Een hete dag in Agrigento

Agrigento

“Tééééring!”, roep ik behoorlijk overbodig naar mijn jonge bruid. “Het is hier echt bloedverziekend heet!” We zijn op het Italiaanse eiland Sicilië en bevinden ons, zeer tegen de zin van Ech Nie, tussen de Griekse overblijfselen van de oude stad Agrigento. Het is onze huwelijksreis en hoewel onze trip natuurlijk in het teken van de liefde staat heb ik haar vandaag toch zo ver gekregen om een Unesco-werelderfgoed te bezoeken. Helaas heeft ze daar al snel weer spijt van.

“Dat kèn je wel zeggen, ja” antwoordt Ech Nie puffend van de hitte. “Gelukkig staan we hier tussen allerlei oude zooi te verschroeien en liggen we niet heerlijk aan het water te relaxen…”

“Geen zorgen mijn zonnestraaltje, Agrigento ligt vlakbij het strand en de witte krijtrotsen van Capo Bianco. Als we hier klaar zijn kun je daar bakken wat je wilt.”

Castor en Pollux
Castor en Pollux

Castor en Pollux

Agrigento is een archeologische site die vooral bekend staat om zijn goed bewaarde, uit de oudheid stammende tempels. Smorend van de tropische temperaturen lopen we na aankomst als eerste naar de tempel van Castor en Pollux. Een heiligdom van 2600 jaar oud waar nog maar weinig van over is. Het is een site zoals een Unesco-site er uit hoort te zien. Oud, stoffig en vol ruïnes. Op de kale, dorre vlakte is van de chaos aan steenbrokken met de beste wil van de wereld geen monument meer te maken. De Italianen uit de 19e eeuw dachten daar echter anders over en hebben in een hoekje van het terrein weer vier zuilen overeind gezet. Het stelt niet veel voor maar was desalniettemin reden voor de inwoners om het resultaat tot het symbool van de stad uit te roepen.

Zuilen van Hercules
Zuilen van Hercules, Agrigento

Zeus en Hercules

Hand in hand, zoals het een vers Echpaar betaamt, lopen we na de pilaren van Castor en Pollux de puinzooi van Zeus voorbij. Het was ooit één van de grootste tempels uit de klassieke oudheid maar bestaat tegenwoordig uit niet veel meer dan een stenen platform zonder huis. “Het moet vroeger een enorm imposant complex zijn geweest”, vertel ik Ech Nie, “met een dak wat omhoog gehouden werd door een hele club stoere Atlanten; je weet wel, van die figuren zoals Atlas, de man die de hemel droeg. Als je goed kijkt is één van die gasten trouwens nog steeds tussen de rest van het bouwafval te vinden.”

“Je dacht toch niet dat ik met deze warmte ging lopen zoeken hè?”, zegt Ech Nie beslist. Onder luid geklaag van mijn nieuwe eega wandelen we vervolgens langs het altaar van de tempel L en de zuilen van Hercules. “Pfff”, verzucht Ech Nie nog maar eens, “jij ook altijd met je stomme erfgoed. Dit is toch geen doen zo? Nog even en we leggen hier het loodje.”

“Stel je niet aan. Zo snel leggen we niet. Trouwens, wie wilde er nou zo graag naar de zon?”

“Ja ik. Alleen toen dacht ik niet aan deze Sahara met een paar halve zuilen hoor. Ik mijmerde over een romantisch gelegen baai met wit zand, azuurblauw water en een grote fles wijn.”

“Jaja, ik weet het. Rustig maar. Daar komen we heus nog wel. Nu is het alleen de beurt aan de tempel van Concordia.”

Agrigento
Platform van Zeus

Concordia

Concordia is een van de best bewaarde tempels die de oude Grieken ons hebben nagelaten. Het heeft haar goede voorkomen met name te danken aan het feit dat het (toen al bijna duizend jaar oude) heiligdom in de zesde eeuw werd omgebouwd tot een basiliek. Haar naam is van recenter datum en is haar geschonken door een 16e eeuwse romanticus. Hij vond een Latijnse inscriptie in de buurt van het bouwwerk en raakte zo ontroerd van de inhoud, een verhaal over de harmonie tussen mensen, dat hij haar Concordia doopte; het Latijnse woord voor eendracht.

Harmonie, eendracht. Ik had gehoopt dat Ech Nie de relatie tussen deze geschiedenis en onze eigen, kort daarvoor gesloten verbondenheid wel zou inzien. Dat ze emotioneel zou raken van de treffende gelijkenis en me dankbaar in de armen zou vallen. Maar helaas, in plaats daarvan  rent ze bij me vandaan en klimt op een naakte man die voor de tempel ligt te zonnebaden.

Concordia tempel
Concordia tempel

Icarus

“Dat is Icarus schat”, zeg ik nadat ik haar heb ingehaald. “Een arrogant ventje die dacht de zon te kunnen trotseren.”

“Oh, nóg zo’n eentje”, zegt Ech Nie. “Daar ken ik er wel meer van…”

“Nou niet van zo’n eentje hoor. Deze raakte oververhit en verdronk in het water… Icarus is iemand uit de Griekse mythologie. Een knulletje wat door zijn vader een paar keer was gewaarschuwd niet te dicht bij de zon te vliegen omdat dan zijn vleugels van bijenwas zouden smelten. Eigenwijs als die was deed hij het toch en dat kostte hem zijn leven.”

“Ach gossie”, zegt Ech Nie. “En nou moet die hier in de brandende zon zijn zonden overdenken?”

“Ja, dat krijg je ervan. Moet je maar niet sollen met die koperen ploert.”

Agrigento
De zonnende Icarus

Hera

Die laatste opmerking was voor Ech Nie andermaal het sein om te pleiten voor een vroegtijdig vertrek richting zee. Ze wilde niet ook het slachtoffer worden van die ontketende ster en was bang dat elk moment dat we langer bleven haar dichter bij een zonnesteek zou brengen. Natuurlijk had ik aan al haar geklaag geen boodschap. Er staan zeven tempels in de Valle dei Templi, zoals de Sicilianen de site noemen, en dus moest ze gewoon even geduld hebben. “Vertrekken is de goden verzoeken, Ech Nie!” spreek ik haar daarom vermanend toe. “Dat zal ons zeker gaan berouwen.”

Langs delen van de antieke stadsmuur en een oude necropolis sjokken we al peentjes zwetend verder richting het hoogtepunt van de dag. Letterlijk en figuurlijk, zou je kunnen zeggen, want de tempel ligt een stukje bij de andere vandaan en een stuk hoger op de berg (de vallei van de tempels is eigenlijk een berg). “Waarom moeten we nou in Godsnaam helemaal nog naar boven lopen voor die laatste tempel?”, mort Ech Nie verveeld. “Je hebt er nou toch wel genoeg gezien?”

“In tegenstelling tot wat jij denkt, Ech Nie, gaat het hier niet om míj maar om óns! Dit is namelijk het huis van Hera, vrouw van Zeus en godin van het huwelijk. Volgens oud gebruik moeten bruidsparen haar een bezoekje brengen als ze zeker willen zijn van een succesvol huwelijk…” Ech Nie is plots één en al oor. “Hè?”

Tempel van Hera
Tempel van Hera

Zegen

“Ja, inderdaad, je hebt het goed gehoord. We moeten even op visite. Doe dus een beetje aardig tegen haar want ik heb geen zin in gedonder. Als we haar het respect tonen waar ze recht op heeft dan zitten we voor de rest van ons leven gebeiteld.”

“Ja, Ech Wel.”

“Oh, en voor ik het vergeet te zeggen, deze godin gaat ook over de weersomstandigheden. Geen gedoe dus over de warmte van vandaag of anderszins gemopper. Hera is onze vriend. Hou je gewoon gedeisd en dan komt het helemaal goed”

“Ja, Ech Wel.”

Strand

Voor de verandering houdt Ech Nie zich tijdens het eerbetoon aan Hera inderdaad rustig en kunnen we stralend van geluk de tempel weer verlaten. We hebben de zegen ontvangen en zijn behoorlijk in ons nopjes. Dat hebben we nou eens goed gedaan, denken we. “Kunnen we nu dan eindelijk naar het strand?”, vraagt Ech Nie smachtend. “Ja mop, nu Hera is bevredigd houdt niks ons nog tegen. Eindelijk zijn we verzekerd van eeuwig geluk.” Dat bleek even later toch een behoorlijke misvatting…

Aangekomen bij de zee kiezen we er voor om eerst de innerlijke mens te verzorgen. Die heeft zo afgezien, vinden we, dat die wel een paar koele birra Boretti’s en vino Bianco’s heeft verdiend. Na onze drank dankbaar in ontvangst te hebben genomen schuiven we de leuning van onze strandstoelen naar achteren en….. Aaaaah, genieten van la dolce vita.

Tot een minuut later het gezeik begon.

Agrigento
Nog geen wolkje in de lucht

Weergoden

Waren we in de vallei nog bijna bevangen door de hitte, trekt de boel net op het moment dat we ons comfortabel hebben neergevleid, ineens helemaal dicht. “Ach, dat waait zo wel weer over”, spreken we elkaar moed in, maar dat blijkt al gauw een wat te zonnige gedachte. Hoe langer we wachten, hoe donkerder het wordt. “GVD!!”, vloeken we samen in koor. Wat krijgen we nou? Wat is dat met  die weergoden? Gelukkig laat het antwoord niet lang op zich wachten.

Eenmaal thuis in ons appartement aan de voet van de Etna zien we meteen dat het grondig mis is. De god Hephaistos is in woede ontstoken en uit zijn werkplaats komt een dreigend gedonder en geflits. Vuur en rook ontsnapt uit het dak en doet ons huiveren van angst. Oh, God, denken we, de wereld vergaat. “Zal je altijd zien”, zegt Ech Nie, “net nou wij op huwelijksreis zijn loopt het helemaal uit de klauwen.” Ik vertrouw het niet en met een bang voorvermoeden raadpleeg ik in allerijl de kaart van Agrigento. “Néééé hè!!”, schreeuw ik het even later uit, “we zijn verdoemd.”

“Wat is er?” vraagt Ech Nie wanhopig.

“Het is verschrikkelijk. We zijn een tempel vergeten!”

Agrigento
Rookpluimen uit het dak van Vulcanus’ werkplaats

Naar het einde

“Een tempel vergeten?”, herhaalt Ech Nie. “Nou en?”

“Nou en. Nou en. Weet je wel hoe erg dat is? Helemaal aan het begin van de vallei, nog voor Castor en Pollux, staat het piepkleine tempeltje van de God van vuur. Toen jij zo nodig klef moest lopen doen hebben we zijn heiligdom gemist en nou pakt die ons natuurlijk terug!”

“Wie?”

“De zoon van Hera schat, de god die door de Romeinen Vulcanus werd genoemd. Hij is nou in zijn smidse onder de Etna-vulkaan druk bezig onze ondergang te smeden. Kijk maar eens naar buiten.” Langzaam dringt het tot Ech Nie door wat we hebben veroorzaakt. “Oh mijn God…” Tot onze ontzetting zien we even later de lava de berg afstromen en beginnen ons vertwijfeld af te vragen of we moeten evacueren.

Pompeï

Nee, beslissen we, Rotterdammers lopen niet weg. Als we dan toch ten onder moeten gaan dan maar beter in stijl. We halen de koelkast leeg en installeren ons met de inhoud op het balkon. Met angst en beven aanschouwen we het vuurwerk en vertellen elkaar steeds opnieuw hoeveel we van elkaar houden. We moeten denken aan het oude Pompeï en aan de slachtoffers die hij 2000 jaar geleden maakte. Zouden wij ook zo eindigen? vragen we ons af. Vinden ze onze lichamen straks ook verstrengeld terug en worden we, opgevuld met gips, later ook tentoongesteld in een museum?

Agrigento
Vulcanus aan het werk

Proost op het leven

Gelukkig loopt het allemaal niet zo’n vaart. Na een tijdje valt het ons op dat, behalve wij, verder niemand om ons heen zich ook maar enigszins druk maakt over de vuurspuwende berg. Zouden we de furie van de oude god dan toch overleven?, hopen we stilletjes. Het lijkt er wel op. Enkele uren later heeft de lava ons namelijk nog steeds niet bereikt. Voorzichtig beginnen we ons te herpakken en besluiten onze families toch nog maar niet te verwittigen van ons naderende einde.

“Nou”, zegt Ech Nie op een gegeven moment. “Dat je de goden niet moet verzoeken is nu wel duidelijk zeg. Tsjongejonge, wat een dag.” Ik geef haar onmiddellijk gelijk en haal voor de goede orde een nieuwe fles godendrank uit de koelkast. “Op het chagrijn van Hephaistos!” roep ik en hef het glas hoog. “En een fantastisch huwelijk”, proost Ech Nie op haar beurt. “Ech Wel!”

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: