Vikingen. Het woord alleen al. Onmiddellijk zie ik woeste krijgers voor me, bebaard en bloeddorstig, die, zwaaiend met hun blinkende zwaarden, overal dood en verderf zaaien. Wat bezielde deze ooit vredelievende, Scandinavische boeren om zomaar hun langhuis te verlaten en uit roven en stropen te gaan?

Volgens de meest gangbare theorie lag de aanleiding voor deze plundertochten in enkele gewijzigde omstandigheden. Klimaatverandering en overbevolking gaven het eerste zetje en zucht naar vrouwen, goud en avontuur deden de rest. Nou vooral dat laatste dan, bedenk ik me, want onderweg naar Hovgården, een Vikingplaats 30 km buiten de Zweedse hoofdstad Stockholm, zie ik niks anders dan water en bos. “Overbevolking? M’n reet!”

Ragnarok

Ech Nie schrikt van mijn plotselinge uitbarsting. “Ze zeggen dat er teveel Vikingen waren en dat ze daarom zo graag uit plunderen gingen”, verduidelijk ik mijn standpunt. “Dat ze op zoek gingen naar nieuwe landen omdat hun zonen hier geen stukje grond meer konden krijgen.”

“Waar? Hier?”

“Ja, hier ja. Maar moet je nou eens kijken; we zijn nog geen kilometer buiten de stad of er is al geen levende ziel meer te bekennen!” Ech Nie neemt haar omgeving eens goed in haar op, beaamt vervolgens mijn gelijk maar stelt daarna droevig vast dat hetzelfde geldt voor de bus waarin we zitten. “Moeten wij er ook nog een keer uit Ech Wel? Of gaan wij als enige door tot het einde der tijden?”

“Naar Ragnarok? Nee zover hoeven we nou ook weer niet. Klein stukje nog…”

“Ragnarok?”

“Ja, het einde der tijden vroeg je toch? De Vikingen noemden dat Ragnarok. Het was de Noorse benaming voor de eindstrijd, je weet wel, het gevecht waar oppergod Odin de mannen in het Walhalla voor klaarstoomde.”

Grafheuvel op eiland Hovgården
Hovgården, de heuvel op de achtergrond is de laatste rustplaats van een Vikinghoofdman

Walhalla

“Ech Wel, wil je er alsjeblieft niet allemaal van die rare termen uitgooien? Wat is nou weer het Walhalla?”

“Het Walhalla was de naam van de Vikinghemel. Een plek die werd voorgesteld als een grote feestzaal en waar je de rest van je hiernamaals onbeperkt kon vreten, zuipen en knokken.”

“Oh gezellig…”

“Ja toch? En om er te komen hoefden ze alleen maar eervol aan het front te sterven.”

“Dat is inderdaad maar een kleine moeite…”

“Voor Vikingen wel ja. dat waren allemaal stoere mannen natuurlijk, dus die deden niets liever dan vechten. Bovendien geloofden ze in de hel te komen als ze overleden aan de gevolgen van ouderdom of ziekte.”

“Hmmm, een beetje de omgekeerde wereld dus.”

“Zoiets ja. In ieder geval maakte de uitkomst op het slagveld hen niet zoveel uit. Winst betekende de jackpot, dood een enkeltje Walkure.”

“Nou doe je het weer Ech Wel. Walkure?”

“Sorry, de Walkuren waren een soort Vikingengelen. Bloedmooie wijven die op hengsten door de lucht galoppeerden en die de dapperste gevallenen naar het hemelse Paradijs begeleidden.”

Twee gouden en een zilveren Vikingbroche in vitrinekastHovgården
Vikingkunst, broches voor op de kleding

Boot

Ondertussen was de bus gestopt en verkondigde onze chauffeur dat dit het eindstation was. Eindstation? “Ik dacht dat de bus ons op de site zou afzetten?”

“Ja, dat dacht ik dus ook…”

“En nou?”

“Tsja, goede vraag. Ik weet het ook niet. Wachten op de boot denk ik…”

“De boot?! De boot? Wat voor boot? We gaan toch zeker niet met de boot?”

Ech wel!

Watervrees

Ech Nie haat boten. Daar wordt ze zeeziek van. Of althans, ze dénkt dat ze er zeeziek van wordt. Héél lang geleden is dat namelijk, ooit, vroeger weleens gebeurd, en sindsdien heeft ze chronisch watervrees. Nu ze dan ook heeft uitgevonden dat er een oversteek met de pont in aantocht is, steekt ze meteen van wal. “Maar Ech Wel, straks word ik helemaal niet goed.”

“Ja, jammer dan”, zeg ik gestrest. “Ik heb even belangrijkere dingen aan mijn hoofd dan jouw eeuwige gejammer. Er staat een Unescosite op de tocht dus hou maar gerust even je kop.”

“Tsjongejonge, hoef je niet gelijk zo nors te doen. Klotevikingen ook altijd. Konden die lui niet gewoon een plaatsje op het vasteland uitzoeken of zo?”

“Het waren zéélui Ech Nie…”

“Ja nou en? Dan hoef je toch nog niet in de middle of nowhere te gaan zitten? Er is hier helemaal niks!”

“Dat was juist goed! Het water diende ze als bescherming. Het hield rivalen op afstand, maakte de plaats beter verdedigbaar en het was geschikt als aanvoerroute en uitvalsbasis. Hartstikke handige plek dus. Trouwens, in die tijd lag het waterpeil veel hoger, de eilanden lagen zowat aan zee.”

Houten huisjes mteen grote foto van Birka daarachter
Schaalmodel van havenstad Birka

Handel met het Midden-Oosten

Het werelderfgoed bestaat uit twee delen; Birka en Hovgården. Birka was het handelscentrum van de bruuske Noormannen, Hovgården was de plaats van waaruit de Vikingkoning zijn stad beschermde. Eind 8e eeuw ontstonden de oorden en vlak daarna begonnen de Scandinavische krachtpatsers met hun eerste expedities. Voor de mannen uit Zweden betekende dit over het algemeen een trip richting het Midden-Oosten. “Zover helemaal?”

“Ja die Noormannen waren niet zo moeilijk hoor, die gingen wel uit varen. Helaas hielden ze er alleen geen logboek op na waardoor er verder maar weinig over hun reilen en zeilen bekend is. Het zijn vooral overgedragen saga’s en mythische vertellingen die ons enige kennis hebben opgeleverd. Wat we echter wel zeker weten is dat de ruwe zeebonken werden gekerstend door een monnik uit het klooster van Corvey en dat ze behalve plunderen en moorden ook veel handel dreven. Via de rivieren Wolga en Dnjepr geraakten ze zelfs tot aan steden als Constantinopel en Baghdad.”

Gouden ringen en andere blinkende juwelen
Handelswaar uit Constantinopel

Werelderfgoed?

Tot onze verbazing komt met het arriveren van het veer ook een bus die wél de boot op stuurt. “Krijg nou de…” Omdat ik nog steeds geen idee heb waar we de Vikingresten op het eiland kunnen vinden informeer ik bij de chauffeur over deze roemruchte Unescosite. “Hovgården? Nooit van gehoord!”

“Nooit van gehoord?! Wat gaan we nou krijgen? Het is anders wel werelderfgoed hoor…”

“Werelderfgoed zeg je?”

“Jazeker. Hovgården is een van de weinige plaatsen waar nog wat terug te vinden is van de legendarische Vikingen. Hovgården én Birka natuurlijk. Als het goed is staan er nog wat overblijfselen van een Vikingvesting, ligt er nog een originele runesteen en sterft het er van de grafheuvels…”

“Nou dat is dan niet hier.”

“Niet? Ik zou toch zweren dat…”

“Meneer ik rij al 12 jaar op deze bus, dan zal ik het toch wel weten zeker?”

Veerboot op het water die via een lijn naar de overkant vaart
Met het veer naar het eind der tijden

Vikingen stichten Rusland

In het kielzog van de handelsvaart met het Byzantijnse Rijk en het Midden-Oosten stichtten de Vikingen nieuwe nederzettingen als Novgorod en Kiev. De originele bewoners van de streek, de Slaven, noemden deze plaatsen het land van Roes, oftewel, het land van hen die roeiden. Dat sloeg natuurlijk op de wijze waarop de Noormannen hier gekomen waren en hoe ze zich over de rivieren voortbewogen. Hoe het verder allemaal precies verlopen is, vormt voor historici nog steeds een punt van discussie, maar dat de Vikingen aan de wieg van het huidige Rusland hebben gestaan, is in het Westen in ieder geval een algemeen geaccepteerd feit. Alleen de Russen zelf zijn er nog niet helemaal uit.

Middelhoog muurtje van oude Vikingburcht op eiland Hovgården
Overblijfselen van Vikingburcht met op de achtergrond een symbolisch kerkje

Hovgården

Om mij een plezier te doen doet de man via zijn radio nog even navraag bij collega’s; “of zij misschien weleens van Hovgården hebben gehoord?” Ik kan het gesprek niet volgen maar als die op zeker moment de verbinding verbreekt, vriendelijk knikt en me uitnodigt in de bus plaats te nemen, is het wel duidelijk. We zitten goed.

Jeetje wat een mazzel denken we, maar goed dat we de buschauffeur nog om raad hebben gevraagd. Blij verheugd kijken we uit het raam en terwijl we de boot afrijden is ongeveer het eerste wat we op het vasteland zien een richtingaanwijzer met de tekst Hovgården er op. Twaalf jaar ervaring… Jaja, m’n reet!

Eenmaal afgezet op de site blijken we de enige bezoekers. Een unicum, constateer ik tevreden, maar Ech Nie is er minder enthousiast over. “Ik dacht dat we niet naar het einde der tijden hoefden?”

“Hoezo? Wat nou weer?”

“Nou er is hier geen mens. Hoe afgelegen kan iets zijn?”

“Dit is Vikingland hè Ech Nie, ruig en rauw. Dat is niet afgelegen, dat is exclusief. Maar goed, voor sommige Vikingen betekende deze plaats inderdaad het einde ja. Die heuvels die je daar ziet zijn de graven van hun belangrijkste hoofdmannen. Best bijzonder dus.”

“Ech nie!”

“Ech wel!”

Runesteen waarop met rode verf in elkaar lopende slangen zijn getekend
Runesteen Hovgården

Runen en mede

Van de runesteen die even verderop in het veld ligt is mevrouw al evenmin onder de indruk. “Zoals ik al zei, de Vikingen waren niet zulke schrijvers. Niet dat ze geen schrift hadden (net als de Germanen schreven ze in runen) maar meer omdat ze hun sterke verhalen liever vertelden aan de rand van een knisperend haardvuur en met een hoorn mede in de hand. Op dat soort momenten kwamen de tongen los en schepten ze hoog op over een ruige buitenwereld die ze met de grootste heldenmoed hadden overwonnen.”

Mede?”

“Ja, ook wel honingwijn genoemd.”

Viking kerstening

We bekijken daarna nog een stukje muur van de oude vikingburcht en lopen nog even naar de waterkant maar dan zijn we wel klaar. Het stelt allemaal niet veel voor en met een half uurtje houden we het voor gezien. “Is dit nou echt het enige waarvoor we hier naar toe gekomen zijn?”, vraagt Ech voor de zekerheid. “Ja. Nou ja dit en dat kerkje dan. In 829/830 kwam Sint Ansgar als eerste missionaris hier het christendom prediken en daarom staat dit bedehuisje daar. Het symboliseert de Zweedse kerstening.”

“Meer is er niet?”

“Nee. Nou ja, behalve het Mälarmeer natuurlijk, het water waar de eilandjes in liggen…”

“Jezus!”, schudt Ech Nie haar hoofd in ongeloof. “Wat ongelooflijk stom.”

Het werd nog stommer.

Vikinghoorns die werden gebruikt om uit te drinken
Mede dronk je natuurlijk niet uit een pul maar uit een hoorn

Vertraging

“Twee uur??!!”

“Ja, dat is wel jammer ja.”

“Jammer?! Dat is gewoon ongelooflijk kut Ech Wel! Twee uur voordat die fokking klotebus weer komt. GVD!”

“Stom hè?”

Omdat er verder ook ech niks te doen is (Nou ja, er is nog een huisje waar je wat kan drinken, maar dat slaat zo verschrikkelijk nergens op dat we het na een zielig bakje kruidenthee weer snel voor gezien houden) besluiten we maar te gaan lopen naar de veerboot toe. Onderweg probeer ik Ech Nie nog wat op te vrolijken met de mededeling dat we, met een beetje geluk, wel eens een eland tegen het lijf kunnen lopen, maar dat helpt allemaal niks. Ik ben stom, de bus is stom, het schip is stom en het hele eiland is ook stom!

Woeste boom met mos aan de rand van het waterHovgården
Hovgården. Vikingland bij uitstek, al vond Ech Nie het maar stom

Zweeds historisch museum

Als we ons uiteindelijk weer terug in de bus naar Stockholm bevinden, tracht ik Ech Nie andermaal het belang van Birka en Hovgården uit te leggen. “Het gaat er niet zozeer om dat er weinig te zien is meissie, nee het is vooral wat je niet ziet.”

“Nou daar was inderdaad genoeg van”, mokt Ech Nie. “Heel de dag onderweg om een half uur lang naar een paar stomme heuvels en een steen te kijken. Koop voortaan gewoon een boek of zo.”

“Luister nou. Omdat Vikingen hun geschiedenis niet opschreven, was het altijd maar een beetje gissen naar hun levenswijze. Gelukkig bracht de bodem daarin verandering. Toen men eenmaal begon te graven, leverde dat een schat aan informatie op; Russische kralen, Arabische munten, gouden broches; allemaal bewijs dat de drakenboten echt helemaal tot in het verre Oosten kwamen en dat daar hun belangrijkste handelscontacten lagen.”

“Pfff, het zal allemaal wel…”

“Ja inderdaad. En om te bewijzen dat ik niet lieg, gaan we daarom ook nog even naar het Zweeds Historisch Museum. Daar hebben ze de belangrijkste vondsten keurig netjes voor ons uitgestald.”

“Nee toch?”

“Ech Wel!”


Tip

Voor al die mensen die in onze voetstappen willen treden (en wie wil dat nou niet): Birka ligt op het eiland Björkö en is slechts in de zomermaanden (mei t/m september) per boot vanaf Stockholm te bereiken. Hovgården kan het hele jaar door worden bezocht. Met een beetje geluk brengt bus 312 je vanaf station Brommaplan er in een uurtje rijden naar toe. Of die ook de boot oprijdt zou ik vooraf even informeren.

Heb jij wel eens Birka of Hovgården bezocht? Hou je van bloeddorstige mannen, runentekens of vikinggraven? Laat het ons weten in de comments hieronder, we horen het graag!


Lees ook:

Magische kloof IJsland schiep eerst de wereld, toen democratie,