Het is klaar met Lübeck, de koningin van de Hanze

“Wat zeg je GVD nou? Geen kerstmarkt dit jaar?”

“Nee Ech Wel, je bent net vader geworden…”

“Nou maak je over mij maar geen zorgen hoor, dat lukt heus wel.”

“Ik heb het ook niet over jou, wezenloos; het gaat om je kind! Je dacht toch niet dat je met die ukkepuk urenlang in de vrieskou kon lopen…”

“Niet?”

“Nee!”

“Nou ja zeg, nou wordt ie helemaal mooi! Breken we eerst onze zomervakantie af omdat ze er misschien wel eens aan zou kunnen komen, en nu kunnen we weer niet weg omdat ze er eindelijk is. Dat schiet lekker op zo!”

“Ja, het is niet anders. De braadworsten en glühwein zullen een jaartje moeten wachten…”

En zo kwam er dus een einde aan een mooie kersttraditie. Althans voor dit jaar. Sinds ons prille samenzijn waren we altijd met de kerst sfeer in Duitsland wezen proeven maar nu, met de geboorte van ons geluk, kon daar volgens Ech Nie geen sprake meer van zijn. Gefrustreerd over deze onverwachte queestie sloot ik mij op in de studeerkamer en sloeg aan het schrijven.

Twee kegelvormige torens en een trapgevel in het midden vormen samen de Holstenpoort
Holstenpoort Lübeck, baksteengotiek in optima forma

Een eerste blik

Als wij de eerste druilerige blik op Lübeck werpen zien we meteen het symbool van de oude Hanzestad voor ons; de Holstentor. “Baksteengotiek in optima forma”, meld ik Ech Nie. Vanwege haar verwonderde gezicht wil ik direct alles vertellen over de typische bouwstijl van dit stukje Duitsland, maar liever heeft mevrouw dat ik eerst even uitleg wat Hanze precies is. “Heel simpel schat, wie in het buitenland handel wilde drijven sloot zich aan bij een gemeenschap van kooplieden, een Hanze dus. Op die manier genoot men enige vorm van veiligheid en werden belangen tot op zekere hoogte behartigd. Door gezamenlijk op te treden wisten de kooplui bovendien gunstige privileges binnen te slepen en kosten te besparen.”

De ontwikkeling van de Duitse Hanze had alles te maken met de tanende macht van de Heilige Roomse keizer. Omdat hij niet langer in staat was kooplieden bescherming te bieden, begonnen Lübecker handelaren, die zitting hadden in het stadsbestuur, te pleiten voor een algemeen koopmansrecht. Mocht er dan sprake zijn van onenigheid tussen koper en verkoper dan hadden ze tenminste iets om op terug te vallen. Tot voor kort had de hele handel namelijk behoorlijk te kampen met wetteloosheid; het kon bijvoorbeeld zo maar gebeuren dat je verantwoordelijk werd gesteld voor andermans schulden omdat je toevallig uit dezelfde stad kwam of dat je een verschil van mening door middel van een duel moest uitvechten.

Gevelrij aan het water met op e achtergrond de spitsen van twee kerktorens
Koopmanshuizen aan het water van de Trave

Iets aan de hand

“Wèèèh Wèèèh!” Ruw word ik uit mijn schrijven gewekt als van beneden krijsende geluiden opstijgen. “Wèèèh Wèèèh!” Het is Ech Leuk die al jankend om aandacht vraagt. “Wèèèheeee!!!!” Even denk ik het nog te kunnen negeren maar dan begint ook haar moeder. “Ech Wel!!! Je kind heeft je nodig!”

“Wat nou weer?”

“Hoor je dat niet?”

“Wat?”

“Ja wat… Als baby’s huilen dan is er wat aan de hand, Ech Wel…”

“Maar jij bent toch bij haar?”

“Ja, wat dacht je? Dat ik alles alleen kan? Naar beneden komen, NU!!”

Rode, bakstenen gevel stadhuis met 5 torens en een overdekte trap
Nog meer baksteengotiek, het stadhuis van Lübeck

Partnerschap van Lübeck

“Goed, we waren bij de baksteengotiek geloof ik hè?”

“Nee, het ging over de rechten van de Hanze.”

“Oh ja. Nou die rechten waren dus van levensbelang. Soms zelfs letterlijk. Omdat handel ook goed was voor de economie besloten steden, of althans het bestuur daarvan, elkaar de “vrijheid van Hanze” te schenken. Dat hield in dat zij voortaan de bescherming van buitenlandse zakenlui garandeerden en dat ze tevens verzekerd waren van het recht op vrije handel. In eerste instantie maakten de autoriteiten dit soort afspraken nog alleen voor de eigen kooplieden maar al snel begreep men dat het wellicht beter was als men als collectief naar buiten trad.”

“Een van de eerste steden die streefde naar verregaand partnerschap was het in 1143 gestichte Lübeck. Nadat de oude Slavische nederzetting Liubice tot as was gereduceerd, werd de stad enkele kilometers verderop weer opgebouwd zodat de groeiende bevolking van nieuwe woonruimte kon worden voorzien. Dat was nodig omdat in die tijd grote groepen christelijke Duitsers deze gebieden, waar tot dan toe louter Slavische, heidense stammen bivakkeerden, aan het koloniseren c.q. kerstenen waren.”

Sfeerverlichting in de vorm van een ster met stadhuis op de achtergrond
Stadhuis van Lübeck in kerstsferen. Hier hield men vroeger de Hanzevergaderingen

Stront aan de knikker

“Wèèèh Wèèèh”

“Ech Weeeeel!”

“Wat?!

“Kom eens kijken. Volgens mij heeft die scheet een poepluier…”

“GVD Ech Nie! Ik ben net weer boven …”

“Ja, ik had toch ook helemaal niet gezegd dat je weer naar boven kon!”

Witte gevel Buddenbrookhaus versierd met beeldhouwwerk
Buddenbrookhaus, voormalig woonhuis van Thomas Mann, een van Duitslands beroemdste schrijvers uit de 20e eeuw

Begin van de Hanze

“Afijn, waar waren we?…”

“Nog steeds bij het begin, Ech Wel. Toen Lübeck werd gesticht…”

“Oh ja. Nou van het begin af aan ging het de stad eigenlijk behoorlijk voor de wind. Het knoopte handelsbetrekkingen aan met nabijgelegen steden als Hamburg en Lüneberg, en legde overzeese contacten met het Zweedse Schonen en Gotland. Door deze nieuwe relaties kwam de goederenstroom al gauw op gang. Hamburg leverde bier, Lüneberg zout, Schonen haring en Gotland was goed voor zo’n beetje alles wat uit het bos kwam; bont, was, teer, vlas, hout, hars, honing, noem maar op.”

“Gotland? Wat een rare naam, zetelde daar de Heer of zo?”

“Nee, dat was een eiland in de Oostzee wat door nakomelingen van de Vikingen werd bewoond. Hun hoofdstad was Visby en al eeuwenlang dreven de oude wildebrassen van daaruit handel met de Russen, het Kievse Rijk en de Arabische wereld. In de Noord-Russische stad Novgorod hadden ze een veilig pakhuis waar vandaan de koopwaar hun weg naar de markten van Visby vonden, en via Lübecker kooplieden werden de goederen weer verder naar het westen getransporteerd. Deze driehoeksverhouding tussen Lübeck, Visby en Novgorod wordt algemeen beschouwd als het begin van de Hanze.”

Map van belangrijkste reisroutes en Hanzesteden
Overzicht van de belangrijkste reisroutes en Hanzesteden. Bron

Aan de fles

“Wèèèh, Wèèèh”

“Ech Weeeeel!”

“Allemachtig, mag ik in dit huis ook nog wat voor mezelf doen of wat?”

“Wou jij soms het eten doen of wat?”

“Eh, nou…”

“Schiet op dan. Die slokop heeft honger. Maak even een flesje klaar.”

Straat met aan het einde bakstenen toren met ruiterdak
De Burgtor is de andere nog bestaande stadspoort van Lübeck

Groei van de Hanze

“Okee, de baksteengotiek dus…”

“Nee schat, we waren weer terug bij de Hanze. Wat is er met jou vandaag?”

“Ja, weet ik ook niet. Ben een beetje druk geweest, misschien is dat het…”

“Het succes van Lübeck trok zoveel kolonisten dat de stad de vele nieuwkomers op een gegeven moment niet meer aankon. Gelegen op een eiland in de Trave was de ruimte daarvoor te beperkt. Om de emigranten toch een plaats te kunnen geven begon men met het stichten van satellietsteden. Rostock was de eerste en later volgden ook steden als Wismar en Stralsund. Uiteraard sloten de zogenaamde Wendische steden (vernoemd naar de Wenden, een Slavische stam die hier voorheen leefde) zich ook aan bij het handelsnetwerk van de Lübeckers. Verdere expansie volgde toen de Hanze, naast Novgorod, ook buitenlandse kantoren opende in Londen (wol), Brugge (laken) en het Noorse Bergen (stokvis).”

Net als de Duitse kooplieden zaten ook de ridders van de Duitse Orde niet stil. Na zonder succes te zijn gebleven in het Heilige Land, verlegden de soldaten van Christus hun werkterrein naar de Baltische staten en begonnen hun pijlen te richten op de aldaar wonende heidense Slaven. In hun streven de ongelovigen te bestrijden wisten ze, met Gods hulp, binnen enkele decennia de Oostzeekust tot aan Rusland te veroveren en de oorspronkelijke bewoners voor een groot deel te verdrijven of te vermoorden. De gebeurtenissen waren uiteraard een ramp voor de autochtonen maar betekenden een zege voor de Hanze…

Blauwe hemel omzoomd door middeleeuwse huizen Lübeck
Typische straat in Lübeck

Een vuiltje aan de lucht

“Wèèèh Wèèèh”

“Ech Weeeeel!!”

“Jezus, hoe lang gaat dit nog door zo?…”

“Sorry, wat zei je….”

“Nee niks. Wat is er?”

“Heb je haar wel laten boeren net?”

“Boeren? We zijn toch geen agrariërs zeker?”

“Met drinken krijgt ze lucht naar binnen, Ech Wel. Die moet eruit!”

“Oh…”

Gotisch huis in rode baksteen en trapgevel
Het schippershuis, een van de fraaiste gildehuizen van de stad en tegenwoordig een prettig restaurant

Welvarend water

“Zoals ik dus al zei, de architectuur van Lübeck is…”

“Nee oelewapperT, je had het over de Duitse Orde. Je bent echt in de war hè?”

“Als jij het zegt. Ik heb de laatste tijd nogal korte nachten gehad, dus misschien ligt het daaraan…”

“De Duitse Orde stichtte tal van nieuwe steden. Thorn, Elbing, Danzig, Koningsbergen, Memel, Riga, Tallinn; allemaal plaatsen die hun bestaan te danken hebben aan het goddelijke werk van de dappere kruisridders. En met de verstedelijking kwam ook de cultuuromslag. Duitse kolonisten trokken massaal richting oosten en bevolkten de nieuwe gemeentes, zorgden voor een definitieve vestiging van het christendom, voerden het Middelnederduits als taal in, (waardoor iedereen elkaar, van Brugge tot Tallinn, zonder tussenkomst van een tolk kon verstaan) sloten zich aan bij de Hanze en maakten van hun nieuwe woongebieden florerende handelsplaatsen. Het centrum van al deze bedrijvigheid vormde de Oostzee.”

“Het grondstofrijke oosten en ambachtelijke westen gebruikten ruimbuikige koggen voor het vervoer over water en vanwege haar strategische ligging en stapelrecht speelde Lübeck hierbij een sleutelrol.”

“Stapelrecht?”

“Ja, de verplichting voor kooplui om de stad te gebruiken als overslaghaven en doorvoermarkt. Goederen belandden dus eerst hier op de schappen alvorens ze verder verhandeld mochten worden. Je begrijpt wel dat deze gang van zaken Lübeck bepaald geen windeieren legde. Het ging de burgerij zelfs zo goed dat ze, om dat nog eens extra te benadrukken, een kerk lieten bouwen die de oude Dom in grootsheid ruimschoots oversteeg. De Mariakerk, zoals het godshuis werd gedoopt, wordt tegenwoordig beschouwd als de moederkerk van de baksteengotiek.”

Mariakerk van Lübeck gezien door de kale takken van een boom
De Mariakerk wordt gezien als de moederkerk van de baksteengotiek

Om te kotsen

“Wèèèheeee!!!!”

“Ech Weeeeel!!!”

“Krijg de pest, hoe lang gaat dat geblèr nog door? Ik probeer een stukje te schrijven Ech Nie…”

“Ja, daar is nu even geen tijd voor. Ons schattepetatje heeft net haar rompertje vol gespuugd. Je moet haar komen verschonen…”

Kleurrijke trapgevels

Braadworst en Glühwein

“Sorry lief, ik was even afgeleid…”

“Je sprak over de welvaart van Lübeck moppie…”

“Oh ja..”

“Met jou ook nog steeds alles goed? Het lijkt wel of je met je hoofd ergens anders zit…”

“Ja, dat klotekind laat me niet los…”

“Dat klotekind?! Hè? Waar heb jij het nou weer over?”

“Nee niks. Laat maar.”

“Niks laat maar, je slaat nu echt wartaal uit. We hebben geen kinderen weet je nog? Daar heb je een hekel aan!”

“Eh…”

“Kom laten we maar gauw een braadworst en een glühwein halen. Ga je misschien weer een beetje normaal doen.”

Kerststallen met op achtergrond gevel Heilige-Geest Hospital
Tijd voor een braadworst en een Glühwein. Op de achtergrond de gevel van het Heilige-Geest-Hospital

De koningin van de Hanze

Op het plein voor de Sint Jacobskerk, waar de geneugten van een kerstmarkt mij snel weer doen herstellen, licht ik Ech Nie over de machtspositie van Lübeck in. “Bij geschillen onderling, of met buitenstaande mogendheden, was het altijd Lübeck die het initiatief nam. Het zat veruit de meeste Hanzedagen voor, (vergaderingen waarin werd gesproken over allerhande queesties) nam het voortouw in diplomatieke offensieven of lastige onderhandelingen en wist tijdens haar bloeitijd met handelsblokkades of geweld elke willekeurige derde haar wil op te leggen. Geen wonder dus dat ze door iedereen werd beschouwd als de koningin van de Hanze.”

“De koningin van de Hanze?”

“Ja inderdaad, kijk maar eens naar de torenspits van de Sint Jacob; samen met nog vier andere kerken steken zij hoog boven de stad uit en vormen zo de kroon van de majesteit…”

“Jaja…”

Oude scheepsmasten in het schemerlicht
Oude schepen liggen afgemeerd in de Museumhaven van Lübeck

Sint Jacob

“Maar behalve een kroon voor de koningin waren de kerktorens een baken voor de schippers. Lübeck was dan ook maar wat trots op haar verbondenheid met de zee. Niet voor niets liggen er in de Trave nog tal van oude schepen afgemeerd, geldt het schippershuis als een van de mooiste gotische gildenhuizen van de stad en stonden in de Sint Jacobskerk altijd de zeevaarders en vissers centraal.”

“De kerk is vernoemd naar de patroon van de zeelui, de heilige Jacobus. In de Bijbel noemt men hem als een van de twaalf discipelen van Jezus en de man die tijdens het herstellen van zijn visnetten door de zoon van God werd opgeroepen om hem te volgen en “een visser van mensen te worden.” In de kerk bevindt zich trouwens ook nog een reddingsboot die dient als het nationale gedenkteken voor hen die op zee bleven.”

Vierkant pakhuis uitgevoerd in rode baksteen en kantelen op de top
Een van de beroemdste marsepeinwinkels in Lübeck zetelt in een voormalig pakhuis aan de kade van de Trave

Marsepein

“Wèèèheeee!!!!” Jezus Mina, is het nou een keer klaar met dat gejank? Net als ik Ech Leuk om opheldering wil gaan vragen, stormt Ech Nie woedend de kamer in. “Is het nou een keer klaar met die achterlijke kerstverhalen van jou? We hebben je beneden nodig!”

“Ja maar…”

“Nee, niks te ja maren. Computer uit en meekomen.”

“Vrede op aarde schat, en in de mensen een welbehagen.”

“Ach lazer toch op met je kutkerst man. Sinterklaas is nog geeneens het land uit!”

“Ik wilde onze lezers ook net vertellen over het wereldberoemde snoepgoed dat de Sint hier in Lübeck laat produceren. Je weet wel, marsepein…”

“Ech Wel, laat het me niet nog een keer vragen…”

“Maar je weet toch nog wel die winkel aan het water? Dat pareltje van de baksteengotiek, die zo uitpuilde van al dat suikergoed…”

Schappen vol marsepein in Lübeck
Wie zoet is krijgt lekkers…

Het is klaar

“Ech Wel, ik tel tot drie…”

“En had ik je nou eigenlijk al verteld over de kenmerken van de baksteengotiek? De architectuurstijl die zo typerend is voor Lübeck en de Hanze?”

“Hou je Lübeck Ech Wel. Geen woord meer. Het is klaar!”

“…”

Ech Leuk zo’n kleintje, maar om nou te zeggen dat ze onze queeste er makkelijker op heeft gemaakt… Ech Nie!


Ook Lūbeck wel eens bezocht, handel gedreven of een baby bezig gehouden? Laat het ons weten in de comments hieronder, we horen het graag!


Lees ook:

Naar het einde der tijden met de Vikingen van Hovgården

De lijst van voormalige Hanzesteden is lang. Andere steden die niet in dit artikel worden genoemd maar wel werelderfgoed zijn (en op deze site worden beschreven): Goslar en Hildesheim.


Meer weten over de Hanze? Voor het schrijven van dit verhaal heb ik veelvuldig gebruik gemaakt van de volgende twee boeken:

Koggen, kooplieden en kantoren
De Wendische oorlog

Fijne feestdagen iedereen!!!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: