Mijn gangen door de neolithische onderwereld van Spiennes

Spiennes

Schokland was voor Ech Nie zo’n grote deceptie dat ze de universele waarde van elk werelderfgoed ineens begon te betwijfelen. Ze was van haar geloof gevallen en wilde voortaan geïnformeerd worden over de ligging van het erfgoed, het thema en de bereikbaarheid. Daarbij was het eigenlijk al meteen duidelijk dat ik niet meer hoefde aan te komen met een monument dat enigszins buiten de stad lag want dat vond mevrouw teveel gedoe. Een lastige queestie natuurlijk want ik was inmiddels in de vaste overtuiging dat elke site, ongeacht locatie of schoonheid, door ons moest worden bezocht.

Toen ik dus mijn voorstel bij Ech Nie indiende om ons te begeven naar de vuursteenmijnen in Spiennes ontspon zich een discussie waarvan de uitkomst zich niet moeilijk liet raden. Ech Nie, totaal niet geïnteresseerd in een ondergrondse gang uit het neolithische tijdperk, bleef thuis aan de studie en ik kon mooi alleen op pad. Ook goed, dacht ik, en wenste haar vaarwel…

Spiennes
Het bezoekerscentrum

Dwarse Belgen

Omdat het de laatste site in België was die ik nog moest bezoeken stonden de mijnen al een tijdlang hoog op mijn verlanglijstje. De Belgen lagen echter dwars en probeerden mij uit alle macht van dit werelderfgoed af te houden. Zo had men daar  bedacht dat het wel leuk zou zijn om een nieuw bezoekerscentrum boven op de site te realiseren. Goed initiatief natuurlijk maar het had wel tot gevolg dat het neolithische graafwerk tijdens de werkzaamheden gesloten was. Of ik dus maar even wilde wachten.

Natuurlijk verliep een en ander niet zoals gepland en moest tot mijn grote frustratie de opleveringsdatum van het gebouw steeds verder worden opgeschoven. Het duurde op een gegeven moment zelfs zo lang dat ik onze Zuiderburen ervan begon te verdenken dat ze de boel met opzet aan het traineren waren, puur en alleen om mij te zieken. Gelukkig kwam in april aan al het geklungel een eind en kon ik vol goede moed (en moederziel alleen) richting de mijnen van de familie Flintstone rijden.

Spiennes
Prehistorisch gereedschap

Geen bereik

De autorit verliep voorspoedig maar eenmaal in Spiennes aangekomen diende zich al snel een nieuwe (en niet geheel onbelangrijke) queestie aan. Waar is het eigenlijk? Over het algemeen is een stad of streek erg trots op zijn werelderfgoed en wijzen borden je wel de weg maar dat hadden die stomme Belgen natuurlijk weer expres niet gedaan. Bloedzuigers dacht ik, ze doen er ook werkelijk alles aan om mij niet te laten slagen. Omdat ook de TomTom geen uitkomst bood (waarschijnlijk in België gefabriceerd) besloot ik tot het inschakelen van een hulplijn. Ech Nie zou me zeker en vast kunnen verder helpen. Helaas. Het Belgische netwerk weigerde op mijn telefoon elke dienst. Godnondeju! Waarom heb ik dit soort dingen nou altijd als het niet uitkomt? Het zijn van die momenten waarbij je je afvraagt wat je hier nou ook alweer kwam doen en waarom dat toch in Hemelsnaam zo belangrijk was.

Spiennes
Het “parkeerterrein” en mijn eenzame vierwieler

Silex’s?

Uiteindelijk kwam ik terecht op een doodlopende weg. Het stuk asfalt deed vermoedelijk dienst als parkeerterrein maar hield dat gezien zijn uiterlijk het liefst voor iedereen verborgen. Het was de plek waar de TomTom me maar heen bleef sturen en omdat ik de rest van het dorp inmiddels al 10 keer had gezien besloot ik het desolate gebied aan een nadere inspectie te onderwerpen. Het moest hier toch ergens zijn. In eerste instantie leek niets te wijzen op de aanwezigheid van een Unesco-site maar na wat speurwerk ontdekte ik dan toch een op het asfalt gespoten pijl met de tekst “Silex’s”. Het wees in de richting van een modderig pad en omdat ik het verder ook niet wist besloot ik daar maar eens naar toe te wandelen.

Spiennes
Silex’s?

Dwaze Belgen

Geen flauw idee of ik wel de goede weg was ingeslagen glibberde ik door de modder naar een ongewis eind. Na een kwartiertje ploeteren, en zonder enig zicht op wat voor universeel belang dan ook, wilde ik er net de brui aan geven toen ik toch weer zo’n verdacht bordje “silex’s” zag staan. Het wees naar een trappetje dat je verder op de heuvel leidde. Ik beklom het en kwam uit op een grasveld met wat struikgewas. Wat is dit nou weer? vroeg ik me af. Zouden die Belgen er niet op hebben gerekend dat ik zover zou komen? Dachten ze soms dat een voetpad overbodig was voor de gemiddelde mijntoerist? Ging ik wel goed?

Ik wist het niet maar vastberaden doch hoofdschuddend liep ik door. Wat een dwazen zijn het toch, bedacht ik me, doen ze er jaren over om een bezoekerscentrum te bouwen maar zijn ze te bedonderd om het een beetje fatsoenlijk bereikbaar te maken. Bang voor spontane bezoekers zeker? Allez, ik liet me er niet door uit het veld slaan en vond tenslotte het ronde gebouw verscholen achter een paar struiken.

Spiennes
Het “pad” richting werelderfgoed. Unesco’s wegen zijn soms ondoorgrondelijk…

Een bron van kennis

Vooraf had het verhaal van de 6000 jaar oude mijnen mij nog wel interessant geleken. De prehistorische mens scoorde in Spiennes zijn vuursteen en gebruikte dat voor het maken van wapens en werktuigen. Bijna 2000 jaar lang groeven ze de grond af op zoek naar de harde steensoort en daarbij lieten ze sporen na in het landschap die Unesco blijkbaar zo belangrijk vond dat ze werden bijgeschreven op de werelderfgoedlijst. De honderden putten en gangenstelsels uit die tijd verschaffen ons, volgens Unesco, inzicht in de ontwikkeling en vindingrijkheid van onze verre voorouders. Een bron van kennis waar natuurlijk elke rechtgeaarde Unesco-enthousiasteling warm voor loopt.

Spiennes
De neolithische mijn. De foto is gemaakt tijdens de virtuele tour (oftewel van een scherm)

Rondje centrum

Het bleek achteraf een hoop moeite voor weinig. Voor negen euro entree kan je enkele stukken prehistorisch gereedschap en een paar brokken vuursteen bekijken maar dat is het dan ook wel. Best aardig aan de prijs, dacht ik, maar goed ze hebben nog een toegangsweg te bekostigen natuurlijk. Veel wijzer van de tentoonstelling was ik ook al niet geworden want de begeleidende teksten rond de museumstukken waren ongeveer van hetzelfde niveau als die van een doorsnee geschiedenisboek op de basisschool. Eigenlijk las ik er niets wat ik al niet wist. Nou ja, behalve dan dat het Franse woord voor vuursteen “silex” is…

Al met al hield ik alles na een minuut of twintig voor gezien. Dat lag ook aan mezelf, gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen, want als ik had gewild had ik ook nog kunnen afdalen in de neolithische onderwereld zelf. Dan had ik alleen wel van tevoren moeten reserveren en dat had ik helaas verzuimd. Ik vond het goed. Na een klein rondje museum en een virtuele tour door de mijnen stond ik al snel weer buiten. Missie volbracht.

Spiennes
Richting onderwereld

Belgenmop

De deur weer uitlopend zag ik buiten dat het bezoekerscentrum ook van een andere kant te benaderen was. Nieuwsgierig liep ik er naar toe om, niet geheel verrassend, een pracht van een parkeerterrein en een keurig stoepje naar het centrum te ontdekken. Tsjongejonge, dacht ik, wie is hier nou dwaas? Loop ik de hele tijd moeilijk te doen en te mopperen op die maffe Belgen, ligt het gewoon allemaal aan m’n eigen lompheid. Een queestie van aan zien komen zou Ech Nie hebben gezegd. Glimlachend om m’n eigen Belgenmop liep ik weer terug over het (modder)pad naar m’n eigen privéparkeerplaats een kwartier verderop. Het maakte me ook niet uit. Met de mijnen van Spiennes had ik alle sites in de Benelux gezien. Een mijlpaal was bereikt en dat pakte niemand me meer af.

Mons

Wat is België zonder bier? Precies! Dorstig geworden van alle droge leerstof in het bezoekerscentrum besloot ik een biertje te gaan drinken in het nabijgelegen Mons. Ik was trots op mezelf. Ondanks alle tegenwerking was ik er toch maar mooi in geslaagd België “af te ronden”. Een daad die wel wat gerstenat verdiende. Bijkomend voordeel; de stad was culturele hoofdstad 2015 en heeft met zijn belfort óók nog een gebouw wat deel uitmaakt van het Unesco-werelderfgoed. Een passender afsluiting van een vruchtbare dag leek niet denkbaar.

Spiennes

Queestie van negeren

Tien minuten later arriveerde ik in de stad om er vervolgens, na het stallen van de auto, achter te komen dat twee nieuwe queesties zich hadden aangediend. Ik bleek noch parkeergeld, noch lucht in mijn linker achterband te hebben. Miljaaaar!! Zoveel pech begon zo langzamerhand verdacht te worden. Dit was gewoon sabotage. Hulpeloos keek ik om me heen en vervloekte Ech Nie om haar eigenwijze thuisblijven. Altijd is zij degene die het betaald parkeren regelt en nou ze er niet bij was stond ik dus mooi zonder kleingeld. Bekijk het ook maar, dacht ik, en besloot alle queesties maar gewoon te negeren. Er stond erfgoed en bier op me te wachten en dat had momenteel een veel hogere prioriteit. Ik zou wel zien.

Spiennes
Bewerkt vuursteen

Aan de wandel

Al lopend richting centrum probeerde ik m’n telefoon over te halen toch vooral maar weer te gaan werken. Ik had behoefte aan wat geruststellende woorden van Ech Nie maar helaas, het lukte me nog steeds niet het onding weer aan de praat te krijgen. Niet helemaal op m’n gemak begon ik mijn pas wat te versnellen. Volledig leeg was de autoband nog niet geweest, schoot het door m’n hoofd, maar ik had ook geen idee hoe lang die het nog ging volhouden, opschieten dus maar.

Het duurde niet lang of het horrorbeeld van een lege band liet me niet meer los. En waarom had ik nou nog steeds niet gezorgd voor een nieuwe krik in de auto? Verdomme wat een gedoe! Natuurlijk, een echte Unesco-fanaat geeft nooit op maar deze queestie begon toch vrij vervelend te worden. Misschien moest ik m’n bierplan toch maar even laten voor wat het was maakte ik mezelf voorzichtig wijs. En wat was het trouwens ver lopen…

Belfort Mons

Bliksembezoek

Piekerend spurtte ik verder langs zonovergoten terrassen vol zomerse dames en blond schuimend bier. Wat een kwelling. Normaal gesproken was ik helemaal los gegaan maar nu kon ik niks anders als denken aan een hele vervelende linker achterband. Al snelwandelend kwam ik uiteindelijk aan bij het belfort. Hijgend van de inspanning gunde ik mezelf welgeteld twee tellen om het geval te bekijken en begon daarna op een licht drafje met de terugweg. Zal je zien, is straks m’n band nog vol maar heb ik wel een dikke boete omdat ik niet betaald heb. Of is die weggesleept, dat kutding. Ik begon te sprinten.

Hevig hyperventilerend kwam ik weer terug bij m’n auto. Een snelle inspectie leerde me echter al gauw dat er werkelijk niks veranderd was sinds ik hem een klein uurtje terug had achtergelaten. Geen bon en geen platte band. Was dat ding eigenlijk wel echt leger als de rest? Ik kon het niet meer zien. Voor de zekerheid reed ik snel naar een tankstation om vervolgens, volgepompt en opgelucht, in één ruk naar huis te knallen. Ik was er klaar mee en wilde terug naar Ech Nie!

Spiennes
350.000 jaar oude vuistbijl

Veilig thuis

“Was het leuk schat?”, vroeg Ech Nie bij thuiskomst. “Ech wel!”, antwoordde ik. “Verschrikkelijk genoten. Prachtig weer ook. Het erfgoed was al buitengewoon interessant maar het terras was helemaal fantastisch. Lekker heel de dag in de zon gezeten en Belgische biertjes weggetikt. Héérlijk!” Ik zag de spijt in Ech Nie’s ogen. “Dus alles is goed gegaan”, vroeg ze nog. “Natuurlijk, zei ik, wat kan er nou misgaan in België? Daar gaat altijd alles zijn plezante gangetje en hebben ze echt nog nooit van een queestie gehoord.”

“En ik maar studeren”, zei ze een tikkeltje teleurgesteld. “Heb je nog wel een beetje aan me gedacht? Ik hoorde de hele tijd maar niks.”

“Eh, ja sorry, maar het was ook zó gezellig, het is er gewoon een beetje bij ingeschoten.”

“Nou ik heb je wel gemist”, zei ze sip, “ik zat hier maar alleen met dat mooie weer en m’n stille telefoon…”

“Ja, dat is ook vervelend”, zei ik, “maar ja, jij wou hier blijven… ”

“Dat doe ik ook nooit meer”, zei ze zacht, “volgende keer ga ik gewoon weer met je mee. Als dat tenminste nog mag…” Ik kon de schijn niet langer ophouden en sloeg een arm om haar heen. “Tuurlijk schat, zonder jou is het ook maar behelpen. Ik loop je maar een beetje te dollen. Ik heb de hele dag verschrikkelijk lopen kutten met de ene na de andere queestie. Het was een ramp. En wees maar blij dat je niet bent mee geweest want de site was nog erger dan Schokland.” Dat deed haar goed. “Zie je nou wel”, zei ze, “jij kan helemaal niet zonder mij.”

“Nee natuurlijk niet”, bevestigde ik, “iemand moet toch het parkeergeld dragen. Ech Wel!”

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: