Geloof in beuk wortelde diep bij Germaanse stammen

Hainich

Daar, achter de Rijn, lagen de duistere beukenbossen van Germania. Een nachtmerrieachtige wildernis waar geciviliseerde mensen niks te zoeken hadden. Waarschuwend spraken de Romeinen over deze ondoordringbare, schimmige wereld waarin zovelen van hen waren gesneuveld. Het was het jaar 9 geweest en in hun arrogante overmoed hadden ze gedacht het keizerrijk wel even uit te kunnen breiden met de bosrijke omgeving van Midden-Duitsland. Een misrekening die ze duur kwam te staan. Tijdens een confrontatie met de woeste woudmannen werden drie van hun beste legioenen over de kling gejaagd en leden ze één van hun grootste nederlagen ooit. Het verlies was zo smadelijk dat de Romeinen het nadien nooit meer in hun hoofd haalden de beuk of zijn stammen nog eens lastig te vallen. Helaas voor het woud verscheen er eeuwen later toch weer een nieuwe houthakker ten tonele…

Beuk
De beuk en zijn stammen poseren voor een plaatje

Hainich

“Die Germaanse liefde voor bomen is al heel oud”, vertelde ik een verkleumde Ech Nie. Ik had haar zojuist het bos ingestuurd omdat Unesco, 2000 jaar na bovenstaand voorval, het gebied als werelderfgoed had verklaard en ik haar dat graag even wilde toelichten. Natuurpark Hainich was de plaats van handeling en ik maakte haar van het begin af aan duidelijk dat, hoewel het misschien allemaal heel gewone bomen leken, dit toch ech wel getuigde van een bijzonder stukje groenvoorziening.

“En dat is niet alleen vanwege die Romeinse veldslag hoor, nee, deze bomen werden al veel eerder als heilig beschouwd. In voorchristelijke tijden leefde men namelijk nog dicht bij de natuur en was men vol lof over de loofbomen die hier ogenschijnlijk tot in de hemel reikten. Ze vormden voor de prehistorische Duitser in ieder geval het middelpunt van het leven en namen een centrale plaats in binnen hun natuurreligie.”

beuk
De ruwe bast van een Wodanseik

Afgodsbomen

“De beuk en de eik waren de twee meest gerespecteerde bomen. De eik, met zijn ruwe, gegroefde bast, zag men als de koning van het woud en was gewijd aan Wodan, de oppergod. De beuk was zijn vrouwelijke tegenpool. Zij was vanwege haar ronde vormen en zachte huid gelinkt aan Freya, de godin van huwelijk, trouw en vruchtbaarheid.”

“Haar zachte huid?”

“Ja, beukenschors is nogal dun en glad, zie je, dus de vergelijking met een vrouw was snel gemaakt. Ze kon vanwege haar tere velletje ook niet zo goed tegen de zon en daarom zorgde ze een voor dik, breed bladerdek om zich tegen de lichtstralen te beschermen. Beuken houden van schaduw en vandaar dat hun bossen ook zo duister zijn.”

beuk
Kale beuken met zachte huidjes

Kale beuk

Daar merkten we tijdens ons bezoek echter weinig van. Hmmm, dacht ik bij mezelf, misschien was de winter toch niet het meest voor de hand liggende moment om deze woeste wildernis te aanschouwen. Kale bomen en met sneeuw bedekte paden gaven je althans niet echt het idee in een ongerepte jungle te lopen. “Jezus, Ech Wel”, deed Ech Nie er nog een schepje bovenop, “ik heb het stervenskoud. Wanneer is het nou es klaar met dat geboom?” Hmmm, dacht ik voor de tweede keer in een minuut, misschien heb ik met dit 4e werelderfgoed in twee dagen mijn hand ietwat overspeeld. We waren op de terugweg van ons jaarlijks terugkerend ritueel, het bezoeken van een Duitse kerstmarkt, en van Ech Nie’s engelengeduld was weinig meer over. “Wat doen we hier eigenlijk?”

beuk
“De ondoordringbare jungle van Hainich”

Boekenboom

“We verdiepen ons in de beuk Ech Nie, de boom der wijsheid weet je wel.” Omdat haar dat niks zei zette ik nog een aanvullend boompje op. “De Duitsers noemen haar niet voor niets Buche, een woord wat behalve beuk ook boek betekent. Het duidt op een verband tussen deze boom en het geschreven woord.”

“Ja en?”

“Ja en? Het geeft aan waarom deze boom zo heilig voor ze was. De beuk gaf als het ware haar kennis door aan de mens door zich te laten gebruiken als schrijftafel of lettertekens te laten maken van haar hout. Het Duitse woord Buchstaben (letter) stamt hier trouwens ook van af.”

beuk
Runen en hun betekenis bron

Runen

“Om hun grootse daden vast te leggen hanteerden de Germanen niet het Latijnse alfabet maar maakten ze gebruik van het zogenaamde runenschrift. Runen waren rechte, hoekige tekens die bij voorkeur werden gekerfd in hout, steen of been. Ze vertegenwoordigden een bepaalde klank maar waren daarnaast gekoppeld aan een bepaalde eigenschap die hen hielp bij het doen van voorspellingen. Runen waren eigenlijk wat tarotkaarten voor sommigen nu zijn. In kundige handen gaven ze raad of verstrekten inzicht. Had men vroeger dus een queestie dan legde men de runen het probleem voor, gooide vervolgens de uitgesneden beukenhoutjes als een stel dobbelstenen over tafel, vroeg de goden om wat extra bijstand en las daarna de oplossing van het vraagstuk door de tekens op tafel te interpreteren aan de hand van hun ligging.”

“Jaja..”

beuk
Gestoken in fris groen ziet de beuk er toch een stuk beter uit

Levensboom

“Magie was de heidenen niet vreemd Ech Nie. Daar geloofden ze heilig in. Het donkere bos was voor deze mensen een plaats van mysterie, een plek waar zich geheimzinnige zaken afspeelden en waar vreemde wezens onheilspellend rondspookten. Heksen zaten er in kringetjes, dwergen deden er hun smidswerk en boomgeesten doolden er rond. Ergens in het midden van dit al stond hun levensboom Irminsul; de boom die hemel en aarde verbond en met zijn takken het hemelgewelf droeg. Het was hun meest verheven Heiligdom maar eren deden ze hem slechts in de open lucht. Voor de Germaan geen marmeren tempel of ander moeilijk gedoe, zijn hele omgeving was Goddelijk en onderdeel van het geloof.“

De Germanen leefden in kleine gemeenschappen op het land. Steden bouwden ze niet en koningen al evenmin. Hoofdmannen hadden ze dan weer wel maar dat waren eigenlijk gewoon stamoudsten en geen echte leiders. De topboys kwamen eens in de zoveel tijd bij elkaar om geschillen op te lossen, recht te spreken en nieuws te wisselen maar gingen verder vooral hun eigen gang. Rivaliteit tussen de verschillende stammen was groot en regelmatig werden tussen de bedrijven door een paar beuken uitgedeeld.

beuk
Jonge beuken vechten tegen de sneeuw

Lapjesboom

Was men gewond of ziek dan lapte de beuk je weer op. Haar medicinale krachten waren alom bekend en werden overal voor gebruikt. Zo waren beukenblaadjes geschikt om gevoelig tandvlees te bestrijden, verdwenen zweren met beukenschors en ging men schurft te lijf met water uit een holle beuk. Beukenhout beschermde tegen onheil, beukennootjes stemden vrolijk en beukenbast verlaagde koorts. Wilde men weten of het een strenge winter zou worden dan werden het aantal beukennootjes op de grond geteld (waren het er veel dan werd het koud) of sloeg men met Allerheiligen (1 november) een gat in de boom. Ging de beuk bloeden dan wist men dat de vorst niet lang meer op zich wachten zou.

beuk
De 42 meter hoge uitkijktoren van het boomkroonpad

Boomkroonpad

We waren inmiddels aangekomen bij het boomkroonpad; het letterlijke hoogtepunt van het bos. Zoals de naam al zegt is het een 600 meter lang pad dat dwars door de toppen van het beukenbos leidt. Een mooie gelegenheid, vond ik zelf, om Ech Nie nog wat extra boomcultuur bij te brengen.

“Volgens de Germaanse mythologie kwam het eerste mensenpaar voort uit een boom en verdienden ze alleen daarom al het respect van de mens. Wilde een jongeman een echte milieuridder worden dan verdiende het aanbeveling om het ventje enkele dagen alleen in het bos achter te laten. Zo kon hij zich verzoenen met de goden, zich louteren aan de gewassen en uitgroeien tot een boom van een kerel. Een verbanning naar het woud was bedoeld als een stap naar volwassenheid en zou de puber sterken in zijn ontwikkeling. In sprookjes en sagen zie je dit thema dan ook vaak terugkeren.”

beuk
Boomkroonpad slingert door oerbos

Doodziek

Ech Nie had er ondertussen genoeg van. De duisternis mocht dan wel ontbreken maar zij zag door alle bomen het bos niet meer. Bovendien bezorgde een snijdende wind ons allebei de rillingen op het lijf. “Ik ben d’r helemaal klaar mee, Ech Wel. Straks vatten we nog kou of zo.”

“Hoge bomen vangen nou eenmaal veel wind Ech Nie.”

“Dat zeg ik, straks worden we nog ziek.”

“Oh ja tuurlijk. Iedereen heeft altijd baat bij de beuk en nou ga jij vertellen dat je er ziek van wordt?!”

“Ja, doodziek zelfs. We gaan.” En met die woorden pakte ze de trap naar beneden en de weg terug.

beuk
Sneeuw en ijs teisteren het bos

Karel de Grote

In navolging van zijn zo geliefde Romeinse voorgangers stak Karel de Grote in de jaren 70 van de 8e eeuw met een groot leger de Rijn over. De Frankische koning had al een aardig Rijk opgebouwd maar had nu ook zijn oog laten vallen op de oude beukenbossen van Germanië. Het werd een strijd zonder weerga. Geen oorlog was langduriger, zag meer wreedheden of kostte meer inspanning als dit gevecht tussen de beschaafde wereld en het wilde, ongetemde oosten. Karel moest niets hebben van heidense boomverering en was vast van plan deze met wortel en tak uit te roeien.

beuk
Gevelde beuk

Houthakker

Begrijpelijkerwijs lieten de bosjesmannen dit niet zomaar gebeuren. Toen ze zagen hoe hun Heiligdommen overal werden vernietigd (De Irminsul werd door Karel zelf, in hoogsteigen persoon omgehakt) en hun religie werd gedemoniseerd namen ze de wapens op en vochten ze manhaftig voor volk en beuk.

Volgens Karel kon er slechts vrede zijn met de Germaanse stammen als ze voortaan zouden geloven in de Here Jezus en zich niet langer zouden bezig houden met oude tradities en duivelse riten. Men werd daarom geacht zich te onderwerpen aan de nieuwe Grote houthakker maar was tevens verplicht alles waar men eeuwen in had geloofd volledig te verwerpen. Wie niet wilde luisteren kreeg de doodstraf. In het begin had dit tot gevolg dat vele eigenwijze natuurliefhebbers aan de hoogste boom eindigden maar uiteindelijk slaagde Karel in zijn opzet en werd de christelijke leer door de barbaren geaccepteerd.

“Nou, dat is dan weer een mooi einde”, bibberde Ech Nie meer van kou dan van afschuw.

beuk
Kerstboom

Kerstboom

“Zou je zeggen ja, maar het Germaanse bloed kroop waar het niet gaan kon en het boomgeloof bleek diep geworteld. Het was zelfs zo hardnekkig dat de kerk zich genoodzaakt zag oude gebruiken over te nemen en te voorzien van een christelijk tintje. Zo kreeg Maria de eigenschappen die eerst Freya hadden toebehoord, werd de levensboom de stamboom van Jezus, verhuisden overblijfselen van de Irminsul naar de Dom in Hildesheim, dienden woudreuzen als inspiratie voor gotische kathedralen (compleet met zij- en kruisbeuk) en werden nog bestaande heilige beuken voorzien van een kapelletje met Mariabeeld.”

“Nou nou. Ze waren wel verknocht aan hun bomen hè? Niet te geloven.”

“Ach ja, oude gewoontes slijten nou eenmaal slecht. Zo ken ik iemand die nog steeds elk jaar per se een dennenboom het huis in moet slepen…”

“Wat bedoel je? Kerstbomen hebben er toch niks mee te maken zeker?”

“Nou en of ze er wat mee te maken hebben. Sterker nog, ze zijn zo Germaans als wat. Ech Wel!”

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: