“De oude Grieken hadden natuurlijk een heel uitgebreid pantheon, maar van alle Griekse goden was Herakles toch wel de meest geliefde. Reeds op jonge leeftijd had hij gekozen voor een leven van deugd en eerbaarheid.”       

“Herakles zei je?”     

“Ja, Herakles inderdaad. De eenvoudige herdersjongen die opklom tot absolute superheld. Met zijn onmetelijke krachten en vindingrijke geest (geërfd van zijn vader, oppergod Zeus) was hij werkelijk onverslaanbaar. Eeuwige roem vergaarde hij door het voltooien van twaalf schier onmogelijke opdrachten.”         

“Daar staat me vaag iets van bij ja. Zijn we die gozer niet al eens eerder tegengekomen?”        

“Jazeker. In Bergpark Wilhemhöhe vormde hij het hoogtepunt van prins Carls fantastische waterwerken en in de tuin van het Zweedse paleis Drottningholm stond hij eveneens zijn trotse mannetje.”         

Okergeel paleis Drottningholm met beeldentuin. Op de voorgrond een fontein met een vechtende Hercules
Hercules zwaaiend met zijn knots in de tuin van het Zweedse koningshuis

Zuilen van Herakles

Volgens de overlevering bestond Herakles’ tiende werk uit het stelen van de runderen van Geryones. Een lastige taak daar de gigantische Geryones zetelde op een duister eiland aan het einde van de wereld en volgens de legende over drie verschillende lijven en hoofden beschikte.        

Onderweg naar de tiran, daar waar de Middellandse Zee in de Atlantische Oceaan overliep, plaatste onze dappere vriend de Zuilen van Herakles. Hij richtte het monument op ter herinnering aan zijn barre tocht door de Afrikaanse woestijn en om aan te geven dat voorbij dat punt de beschaafde wereld ophield te bestaan. Ter verduidelijking schreef hij op de pilaren; Non plus ultra, niet verder.        

“Klinkt me bekend in de oren, Ech Wel.”        

“Dat klopt, Ech Nie. In Wenen meldde ik je reeds dat de Habsburgse keizer zichzelf als de nieuwe Herakles beschouwde. Hij had zijn Rijk voorbij de Zuilen van Heracles weten uit te breiden en maakte de kolommen tot het signatuur van zijn machtige familie. Als begeleidend motto hanteerde de monarch; Plus Ultra, steeds verder.         

Wapen van Spanje. Naast het schild staan de Zuilen van Hercules
Zuilen van Herakles met het motto Plus Ultra

Tweestrijd Herakles en Geryones

Daar Herakles zich in Afrika bevond, en de donkere domeinen van Geryones aan de overkant van de Middellande Zee lagen, leende Herakles van zonnegod Helios de gouden kelk waarmee hij elke dag van oost naar west voer. (en zo de zonsopgang en zonsondergang realiseerde) Met dit bijzondere vaartuig maakte Herakles vervolgens de oversteek, doodde bij aankomst het vreselijke gedrocht Geryones en bracht daarna (met enige moeite) de bonte verzameling koeien naar zijn veeleisende opdrachtgever.        

“Een mooi verhaal, Ech Wel, maar wat heeft dit allemaal met dit werelderfgoed van doen?”        

“De Herculestoren is van Romeinse makelij schat, en Hercules is de Romeinse naam voor Herakles.”         

“Ja, dat zal wel, maar wat heeft Herakles (of Hercules) nou met een vuurtoren te maken? Daar heb ik je niks over horen zeggen.”         

“Symboliek hè, Ech Nie, symboliek.”        

Plaquette waarop Unesco-status Herculestoren wordt bevestigd
Herculestoren is werelderfgoed

Herculestoren als overwinningsteken

“Naar verloop van tijd vermengde de mythe van Herakles zich met plaatselijke legendes. Zo wist de koning van Spanje, Alfons de Wijze, in de 13e eeuw te vertellen dat Hercules (zoals iedereen hem inmiddels was gaan noemen) naar deze contreien was gekomen omdat hem de wandaden van de gemene koning Gyrones ter ore waren gekomen. Het weerzinwekkende monster had van al zijn onderdanen de helft van hun bezittingen opgeëist en natuurlijk had dat bevel de toorn van de Griekse gerechtigheid gewekt. In een drie dagen durende strijd onthoofde hij de mismaakte reus, begroef zijn kop onder een grafheuvel en ontstak ter ere van zijn vader, oppergod Zeus, een vreugdevuur.”       

“?”       

“Wat?”        

“Nou heb ik nog steeds niks over een vuurtoren gehoord…”        

“Kom op nou, Ech Nie, dat is toch zonneklaar? De vuurtoren is gerelateerd aan de brandstichting van Hercules en de grafheuvel is een verklaring voor de 57 meter hoge rots waarop die is gebouwd.”         

Herculestoren op de rotsen

Hercules wordt Christus

“Daarnaast is het opvallend hoe Hercules en Christus in de loop der eeuwen met elkaar werden vereenzelvigd. Ga maar na:

  • Beiden werden geportretteerd als zoon van een goddelijke vader en een sterfelijke moeder     
  • Beiden waren kundig in het herdersambt  
  • Beiden leefden een leven van deugd en eerzaamheid     
  • Beiden verrichtten het ene na het andere wonder     
  • Beiden bestreden edelmoedig het Kwaad     
  • Beiden stierven onder luid protest van moeder natuur voor de zonden van de mens.”  

“Oh, ging Hercules ook naar de hemel dan?”

“Zo zou je het kunnen zeggen ja. Na zijn dood nam zijn vader hem op in zijn luchtkasteel hoog in de wolken. (op de berg Olympus)”

“Maar dat is toch niet hetzelfde?” 

“Nee, niet precies nee, maar de gelijkenis is toch treffend? Net als dat het ook wel erg toevallig is dat in beide verhalen gods zoon er op uit wordt gezonden om zich over een geknecht volk te ontfermen, dat de verlosser daarin wordt bijgestaan door de zonnegod die hem de Heilige Graal schenkt en dat het duistere oord (na de triomf van het Goede) in een baken van licht transformeert.”

Herculestoren in het tegenlicht.
Herculestoren als baken van licht

Melqart en de Feniciërs

“De Bijbelschrijvers waren overigens niet de enigen die elementen van vroegere religies overnamen. Een beetje kopieergedrag was ook de oude Grieken niet vreemd. Zo identificeerden zij hun Herakles bijvoorbeeld met de Fenicische god Melqart.”

“De Fenicische god Melqart?” 

“Ja, de Feniciërs waren een zeevarend volk dat stamde uit Kanaän, het tegenwoordige Libanon. Zij waren bedreven handelaars (met name in cederhout en edelmetaal) en hadden langs de gehele Middellandse Zeekust kleine stadsstaten als Carthago en Cadiz gesticht. In hun hoogtijdagen voeren zij zelfs naar de zuidkust van Groot-Brittannië.” 

“Ja, en?”

“En de god die zij vereerden was Melqart, letterlijk vertaald; koning van de stad. (het Fenicische woord voor koning is mlk en voor stad qrt). Hij was de zoon van de allerhoogste.”

“Maar wat is het verband met Herakles, Ech Wel?”

“Melqart werd gezien als een god van de zee en de onderwereld, twee plaatsen die Herakles gedurende zijn missie ook frequenteerde. Daarnaast beeldden de Feniciërs hun heer ongeveer hetzelfde uit als de Grieken met Herakles deden (bebaard, in het bezit van een leeuwenhuid en een knots en staand met één been naar voren) en kenden zij de Zuilen van Herakles als de Zuilen van Melqart.”

Naakte, groen uitgeslagen Hercules leunend op een knots
Hercules in zijn klassieke pose; één been vooruit, bebaard en uitgedost met knots en leeuwenhuid

Tempel van Salomo

“Wellicht is het ook aardig om te vermelden dat koning Hiram in de Fenicische hoofdstad Tyrus een tempel liet bouwen die aan Melqart was gewijd en waarbij de ingang werd versierd door twee schitterende zuilen; een van puur goud en de ander van smaragd.”

“…”

“Dat is toch bijzonder?”

“Hoezo?”

“Hiram was volgens de Bijbel degene die ambachtslieden en cederhout naar Jeruzalem zond zodat Davidszoon de tempel van Salomo kon bouwen.” 

“De tempel van Salomo?”

“Ja, je weet toch? Gods huis op de Tempelberg, de plaats waar de Almachtige zich te midden van zijn volk vestigde. Men zegt dat dit het meest volmaakte gebouw ooit was. Aan weerszijden van de voorhal stonden twee koperen zuilen.”

“Oh ja.”

Rechthoekige tempel met voorhal, trapopgang en twee blinkende zuilen
Een impressie van de tempel van Salomo

De poort naar een nieuwe wereld

“En waarschijnlijk was het dus de tempel van Melqart die hier model voor heeft gestaan.”

“Echt?”

“Nou ja, dat klinkt op zich best logisch toch? Blijkbaar waren de Joden voor de constructie van het complex aangewezen op de kwaliteit van de Fenicische handelswaar en de kunde van hun vaklui. Niet verwonderlijk dus dat beide godshuizen aan elkaar verwant waren. Denk alleen maar aan de twee kenmerkende zuilen.”

“Ja, wat is er nou met die zuilen de hele tijd?”

“Men neemt aan dat ze hun oorsprong vonden in de Zuilen van Melqart cq Herakles en dat ze het opgaan in een nieuwe wereld symboliseerden.”

“Een nieuwe wereld?” 

“Ja, op fysieke wijze was dat dus daar waar de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan elkaar raakten (de deur tussen de bekende en de onbekende wereld) en in spirituele zin was dat wanneer men de met pilaren afgezette poort van het heiligdom binnenging.”

Breogan uitgebeeld als krijger met schild en wapen naast Herculestoren
Breogan waakt over Coruña’s pad der verlichting

Keltische stamvader Breogan

Ech Nie denkt het allemaal te begrijpen maar als we even later Coruña’s pad der verlichting betreden, gaat ze helaas toch gruwelijk de mist in. “Hee, kijk nou eens, daar hebbie Hercules.” 

“Nee schat, dat beeld moet de Keltische koning Breogan voorstellen.”

“Breogan? Wie is dat nou weer?”

“De koning van de Kelten dus, zoals ik al zei. Lang voordat de Romeinse generaal Ceasar dit gebied veroverde, waren het de Kelten die hier de dienst uitmaakten. Volgens hun traditionele sagen waren het niet de Romeinen die de Herculestoren bouwden, maar hun stamvader Breogan. Zijn nazaten vertrokken naar Ierland toen ze vanaf de top van het bouwwerk de smaragden kusten van the green island ontwaarden…”

“Dus de Ieren hebben Spaanse wortels?”  

“Inderdaad. Galicisch om precies te zijn, naar Galicië, de naam van deze streek. Vandaar dat de Ieren het ook altijd over Gaelic hebben als ze over hun eigen taal spreken.”

Herculestoren met het mozaïek van de windroos op de voorgrond

Windroos

Nadat we de Herculestoren aandachtig hebben bekeken (duurde misschien een klein half uurtje) wijs ik Ech Nie nog even op de enorme windroos in de nabijheid van het kustlicht. “Niet alleen refereert dit navigatiemiddel aan de wereld van de zee, maar het is tevens bedoeld om de verbondenheid van de Keltische volkeren weer te geven. Elk symbool verwijst naar een bepaalde landstreek.” 

“Ah, en het doodshoofd verwijst dan zeker naar Galicië?” 

“Nee, vanwege het (binnen zijn grenzen liggende) christelijke pelgrimsoord Santiago de Compostela kreeg Galicië de Sint Jacobsschelp toebedeeld. Het doodshoofd linkte men aan het Zuid-Spaanse Tartessos.”  

Tartessos

“Tartessos?”

“Tartessos stond in de oudheid bekend als ’s werelds meest lucratieve mijngebied, (rijk aan goud, zilver, brons, koper en ijzer) en de bewoners onderhielden goede overzeese contacten met de Kelten in La Coruña en op de Britse eilanden. De Feniciërs namen dat later over. Vanuit Carthago koloniseerden ze de Spaanse landtong en stichtten ze er een van hun belangrijkste handelsposten; Cadiz.” 

“Maar wat heeft dat met het doodshoofd te maken?” 

“Volgens een uitgebreide versie van Hercules’ legende was Cadiz de hofstad van koning Geryones. De Griekse krachtpatser zou het gruwelijke beest pas onthoofd hebben nadat hij hem eerst uit deze stad verdreven had. Bovendien zou Cadiz de plaats zijn waar Hercules het Europese gedeelte van zijn twee zuilen oprichtte.”  

Kaart van Zuid-Spanje met in het groen de Tartessos-streek, links onderin de stad Cadiz (=Gadir) (bron)

God van de onderwereld

“Tartessos/Cadiz had dus een duidelijke link met het tiende werk van Hercules, maar historisch gezien lijkt de mythe te zijn gebaseerd op de Feniciërs en de cultus rondom Melqart. Het waren tenslotte de Feniciërs die (net als Hercules) vanuit Afrika voet op Spaanse bodem zetten. En met hun emigratie brachten ze ook hun godsdienst mee. In Cadiz bouwden ze een tempel gewijd aan de god van de onderwereld.”

“Oh, lekker duister…”

“Het duistere land van Geryones inderdaad. En vanwege zijn onderwereldstatus brachten de Feniciërs hun god Melqart in verband met de dood en het hiernamaals.”

“Aha. Best passend dus die schedel op de windroos.”

“Ja, als je de geschiedenis een beetje kent wel ja. Overigens was Melqart voor de Feniciërs niet een god van louter doem hoor, net als Jezus stond ook hij weer op uit de dood.”

“En laat me raden, de tempel in Cadiz had ook twee zuilen?

“Precies. Net als de heiligdommen in Tyrus en Jeruzalem. De drie steden koesterden dan ook hun nauwe betrekkingen. Volgens het Heilige Schrift was het bijvoorbeeld Cadiz die de Bijbelse koningen Hiram en Salomo in hun behoefte aan goud voorzag.”

Rechthoekige tempel met voorhal, trapopgang en twee zuilen
Impressie van de tempel van Melqart in Cadiz (bron)

Melqart wordt Satan

“Okee. Dus als ik het goed begrijp waren Melqart, Hercules en Jezus een soort Drie-eenheid. Ze waren een en dezelfde persoon?” 

“Nee, dat dan weer niet, de christelijke god was natuurlijk de enige echte, dat moge duidelijk zijn. In Ezechiël 28, een van de Bijbelvertellingen uit het Oude Testament, spreekt Onze Vader Melqart dan ook vermanend toe. Volgens Hem zou de heer van Tyrus het te hoog in zijn bol hebben gekregen. Zijn rijkdom had hem hoogmoedig gemaakt en hem doen denken dat hij zelf een god was. Daarom werd hij door het Opperwezen van Zijn berg verbannen…” 

“De Olympus?” 

“Nee, dat is beeldspraak, Ech Nie. Maar Schriftgeleerden maakten er uit op dat deze woorden een verwijzing waren naar de gevallene, de verstoten engel die zich ontpopte tot de gewiekste verleider in de het hof van Eden.”  

“Satan dus?” 

“Inderdaad. Orthodoxe Joden beschouwden de Fenicische Melqart en de Griekse Heracles als manifestaties van de duivel… Daarbij kwam zijn duistere kant natuurlijk wel van pas.” 

Runderen van Geryones

Even loopt Ech Nie peinzend  verder, maar al snel concludeert ze dat “het allemaal best raar is”. Daar waar het ene geloof het Kwaad in Hercules vertegenwoordigd zag, daar roemde de ander hem om zijn Goede werken. “Tsja, eensgezindheid binnen de Abrahamitische religies komt nou eenmaal zelden voor, schat. Daar staan ze om bekend.”

“Maar ze staan gewoon lijnrecht tegenover elkaar!”

“Ja wat dat aangaat waren de Kelten toch origineler. Die combineerden de twee overtuigingen.”

“Oh ja?”

“Getuige de drie rotspunten voor de kust van La Coruña lijkt het daar wel op. Zij doopten de steenklompen Buey, (stier) Vaca (koe) en Becerro (kalf). Een duidelijke hint naar de runderen van Geryones en Hercules’ roofopdracht.”

Rotsen voor de kust van La Coruña

Island of Donn

“Eveneens frappant is dat de Kelten na hun verhuizing drie voor de kust liggende Ierse rotsen met exact dezelfde namen vereerden. Een daarvan, Bull Rock, kennen ze daar ook als the island of Donn.”

“The island of Donn?”

“Ja. Waarbij Donn zich laat vertalen als de duistere, de god van de dood.”

“En dat slaat dan weer op Melqart?”

“Nou ja, min of meer. De Ieren hebben er uiteraard hun eigen mythes omheen gebouwd, maar feit is dat zij het eiland altijd zagen als het punt waarvandaan dolende zielen naar de andere wereld vertrokken.”

“Daar waar ook de zuilen van Melqart cq Hercules de overgang tussen twee verschillende dimensies vormde?”

The island of Donn (Bull Rock) met de poort naar de onderwereld (bron)

En toen was er licht

“Ja klopt. Al duidden christenen de rots als het voorportaal van de hel. Hoe dan ook, net als in La Coruña zag men deze streek als het einde van de wereld. Het schiereiland waar de keien aan grenzen heet niet voor niets Land’s end.”

“Ongelooflijk… Als ik jou zo hoor stond vroeger alles met elkaar in verbinding…”

“Mooi hè?”

“En dat die hele geschiedenis dan pas aan het licht komt als we een oude vuurtoren gaan bekijken.”

“Precies wat een vuurtoren hoort te doen, Ech Nie; helderheid scheppen in een donkere wereld.”

“Ech Wel!”


Ook wel eens de Herculestoren bezocht? Twaalf werken voltooid of geïnteresseerd in de cultus rondom de oude godenwereld? Laat het ons weten in de reacties hieronder, we horen het graag!


Praktische informatie

De Herculestoren is de enige nog functionerende Romeinse vuurtoren die ons nog rest. Het bouwwerk is ruim 1900 jaar oud en bewijst al sinds de klassieke oudheid zijn diensten aan schippers die vanuit de Middellandse Zee naar de zuidkust van Groot-Brittannië voeren. Hun lading bestond dikwijls uit ertsen zoals goud, zilver, ijzer en tin.

In de loop der eeuwen is de Herculestoren vele malen verbouwd en gerestaureerd. Wat je tegenwoordig ziet is een 55 meter hoge toren met een neoklassieke, 18e eeuwse schil. Het origineel was korter en breder. Aan de buitenzijde (daar waar nu de schuine steenlijst loopt) zat een spiraaltrap waarover pakezels olie konden aanvoeren. De kern van de toren (34 meter) bestaat nog altijd uit Romeins metselwerk.

Adres: Av. Navarra, s/n, 15002 La Coruña, Spanje
Jaar van inschrijving: 2009


Lees ook:

Over een ander Romeins bouwwerk

Een achtervolging bij de Pont du Gard

Over de Tempel van Salomo

Koninklijke boekenwurm kreeg met Escoriaal de wijsheid in pacht