De Beemster, Hollands glorie in de polder

Beemster

Door de eeuwen heen zijn de oude Grieken en Romeinen altijd wel een belangrijke bron van inspiratie geweest. Tal van architecten putten uit hun nalatenschap en ook een jongen als Karel de Grote spiegelde zich, met zijn Dom in Aken, graag aan die ouwelui van toen. Maar hoewel ze dus altijd wel populair waren gebleven kwam de antieke wereld pas echt tot leven ten tijde van de Renaissance. Het was dan ook in deze periode dat de Hollanders er in slaagden de oude idealen te verwerken in hun magistrale Beemster droogmakerij.

Oude ideeën, nieuwe polder

Al zittend op onze trekker richting Neerlands trots gaf ik Ech Nie wat achtergrondinformatie over het reisdoel van die dag. Ik vertelde haar over de Renaissance, en dat het woord letterlijk wedergeboorte betekende. Over het tijdsbestek waarin het zich afspeelde, en dat men toen net de donkere middeleeuwen had afgesloten om aan een nieuw tijdperk te beginnen. Ik schetste haar het oude ideaalbeeld van harmonie in kunst en architectuur, en over de antieke principes van orde, regelmaat en symmetrie. “Maar wat heeft dat nou allemaal met een polder te maken?” viel Ech Nie me brutaal in de rede. “Aha”, corrigeerde ik, “dat is het hem nou juist. De bouwmeesters van Hollands Gouden Eeuw pompten al die theorieën in de drooggemalen Beemster en wisten zo het ideale landschap te scheppen.”

Stolpboerderij de Lepelaar in de Beemster geziend oor twee bomen
Stolpboerderij de Lepelaar in de Beemster

VOC-mentaliteit

Behalve de tijd van de Renaissance was het ook de tijd van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. Nederland ontwikkelde zich als een grootmacht, ontdeed zich van het Spaanse juk en koloniseerde grote gebieden overzees. Militaire successen en een florerende handel leverden vervolgens een Gouden Eeuw op en zorgden er eveneens voor dat rijke kooplui op zoek gingen naar nieuwe, winstgevende projecten om hun geld in te kunnen beleggen. Een aantal VOC-lieden lieten daarbij hun oog vallen op de grond waar het Beemstermeer op lag. “Daar moest toch meer mee te doen zijn”, dachten ze.

Poldermodel

Zo’n 400 jaar geleden lagen er in het gebied rond Amsterdam en Alkmaar grote plassen water behoorlijk wat kostbare ruimte in beslag te nemen. “Zonde”, dachten de jongens van de VOC. Bovendien leidde al die nattigheid voor de bewoners van de streek tot flink wat overlast. “Irritant”, vonden de VOC-handelaars. Toen na een zoveelste watersnood het omliggende land wederom was ondergelopen was de emmer maat dan ook vol. “Willen we meer of minder?” vroegen de VOC-ers zich af. “Minder, minder, minder!”, was het antwoord wat ze kregen.

Daarop werd besloten om het Beemstermeer in te ruilen voor vruchtbare landbouwgrond. Het idee erachter was dat men zo de almaar uitdijende stadsbevolking makkelijker van eten kon voorzien en dat men tegelijkertijd, door de verkoop van groente, een slaatje uit het nieuw verworven land kon slaan. Een win-win situatie zogezegd. Omdat de Staten van Holland het ook een strak plan vonden verleenden zij de bedenkers toestemming om het nieuwe poldermodel uit te gaan voeren. Anno 1607 begonnen de werkzaamheden.

Ringvaart, dijk, Beemster onder grijze luchten
Ringvaart, dijk, Beemster

Renaissance in de polder

Vijf jaar kostte het de VOC uiteindelijk om ook dit gevecht met het water te winnen. In die tijd omdijkte men het meer, groef men er een ringvaart omheen en maalde met behulp van molens het overbodige water naar het nieuwe kanaal. “Dat was nou die beroemde VOC-mentaliteit”, zei ik tegen Ech Nie. “Wat een daadkracht.” De kers op de taart vormde de indeling van het nieuwe land.

Geheel in geest van de Renaissance, en gebaseerd op de mathematische beginselen uit de oudheid, werd een landschap ontworpen dat uit een strikt geometrisch schaakbordpatroon bestond. Hiervoor werd een basisvorm uitgedacht dat bestond uit 900 meter in het vierkant en waarop tal van (water) wegen elkaar in een hoek van 90 graden kruisten. Toen ik al die Hollandse prestaties aan Ech Nie opsomde moest ik van ontroering toch even slikken. “En dan vormde de kern van het gebied ook nog eens een rechthoek met de ideale verhouding van 2:3!”

De mathematische indeling van het Beemster landschap
indeling van het landschap bron

Bomen over de Beemster

Maar terwijl bij mij de emoties hoog opliepen deed Ech Nie al dat streven naar harmonie en schoonheid bitter weinig. Dat vorm en uiterlijk een hoger doel dienden, dat de symboliek in elke vezel van het groene gras verweven zat; het interesseerde d’r allemaal geen biet. Rijdend over de ietwat verhoogde wegen binnen de Beemster vroeg ze zich alleen maar af wanneer we nou eindelijk eens bij dat Unesco-monument zouden zijn.

“Daar zijn we al schat” maakte ik haar duidelijk. “Het was je waarschijnlijk ontgaan maar de weg waar we overheen rijden is zo aangelegd dat jij continu een mooi, weids uitzicht over dit prachtige, architectonische landschap hebt.” Ech Nie had het nog niet gezien. “Je bedoelt de koeien in de wei?”, vroeg ze verbaasd. “Nou eigenlijk is het meer de wei zelf die bijzonder is”, antwoordde ik. “En de sloot ernaast niet te vergeten.”

Ech Nie dacht dat ze in de zeik werd genomen en speelde het spelletje glimlachend mee. “Oh ja, ja, nou zie ik het ook. Jammer alleen van al die bomen die mijn zicht steeds belemmeren.”

“Die zijn ook bijzonder”, ging ik in alle ernst verder, “zij dienden namelijk om de reiziger te beschermen tegen het gure Hollandse weer. Daarnaast moesten ze het accent op de rechte lijnen in het landschap vergroten.” Ech Nie deed moeite haar lach in te houden.

Huizen in het dorp Middenbeemster
Huizen in het dorp Middenbeemster

Middenbeemster

Midden in het polderparadijs, op het snijpunt van de twee hoofdwegen, heeft men het dorp Middenbeemster gebouwd. Uiteraard kreeg de kerk, als symbool voor de plaats die het geloof vroeger in de samenleving innam, de centrumlocatie toebedeeld. Het was een feit waarop Ech Nie slechts met een bijzonder lollig “Oh ja joh?” reageerde. Ergerlijk vond ik zelf. Temeer omdat ik de indruk kreeg dat ze dit werelderfgoed niet de serieuze aandacht gaf die het verdiende.

Toen we na het parkeren van onze boerenkar een rondje door het idyllische dorp liepen werd mijn vermoeden steeds verder bevestigd. Ik vertelde haar tijdens de wandeling over de voorschriften die hier golden ten tijde van de bouw. Over de verplichting dat alle huizen van een bepaalde afmeting diende te zijn; dat ze, binnen een bepaalde afstand van elkaar, netjes in het gelid moesten staan. Ik wees haar op de bedoeling van de scheppers om door middel van orde en regelmaat een harmonisch geheel te creëren. Over van alles en nog wat, oreerde ik, maar Ech Nie reageerde slechts met een grote grijns op haar gezicht.

En dat begon me hoe langer hoe meer te irriteren.

Stolpboerderij de Eenhoorn in landschap de Beemster
Stolpboerderij de Eenhoorn

Boerderij en buitenhuis

Vanwege het agrarische karakter van de Beemster bestond de bebouwing uit voornamelijk stolpboerderijen. Dat zijn boerderijen met een vierkant grondvlak en een pyramide-achtig dak. De kloeke landgoederen waren voor het ontstaan van de wonderpolder al typerend voor de streek maar pasten met hun geometrische vormen natuurlijk ook wonderwel in het nieuwe, wiskundige landschap. “Of niet Ech Nie?”, vroeg ik mijn goedlachse eega, maar die grinnikte alleen maar wat stom terug.

Ik had het idee volkomen belachelijk gemaakt te worden maar liet me niet het (boeren)veld uit slaan. Ik begon over de trotse Hollandse elite die zich na de totstandkoming van hun ideaal maar wat graag in het strakke landschap wilde vestigen. Over de ongeveer 50 buitenhuizen die de bovenlaag hier liet bouwen en over hoe schitterend al die prachtige paleizen in de Hollandse polder tot hun recht kwamen. Het was zo sprankelend mooi dat het meneer Leeghwater, een van de mannen die zorgde voor een droge Beemster, de streek omschreef als zijnde de vermakelijkste en lustzinnigste van Holland.”

Bord in het Beemster landschap dat de werelderfgoedstatus van het gebied aankondigt
Land van Leeg(h)water

Polderlol

“En Leeghwater was niet de enige die het cultuurlandschap bewonderde”, vervolgde ik. “Het project had wereldfaam verworven en van heinde en verre kwam men kijken naar wat die Hollanders nou toch weer hadden gepresteerd. Vanuit Italië kwam zelfs meneer de Medici over om een kijkje nemen. De baas van Florence, dé stad van de renaissance, liet optekenen de Beemster het mooiste en heerlijkste van gans Nederland te vinden.”

“Waar zijn al die paleizen dan?” vroeg olijke Ech Nie droog, “want ik zie ze niet.”

“Eh ja, dat is een beetje een dingetje” moest ik bekennen, “die zijn er helaas niet meer. Toen het met de Beemster economisch namelijk allemaal wat minder ging werd de grond verkocht aan boeren en die hadden het niet zo op met al die Herenhuysen. Zij hadden andere plannen en oordeelden dat de lusthoven veel te duur in onderhoud waren en bovendien niet erg smakelijk voor hun koeien…”

“Ja?”

“En dus werden ze gesloopt.”

Ech Nie hield het niet langer en proestte het uit. “Dus het enige unieke wat hier ooit heeft gestaan hebben ze afgebroken ten faveure van de koeien en hun gras?”

“Dat klopt ja”, bekende ik schoorvoetend. “Maar het ontgaat me even wat daar nou de hele tijd zo grappig aan is?”

“Effe serieus Ech Wel. Wil jij mij nou ech wijsmaken dat dit uniek en onvervangbaar werelderfgoed is?”

“Ech wel!”

“Schei toch uit man”, hinnikte ze verder, “je kan het allemaal mooi vertellen maar jij weet net zo goed als ik dat dit gewoon een polder is zoals alle andere; groen, plat en kaal. Daar doen die paar oude stolpdingen niets aan af.”

Oudbouw huizen in Middenbeemster
Nog meer huizen in Middenbeemster

Ech goed

Ik was verbouwereerd. Trok ze nou Unesco’s oordeel in twijfel? Fijntjes wees ik ons lachebekkie er op dat volgens de mensen die er verstand van hebben “dit culturele landschap een meesterwerk van creativiteit is waarbij de idealen uit de oudheid en de Renaissance werden gecombineerd in het ontwerp van een nieuw ontgonnen land.” Ik kon d’r gelijk weer opvegen.

Schuddebuikend van de pret stelde ze dat die stomme, kronkelende Chinese muur inderdaad maar schril afstak tegen dit poldertje met zijn rechte sloten. “Het gaat niet áltijd over wie de grootste of de mooiste heeft”, zei ik kribbig, “het gaat om het succes van een goed idee. Over de mensheid en zijn ontwikkeling. Weet je wat het met jou is? Je bent gewoon verwend. Wat dacht je als je heel je leven in de bergen hebt gewoond? Of in de jungle? En je komt hier. Op zeker dat je dan wel ziet hoe bijzonder dit allemaal wel niet is.”

“Zou het?” vroeg Ech Nie, ineens een beetje aan het twijfelen geraakt. “Ja natuurlijk joh”, ging ik nog even door, “de beste dingen in het leven zijn vaak de simpelste, je ziet ze als vanzelfsprekend. En dat is met de Beemster precies hetzelfde. Hij is zo goed dat je het niet meer ziet. Ech Wel!”

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: