Geef sterke drank aan mensen in grote nood, en wijn aan diepbedroefde lieden;
Laat ze drinken zodat ze hun armoede vergeten, en niet meer denken aan hun ellende

Spreuken 31: 6-7

Het is april 2025. Acht uur ‘s morgens, luchthaven Schiphol. Vlak voor vertrek naar werelderfgoed Edinburgh stel ik mijn reisgenoten op de hoogte van wat Ech Nie en ik kort daarvoor hebben besloten; “We gaan uit elkaar.” De twee mannen nemen het droeve nieuws niet licht op; “GVD, Ech Wel, proost dan maar!”, en drukken me een halve liter bier in de handen.

Ach ja, waarom ook niet? Een goed verhaal begint tenslotte nooit met een glas water.

Bij aankomst in Edinburgh lieten we de rechte straten van New Town snel achter ons (hier met St. Mary’s Cathedral) om te gaan zwalken in de krochten van Old Town

Edinburgh, City of Literature

Onze trip staat in het teken van whisky, het edele vocht dat we in al zijn facetten willen ruiken, proeven en beleven, maar als we even na twaalven onze koffers in New Town hebben achtergelaten, en met stevige tred richting kroeg marcheren, is het niet Glenfiddich of Talisker die we als eerste mogen begroeten, maar Sherlock Holmes. “No shit!” zegt een van mijn kompanen. “Ja jongens”, reageer ik in al mijn wijsheid, “Edinburgh is niet alleen de hoofdstad van het vloeibare goud, maar ook de eerste plaats die door Unesco tot City of Literature is uitgeroepen. Vele beroemde schrijvers hadden hier hun wieg staan, of studeerden aan de aan de universiteit van Edinburgh, en de bedenker van de excentrieke detective was er daar een van.”

Verder uitweiden lukt me niet daar een belendende pub reeds alle aandacht van mijn luisteraars opeist. “Prioriteiten stellen”, noemen ze dat, en na aldaar ons innerlijk met wat aanvullende Ale’s tevreden te hebben gesteld wordt begonnen met de beklimming van de nabijgelegen heuvel Calton Hill.

De feeënjongen van Calton Hill

Een van mijn makkers is liefhebber van griezel- en spookverhalen, en terwijl wij onszelf naar boven puffen, weet hij te vertellen dat Calton is afgeleid van het Keltische calltain, wat hazelaar betekent. “In de Schotse mythologie wordt deze boom gelinkt aan wijsheid, profetie en verborgen kennis. Legendes beweren tevens dat in de herfst geboren baby’s, die als eerste het sap van onrijpe hazelnoten te drinken krijgen, de gave van het tweede gezicht ontwikkelen.”

“De gave van het tweede gezicht?”, vragen wij in koor.

“Ja eenmaal behept met die gave kon je verborgen werelden betreden, werelden dus die voor gewone stervelingen ontoegankelijk bleven. De feeënjongen van Leith was zo iemand. Hij beweerde dat hij elke donderdagavond door een enorme poort de holle heuvel van Calton Hill binnenging en dat hij daar dan de hele avond stond te drummen op feeënfeesten waar de meest fantastische dingen gebeurden.”

“Een fantast dus.”

“Nou de meeste Schotten waren overtuigd van het bestaan van de Aos Si, het volk van de Sith, en iedereen wist dat je daarvoor moest oppassen. Deze bovennatuurlijke wezens waren alleen niet met het blote oog waarneembaar. Ténzij je dus in aanraking was gekomen met de hazelaar. Hoe dan ook; tijdens een middernachtelijke tippel op Calton Hill verdween de feeënjongen na een ijselijke gil voorgoed van de aardbodem. En sindsdien hoor je op donderdagavond, als je héél goed luistert, een dof getrommel uit het binnenste van de heuvel komen.”

Onder de heuvel van Calton Hill zou de “Sith” huizen, een machtig elfenvolk dat de gave van het tweede gezicht soms als beloning aan mensen uitdeelde. Voor deze begiftigden werd het dan mogelijk het “Onzichtbare” te zien

Hugh Blair hemelt het verhevene op

“Goed verhaal”, complimenteer ik Mr. Horror, “zeker omdat de mythe ook een mysterieus aspect in zich draagt, daardoor heeft het iets verhevens in zich.”   

“Eh?”

“Ja, Calton Hill staat vooral bekend als de verbinding tussen het verhevene en het schone. Volgens Hugh Blair, een van de verlichtingsdenkers die Edinburgh in de 18e eeuw rijk was, is het verhevene de krachtigste emotie die de menselijke geest kan ervaren. Het is een expansie van de ziel, een gevoel waarin vrees, plezier en verwondering zich met elkaar mengen en een soort inwendige verheffing produceren. Als je dus een dergelijk sentiment bij je toehoorder teweeg kan brengen dan ben je een uitstekend redenaar.”

Vanuit m’n ooghoek zie ik Mr. Horror zelfgenoegzaam groeien, dat heeft hij toch maar mooi gezegd, maar zijn moment van glorie duurt niet lang. “Wat een kutsprookje”, merkt Mr. Scepticus op.

“Ja”, haak ik daar op in, “éch goed was het natuurlijk pas geweest als de vertelling ook het schone had aangetipt. Maar helaas ging het daar jammerlijk aan voorbij. Wat dat betreft had William Playfair beter in de gaten wat Calton Hill nodig had…”    

Uitzicht vanaf Calton Hill over de stad en rivier de Forth

William Playfair geeft Edinburgh neoklassiek uiterlijk

In de tweede helft van de 18e eeuw voltrok zich een metamorfose in Edinburgh, waar de stad voorheen te boek stond als een poel des verderf, waar armoede, geweld en alcoholisme welig tierden, transformeerde het vanaf 1750 tot een hotbed of genius; een internationaal centrum van wetenschap, filosofie en literatuur. “En die nieuwe allure wist William Playfair op Calton Hill in steen uit te drukken.”

“Door het verhevene te combineren met het schone?”

“Inderdaad. Nou lag het verhevene natuurlijk al besloten in de locatie zelf, daar de heuvel 100 meter boven de stad uitstak en een weergaloos uitzicht over de omgeving bood, maar toch. Met zijn architectuur had hij het ontzagwekkende ook kunnen verzieken.”

William Playfair leefde in de Verlichtingsperiode, de tijd waarin verstand en rede de boventoon voerden en kroon en Kerk naar de achtergrond verdwenen. In dit tijdsbestek stelden intellectuelen zich tot doel de mensheid door middel van onderzoek en het bedrijven van wetenschap te verheffen. Een nobel streven waarbij ze zich graag door de Antieken lieten inspireren.

Playfair droeg met name de Oude Grieken een warm hart toe, en toen hij het nationale monument ter ere van de gevallenen van de Napoleontische oorlogen mocht ontwerpen, liet hij dat, mede op aandringen van Lord Elgin, ondubbelzinnig tot uiting komen. Hij koos voor een bouwwerk in de vorm van het Partheon.

Het nationale monument had “Scotland’s Pride” moeten worden, maar kwam, omdat het nooit voltooid werd, bekend te staan als “Scotland’s Disgrace”

Schots monument werd blamage

Schoonheid was voor de Oude Grieken geen queestie van smaak. Esthetische waarde berustte voor hen louter op wiskundige principes. Daarom blonken hun bouwwerken uit in symmetrie, orde en maatvoering. Playfair begreep dat. Bij het ontwerpen van het Schotse monument hanteerde hij dezelfde beginselen. Maar hoewel er ambitieus aan de bouw begonnen werd, was het geld al na drie jaar op en geraakte hij nooit verder dan de façade.

“Dramatisch!”

“Zeker. En al helemaal als je bedenkt dat Lord Elgin het gebouw met de originele Griekse beelden had willen uitrusten (de befaamde Elgin Marbles die hij kort daarvoor uit Athene had geroofd).”

Observatory House is het oudste deel van het Observatorium dat Edinburgh in het kader van de Verlichting op Calton Hill realiseerde

Edinburgh, het Athene van het Noorden

“Ziet er toch niet uit zo?”, vindt Scepticus, maar dat commentaar kan ik niet tolereren. Ik wijs hem erop dat het samen met het City Observatorium en het Dugald Stewart monument een ensemble vormt (allen gegrondvest op Griekse modellen) en dat ze er met zijn drieën verantwoordelijk voor waren dat Edinburgh ook wel het Athene van het Noorden werd genoemd.

“Maar die andere twee vind ik ook niet veel bijzonders, Ech Wel.”

“Dat kan niet. Of nou ja, dat zou alleen kunnen als je smaak nog niet helemaal ontwikkeld is. Volgens Blair zat het schone hem namelijk in het vermogen te beoordelen. En daar heb je verstand voor nodig. Door logica en rede te gebruiken, leer je kunst en literatuur beter te begrijpen en een oordeel te vellen.”

“Noem je mij nou dom Ech Wel?”

“Ik zou niet durven Scepticus, maar misschien ben je gewoon nog niet zo thuis in de klassieke meesterwerken, dat kan toch? Hun schoonheid geldt als een universele kwalitatieve meetlat en als je daar niet zoveel van weet dan ben je eigenlijk ook niet in staat er iets zinnigs over te zeggen.”

Uitzicht van Calton Hill over het oude centrum met rechts het Dugald Stewart monument

De diepere lagen van het Dugald Stewart monument

Nooit te beroerd een broeder te onderwijzen in de leer, weid ik vervolgens uit over het Dugald Stewart monument. “Of laat ik beginnen met Dugald Stewart zelf, een man die net als Blair en Playfair tot de filosofische bovenlaag van Edinburgh behoorde. Maar hoewel hij zijn strepen als wijsgeer zeker verdiend heeft, was hij in de eerste plaats een mathematicus, een rekenwonder die in alles een getal zag. En gelijk de Oude Grieken (Pythagoras) de kosmos vanuit de wiskunde probeerde te verklaren zo ontleedde ook hij de menselijke geest tot een complexe meetkundige stelling…”

“Ja dus?”

“Waarmee de link met Griekenland verklaard is toch?”

“Ja, okee maar…”

“Nee, wacht nou effe, ik ben nog niet klaar. Kijk nu eens goed naar de vorm van het bouwwerk, wat zie je nou eigenlijk?”

“Ja, een rond ding met zuilen.”

“Oftewel een grote cilinder die sprekend op een lantaarn lijkt?”

“Zoiets ja.”

“Nou passender dan dat kon toch bijna niet? Ga maar na: de cilinder is een meetkundig lichaam en verwijst als zodanig natuurlijk naar ‘s mans prestaties binnen de geometrie. De lantaarn, op zijn beurt, legt een verband tussen Stewarts verlichte geest en de verspreiding van zijn ideeën (die een nieuw licht schiepen op zaken waarover men voorheen nog in het duister tastte). En geheel conform de Griekse traditie eert het monument (gebaseerd op die van Lysicrates in Athene, ook al zo’n stuk antiek wat Lord Elgin naar het Verenigd Koninkrijk had willen verslepen) grote denkers na hun dood als een gids voor toekomstige generaties.” 

Op het eerste gezicht zag de Whisky Experience er aantrekkelijk uit, maar bij een tweede blik doorzagen we de “tourist trap” die het feitelijk is

Commercie speelt de baas in Whisky Experience Edinburgh

Scepticus wil het niet gelijk toegeven, maar het vergt geen helderziende om vast te stellen dat zijn waardering voor het kunstwerk na mijn lezing is toegenomen. Mr. Horror daarentegen, gruwelt van het ellenlange betoog. “Heren, heren, alles leuk en aardig, maar volgens mij kunnen we dit soort gesprekken beter aan de toog van een whiskybar houden. Daarvoor zijn we hier gekomen toch?”

Omdat we het daar alleen maar mee eens kunnen zijn, laat ik mijn ingestudeerde uiteenzetting over het City Observatorium maar voor wat die is en ren samen met mijn drinkebroers richting de befaamde Whisky Experience. Onze moeite wordt echter niet beloond, want eenmaal op de plaats van bestemming constateren we met een tourist trap te maken te hebben; veel te commercieel. Bij Mr. Horror gaan de haren direct overeind staan: “Wat een drama!”, en daarom trekken we ons schielijk terug in een bruine kroeg met dito pint.

Bovenop de vulkanische rots bouwden de Kelten de vesting “dun eidyn”. De Engelsen noemden de plek Eiden’s burgh. De Schotten maakten er uiteindelijk Edinburgh van

Adam Smith propageert empathie én eigenbelang

Vanachter een dikke Guiness (het was misschien toch iets te vroeg voor whisky) rilt Horror nog even na; “wat een afgrijselijk oord, die Whisky Experience, zo verknallen ze toch de hele handel?”

“Ja, dat zeg jij nou”, riposteer ik, “maar Adam Smith geloofde dat het voor een kapitalistische samenleving beter was als iedereen gewoon naar winst streefde, en dat is natuurlijk precies wat ze hier doen.”

“Wie is Adam Smith nou weer?”

“Een begenadigd filosoof die tevens als de eerste econoom de boeken inging. Hij legde het fundament onder de vrijemarkteconomie…”

“Oh. Nou zo’n slimme vent zal toch zeker ook wel begrepen hebben dat winstmaximalisatie niet altijd een goed idee is?!”

“Nou ja, dat is te zeggen; in zijn eerste werk Theorie over de morele gevoelens hamerde de filosoof op het belang van inlevingsvermogen. Empathie, zo oreerde hij, maakt dat het individu in harmonie met zijn medemens leeft, dat hij zijn egoïsme tempert en dat hij wederzijds begrip kweekt. Maar in zijn tweede meesterwerk De welvaart van landen geeft de econoom eveneens aan dat eigenbaat niet bij voorbaat slecht is. Als ieder zijn eigen leven verbetert, wordt de maatschappij als geheel ook beter. Het gaat pas mis als men de goede moraal uit het oog verliest.”

“Ja, dat bedoel ik. Als het kortetermijndenken de overhand neemt, en winstmaximalisatie de enige drijfveer wordt, dan is de Scotch gedoemd.”

“Niemand heeft ook gezegd dat je geen gelijk had, Horror. Ik wilde slechts een ander perspectief bieden. Door onderwerpen van meerdere kanten te belichten, bevorder je het debat en nuanceer je al te stellige denkwijzen. Eind 18e eeuw deden ze dat ook. Toen kwamen de heren filosofen ook samen in salons om van gedachten te wisselen. Ze noemden het destijds The Select Society.”       

De klanken van de “bagpiper”, het iconische symbool van de Schotse cultuur, zitten diep geworteld in de geschiedenis van het kasteel

De verdwenen doedelzakspeler van Edinburgh Castle

Met het gerstenat achter de kiezen staan we voor de keuze; Edinburgh Castle of St. Giles Cathedral? “Aan jullie de eer”, zegt Mr. Horror. “Maar weet wel dat het in het kasteel niet pluis is. Lang geleden blies daar een doedelzakspeler, de beste van het land, elke avond alle mensen omver. Hij was zo goed dat de bewoners van de Andere Wereld, die op Calton Hill waren neergestreken, ook wel wat in hem zagen, temeer daar ze het zomerzonnewendefeest aan het organiseren waren. De piper boy weigerde echter beleefd op hun uitnodiging in te gaan; hij bespeelde zijn zak op verzoek van de monarchie en vond niet dat hij zijn koninklijke post kon verlaten.

Jaren later werden onder de burcht geheime tunnels gevonden, tunnels die zo’n nauwe ingang hadden dat geen enkele volwassene het lukte er doorheen te komen. Gelukkig was de vermaarde doedelzakspeler klein van stuk en bovendien bereid de donkere gangen in te gaan. Gedurende zijn verblijf in de diepte, zo sprak men af, zou hij zijn spel laten klinken en de mensen op die manier laten weten hoe de doorlopen liepen. Het leek een doortimmerd plan, maar tijdens de uitvoering ging er toch iets mis. Halverwege de Royal Mile stopte de muziek abrupt, en daarna werd er nooit meer iets van de jongen vernomen. Vermoed werd dat de gangen in verbinding stonden met het hof van de Sith en dat hij in het ondergrondse de feeënkoningin tegen het lijf was gelopen. Na door haar te zijn ontvoerd werd hem opgedragen tot in de lengte der dagen de partijtjes van de tovergodinnen op te luisteren…”

“Pfff”, zucht Scepticus, “en vanaf dat moment is men zeker doedelzakgeluiden uit de rots gaan horen?”

“Ja, hoe weet jij dat?”

St. Giles Cathedral met zijn beroemde torenspits. De stenen kroon komt overeen met de juwelen kroon van de Schotse koning

Goede smaak maakt betere wereld

Geen zin in een herhaling van zetten, zetten we koers naar St. Giles Cathedral, de kathedraal waar Hugh Blair vanaf de kansel het “nieuwe geloof” verkondigde.

“Hugh Blair hebben we ook al gehad, Ech Wel.”

“Dat weet ik, maar we kunnen met betrekking tot dit godshuis onmogelijk om hem heen…”

“Hoezo?”

Omdat iemand die nogal druk is met het verhevene bijna automatisch bij het Opperwezen uitkomt, duh. Maar er is nog een andere reden; te midden van deze gotische pracht (ja schoonheid was Blairs andere liefhebberij) verbond Blair de moraalfilosofie van zijn vriend Smith met het evangelie van de Here Jezus. Hij verkondigde dat het binnen het christendom niet zozeer draaide om kerkelijke dogma’s, maar dat het veeleer om het leiden van een deugdzaam leven ging. Daarbij was in zijn ogen, naast empathie, vooral goede smaak essentieel.”

“En daar hebben we de goede smaak ook alweer”, bromt Scepticus.

“Ja uiteraard, smaak zuivert immers de ziel. Het leert je het schone Goede te zien en het lelijke Kwaad te verwerpen. Door je open te stellen voor kunst ontdek je de passie van anderen en cultiveer je sympathie en mededogen. Als iedereen dat zou doen dan zou dat uiteindelijk tot een betere samenleving moeten leiden. En laat dat nou precies het grote ideaal van de Verlichting zijn!”

Thistle Chapel: de distel is de nationale bloem van Schotland en symboliseert waakzaamheid en bescherming

The strange case of Dr. Jekyll and Mr. Hyde

Als we onze weg vervolgen over de Royal Mile, de ruggengraat van Old Town en de weg die de twee royale residenties, Edinburgh Castle en Holyrood House, aan elkaar knoopt, brengt Mr. Horror het literaire aspect van de Schotse hoofdstad weer te berde. “Als we dan toch op zoek zijn naar de verschillen tussen goed en kwaad, waarom drinken we dan niet een glaasje whisky in de Jekyll and Hyde-pub?”

“Kunnen zij ons daar dan meer inzicht over verschaffen?”, informeert Scepticus. “Dat zou ik wel denken ja, Jekyll and Hyde waren de belichaming van goed en kwaad in de wereldberoemde roman; The strange case of Dr. Jekyll and Mr. Hyde, geschreven door de Edinburghse auteur R. Stevenson. Een regelrechte klassieker in het horrorgenre.”

In het boek weet de gerespecteerde dokter Jekyll zijn goede en slechte kant met behulp van een zelf gebrouwen elixer van elkaar te scheiden. Zodra hij het goedje drinkt, verandert hij in de verdorven Mr. Hyde. In het begin geniet hij van de vrijheid die zijn ontdekking hem biedt; als Mr. Hyde hoeft hij zich niet te houden aan de benauwende normen en waarden die de maatschappij hem opleggen en kan hij eindelijk zijn heimelijke verlangens botvieren. Maar allengs neemt het Kwaad de overhand en weet hij het boosaardige alleen door zelfmoord te stoppen.”

Nou met de juiste Scotch moeten we daar toch een aardig boompje over kunnen opzetten, denken we, maar helaas blijkt de kroeg al een kleine tien jaar gesloten… “Handige Harrie!” prijzen wij Horror, maar dat deert meneer allerminst; “Desinformatie op het web is het Kwaad van deze tijd.”

Het goede nieuws is dan weer dat zich met The Toolbooth Tavern een aangenaam alternatief aandient.

The Royal Mile, hoofdstraat van Old Town

Tasting The Tolbooth Tavern

De uitbaters van de taveerne profileren hun tent als The little house of horrors waarbij ze zich beroepen op een gruwelijke duiveluitdrijving die een plaatselijke tovenaar in de 16e eeuw het leven kostte en het ruige verleden als gevangenis (toen het er evenmin zachtzinnig aan toe ging). Deze en andere gebeurtenissen zouden er de oorzaak van zijn dat schimmige figuren regelmatig een glas van de bar afstoten of een schilderij van de muur af laten vallen…

Stoutmoedig als altijd laten wij ons door deze eigenaardige voorvallen niet weerhouden, en stellen maar gelijk drie glazen de man op. Onze linkerzijde wordt toebedeeld aan een licht bloemige Auchroisk, in het midden krijgt een 14 jaar oude, op portvaten gerijpte Glenmorangie Ruban de kans en een krachtige Kilchoman uit Islay wordt als afmaker neergezet. Tijdens de tasting kom ik nog even terug op Jekyll and Hyde. “In het magistrale werk van Stevenson komt dus duidelijk naar voren wat Adam Smith al veel eerder ter sprake had gebracht; de mens is een sociaal wezen dat zich in zijn hoofd continu afvraagt wat anderen van zijn mening of zijn levenswandel vinden. Die diepe behoefte aan goedkeuring zit in elk individu verankerd en is zonder empathie onmogelijk. Daarom onderdrukte Dr. Jekyll jarenlang zijn kwade driften, om maar de schijn van achtenswaardige heer hoog te houden.”

En daar ruimt Auchroisk het veld.

“Het dubbelleven van de hoofdpersoon is verder een ding wat opvalt. De dualiteit tussen goed en kwaad lijkt een telkens terugkerend thema in de Edinburghse folklore; we zien het bij de feestende, maar wraakzuchtige elven van Calton Hill, de diverse filosofen die er niet over uitgepraat raken, ingezetenen uit de bovenklasse die door en door rot blijken te zijn (maar daar kan Horror vast meer over vertellen), de Kerk uiteraard, en ook de stad zelf, die met zijn Old en New Town uit twee totaal verschillende delen bestaat.”

Glenmorangie is de volgende die verdwijnt.

Wat de novelle ons tenslotte ook leert is dat met een flinke slok op ’s mans ware aard snel boven komt drijven.”

“Ah wee, thou gusty sucker!”, roept Mr. Horror als hij ook de Kilchoman achterover slaat. Scepticus en ik volgen zijn voorbeeld, maar we hebben het glas nog niet geheven of achter ons klinkt reeds het eerste gerinkel. “Oppassen Horror!”, waarschuwen wij hem, maar tussen alle scherven in bezweert dat hij niet in de buurt van het glaswerk geweest te zijn. “Jaja…”

De geest is uit de fles.

Toen de eerste glazen vielen wisten we al snel hoe laat het was…

Het verschil tussen Old Town en New Town

De rest van de avond wordt er nog van alles geproefd en betwist in The Devil’s Advocate maar tot onze grote spijt zullen die ongetwijfeld interessante discussies voor altijd in nevelen gehuld blijven. Pas de andere dag, als we aanschuiven bij Dishoom en een Indische lunch, komen we weer een beetje bij zinnen. Het etablissement is gelegen in New Town en geeft mij de gelegenheid de aandacht andermaal op William Playfair te vestigen. “Want de beste architect beperkte zich niet enkel tot Calton Hill, ten noorden van Auld Reekie verrees door zijn toedoen een gloednieuwe Georgiaanse stad.”

“Een Georgiaanse stad?”

“Ja, vernoemd naar vier opeenvolgende Britse koningen die allemaal George heetten.”

“En Auld Reekie?”

“Dat was de bijnaam van het middeleeuwse centrum; ouwe stinkerd. Het was een stad voor het plebs die de vorm had van een platvis en waar een enorme rotte lucht vanaf kwam. De Verlichters wilden daarvan af. Zij planden aan de overzijde een wijk die het precieze tegenovergestelde van Old Town was. Voor de gegoede burgerij en met drie parallelle straten (Georgestraat (naar de koning), Queenstreet en Princesstreet), een symmetrisch raster en twee grote pleinen.

Een van pleinen van New Town is Charlotte Square met in het midden een standbeeld van prinsgemaal Albert

Majoor Weir en de Griezel van Victoriastreet

Mijn twee kornuiten zal het verder worst wezen, zij worden veel meer door Old Town aangetrokken dan door zijn modernere broertje. Geen ramp. vind ik, want er is nog genoeg te zien. Zoals Victoriastreet, een kleurrijk straatje waar we de eerste gele rakker van de dag naar binnen gieten. Het is ook de plek waar Mr. Horror de draad van gister weer oppakt: “De bekendste inwoner van de straat was Majoor Thomas Weir, een gewaardeerde kracht die zijn sporen zowel in het leger als vanaf de kansel had verdiend. Weliswaar ging het gerucht dat hij geboren was uit een moeder die beschikte over het vermogen van het tweede gezicht, maar zijn devotie ten aanzien van de Heer was zo groot dat niemand hem dat nadroeg. Net zo min als dat men hem aansprak op zijn met satyrs versierde zwarte wandelstok, waarvan hij onafscheidelijk was. Gewoon een eigenaardigheidje van een eerzaam burger., dacht men.”

“Maar op zekere dag bekende hij de goegemeente plots onvoorstelbare misdaden. Hij zou geregeld de duivel in zijn woning hebben ontvangen, met hem hebben gegeten en gedanst en zich onophoudelijk hebben vergrepen aan dieren, vrouwen en zijn bloedeigen zus Griezel. Zijn toehoorders konden hun oren nauwelijks geloven, dit kon niet waar zijn, maar toen Griezel de getuigenis van haar broer bevestigde, en er voor de goede orde nog een hele reeks andere begane hekserij aan toevoegde, werden de twee, in afwachting van hun proces in de Toolbooth (destijds nog zonder Tavern) opgesloten. Kort daarna werden beiden terechtgesteld.

De vrolijke kleuren van Victoriastreet verbergen een duister verleden…

Scepticisme bij spookverhalen

Scepticus kan wel raden hoe de legende eindigt; “en na hun dood ving men in hun leegstaande huis onverklaarbare geluiden van feestgedruis op?”

“Inderdaad. Hoe weet je dat steeds?”

“Omdat jouw Horrorverhalen allemaal hetzelfde eindigen…”

“Met een klap zet Horror zijn pils op tafel. “Wat gaan we nou krijgen? Denken jullie soms dat ik alles uit mijn duim zuig of zo? Maar dat laat ik me niet zeggen! Kom mee!” En met die woorden worden we naar de Grassmarket gesleept, een plein een klein stukje verderop. “Hierzo, zien jullie die pub daar, The last drop? Tot ver in de 19e eeuw mochten ter dood veroordeelden daar hun laatste drankje nuttigen.”

“Wat heeft dat te maken met…”

“En Griezel was er daar een van! Dus doe nou niet of ik jullie onzin verkoop, het is allemaal echt gebeurd! Griezel kreeg hier de strop!”

“Alsof een executie spookachtige verschijnselen bewijst”, zegt Scepticus onverstoorbaar. “Hou toch op. Paranormale activiteiten zijn niets anders dan fantasieën.”

Grassmarket ligt in de “schaduw” van Castle Rock en was naast marktplein ook executieterrein

David Hume berooft de dood van zijn ziel

Horror is met stomheid geslagen. Hoe is het mogelijk dat aan zijn historieën wordt getwijfeld? Zijn ongeloof wordt nog groter als ik zeg het scepticisme van Scepticus te delen. “Wat?!”

“Ja, wat dat aangaat kan ik de redenering van David Hume wel volgen. Hij was een gerenommeerd lid van de Select Society en stond bekend als de meest radicale twijfelaar van allemaal. Zo vroeg hij zich bijvoorbeeld af of er wel een morgen zou komen. En of er een God bestond? En of de wereld om ons heen wel echt was? Ketterse ideeën die voortvloeiden uit Hume’s niet te stillen zucht naar kennis. In zijn onderzoek naar de oorsprong van kennis concludeerde hij dat we alles leerden door onze zintuigen (ruiken, voelen, zien, proeven en horen) te gebruiken en dat alles wat niet tot een zintuigelijke waarneming te herleiden viel, betekenisloos was. Over geesten kon hij dus duidelijk zijn; die bestonden niet.”

“Oh nee, en al die mensen die ze gezien hebben dan, die met het tweede gezicht?”, werpt Horror tegen.

“Dat valt allemaal onder de categorie: volksverhalen, folklore, illusies. Niets meer en niets minder. Mensen raken gefascineerd van het wonderlijke en het griezelige, het verhevene zo je wil, omdat ze dat een gevoel van ontzag en hoop geeft, maar een van de meest onweerlegbare natuurwetten is nou eenmaal dat alles verandert en vergaat. Dat geldt ook voor de ziel, zo die al bestaat. Hume zei dat de ziel slechts bestond uit een bundel losse waarnemingen en gevoelens die men gedurende een mensenleven verzamelt. Die bundel valt uiteen zodra men overlijdt. Dat mensen in het voortbestaan van een ziel geloven komt alleen maar omdat ze bang zijn voor de dood en willen blijven leven.”

Mensen met de gave van het tweede gezicht zouden niet alleen geesten kunnen zien, ze kregen ook visioenen over de naderende dood van anderen. Reden waarom velen het niet als een gave, maar als een vloek beschouwden

Agressieve poltergeist op Greyfriars Kirkyard

Nog houdt Horror halsstarrig vast aan zijn fantasie. “Greyfriars Kirkyard, daar moeten we heen. Poltergeist Mackenzie jaagt daar al jaren het publiek de stuipen op het lijf. Hij veroorzaakt blauwe plekken, bijtwonden, koude rillingen. Als dat geen tastbaar bewijs is dan weet ik het ook niet meer.”

“Luister nou”, probeer ik de boel te sussen, “mensen zijn in staat om in hun hoofd valse voorstellingen te maken, waanideeën. Dat komt doordat ons verstand de slaaf is van onze passies. Maar laat je door al die opgeklopte vertellingen niet gek maken; zij zijn slechts bedoeld om aandacht te trekken.”

Horror blijkt echter niet voor rede vatbaar. “Loop nou maar een stukkie over deze dodenakker heen dan begrijpen jullie vanzelf wel wat ik bedoel.”

“Goed dan, als we jou daar blij mee maken…”, zegt Scepticus

En op ons dooie gemak kuieren we over het kerkhof, een beetje gniffelend over Horror en zijn dramatische verhalen. Maar net voordat we onze tippel hebben afgerond, word ik ineens door emoties overmand. Het is de aanblik van een beeld die me bleek weg doet trekken. Ik stop in mijn schreden en lees huiverend de tekst op zijn zerk…

Trouw tot in den dood

The Tale of Greyfriars Bobby

“Nou Mackenzie heeft hem te pakken hoor.”, triomfeert Horror, maar Scepticus heeft wel in de gaten dat er iets ernstigers speelt; het is de Tale of Greyfriars Bobby.

In 1850 begon John Gray een baan als nachtwaker bij de Edinburgh City Police en nam hij een kleine Skye Terriër als partner, Bobby genaamd. Jarenlang trokken de twee samen op, door dik en dun, in voor- en tegenspoed. Maar in 1858 sloeg het noodlot toe en overleed John aan tuberculose. Op Greyfriars Kirkyard vond hij zijn laatste rustplaats. Bobby wilde echter van geen wijken weten. Tot aan zijn dood, 14 jaar later, zou hij elke dag een wake bij het graf van zijn meester houden.

Let his loyalty and devotion be a lesson to us all

Tranen vullen mijn ogen. Eeuwige trouw hadden ook wij elkaar beloofd…

“Maak er een foto van en stuur hem op naar Ech Nie”, adviseert Horror, maar dat lijkt me geen goed idee. Scepticus heeft gelukkig een beter plan. “Als de sodemieter naar de whiskybar. Nu!”

“Seen through the gold of old Scoth, life seems more beautiful”

Scotch Drink

Gie him strong drink until he wink,
That’s sinking in despair;
An’ liquor guid to fire his bluid,
That’s prest wi’ grief an’ care:
There let him bouse, and deep carouse,
Wi’ bumpers flowing o’er,
Till he forgets his loves or debts,
An’ minds his griefs no more.

Geef hem sterke drank tot hij met zijn ogen knippert,
Wanneer hij in wanhoop wegzinkt;
Sterke drank om zijn bloed te laten stromen,
Dat gestold is door verdriet en zorgen:
Laat hem lekker zuipen, en stevig doorhalen,
Met overlopende glazen,
Tot hij zijn liefdes of schulden vergeet,
En zich niet meer om zijn verdriet
bekommert.

Een whiskybar met kreeft op het menu, Robert Burns wist er wel raad mee: “O Lord, since we have feasted thus, which we so little merit, Let Meg now take away the flesh, And Jock bring in the spirit!”

Café Royal geeft ons de geest

Schotse whiskybarren zijn ech wel next level, maar veel beter dan het historische Café Royal, dat wij direct achter Princesstreet ontdekken, gaat het ech nie worden. Het is alsof we een Victoriaanse juwelenkist openen. Chesterfield banken, glas-in-lood ramen, 300+ whisky’s, oesters en kreeft op het menu en een bar waar de stamgasten van het Amerikaanse Cheers u tegen zouden zeggen.

Of ik er nog een mooie filosofische gedachte bij heb?, vragen de heren mij. “Over whisky? Die bron van het schone en het verhevene? Die trouwe metgezel in barre tijden? Nee joh, daar past toch alleen een lofzang bij.”

Food fills the wame, an’ keeps us leevin;
Tho’ life’s a gift no worth receivin,
When heavy-dragg’d wi’ pine an’ grievin;
But, oil’d by thee,
The wheels o’ life gae down-hill, scrievin,
Wi’ rattlin glee.

Voedsel vult de maag en houdt ons in leven;
Al is het leven een gift het ontvangen niet waard,
Zeker als het zich langzaam voortsleept door pijn en verdriet;
Maar, eenmaal door u gesmeerd,
Rollen de wielen van het leven bergafwaarts, vlotjes
En met ratelend plezier.

Mijn kameraden zijn direct enthousiast. “Wie spreekt daar zulke wijze lessen?”

“Ah, mijne heren, mag ik u voorstellen; dit is de Schotse bard Robert Burns, een poëet uit de Verlichtingsperiode die vroeger de literaire kringen rondom Edinburgh verblijdde. Zijn gedicht Scotch Drink is een ware ode aan de whisky.”

Robert Burns verbleef eens in The White Hart Inn waar hij onder andere deze regels aan een dame schreef: “Had we never lo’ed sae kindly, had we never lo’ed sae blindly, never met, or never parted, we’d hae ne’er been broken-hearted.”

Robert Burns’ lofzang op whisky

Burns’ oeuvre kenmerkte zich door empathie en liefde voor het schone. Hij was verzot op zijn land, mede door zijn werk als ploeger, en had een zwak voor de ploeterende arbeidersklasse.

Let husky wheat the haughs adorn,
An’ aits set up their awnie horn,
Leeze me on thee, John Barleycorn,
Thou king o’ grain!

Laat ongepelde tarwe de laagvlakten sieren,
En haver zijn bebaarde hoorn opzetten,
Gezegend zijt gij, John Barleycorn,
Gij koning van het graan!

Niet te diep in het glaasje kijken John Barleycorn

John Barleycorn en the water of life

In de Schotse traditie is John Barleycorn de personificatie van gerst, een veel aanbeden figuur die Robert Burns regelmatig aanhaalde.

John Barleycorn was a hero bold,
Of noble enterprise;
For if you do but taste his blood,
‘Twill make your courage rise.

Dat laatste sloeg uiteraard op de overmoed die menig drinker overkomt na een borrel teveel. “Ha, daar hebben wij geen last van, hè jongens?” jolijt Horror. “Wij zijn immers de Select Society, wij kunnen heel de wereld aan!”

Inspiring bold John Barleycorn!
What dangers thou canst make us scorn!
Wi’ tippeny, we fear nae evil;
Wi’ usquabae, we’ll face the devil!

“Voor de duidelijkheid, boys; tippeny was goedkoop (twee penny) bier en usquabae (of voluit Uisge Beatha) was de oude naam voor whisky. Het kan worden vertaald als levenswater.”

Burns meest aangehaalde quote: Freedom and Whisky go together, Take your dram!

Whisky doet wonderen

En terwijl een keurig in het pak zittend heerschap ons van een nieuw rondje Laphroaig voorziet, toont het wonderspul waartoe het allemaal in staat is. Eerst laat Scepticus zijn scepticisme varen. “Het dringt nu eindelijk tot me door, Ech Wel, wat je bedoelde met het verfijnen van je smaak.”

“Ja lekker hè? Ik zei het toch; whisky smaak verfijnt de menselijke geest, bevrijdt hem van zelfzuchtigheid en geeft ruim baan aan emoties!” En met die woorden is een stevige handdruk mijn deel. Horror blijft vervolgens niet achter; “Gasten, mijn excuus dat ik daarstraks wat heftig reageerde, toen jullie wat vraagtekens bij mijn anekdotes zetten.”

“Geeft niks gozer, we zijn het alweer vergeten!”, antwoorden wij beiden, waarna een innige groepsknuffel volgt.

When neibors anger at a plea,
An’ just as wud as wud can be,
How easy can the barley brie
Cement the quarrel!
It’s aye the cheapest lawyer’s fee,
To taste the barrel.

Wanneer buren boos worden tijdens een (juridisch) geschil,
Zo kwaad als kwaad maar kan zijn,
hoe makkelijk kan het gerstenat
dan wegnemen het venijn!
Het is inderdaad het goedkoopste advocatentarief,
om te proeven van het vat

Slàinte mhath!

O thou, my muse!

En ik? Ik proost slechts op Burns’ regels:

Thou clears the head o’doited Lear,
Thou cheers ahe heart o’ drooping Care;
Thou strings the nerves o’ Labour sair,
At’s weary toil;
Though even brightens dark Despair
Wi’ gloomy smile.

Gij klaart het hoofd van de dwaze professor,
Gij beurt het hart op van neerslachtig verdriet;
Gij kalmeert de zenuwen van noeste arbeid,
als hij staat te zwoegen;
Gij verlicht zelfs duistere wanhoop
met een weemoedige glimlach.

En wie weet, bij het volgende glas, wanneer ik dubbel ga kijken de gave van het tweede gezicht verkrijg, misschien zie ik dan wel een nieuwe fee mijn leven binnenfladderen…

Ech Wel!


Ook weleens Edinburgh bezocht? Whisky gedronken of liefhebber van horror? Laat het ons weten in de reacties hieronder, we horen het graag!

Aan het eind van de Royal Mile staat Holyrood palace, de officiële verblijfplaats van de monarch in Schotland

Praktische informatie

Tijdens de tweede helft van de 18e eeuw beleefde Edinburgh niet alleen zijn gouden tijdperk, maar vond het tevens de moderne wereld uit. Een indrukwekkende reeks geniale intellectuelen (een veel grotere groep dan in dit artikel genoemd) legde de basis onder de tegenwoordige westerse economie, wetenschap, geschiedschrijving en filosofie.

De Sith zouden volgens het volksgeloof afstammen van het legendarische volk Tuatha Dé Danann en zich behalve in Calton Hill, ook rondom de holle heuvels van Dowth, Knowth en Newgrange regelmatig vertonen.

Edinburgh was niet de enige stad die zich graag spiegelde aan het klassieke Athene, in dezelfde periode zochten Duitse intellectuelen elkaar op in Weimar om te discussiëren over het leven en de Klassieken.

Robert Burns was bij leven al populair, maar na zijn dood werd hij helemaal een gevierd man. De Schotse diaspora verspreidde zijn gedichten over de hele wereld en eerden hem overal met standbeelden (er zijn weinig mensen op deze planneet die kunnen beroepen op zo’n groot aantal monumenten als hij, religieuze figuren daar gelaten). Uiteraard dankte ook Edinburgh hem voor bewezen diensten. Hij kreeg eenzelfde soort tempel als Dugald Stewart, ook op Calton Hill, alleen dan groter.

Jaar van inschrijving: 1995
Bezocht: 05-04-2025
Nummer: 224

Lees ook:

Bordeaux in beroering. Hoe blijven we in Godsnaam vrij van religieuze dwingelandij?
Moderne Verlichting gaf centrum Madrid klassiek uiterlijk