nie, gaat het hier dan ook niet om mij maar om ons! Dit is namelijk het huis van Hera, vrouw van Zeus en godin van het huwelijk. Volgens oud gebruik moeten bruidsparen haar een bezoekje brengen als ze zeker willen zijn van een succesvol huwelijk…”

Tempel van Hera
Tempel van Hera

Zegen

“Doe je wel een beetje aardig tegen haar?” gebood ik Ech Nie. “Ik heb geen zin in gedonder. Een beetje respect naar deze dame en we zitten voor de rest van ons leven gebeiteld.”

Ja, Ech Wel”

“Oh, en voor ik het vergeet te zeggen, deze godin gaat ook over de weersomstandigheden. Geen gedoe over de warmte van de dag dus want anders maak je haar misschien kwaad. Hou je gewoon een beetje gedeisd en dan komt het helemaal goed”

“Ja, Ech Wel”, zei ze nogmaals. En uit haar vuurspuwende ogen maakte ik op dat ze het begrepen had.

Na ons bezoek met de hoogste achting te hebben afgerond liepen we terug naar de auto. We straalden van geluk en waren blij met de zegen van de goden. Dit kon niet meer stuk, dachten we. “Kunnen we nu dan eindelijk naar het strand?”, vroeg Ech Nie hunkerend. “Dat moet wel lukken”, antwoordde ik. “Nu we Hera hebben bevredigd kunnen we Agrigento met een gerust hart verlaten.” Niet veel vaker had ik er zo naast gezeten…

Strand

Even later arriveerden we aan de kust van Eraclea Minoa voor een welverdiend zonnebad. Voor het echter zover was wilden we eerst nog even de innerlijke mens verzorgen. Dat had die na alle ontberingen wel verdiend, zo vonden we, en daarom lieten we snel enkele koele birra Boretti’s en vino Bianco’s aanrukken. We schoven de leuning van onze strandstoelen naar achteren en….. Aaaaah, la dolce vita.

Wilden we echter ook nog een lekker kleurtje opdoen, bedachten we, dan was het misschien toch beter om op onze badlakens te gaan liggen. We pakten daarom ons boedeltje, spoten onze lijven vol zonnebrand en strekten ons eens heerlijk uit. Klaar voor wat vitamine D.

En toen begon het gezeik.

Agrigento
Nog geen wolkje in de lucht

Weergoden

Waren we in de vallei nog bijna bevangen door de hitte, trok de boel net op het moment dat we onze handdoeken aanraakten, helemaal dicht. “Ach, dat waait zo wel weer”, over spraken we elkaar moed in. Maar dat bleek al gauw een te zonnige gedachte. Hoe langer we wachtten, hoe donkerder het werd. “Krijg nou de tering”, vloekten we samen in koor. Wat had dit te betekenen? Wat hadden we misdaan dat de weergoden ons zo slechtgezind waren? We hadden nota bene even daarvoor nog alle eer betoond aan vrouwe Hera! Gelukkig liet het antwoord niet lang op zich wachten.

Eenmaal thuis in ons appartement aan de voet van de Etna zagen we meteen dat het grondig mis was. De god Hephaistos was in woede ontstoken en uit zijn werkplaats kwam een dreigend gedonder en geflits. Vuur en rook ontsnapte uit het dak en deden ons huiveren van angst. Oh, God, dachten we de wereld vergaat. Met een bang voorvermoeden raadpleegde ik in allerijl de kaart van de vallei der tempels en werd al snel in mijn vrees bevestigd. We waren een tempel vergeten!

Agrigento
Rookpluimen uit het dak van Vulcanus’ werkplaats

Naar het einde

Helemaal aan het begin van de vallei, nog voor Castor en Pollux, hadden we straal over het piepkleine tempeltje van de “God van vuur” heen gekeken. Zondaren waren we, omdat we meer oog voor elkaar hadden gehad dan voor de zoon van Hera, ook wel bekend onder zijn Romeinse naam Vulcanus. En nou was die in zijn smidse onder de Etna-vulkaan druk bezig onze ondergang te smeden. Een snelle blik uit het raam leerde ons dat de lava al de berg afkwam. We raakten in paniek en vroegen ons vertwijfeld af of we al moesten evacueren.

Uiteindelijk besloten we van de nood een deugd te maken. Als we dan toch ten onder gingen dan zouden we dat in stijl doen. We haalden de koelkast leeg en installeerden ons met een hapje en een drankje op het balkon. Met angst en beven zagen we het vuurwerk aan en vertelden elkaar steeds opnieuw hoeveel we wel niet van elkaar hielden. Onze gedachten gingen uit naar het oude Pompeï en zijn slachtoffers van 2000 jaar geleden. Zouden ze onze lichamen later ook verstrengeld terugvinden in de as? Zouden we ook worden opgevuld met gips en tentoongesteld worden in een museum?

Agrigento
Vulcanus aan het werk

Proost op het leven

Gelukkig liep het allemaal niet zo’n vaart. Na een tijdje viel het ons ineens op dat, behalve wij, verder niemand om ons heen zich ook maar enigszins druk maakte over de vuurspuwende berg. Zouden we de furie van de oude God dan toch overleven?, vroegen we ons af. Het leek er wel op. Enkele uren later had de lava ons namelijk nog steeds niet bereikt. Voorzichtig begonnen we ons te herpakken en besloten onze families toch nog maar niet te verwittigen van ons naderende einde.

“Nou”, zei Ech Nie op een gegeven moment. “Dat je de goden niet moet verzoeken, dat is nu wel duidelijk zeg. Tsjongejonge, wat een dag was dit.” Ik gaf haar onmiddellijk gelijk en haalde voor de goede orde een nieuwe fles godendrank uit de koelkast. “Op het chagrijn van Hephaistos!” riep ik en hief het glas hoog. “En een fantastisch huwelijk”, proostte Ech Nie op haar beurt. De glazen klonken en we leefden nog lang en gelukkig. Ech Wel!

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: