Koninklijke boekenwurm kreeg met Escoriaal de wijsheid in pacht

Escoriaal spiegelt in waterpartij

Op uitnodiging van Ech Nie werden we tijdens onze trip naar Madrid vergezeld door haar zus Ech Nooit. “Gezellig”, vond vrouwlief, maar eenmaal in de stad vond ik dat nogal tegenvallen. Spraken we voorheen namelijk alleen maar over de bijzondere, universele waarde van een werelderfgoed, nu ging het ineens over bijzaken als Spaanse Don Juans, flamenco jurken en tapas recepten. “Ja, hallo”, riep ik geërgerd, “mag ik misschien ook nog even wat aandacht voor het Escoriaal? We zijn hier tenslotte niet voor niets!”

“Het Escoriaal?”, vroeg Ech Nooit, “nooit van gehoord…”

“Ech Nie”, meldde ook haar zus.

Middeleeuwse stad wordt belegerd door soldaten te paard
De slag tussen de Fransen en de Spanjaarden weergegeven op een fresco in het Escoriaal. Bron

Monument ter herinnering

Het Escoriaal is een megalomane bonk graniet dat in zich een paleis, klooster, graftombe en basiliek herbergt. Het werd in de tweede helft van de 16e eeuw gebouwd door Filips II en diende ter meerdere eer en glorie van hem, zijn land en God. Daarnaast wilde het Spaanse staatshoofd met de stichting van het heiligdom memoreren aan het feit dat zijn legers kort daarvoor aartsvijand Frankrijk vernietigend hadden verslagen.

Daar het monument recht moest doen aan de onbegrensde zaligheid van de Heer (in die tijd waren overwinningen op het slagveld te danken aan Zijn goede zegen) verlangde Filips niets minder dan een tweede tempel van Salomo, een superpaleis gebouwd aan de hand van Bijbelse maatstaven.

Tussen twee pilaren door zicht op tuin met buxushagen
Doorkijkje naar de tuinen van het Escoriaal

Koning Salomo

Vele eeuwen lang was de elite ervan overtuigd dat de macht waarover zij beschikten hen door een hogere macht geschonken was. Zij meenden te regeren bij de gratie Gods en vonden dat hun onderdanen hen moesten zien als Christus’ zaakwaarnemer op aarde. Filips echter, zag zichzelf liever als een tweede Salomo, de zoon van de Bijbelse koning David. Hij kwam tot die zienswijze omdat zijn vader, net als David, de stamvader was van een nieuwe dynastie.

Zaakwaarnemer of niet, Salomo deed weinig voor God onder. Zijn onmetelijke intelligentie had hij dan ook rechtstreeks van de Almachtige gekregen. (Ik geef u een wijs en verstandig hart, zodat uws gelijke vóór u niet geweest is, noch na u zal opstaan.) Sinds die dag wordt Salomo alom beschouwd als de wijste koning aller tijden. Legendes vertellen zelfs dat hij de wetten van het heelal doorzag en met dieren en geesten kon communiceren. Alsof dat nog niet genoeg was, beschikte hij ook over een speciale zegelring die hem in staat stelde over de vier elementen te heersen.

Kleurrijk fresco van koning Salomo en koningin van Sheba
Koning salomo spreekt zijn oordeel uit, fresco in bibliotheek van het Escoriaal. Bron

Tempel van Jeruzalem

Als dank voor al deze gaven bouwde Salomo voor God de tempel van Jeruzalem. Een bouwwerk dat volgens de overlevering zo volmaakt was dat het nooit meer in schoonheid geëvenaard kon worden. Helaas bleek het heiligdom niet bestand tegen vernielzuchtige, Babylonische troepen. Na vier prachtige eeuwen kwam er een einde aan zijn schitterende bestaan en begon de luister van zijn verdwenen verschijning welhaast mythische vormen aan te nemen.

Tot lang na zijn verwoesting diende de plattegrond van de tempel van Jeruzalem als blauwdruk voor nagenoeg elk godshuis. Dat was al zo toen de latere koning Herodus een tweede tempel van Jeruzalem bouwde (en waarvan de klaagmuur het enige gedeelte is wat ons nog rest) en dat ging tot ver in de middeleeuwen zo door. (nagenoeg elke middeleeuwse kathedraal is op Salomo’s prototype gebaseerd) Daar de maatvoering van de tempel van Jeruzalem bovendien als goddelijk werd beschouwd, was het weinig verwonderlijk dat ook Filips zijn huis van God op het origineel wilde laten lijken.

Schematische weergave van de diverse tempels van Jeruzalem
Drie verschillende tempels worden er in de Bijbel beschreven, die van Salomo en Herodus zijn daadwerkelijk gebouwd. Het Escoriaal is daar een afgeleide van. Bron

Filips en Salomo

Wat Filips met de bouw voor ogen had was wat de tempel van Jeruzalem ook al deed; de eenheid van kerk en staat benadrukken (voor Filips waren de belangen van Spanje en de katholieke kerk één), het separatisme der stammen bestrijden (protestanten zag hij als verdeeldheid zaaiende ketters die moesten worden uitgeroeid) in grootsheid alle andere heiligdommen van het koninkrijk overtreffen (zijn nieuwe godshuis moest een monument voor de eeuwigheid worden).

Naast afkomst en doelstellingen zag Filips nog wel meer overeenkomsten tussen hem en zijn grote voorbeeld. Zo had de Bijbelse koning een einde gemaakt aan het traditionele, nomadische bestaan van de Israëliërs; terwijl Filips, met het breken van de gewoonte je als koning overal in den lande te doen gelden, iets soortgelijks deed. Met die maatregel werd hij trouwens meteen de eerste moderne monarch die regeerde vanuit een vaste woon- en verblijfplaats. Daarnaast had Filips een bijna even grote zucht naar kennis als voornoemde wijsgeer, beleefde beide rijken onder de Godsvruchtige meesters hun Gouden Eeuw (dat Filips in diezelfde tijd vier keer failliet ging laten we voor het gemak maar even buiten beschouwing) en bouwden alle twee de heren een tempel die door hun tijdsgenoten werd beschouwd als een waar wereldwonder.

Doorsnede en grondplan van de tempel van Salomo
Schematische weergave van de tempel van Salomo met de drie verschillende ruimtes. Bron

Filips’ grote voorbeeld

In de Bijbel wordt de tempel van Jeruzalem beschreven als een langwerpig gebouw, rechthoekig, geplaatst in oost-west richting en opgemaakt uit drie afzonderlijke gedeeltes; het voorportaal, het heilige middendeel en het heiligste der heiligen. Zoals gezegd wilde Filips ook zo’n tempel voor zichzelf, maar omdat de vrome man nog wel meer noten op zijn zang had, ontkwamen zijn bouwmeesters er niet aan om er nog wat extra ruimtes bij te bouwen. Uiteindelijk werden het geen drie maar zo’n slordige 4000 kamers…

Ten tijde van het Bijbelverhaal was het David die een paleis bouwde en Salomo die de tempel voor zijn rekening nam. Filips combineerde de twee. Als vertegenwoordigers van de wereldlijke macht kwamen links van de ingang de collegezalen en vertrekken van de hofhouding, en representeerden aan de rechterzijde sacristie en klooster de geestelijke macht. Een krasse basiliek vormde het kloppende hart van het geheel. Op het voorplein van de kerk, daar waar een gebeeldhouwde David en Salomo over uitkeken, kwamen beide instituten (symbolisch) samen.

Voorzijde basiliek geflankeerd door twee grote kerktorens
Voorplein basiliek. Op de gevel staan zes koningen uit het Oude Testament, de middelste twee zijn David en Salomo

Escoriaal als kenniscentrum

De Schepping was het werk van de Heer en daarom dacht men dichter bij God te kunnen komen als men bouwde volgens de regels van de natuur. Omdat werd verondersteld dat de slimme Salomo op de hoogte was van deze wetten, pasten de architecten de verhoudingen van de tempel van Jeruzalem toe in het werk aan het Escoriaal. Daar bovendien gezegd werd dat Salomo’s allergrootste goed wijsheid was, vond Filips dat ook zijn Escoriaal een centrum van ontwikkeling moest zijn.

Om zoveel mogelijk kennis te vergaren werden overal in het rijk boeken en manuscripten opgekocht. Waar ze verder over gingen was van ondergeschikt belang, ze moesten vooral leerzaam, uniek en oud zijn. Zelfs titels die de inquisitie als ketters beschouwde, konden in Filips’ verzameling rekenen op clementie. Om het belang van studie en opleiding nog eens extra te benadrukken werd het plafond van zijn magistrale bibliotheek, waarin meer dan 40.000 geschriften een plekje vonden, beschilderd met voorstellingen van de zeven vrije (klassieke) kunsten.

Kleurrijk beschilderd plafond boven boekenkasten en globe
De bibliotheek. Bron

Renaissance

Bovenstaande ideeën waren kenmerkend voor de Renaissance, een periode die zich onderscheidde door een grote belangstelling voor de klassieke oudheid en die een opleving van kunst, literatuur en wetenschap teweeg bracht. Dat het Escoriaal een product van zijn tijd was, toonden behalve de letteren ook zijn architectuur en schilderkunst aan. Om met dat laatste te beginnen; de vele kostbare portretten en christelijke voorstellingen verheerlijkten zonder uitzondering koning Filips of de katholieke leer. Typisch Renaissance, want naast het geloof stond ook de mens in deze tijd centraal.

Wat betreft de architectuur zijn het vooral de wiskundige benadering en het streven naar harmonische dimensies die de renaissancistische periode verraden. Tel daar het gebruik van zuilen, een op het Pantheon in Rome geïnspireerde kerkkoepel en de strikte symmetrie bij op, en het is duidelijk dat de Klassieken veel invloed op het ontwerp hebben gehad.

Buxushagen in fraaie vormen omzomen rond vijvertje
Strikte symmetrie werd overal toegepast, ook in de tuinen

Kaalgrijze kolos

Misschien had ik met mijn verhaal net iets té hoge verwachtingen geschept want toen we bij het Escoriaal arriveerden, gloorde aan de horizon geen feeëriek sprookjespaleis maar een kaalgrijs, kolossaal kasteel. “Jezus, Ech Wel. is dit jouw idee van een goddelijk gebouw? Dit ziet er toch ech nie uit?!”, riep Ech Nie verbijsterd. “Nee, na alles wat je hebt verteld, had ik dit ook ech nooit verwacht”, zei Ech Nooit. “Wacht nou maar even”, antwoordde ik geruststellend, “van binnen is het Escoriaal ech wel subliem.”

Dat bleek echter een misvatting.

Het Escoriaal is groot, héél groot. Het heeft meer weg van een klein dorp dan van een enkel bouwwerk. In dat dorp bevindt zich ongeveer zestien kilometer aan gang. Maar in plaats van zestien kilometer aan majesteitelijke weelde, doorliepen we zestien kilometer aan huiveringwekkende kilte. De donkersombere hallen bleken exemplarisch voor het hele gebouw. Nergens uitbundige glans en pronkzucht, maar overal autoritaire, ijzige afstandelijkheid. Dit was in niets vergelijkbaar met het onderkomen van een verlicht persoon maar leek in alles op het sinistere dodenpaleis van een doorgedraaide geloofsfanaticus.

Grijs pad omzoomd door bomen leidt naar het Escoriaal met zijn kerktorens
Vanachter een bomenrij doemde een kaalgrijze kolos op

Willem van Oranje

Gezien zijn aan hoogmoedswaanzin grenzende, in steen uitgehouwen machtscentrum zou je het misschien niet zeggen, maar Filips moest niets hebben van luxe of overdaad; hij predikte bovenal matiging en devotie. Ging je daar tegenin dan kon je rekenen op zijn toorn. Zo moest ene Willem van Oranje het bijvoorbeeld ontgelden toen hij pleitte voor zoiets banaals als godsdienstvrijheid. Voor Filips was hij zelfs de pest van de christenheid. “Willem van Oranje?”, zei Ech Nooit, “nooit van gehoord…”

Hoewel Filips zich helemaal conformeerde aan de principes van de Renaissance, had de periode wat hem betreft één nadeel; het protestantisme. Het nieuwe denken over mens en religie had een nieuwe stroming binnen het christendom doen ontstaan en Filips wierp zich op om deze ketterij te vuur en te zwaard te bestrijden. De aller katholiekste koning wenste namelijk eenheid binnen zijn rijk en beschouwde elke andere geloofsovertuiging dan het katholicisme als je reinste hoogverraad.

Zicht op het plein voor het Escoriaal met op de achter grond grijze luchten en een berg
Het gezellige voorplein van de kaalgrijze kolos

Tachtigjarige Oorlog

Het gevolg was een bloeddorstige repressie die zijn weerga niet kende; plunderingen, openbare executies, moordpartijen. Alles wat God verboden had, werd tegen de protestanten ingezet. Als klap op de vuurpijl kregen de onderdrukten ook nog eens te maken met een belastingverhoging, oftewel, ze werden gedwongen te betalen voor hun eigen ellende. Zoveel onrecht stuitte de Hollandse edelman Willem van Oranje tegen de borst. Hoewel hij de koning van Hispanje altijd had geëerd, (de Nederlanden waren toen nog Spaans bezit) kwam hij vrij onverveerd tegen diens schrikbewind in opstand. Het was het begin van een tachtigjarige oorlog.

Historici zijn van mening dat Willem de Spaanse tirannie, die hem zijn hart doorwondde, nooit had kunnen verdrijven als Filips niet het voltooien van zijn Escoriaal nóg belangrijker had gevonden. Op een gegeven moment liepen de bouwkosten namelijk zo hoog op dat de Roomse fundamentalist niet meer in staat was zijn soldaten te betalen. Het betekende het einde van een voorspoedige opmars. Uit onvrede over het achterstallige loon stopten zijn troepen met vechten en sloegen driftig aan het muiten. Nooit meer daarna zouden ze nog in de buurt komen van een overwinning. “Goed beschouwd was dit werelderfgoed dus verantwoordelijk voor de onafhankelijkheid van Nederland!”

Ech Nie en Ech Nooit op het plein voor de basiliek
Koninginnen lopen over het plein van de koningen

Teleurstelling

Ik had gehoopt dat de dames met deze slotopmerking de noodzaak van ons bezoek zouden begrijpen, maar helaas bleek die hoop (als vanouds) ijdel. Alsof ze de Tachtigjarige Oorlog nog eens dunnetjes wilden overdoen, gingen ze tekeer tegen Filips, zijn bonkige bunker en de werelderfgoedreiziger die hen er naar toe had gesleept. “Of ik wel wist hoeveel hippe boetiekjes en delicatessenwinkels Madrid telde? En dat ze veel liever op een zonovergoten terras aan de vino hadden gezeten dan dat ze hier in een of ander dom monument liepen te dolen. Sterker nog, hadden ze dit allemaal van tevoren geweten dan waren ze niet eens uit Rotterdam vertrokken.”

Helemaal ongelijk kon ik de dames niet geven. Na alles was ik over het Escoriaal had gezien en gelezen kon ik me hun teleurstelling zelfs wel voorstellen. Sterker nog, ik deelde hem! Met de slimme Salomo in gedachten had ook ík een onwijs gaaf gebouw verwacht; toen dat niet het geval bleek, kon ik het eigenlijk nauwelijks bevatten. Hadden we tijdens de rondleiding niet gewoon ergens een verkeerde afslag genomen en zodoende al het mooie gemist?

Kopse kant Escoriaal met twee hoektorens
Korte zijde van het Escoriaal

Sint Laurentius

Het Escoriaal was, zoals gezegd, opgericht nadat er een belangrijke militaire overwinning op de Fransen was geboekt. Filips, die in alles een religieuze betekenis zag, merkte op dat de strijd had plaatsgevonden op 10 augustus, de feestdag van Sint Laurentius, en dat er tijdens de gevechten ook nog eens een Sint Laurentiusklooster was gesneuveld. Het leek Filips daarom niet meer dan billijk dat zijn huis van God aan de heilige Laurentius werd gewijd. “Laurentius?” herhaalde Ech Nooit weinig verrassend. “Nooit van gehoord.”

“Hij is anders wel de beschermheilige van ons eigen Rotterdam hoor. De man naar wie de Laurenskerk is vernoemd. In de derde eeuw na Christus werd hij levend op een grill verbrand omdat hij weigerde de schatten van de Kerk aan de toenmalige keizer te overhandigen. Men roept hem aan voor zielen die richting hel gaan, tegen brandwonden, voor mensen die met vuur werken en tegen extreme hitte. Voor Rotterdam, de stad die in de Tweede Wereldoorlog in vlammen opging, dus een bijzonder goed patroon.

Sint Laurentius wordt op een brandend rooster gelegd, fresco in de basiliek van het Escoriaal. Bron

Boekenhoeder

Het patroon van zijn rooster zien we verder terug in het grondplan van het Escoriaal. Althans, dat is wat menig bezoeker meende te herkennen in de vele vierkanten en rechthoeken waaruit de paleisabdij is opgebouwd. Of dit ook werkelijk de bedoeling van de constructeurs is geweest, is niet bekend, maar feit blijft wel dat Filips erg gecharmeerd was van de heilige. Vooral zijn rol als beschermer van de heilige boeken sprak hem aan.

Voor een boekenwurm als Filips was Laurentius daarom een graag geziene gast, zeker omdat hij voor zijn koninklijke bibliotheek nog wel een goede hoeder kon gebruiken. Vanwege zijn populariteit kunnen we Laurentius dan ook terugvinden boven de entree van het Escoriaal, in het hoofdaltaar van de basiliek en in de naam van Filips reliburcht: Monasterio de San Lorenzo de El Escorial.

Hoofdingang Escoriaal bestaande uit twee op elkaar staande zuilenrijen en een driehoekige top
Entree van het Escoriaal met in de top het beeld van Sint laurentius

Schuttingtaal

Omdat de vrouwen al deze zaken was ontgaan, leidde ik hen, zeer tegen hun zin, voor een tweede keer door het Escoriaal. Niet omdat ik zoveel belang hechtte aan de heilige Laurentius, maar meer omdat ik er zeker van wilde zijn dat er ergens in het godshuis niet toch nog iets van een verborgen schat verscholen lag. Dat bleek, nog meer tegen de zin van mijn vrouwelijke gezelschap, niet zo te zijn. Ech Nie en Ech Nooit gingen meteen na het tweede rondje compleet los.

Uit respect voor het werelderfgoed zal ik hier niet herhalen wat ze in hun woede allemaal riepen, maar dat de schuttingtaal erg genoeg was om Filips in zijn graf te doen omdraaien, lijkt welhaast zeker. Arme man. Hij had zich nog wel zo voor het katholieke geloof ingezet. De bouw van het Escoriaal, de oorlogen die hij vocht, zijn enorme verzameling relikwieën (van bijna iedere heilige die er ooit op deze aarde heeft rondgelopen wordt er in het Escoriaal wel een relikwie bewaard), en dan werd er na zijn overlijden zo over hem gepraat…

Een vergulden,gekruisigde Christus te midden van deels vergulden doodskisten
Het Pantheon in het Escoriaal waar zo’n beetje alle Spaanse koningen (en hun familie) begraven liggen. Bron

Gezellig

Uiteindelijk stierf Filips, te midden van al zijn relieken, een langzame, pijnlijke dood. Naar eigen zeggen was dat Gods straf voor het zondige leven dat hij geleid had. Daarmee trad Filips overigens wel in het voetspoor van zijn grote voorbeeld Salomo. Ondanks de ontstellende rijkdom waarover zowel hij als Salomo tijdens hun veertigjarige regeerperiode konden beschikken, brachten beide koningen hun respectievelijke koninkrijken tot de rand van de afgrond.

De gigantische bouwprojecten, de vele gewapende conflicten, de manier van leven en de veelwijverij (van Salomo zegt de Bijbel dat zijn harem uit honderden vrouwen bestond en van Filips is bekend dat hij er naast zijn echtgenoot (hij trouwde vier keer) talloze minnaressen op na hield) hakten zulke grote gaten in de schatkist dat de landen na hun dood berooid achterbleven. Hun toonaangevende rol was uitgespeeld. “Maar in één ding deed Filips het toch beter dan zijn idool; stond er vier eeuwen na de dood van Salomo niks meer overeind van de tempel van Jeruzalem, na vierhonderd jaar kunnen we het Escoriaal nog altijd te bewonderen!”

“Nou, en blij dat we daar mee zijn…”, stelde Ech Nooit sarcastisch vast. “Ech nie dus!”, vulde haar zus voor de zekerheid aan. “Mijn God, wat een deceptie”, deed Ech Nooit er nog een schepje bovenop. “Ik dacht dat jullie altijd zulke mooie reizen maakten?”

“Ech nie dus”, zei Ech Nie nog maar eens. “En volgens mij denkt die vent van je dat hij ook de wijsheid in pacht heeft hè?”

“Ech Wel.”

“Sorry meis, ik heb ech serieus medelijden met je, maar dit trek ik ech nie nog een keer. Wat mij betreft gaan jullie voortaan maar weer lekker met z’n tweeën weg, ik ga ech nooit meer mee…”

Werd het toch nog gezellig! Ech Wel!


Ook wel eens het Escoriaal bezocht? Een extra reisgenoot meegenomen of een tweede ronde gedaan? Laat het ons weten in de comments hieronder, we horen het graag!


Lees ook:

* Over bouwwerken gebouwd naar goddelijke maatstaven

Is de kathedraal van Aken Dom?
De kathedraal van Chartres is omringd door mythen en mysteries

* Over bouwwerken die de tempel van Salomo als basis voor hun eigen ontwerp gebruikten

Het laatste oordeel over Maria Magdalena, was ze hoer of Heilige Graal?
Zo boven, zo beneden; Dom van Speyer verbindt hemel en aarde


Noot: Omdat fotograferen binnen het Escoriaal verboden is (en ik me daar natuurlijk braaf aan gehouden heb) zijn de foto’s van het interieur in dit verhaal van derden afkomstig

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: