Terwijl ik onze trekker richting polder stuur, vertel ik Ech Nie hoe men gedurende de Renaissance naar harmonie in kunst en architectuur streefde. “En het goede van de Beemster droogmakerij is dat de bouwmeesters van Hollands Gouden Eeuw de antieke principes van orde, regelmaat en symmetrie allemaal in een nieuw geschapen weiland wisten te pompen.”

Stolpboerderij de Lepelaar gezien tussen twee bomen door
Stolpboerderij de Lepelaar

VOC-mentaliteit

Het was de tijd van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. Nederland ontwikkelde zich als een grootmacht, ontdeed zich van het Spaanse juk en koloniseerde grote gebieden overzees. Militaire successen en een florerende handel motiveerden vervolgens rijke kooplui om te investeren in nieuwe, winstgevende projecten. Daarbij lieten enkele VOC-lieden hun oog vallen op het Beemstermeer. “Daar moest toch meer mee te doen zijn”, dachten ze.

Stolpboerderij Broedersbouw, met zijn 5000m3 zo groot als een kerk

Poldermodel

In het gebied rond Amsterdam en Alkmaar namen grote plassen water zo’n 400 jaar geleden kostbare ruimte in beslag. “Zonde”, dachten de jongens van de VOC. Bovendien leidde al die nattigheid tot regelmatige overstromingen en overlast. Nadat een watersnood het omliggende land voor de zoveelste keer blank had gezet, was de maat vol. De VOC-ers togen naar de Staten van Holland en bepleitten het Beemstermeer in te ruilen voor vruchtbare landbouwgrond.

Goed idee, vonden de notabelen, zo kon men niet alleen de almaar uitdijende stadsbevolking van eten voorzien maar ook, door de verkoop van groente, een slaatje uit het nieuw verworven land slaan. Een win-win situatie zogezegd. Anno 1607 ging het nieuwe poldermodel in werking.

Ringvaart, dijk, Beemster onder grijze luchten
Ringvaart, dijk, Beemster

Renaissance in de polder

Vijf jaar kostte het de VOC uiteindelijk om ook dit gevecht met het water te winnen. In die tijd groef men een ringvaart, omdijkte het meer en maalde met behulp van molens het overbodige water naar het nieuwe kanaal. De kers op de taart vormde de indeling van het nieuwe land.

Geheel in geest van de Renaissance, en gebaseerd op de mathematische beginselen uit de oudheid, werd een landschap ontworpen dat uit een strikt geometrisch schaakbordpatroon bestond. Hiervoor werd een basisvorm uitgedacht dat bestond uit 900 meter in het vierkant en waarop tal van (water)wegen elkaar in een hoek van 90 graden kruisten. “Én”, beëindig ik mijn lofzang op de Hollandse prestaties, “de kern van het gebied vormde een rechthoek met de ideale verhouding van 2:3!”

Schets van mathematische verdeling land Beemster
Indeling van het landschap

Architectonisch landschap

Helaas kan al dat streven naar harmonie en schoonheid Ech Nie maar bitter weinig bekoren. Dat vorm en uiterlijk een hoger doel dienden, dat de symboliek in elke vezel van het groene gras verweven zat; het interesseert d’r allemaal geen biet. Rijdend over de ietwat verhoogde wegen binnen de Beemster vraagt ze zich alleen maar af wanneer we nou eindelijk eens bij dat Unesco-monument aankomen.

“Daar zijn we al schat” maak ik haar duidelijk. “Het was je waarschijnlijk ontgaan, maar de weg waar we overheen rijden is zo aangelegd dat jij continu een mooi, weids uitzicht over dit prachtige, architectonische landschap hebt.” Ech Nie had het nog niet gezien. “Dat prachtige, architectonische landschap?”, herhaalt ze nog maar eens. “Bedoel je nou die paar koeien in de wei?”

“Nou eigenlijk is het meer de wei zelf die bijzonder is”, antwoord ik. “En de sloot ernaast niet te vergeten.”

Oerhollands Portugal

Bomen over de Beemster

“Oh ja, ja, nou zie ik het ook. Jammer alleen van al die bomen die mijn zicht steeds belemmeren.”

“Die zijn ook bijzonder”, ga ik in alle ernst verder, “zij dienden namelijk om de reiziger te beschermen tegen het gure Hollandse weer. Daarnaast moesten ze het accent op de rechte lijnen in het landschap vergroten.”

Ech Nie kijkt me bevreemd aan en ik zie dat ze moeite doet om haar lach in te houden.

Oude, deels houten huisjes langs het water
Huizen in het dorp Middenbeemster

Middenbeemster

Midden in het polderparadijs, op het snijpunt van twee hoofdwegen, heeft men het dorp Middenbeemster gebouwd. Uiteraard kreeg de kerk, als symbool voor de plaats die het geloof vroeger in de samenleving innam, de centrumlocatie toebedeeld. “En om een harmonisch geheel te scheppen stonden alle huizen op een bepaalde afstand van elkaar en hadden ze ook allemaal een vooraf vastgestelde afmeting. Orde en regelmaat waren in de Renaissance immers heel belangrijk.”

Wederom probeert Ech Nie niet te grinniken, maar dit keer kan ze een flauwe glimlach toch niet onderdrukken.

Stolpboerderij de Eenhoorn met strak gemaaid gazon
Stolpboerderij de Eenhoorn

Boerderij en buitenhuis

Vanwege het agrarische karakter van de Beemster bestond de bebouwing uit voornamelijk stolpboerderijen. (“Dat zijn boerderijen met een vierkant grondvlak en een piramide-achtig dak, Ech Nie.”) De kloeke landgoederen waren voor het ontstaan van de wonderpolder al typerend voor de streek, maar pasten met hun geometrische vormen natuurlijk ook wonderwel in het nieuwe, wiskundige landschap. Daarnaast liet ook de trotse Hollandse elite zich niet onbetuigd. Met de realisering van zo’n vijftig lommerrijke buitenhuizen luisterden zij de polder zodanig op dat meneer Leeghwater (één van de mannen die zorgde voor een droge Beemster) de streek omschreef als zijnde de vermakelijkste en lustzinnigste van Holland.”

Geluid produceert ze nog niet, maar inmiddels heeft Ech Nie een grijns van oor tot oor.

Bord in het Beemster landschap dat de werelderfgoedstatus van het gebied verkondigt
De Beemster, land van Leeg(h)water

Herenhuysen

“En Leeghwater was niet de enige die het cultuurlandschap bewonderde”, vervolg ik. “van heinde en verre kwam men kijken naar wat die Hollanders nou toch weer hadden gepresteerd. Vanuit Italië kwam zelfs meneer de’ Medici een kijkje nemen. De baas van Florence, (dé stad van de Renaissance) liet optekenen de Beemster het mooiste en heerlijkste van gans Nederland te vinden.”

“Maar waar zijn al die paleizen dan?” vraagt olijke Ech Nie zich af.

“Eh ja, dat is een beetje een dingetje” erken ik schoorvoetend, “die zijn er helaas niet meer. Toen het met de Beemster namelijk economisch wat minder ging, werd de grond verkocht aan boeren die niets van al die Herenhuysen moesten hebben. Zij oordeelden dat de lusthoven veel te duur in onderhoud waren en sloopten de boel.”

Ech Nie houdt het niet langer en proest het uit.

Een van de verdwenen buitenplaatsen in de Beemster (bron)

Uniek werelderfgoed

“Dus het enige imposante wat hier ooit heeft gestaan, braken ze af omdat de koeien moesten grazen?”

“Dat klopt inderdaad. Ik zie alleen even niet wat daar nou zo grappig aan is?”

“Nou ik vind het anders een giller. Ik bedoel, knulliger dan dit kan toch bijna niet? Hoe is het in godsnaam mogelijk dat het resterende stukje grasland als uniek en onvervangbaar werelderfgoed is gekwalificeerd?”

“Omdat het zo is!”

“Ja, dag. Je kan me nog meer vertellen, maar jij weet net zo goed als ik dat dit gewoon een doorsnee polder is; groen, plat en kaal. Daar doen die paar oude stolpdingen niets aan af.”

Oudbouw huizen in Middenbeemster
Nog meer huizen in Middenbeemster

De klasse van de Beemster

Ik ben verbouwereerd. Trok ze nou Unesco’s kundige oordeel in twijfel? Fijntjes wijs ik ons lachebekkie er op dat volgens de mensen die er verstand van hebben “dit culturele landschap een meesterwerk van creativiteit is waarbij de idealen uit de oudheid en de Renaissance werden gecombineerd in het ontwerp van een nieuw ontgonnen land.” Ik kan d’r gelijk weer opvegen.

Schuddebuikend van de pret stelt ze dat die stomme, kronkelende Chinese muur inderdaad maar schril afsteekt tegen dit drooggelegde poldertje. “Het gaat niet áltijd over wie de grootste of de mooiste heeft, Ech Nie”, vermaan ik haar, “het gaat om het succes van een goed idee. Over de mensheid en zijn ontwikkeling. Weet je wat het met jou is? Je bent gewoon verwend. Wat dacht je als je heel je leven in de bergen hebt gewoond? Of in de jungle? En je komt hier. Op zeker dat je dan wel ziet hoe bijzonder dit allemaal wel niet is.”

“Zou het?” vraagt Ech Nie, ineens een beetje aan het twijfelen geraakt. “Ja natuurlijk joh”, ging ik nog even door, “de beste dingen in het leven zijn vaak de simpelste, je ziet ze als vanzelfsprekend. En dat is met de Beemster precies hetzelfde. Hij is zo goed dat je het niet meer ziet. Ech Wel!”


Ook wel eens in de Beemster geweest? Een VOC mentaliteit of een echt poldermodel? Laat het ons weten in de reacties hieronder, we horen het graag!


Lees ook:

Tijdens molentocht Kinderdijk is het weer bar en boos
Op stoom bij het Woudagemaal
Rotterdamse lofzang op Amsterdamse grachtengordel