Op stoom bij het Woudagemaal

Woudagemaal

Terwijl we nog druk discussieerden over onze ervaringen op Schokland parkeerden we de auto op het bijna lege parkeerterrein van het tweede werelderfgoed van de dag; het ir. D. F. Woudagemaal in Lemmer. De twee plaatsen liggen op nauwelijks een half uurtje rijden van elkaar en in die tijd was het ons niet gelukt om overeenstemming te bereiken over de vraag of Schokland nou éch wel of éch nie van universeel belang was. “In ieder geval is het Woudagemaal een mooie aanvulling”, gaf ik Ech Nie te kennen, “want ook hier is een aardig robbertje met het water gevochten.”

“Hoe ist?” reageerde ze meteen giftig, “gaat het in Nederland ook nog wel eens over wat anders als water en gras? Het moet toch niet veel saaier worden.”

Woudagemaal
Oer-Hollandse luchten bij het werelderfgoed

Iets unieks

“Tsja…. Weet je wat het is, Ech Nie? De Lage Landen zijn nou eenmaal plat. Daar kan je heel moeilijk over blijven doen maar daar wordt het ech nie beter van. Zulk prachtig natuurschoon als we in Plitvice zagen hoef je hier dus ook niet te verwachten. Dat is er gewoon niet. Wij moeten het doen met de modder van de Wadden, óók uniek maar anders. En ja, op cultureel gebied is het niet veel beter. De Romeinen hebben ons niets nagelaten (al willen ze zelfs dat gaan nomineren bij Unesco) en al die andere klassiekers hebben nooit een stap op Nederlandse bodem gezet dus ja, wat wil je nou eigenlijk?”

“Eh, pardon?”

“Ja, jij gelijk weer met je saai. Als je het als land dient te stellen zonder bergen of oude beschavingen dan moet je wat anders verzinnen. Dan ga je kijken waar je wel goed in bent of waarin je je onderscheidt van de rest. Er waren meer landen hoor, die in het zelfde schuitje zaten als wij, maar die kozen allemaal voor de makkelijkste weg. Die nomineerden bijvoorbeeld hun oudste binnenstad of de zoveelste gotische kathedraal; in ieder geval een monument waar de hele lijst al vol mee staat. Maar Nederland besloot het anders te doen. Wij gingen voor iets écht unieks, iets wat niemand anders te bieden had en waar heel de wereld ons om bewonderde.”

Woudagemaal
Water en gras rond het Woudagemaal

Watermanagement

“En toen kwamen ze uit bij water en gras?”

“Toen kwamen ze uit bij onze duizendjarige strijd tegen het water! Dat gemaal wat je daar bijvoorbeeld ziet, dat zorgt er voor dat jij hier met droge voetjes rond kan lopen. Denk daar maar eens over na! Nederland ligt namelijk voor een derde onder zeeniveau en als onze voorouders daar geen maatregelen tegen hadden genomen dan had de hele teringzooi hier allang onder water gestaan!”

“Oh.”

“Ja, en daarom zijn wij dus eeuwen geleden al begonnen met het bouwen van dijken, het aanleggen van afwateringskanalen en het inpolderen van grote plassen water. Door de jaren heen werden we daar zo goed in dat tegenwoordig heel de wereld ons om hulp komt vragen als er ergens een dam is doorgebroken of een palmeiland moet worden aangelegd. Waarom? Omdat wij weten hoe we water moeten managen.”

Woudagemaal

Lullig gebouwtje?

“Maar waarom komen ze dan met zo’n lullig gebouwtje aankakken, daar maalt toch helemaal niemand om?”

“Dat is geen lullig gebouwtje Ech Nie, dat is architectuur van de bovenste plank! Het complex is ontworpen door ir. Wouda in de stijl van Berlage, één van Neerlands meest toonaangevende architecten van begin vorige eeuw, en wordt door mensen met verstand liefkozend een kathedraal van stoom genoemd. Het herbergt de grootste stoommachine van Europa en wordt wereldwijd beschouwd als een industrieel wonder wat verder zijn gelijke niet kent. Het Woudagemaal is dus niet zomaar een bakstenen huisje aan het water; het is de rots in Frieslands branding en een hoogtepunt in de Nederlandse waterbouwkunde.”

Mijn gemalin was niet onder de indruk.

Woudagemaal
Een kathedraal van stoom

Op stoom

Dan maar wat cijfertjes, dacht ik, en begon op te scheppen over het aantal liters water dat het Woudagemaal kon verplaatsen. “In geval van hoog water was het pompen of verzuipen voor de Friezen, je snapt dus wel dat ze het belangrijk vonden om snel grote hoeveelheden water weg te kunnen sluizen.” Ech Nie reageerde niet eens.” 4.000.000 Liter per minuut schat! Dat is toch best een prestatie?” Ech Nie keek dromerig voor zich uit over het water en haalde haar schouders op. Voor haar bleef de bijzondere waarde van het Woudagemaal in nevelen gehuld. “En het mooie van het hele verhaal is dat die honderd jaar oude stoommachines (het Woudagemaal werd in 1920 door koningin Wilhelmina geopend) nog steeds in tiptop conditie zijn. Als de nood aan de man is helpen ze nog altijd mee om het water op peil te houden. Geweldig toch?”

“Hartstikke mooi, kunnen we nu gaan?”

“Gaan? Ik ben net lekker op stoom.”

“Ja, en als je nog langer doorgaat met je geouwehoer dan komt het bij mij uit m’n oren… We gaan.”

Bakkie doen

“Pfff, wat een geduld weer. Nou ja, we kunnen de binnenkant misschien inderdaad wel overslaan. Het is slechts te bezichtigen aan de hand van een gids en daar zit ik ook niet echt op te wachten. Stel je voor, gaat die straks vertellen over hoe moeilijk het wel niet is om al die mechaniek draaiende te houden. Dat moeten we natuurlijk niet hebben…”

“Ja, of hij zanikt uren door over hoe Unesco het in zijn hoofd haalde het Woudagemaal als werelderfgoed te bestempelen… Veel saaier moet het toch niet worden?” Het was duidelijk, mevrouw had maling aan het behoud van haar vaderland en deelde liever steken onder water uit. “Als ik hier toch alleen maar tegen de bierkaai sta te ouwehoeren dan kunnen we beter maar meteen ergens wat gaan drinken”, zei ik ietwat gekrenkt. “Goed idee schat”, was het uitgekookte antwoord, “ik heb wel zin in een lekker bakkie thee.”

“Hierzo, een bakkie thee. Dat is pas saai!”

“Oh, een bakkie water met wat stoom is dan weer wél saai… Ik begrijp jou niet hoor. Wat wil jij nou eigenlijk?”

“Niks meer. Ik ben d’r klaar mee. We gaan naar huis. Ech Wel!”

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: