Ech Nie is wel wat verbaasd als ik aankondig 020 in te willen, maar ik Deel der gelijk mee dat de stad wat mij betreft nog steeds datzelfde over-het-paard-getilde-lauw-toffe-god-gloeiende-pest-pokke-vol-automatische-gaskamer-brede-touw-tiefus-blaf-kanker-koleertige-kut-Amsterdam is. Werelderfgoed of geen werelderfgoed.”

“Nou zeg, mag het ook ietsje minder grof?”

“Ja, hallo. Geboren naast de Kuip en opgegroeid in Vak S; wat had je dan verwacht?”

Rondvaartboot vaart door de grachtengordel van Amsterdam
“Hiero, je zal d’r maar wonen aan zo’n stinkgracht…”

Opgefokt naar 020

Amsterdam. Alleen de naam al. Het woord brengt bij fanatieke Feyenoorders zoveel negatieve gevoelens naar boven dat ze het in discussies eigenlijk liever over 020 hebben. Kinderachtig misschien, of triest, noem het zoals je wilt, maar voor hen vertegenwoordigt de stad zo ongeveer alles wat slecht is. Het is het bastion van de vijand, een poel des verderf, een ramp die je, als het even kan, mijdt als de pest.

Dat wij er desondanks een paar pittoreske trapgeveltjes gaan bekijken, heeft dan ook niks te maken met een gezellig dagje uit, maar alles met een queeste die moet worden voltooid. Ech Nie ziet het alleen niet zitten. Ze vreest de heftige emoties van haar lief en is bang dat er trammelant van komt. “Kunnen we deze niet gewoon overslaan, Ech Wel? Je bent nou al helemaal opgefokt…”

“Vind je het gek? Dat achterbakse kankervolk. Laat ze lekker de tering krijgen met hun Amsterdam! En de tyfus d’rbij!”

Dat bedoel ik dus.

Rondvaartboot maakt een bocht in de grachtengordel
…waar de hele tijd schuiten vol Moffen en Amerikanen voorbij komen drijven.”

Parkeerwoede

Eenmaal geparkeerd wordt het er niet beter op. “Hierzo, moet je nou kijken wat die vieze tillers voor een plekkie durven te vragen? Zeven en een halve euro! Voor een uur! Alsof we niet al genoeg betalen aan die pleurisstad. En dan moeten we zeker ook nog blij wezen als die straks niet helemaal is leeggetrokken? Daar krijg-ie toch origineel het leplazerus van?”

“Sssst, Ech Wel. Niet zo hard. Iedereen hoort je!”

“Ja, wat ken mij dat nou verrotten?! Laten ze GVD eens gaan werken voor d’r geld. Mij een beetje beroven van m’n zuur verdiende centen… Wat denken ze nou? Dat ik hier voor m’n lol kom of zo? Stelletje imbecielen!”

Zicht naar boven op 3 grachtenpanden met kenmerkende hijsbalk
“Wat stelt het dan helemaal voor dan, dat Amsterdam?”

Lafbekken

“Rustig nou maar, straks komen we nog zo’n leipe Ajacied tegen en wordt het knokken…”

“Nou daar hoef-ie niet bang voor te zijn hoor. Die lafbekken lopen altijd weg… Dat is bij het voetbal zo, en dat was in de oorlog niet anders…”

“Oh dat verhaal heb ik wel eens vaker gehoord inderdaad. Stonden die lui niet met hun klauw omhoog te kijken naar wat voor mooie auto’s de Duitsers hadden, toen bij ons de mariniers op de Maasbruggen die moffen de strot afbeten?”

“Ja, dat klopt. Maar ik doelde eigenlijk meer op de Tachtigjarige Oorlog. Toen waren ze nog véél erger!”

Troebelen in de Nederlanden

Het was de tijd van Filips II, de koning van Hispanje. Als zelfbenoemd beschermheer van de katholieke kerk had hij het bestrijden van de protestantse ketterij tot een van zijn hoofdtaken gemaakt. Toen hij dan ook hoorde van de troebelen in de Nederlanden, en dat er tijdens een Beeldenstorm grote hoeveelheden Roomse heiligdommen waren vernield, besloot hij de bloeddorstige Hertog van Alva er op af te sturen. Samen met een 10.000 man sterk leger was het zijn taak de daders te straffen en absolute gehoorzaamheid aan de koning af te dwingen.

In zijn ijverige streven de weerspannige gewesten weer in het gareel te krijgen, ging Alva echter zo rigoureus te werk dat de maatregelen vooral een averechts effect hadden. Zeker na de executie van enkele populaire edelen raakten steeds meer mensen overtuigd van het feit dat ze beter af waren zonder Spanjaarden.

“Maar niet in Amsterdam?”

“Nee natuurlijk niet. Die nagenasten heulden liever met de vijand…”

Grachtenpanden aan de kade met verschillende soorten gevels
En maar strompelen door die 17e eeuw…”

Geuzenverzet

Nadat de Geuzen in naam van Oranje Den Briel hadden ingenomen (inderdaad op 1 april 1572, de dag dat Alva zijn bril verloor) trachtten ze met hun edel bloed ook de rest van de Nederlanden te bevrijden. Hoewel de strijders aanvankelijk redelijk veel succes boekten, bleek al snel dat de tirannie zich niet zo makkelijk liet verdrijven. Alva begon een tegenoffensief en liet na de herovering van Mechelen, Zutphen en Naarden bijna heel de bevolking afslachten.”

“Nee joh. Waarom?”

“Om een voorbeeld te stellen. Door zijn brute actie dacht hij steden te overreden zich niet langer tegen het Spaanse, door God ingestelde gezag te verzetten. Bovendien vond hij Naarden maar een miserabele plaats die het had verdiend om samen met zijn ketterse horde van de aardbodem te worden geveegd.”

Heulen met de vijand

“Nou ja zeg. Wat een monster…”

“Ja, dat kun je wel zeggen ja. Maar natuurlijk toonde dat tuig uit Mokum geen enkel mededogen. Integendeel. Die NSB-ers onthaalden de buur(t)slagers met zang en dans en boden ze met alle soorten van genoegen hun nederige diensten aan. Wat? Of we misschien kunnen assisteren bij uw verdere strooptochten? Maar natuurlijk, meneer Alva. Geen enkel probleem! En als we u een suggestie mogen doen, Haarlem is vlakbij. U kunt onze stad als uitvalsbasis gebruiken en we voorzien u graag in alle benodigde krijgsbehoeften…”

“Niet te geloven…”

“Dat bedoel ik. En hoewel de verdedigers van Haarlem zich manhaftig weerden, kregen ze uiteindelijk toch de volledige Spaanse furie over zich heen. Nadat de stad was gevallen, herhaalde Alva zijn criminele riedeltje en pleegde de houwdegen een van de ergste massamoorden uit de vaderlandse geschiedenis.”

Amsterdamse paaltjes en grachtenpanden met klokgevels bepalen het straatbeeld
“Voor mijn part breken ze heel die tyfuszooi daar af, liever vandaag nog dan morgen!”

Amsterdam raakt geïsoleerd

Ech Nie begrijpt er niks van. “Maar waarom werkten die Amsterdammers daar dan aan mee?”

“Omdat het een stel verachtelijke ratten zijn! Daarom! Ze zagen Haarlem als een hinderlijke concurrent en hoopten zo op een goedkope manier van ze af te komen…”

“Terwijl ze wisten wat die Alva allemaal uitspookte?”

“Ja natuurlijk, maar dat deed ze niks. Zelfs toen iedereen inzag dat het met die Spanjolen niks ging worden, bleven die halve zolen lekker eigenwijs de collaborateur uithangen.”

“Tsjongejonge, nooit geweten dat ze zó erg waren…”

“Bizar hè? Kan je nagaan wat voor een bord die gasten voor hun kop hebben. Of wat zeg ik? Die hebben een complete bunker voor d’r taas! Het duurde na Haarlem ook nog gewoon vijf jaar voordat die bloedzuigers doorhadden dat ze nu toch ech wel een beetje geïsoleerd aan het raken waren. Niet te geloven toch? Vijf jaar! Maar ondertussen wel gewoon alle gevangen genomen Geuzen ophangen hè. Hufters. Krijgen ze lekker de doodstraf met hun Amsterdam!”

Drie Amsterdammertjes op een bankje uitkijkend over een van de grachten
En mijn God wat vinden die mensen d’r eigen belangrijk…”

De rijen sluiten zich

In 1578 sloot Amsterdam zich dan toch eindelijk aan bij de Opstand. Het katholieke stadsbestuur werd aan de kant gezet en protestantse kooplieden namen de leiding over. Om te voorkomen dat religieuze geschillen in de toekomst opnieuw tot problemen zouden leiden, kwamen de Noordelijke provincies overeen dat niemand meer omwille van zijn geloof vervolgd zou worden. Daarmee waren de Hollanders de eerste in de wereld die godsdienstvrijheid garandeerden.

“Zie je nou Ech Wel. Die idiote vete tussen 010 en 020 is helemaal nergens voor nodig. Als je gewoon samenwerkt dan kunnen er hele mooie dingen ontstaan.”

Knik in de grachtengordel met twee bruggen en grachtenpanden
“Staan ze weer te kwijlen op een of ander folkloristisch bruggetje dat van rottigheid in mekaar pleur…”

Het begin van de Victorie

“Ja, maar dan moeten ze natuurlijk niet de hele tijd van de daken lopen schreeuwen dat zij de beste van Nederland zijn hè! De beste van Rotterdam, de beste van Alkmaar, de beste van iedereen. Want daar klopt echt helemaal geen reet van. Zal lekker wezen ook. Rotterdam pleurde dat Spaanse gajes al in de eerste dagen van de Opstand de stad uit, en in Alkmaar begon de victorie nota bene!”

“In Alkmaar?”

“Ja, zij waren de eerste die zich niet de kaas van het brood lieten eten en het beleg (van hun stad) wisten te doorbreken. Toen de Spaanse vloot vervolgens ook op de Zuiderzee een nederlaag moest slikken, ontbood Filips de IJzeren Hertog in zijn kloosterpaleis en vroeg hem gepikeerd hoe het toch in Godsnaam mogelijk was dat hij met zijn formidabele leger niet eens een paar van die miezerige Geuzen eronder kon krijgen.”

Blik over de Prinsengracht met woonboten en bruggen. Aan de rechterzijde staat de Westertoren
Of loopt er zo’n grensdebiel over die Westerteringtoren te galmen…”

Oostzeehandel

Al sinds de 15e eeuw functioneerde Amsterdam als stapelmarkt voor graan en hout. Men haalde de goederen op in het Oostzeegebied, sloeg op wat nodig was en verkocht het restant door aan zuidelijke landen als Portugal en Frankrijk. Vice versa gingen vooral wijn, laken en zuivelproducten. Toen 020 echter besloot de rol van landverrader te gaan vertolken, kwam de moeder aller handel stil te liggen. Gelukkig zagen die slome krotenkokers (mede door de blokkade van hun haven) na vijf jaar eindelijk het onzinnige van hun daden in en kon er na het bundelen der krachten weer volop geld verdiend worden.

“En de Spanjaarden dan?”

“Het duo rot en vervelend verlegde hun aandacht naar het zuiden en ging Lissabon en Antwerpen aanvallen.”

“Hè?”

“Ja, dat zei ik toch al? In Alkmaar begon de victorie. Alva probeerde het nog even met Leiden, maar toen ook dat mislukte, kreeg die van Filips een nieuwe taak, de verovering van Lissabon.”

“Ik kan het even niet meer volgen Ech Wel. Wat heeft Lissabon met de Tachtigjarige Oorlog te maken?”

Een rijtje identieke pakhuizen met boogramen en rode luiken
“Zak daar je broek vanaf, van al die zeikliedjes over die grafstad…”

Val van Lissabon

Als gevolg van de onrust in de Nederlanden (en de bouw van zijn Escoriaal) was Filips bankroet geraakt. Een probleem dat hij met de inlijving van het kapitaalkrachtige Portugal dacht op te lossen. Als rechtvaardiging voor deze actie verklaarde hij dat zijn moeder Portugese was en dat hij daarom de meeste aanspraak op de vacante koningszetel van zijn buren maakte. Omdat niet iedereen het met die uitleg eens was, gaf hij Alva de kans om zich nog een laatste keer te bewijzen en voor hem de buit binnen te slepen.

Alva deed als hem was gevraagd en overwon de Portugezen. Een triomf die vrijwel meteen leidde tot een massale uittocht van de lokale Joodse bevolking. De allerkatholiekste koning verafschuwde pijpenkrullen namelijk evenzeer als protestanten en de Joden begrepen wel dat die christelijke houding voor hen weinig goeds beloofde. “En nou mag jij raden waar het uitverkoren volk naartoe verhuisde?”

Typisch 17e eeuws gevelrijtje aan de grachtengordel
Hallo, wie zijn ze dan met hun Amsterdam?

Joden

“020?”

“Jodendam inderdaad.”

“Goh, ik dacht al, waar blijven ze…”

“Wie?”

“Ja, wie…”

“Oh, de Joden. Nou in 1580 kwamen ze…”

“En in de bekrompen wereld van een doorgedraaide Feyenoordfan konden ze natuurlijk ook niet vermeden worden…”

“Hoe bedoel je? Dacht je dat ik voor hunnie aan de kant ging dan? En trouwens, het is toch niet mijn schuld dat die snavels Joden als Geuzennaam zijn gaan gebruiken? Schei ‘ns uit! Toont ook alleen maar aan hoe debiel die achterlijke zinksnijers hier zijn. Ik bedoel, als er één stad is die geen recht heeft een Geuzennaam te gebruiken dan zijn zij het wel. Klereleiers. Rotten ze lekker naar hun familiegraf met hun Amsterdam!”

Panorama van brug over het water met lange rij grachtenpanden
“Wat interesseert mij het nou wat er in die pleurisstad gebeurt?”

Grachtengordel profiteert

Toen in 1585 ook Antwerpen viel, (toendertijd de belangrijkste en rijkste stad van de Nederlanden) klopten er behalve Joden ook flinke aantallen protestantse kooplieden, intellectuelen en geschoolde ambachtslieden op de Amsterdamse deur. De nieuwe immigranten, maar vooral de handelsnetwerken, hoeveelheid kennis en dikke portemonnees die de twee bevolkingsgroepen met zich meenamen, maakten de bouw van de pretentieuze grachtengordel mogelijk. “Zie je nou Ech Nie, wat voor een lijkenpikkers het zijn? De stad is gebouwd op andermans ellende!”

Zowel de Joden als de Vlamingen beschikten over veel maritieme ervaring en uitstekende overzeese contacten. Portugal was eind 16e eeuw de grootste koloniale macht ter wereld en Antwerpen bezat een van de grootste havens van Europa. Hun gevluchte inwoners maakten die connecties ook voor Amsterdam beschikbaar. “En zoals het echte parasieten betaamt, profiteerden de hondenkoppen daar ten volle van. Binnen een paar jaar wisten ze hun stad uit te bouwen tot een internationaal centrum van handel, cultuur, kunst en wetenschap.”

Rijtje grachtenpanden met voornamelijk halsgevels.
“Ze hebben een haven waar al sinds 1312 geen schip meer is geweest…”

VOC

Lissabon was vanwege zijn specerijenhandel (waar de Portugezen een monopolie op hadden) altijd een belangrijke handelspartner van de Nederlanden geweest, maar nu ze door Spanje was geannexeerd, werd het Hollandse schepen verboden in de havenstad aan te meren. “Gaan we de kruiden toch gewoon zelf halen”, was de reactie van de Republiek, en in 1595 rustte Amsterdam voor dat doel een eerste expeditie uit.

De tocht naar Indië was op zich geen groot succes maar omdat er mee bewezen werd dat handel in de Oost wel degelijk tot de mogelijkheden behoorde, zagen vele rijke kooplui de potentie van het geheel en investeerden grote bedragen in nieuwe vaarten. Uiteindelijk leidde al deze ondernemingszin tot de oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie en behaalde men met de verkoop van koloniale waren ongelooflijke winsten.

“Ja, koopmansgeest hadden die jongens wel, dat moet je ze toch nageven…”

“Welnee joh. Wat hebben ze nou helemaal gedaan dan? Weerloze mensen van hun spullen beroofd? Nou nou, wat een helden. Het was gewoon grof geld verdienen over de rug van een ander. Typisch Amsterdam ook. Zodra ze met meer zijn, of ze hebben betere wapens, dan durven ze wel. Dan jatten ze de hele teringbende onder je hol vandaan. Stelletje klotestropers. Krijgen ze de mond – en klauwzeer met hun Amsterdam!”

Gevelrijtje in de grachtengordel met rij schuin geparkeerde auto's daarvoor
“…maar wel elk jaar met hun schijnheilige kop naar die Dokwerker lopen!”

Aanleg grachtengordel

Omdat tussen 1570 en 1670 het aantal inwoners van Amsterdam verdrievoudigde (van 30.000 naar 200.000) besloot het stadsbestuur in 1609 tot de aanleg van drie nieuwe grachten: Prinsengracht (vernoemd naar de Prins van Oranje), Keizersgracht (vernoemd naar de keizer van het Roomse Rijk) en Herengracht (vernoemd naar de Amsterdamse heren zelf).  

In lijn met hun niet-aflatende zelfbewondering meenden de Amsterdammers dat zij ver boven prins en keizer verheven stonden en dat daarom hun “eigen” gracht het onmiskenbare pronkstuk van de stadsuitbreiding moest worden. Vandaar ook dat je aan deze gracht de meest fantastische residenties vindt. Vooral de zogenaamde Gouden Bocht groeide wat dat betreft uit tot hét symbool van de rijkdom van de Gouden Eeuw.

Ideale stad

Gedurende de Renaissance poogde men overal in Europa de ideale stad te verwezenlijken maar natuurlijk vonden alleen de Amsterdammers dat zij daar (als enige) in geslaagd waren. De planologen hadden zich in hun ontwerp namelijk volledig geconformeerd aan de moderne opvattingen van die tijd en met behulp van strakke lijnen, symmetrie en geometrische vormen een volkomen harmonieus geheel geschapen.

“Nou, ik vind het prachtig hoor, Ech Wel. Maar als ik zo kijk heeft elk huis toch echt zijn eigen stijl en afmeting.”

“Dat komt omdat er in de loop der jaren een hoop gesloopt en verbouwd is, Ech Nie. In het begin waren de kavels allemaal van eenzelfde vastgestelde grootte, werden kleur en materiaal op elkaar afgestemd en was eenheid in maat en schaal een verplichting. Je kan het nog wel terugzien aan het aantal raampartijen van de meeste panden. Die waren standaard drie stuks breed.”

Grachtenpanden van verschillende hoogtes maar allemaal  drie raampartijen breed
“Krijgen ze de bombardementstering met hun Amsterdam, kennen ze puinruimen!”

Hand in Hand

Naast idealisme gingen in de grachtengordel ook nut en schoonheid Hand in Hand (!). De lindebomen aan het water werden bijvoorbeeld niet alleen geplant omdat het zo fraai oogde, maar ook omdat hun wortels de kades een stuk steviger maakten. Een ander voorbeeld zijn de trapbordessen bij de toegangsdeur. Behalve handig bij hoogwater werkten ze ook nog eens statusverhogend voor de eigenaren. (“Ja inderdaad, als je boven straatniveau woonde, leefde je op stand…”)

“Knap stadje hoor”, prijst Ech Nie haar omgeving. “Pardon?”, antwoord ik verontwaardigd. “Ga je nou alweer?”

“Ehm…?”

“Ja, dat is nou al de tweede keer dat je ze loopt te prijzen! Het lijkt GVD wel of iedereen het tegenwoordig alleen nog maar over die grafstad kan hebben! Op straat, in de media. Overal klinkt het Amsterdam dit, Amsterdam dat, Amsterdam zus, Amsterdam zo, Amsterdam hier, Amsterdam daar. Alsof d’r niks anders gebeurt in de wereld. Laten ze een vet hart krijgen met hun Amsterdam!”

Lindeboom aan de grachtengordel met op de achtergrond Amsterdamse huisjes
“Zonder Rotterdam zouden ze allang gezonken zijn!”

Kunst en wetenschap

De voorspoed in de Gouden Eeuw bleek al snel een goede voedingsbodem voor de ontwikkeling van de kunst en wetenschappen. In enkele decennia tijd werd Nederland zelfs het gidsland van Europa. Zo was men toonaangevend op het gebied van cartografie, (Hondius) filosofie, (Spinoza) anatomie, (Ruysch) biologie (Antoni van Leeuwenhoek) en tulpenmanie (effectenbeurs). Heerste men over de zeven wereldzeeën (Tromp, de Ruyter en Piet Hein), blonk uit in scheeps-, water en vestingbouw, (Corneliszoon, Leeghwater en Menno van Coehoorn) excelleerde in wis-, natuur-, en sterrenkunde (Snellius, Stevin en Christiaan Huygens) en schitterde in de schilderkunst (Frans Hals, Johannes Vermeer en natuurlijk Rembrandt van Rijn).  

Met de verschijning van de eerste grachtenpanden toonde ook de gegoede burgerij zich van zijn beste kant. Statige entrees, uitbundig beeldhouwwerk, natuurstenen ornamenten; alles haalden ze uit de kast om maar te kunnen pronken met hun weelde. Hendrik de Keyser, Philips Vingboons (uitvinder van de halsgevel) en Jacob van Campen tekenden veelal voor de ontwerpen.

Een van de grootste grachtenpanden van Amsterdam uitgevoerd in rode baksteen en wit decoratie
Uiterst links Huis Bartolotti, rechts daarvan Het Witte Huis. de een is ontworpen door Hendrik de Keyser de ander door Philips Vingboons

Wijsneuzen

“Goh, wat een toppers zeg die Amsterdammers, die konden werkelijk alles.”

“Wat loop-ie nou de hele tijd aan die kont van Amsterdam te likken joh? Die lui konden helemaal niks! Ja, de boel besodemieteren, dat konden ze!”

“Maar je noemt net zelf een heel rijtje grootheden op?!”

“Ja, maar dat waren geen Amsterdammers; dat was allemaal import! Bijna al die wijsneuzen kwamen uit Kutjepoep of Reetketelpikkumerschans of Godallejezusmagikveelwetenwaar. Maar niet uit Amsterdam zelf. En als ze er al waren geboren dan was het wel omdat hun ouders er net waren aangekomen. Maar goed dat telt natuurlijk niet. We noemen onze vierde generatie Rifbewoners tenslotte ook nog steeds kut-Marokkanen…”

Twee identieke grachtenpanden met halsgevels en wit beeldhouwwerk
Halsgevels

Corruptie

“Maar was er dan helemaal niemand die…?”

“Nee, Niemand. Nada. Ja, of je moet die Oetgens bedoelen. Dat was er een. Dat was, wat je noemt, een échte Amsterdammer. Die laaielichter was zo corrupt dat die er zelfs niet voor terugdeinsde z’n bloedeigen stadgenoten een poot uit te draaien. Je weet wel, zo’n nepperd die tijdens de eerste stadsuitbreiding precies wist welke gronden in aanmerking kwamen om te worden bebouwd en ze dan even snel opkocht om ze vervolgens weer voor een vermogen te verkopen.”

“Dat is toch slim?”

“Nee, dat is helemaal niet slim. Als je handelt met voorkennis dan ben je gewoon een schijnheilige teringgluiperd. Maar ja, daar schijnen ze hier niet zo veel moeite mee te hebben. De hele stad zit vol met dat soort schorem. Voor een paar centen verraadden ze zelfs nog hun bekendste inwoner. Net zo makkelijk…”

Voorgevel van het Achterhuis van Anne Frank
Anne Frank Huis

Werelderfgoed

“Wie dan?”

“Anne Frank.”

“Zucht. Okee, Ech Wel, nou is het genoeg. Ik ben die vreselijke Jules de la Tourette-aanvallen van jou helemaal zat. Dat loopt hier maar te schuimbekken en te vloeken en te tieren. Wat doen we hier dan, als het allemaal zo erg is?”

“Tsja, het is nou eenmaal Werelderfgoed…”

“Precies. En je kan mij nog meer vertellen, maar het is gewoon het mooiste werelderfgoed van Nederland. Amsterdam of geen Amsterdam. Ech Wel!”


Ook zo begaan met de grachtengordel, grof gebekt of een zekere antipathie? Laat het ons weten in de comments hieronder, we horen het graag!


Jules Deelder

Voor wie het nog niet door had, dit stukje is een hommage aan Hollands grootste dichter ooit, wijlen Jules Deelder. De man die nog net op het randje van 2019 overleed omdat die geen 020 op zijn grafsteen wilde hebben… RIP Jules.

En dacht u dat het taalgebruik in dit artikel ietwat op het randje was? Luistert u dan eens naar de meester zelf:


Lees ook:

*Over Filips II

Koninklijke boekenwurm kreeg met Escoriaal de wijsheid in pacht

*Over Leeghwater en de prestaties van de Hollanders in de polder

De Beemster, Hollands glorie in de polder