Van de paar honderd kastelen die de Loire-streek rijk is, bezoeken we als eerste die van Blois. “Volgens de architectuurboekjes is dit magnifieke château een schoolvoorbeeld van de vroege Franse renaissance, Ech Nie.”

“Hmmm, kan je dat misschien op het terras wat nader toelichten, Ech Wel? Zulk soort verhalen smaken altijd beter met een wijntje…”

“Natuurlijk, madame! Joie de vivre, nietwaar?”

Glas witte wijn en Leffe blond op terrastafel
Wijn en bier geeft plezier

Lang leve de mens in de renaissance

Vanachter een Leffe Blonde en een frisse Cheverny doceer ik Ech Nie niet veel later over hoe de Franse koningen eind 15e eeuw besmet raakten met het renaissance-virus. “Toen ze met hun armee op veldtocht waren in de rijke stadsstaten van Noord-Italië kwamen de prinsgemalen in contact met de luxueuze leventjes van families als de’ Medici in Florence en de Sforza’s in Milaan en dat werkte voor hen zo aanstekelijk dat ze Italiaanse kunstenaars opdracht gaven hun eigen militaire burchten tot elegante renaissance-pareltjes om te toveren.”

“En daarvan was Blois er één?”

“Exact”

“Maar wat is hier dan zo renesansdinges aan?”

“Renaissancistisch? Nou wat dacht je van de decoraties boven de ingang? Het chique ruiterbeeld, het gekroonde stekelvarken en de letters L en A zijn allemaal typisch renaissance.”

“Hoezo?”

“Omdat ze een uiting van individualisme zijn. Het is een vorm van borstklopperij die in de middeleeuwen nog niet voorkwam. In die donkere periode was men namelijk alleen maar bezig met God en het leven na de dood; in de Renaissance daarentegen, zette men de mens en zijn aardse bestaan centraal. Vandaar dat koning Lodewijk zichzelf als puike ruiter af liet beelden, dat zijn embleem, het stekelvarken, daaronder werd gezet, en dat daarnaast de initialen van hem en zijn vrouw Anna de gevel gingen sieren.”

Ruiterbeeld boven de ingang omringd door gouden lelies en gotische decoraties
Lodewijk te paard, onder de ruiter het stekelvarken en de initialen van hem en zijn vrouw

Kasteel van Blois

“Lodewijk startte dus de Franse renaissance, maar getuige de vele gotische versieringen op het dak en rondom de ruiter durfde hij de voorgaande bouwstijl toch nog niet helemaal los te laten. Frans 1, de opvolger van Lodewijk, had daar duidelijk minder moeite mee. Twaalf jaar na Lodewijk verordonneerde hij de constructie van een nieuwe vleugel die alle voorgaande bouwsels in schoonheid royaal moest overtreffen.”

“En dat was ook weer typisch renaissance?”

“Absoluut, want het individualisme ging gepaard met het streven naar roem en het willen aftroeven van de ander.”

“Maar was Frans dan ook zo’n over het paard getilde?”

“Nee, wat dat betreft was hij nog veel renaissancistischer dan Lodewijk; hij liet (naast zijn logo, de salamander, en de initialen van zijn eega en hemzelf) op de façade de twaalf werken van Hercules aanbrengen.”

“Ah, de Sire voegde zich in het rijtje vorsten dat zich graag met de Griekse halfgod identificeerde?

“Inderdaad. Gedurende de Renaissance vond er een herwaardering van de klassieke oudheid plaats en daarmee werd het helemaal bon ton om je te spiegelen aan helden uit de antieke mythologie.”

Zandstenen gevel van kasteel Blois gezien vanaf de straat
Kasteel van Blois, “gevel van de loges” (Frans’ bijdrage)

Pretpaleizen langs de Loire

“Nadat Lodewijk en Frans de trend hadden gezet, ambieerde plotseling iedere zichzelf respecterende familie een buitenverblijf aan de Loire. De woeste rivier transformeerde in de blauwe levensader van de adel en binnen een tijdsbestek van enkele decennia positioneerde de Franse fine fleur honderden protserige pretpaleizen langs zijn oever.”

“Pretpaleizen?”

“Ja natuurlijk, la belle vie, daar draaide het in de Renaissance allemaal om. Klaar met het middeleeuwse doemdenken zochten hof en adel hun vertier in extravagante maskerades, praalvertoningen, blijde ontvangsten en dagenlange jachtpartijen. Vrolijke Frans fungeerde daarbij als grote roerganger. Hij breidde zijn hofhouding uit tot een kunstenaarscollectief van enkele honderden artiesten en organiseerde voor elke gelegenheid de meest spectaculaire feesten.”

“En nou wil jij zeker al die pretpaleizen gaan bekijken?”

“Uiteraard, maar niet voordat we uitgebreid hebben gedineerd, want ook dát is heel erg renaissance.”

Hooggelegen kasteel torent boven daken van dorpje uit
Château de Chaumont, ooit gebruikte de ziener Nostradamus de kasteeltoren als observatorium

Tafelmanieren tijdens het diner

Met een knap boeketje langoustines denkt Ech Nie het aan tafel getroffen te hebben, maar hoewel het er zeker niet onappetijtelijk uitziet, moet ik haar toch mededelen dat het in vergelijking met de overvloedige banketten van de opschepperige Frans maar bitter weinig voorstelt. “Gevuld gevogelte, kunstig opgemaakte varkenskoppen, burchten van deeg; voor zijn kostgangers was onze levensgenieter niks te dol. Zijn vreetfestijnen hadden dan ook tot doel de fabuleuze rijkdom van de Franse dynastie te demonstreren. De gedachte daarachter was dat een monarch die zo kwistig met franken strooide ook zonder moeite over een gigantisch huurlingenleger kon beschikken (mocht dat nodig zijn).”

“Beetje vreemde manier om dat aan anderen duidelijk te maken…”

“Ja, wat dat betreft doen we het met al dat wapengekletter van tegenwoordig een stuk beschaafder, n’est pas?… Enfin, over manieren gesproken; tijdens de renaissance werd ook de etiquette geïntroduceerd. Voor het eerst stelde men regels op over hoe men zich aan tafel gedistingeerd moest gedragen, maakten vork en servet hun entree, verdwenen repugnante geluiden en ging het patrimonium der mensheid als het belangrijkste gespreksonderwerp aan de dis gelden…”

“Burp!”, luidt het korte commentaar van Ech Nie.  

Bord met langoustines in piramidevorm
Boeketje langoustines

Kasteel van Amboise

Na nog een hele avond lang het leven te hebben gevierd renaissancistisch te zijn bezig geweest, pakken we de volgende dag onze queeste in Amboise weer op. “Zie daar, mon chérie, dat machtige château aan de overkant, dat was dus Frans’ oude optrekje. Vanuit hier verhuisde hij naar Blois.”

“Beetje pauper inderdaad, wie wil er nou in zo’n klein sjattootje wonen?”

“In zijn tijd was het wel drie keer zo groot, Ech Nie. En het is château.”

“Okee, maar als het niet de grootte was, waarom ging die dan weg?”

“Tsja, wie zal het zeggen. Misschien deed het paleis hem wel teveel aan zijn oude vriend da Vinci denken. Na drie jaar in zijn gezelschap te hebben geleefd gaf zijn patron de geest.”

“Da Vinci? Toch niet die man van de code of wel?”

“Zeker wel, Leonardo da Vinci, de Florentijnse superster van de renaissance.”

Hoog boven de Loire-rivier uitstekend kasteel met verdedigingswerken en gotische kapel
Kasteel van Amboise, in de kapel rechts op de foto ligt Leonardo da Vinci begraven

Leonardo da Vinci

“Tijdens vredesbesprekingen in Noord-Italië ontmoette koning Frans het genie Leonardo. Laatstgenoemde was daar in opdracht van de machtige familie de’ Medici en had als taak de lastige onderhandelingen met magische kunsten op te leuken. Speciaal voor de occasie ontwierp da Vinci daarom een mechanische leeuw die een bos lelies presenteerde.”

“Wauw, wat bijzonder zeg…”, interrumpeert Ech Nie cynisch.

“Ja, jou ontgaat natuurlijk weer de symboliek, maar Frans vond het in ieder geval heel vernuftig. Hij was zelfs zo onder de indruk van de meest renaissancistische man ooit dat hij hem inviteerde zijn eerste schilder, architect en ingenieur worden. Leonardo moest er even over nadenken maar na een paar maanden meldde hij zich toch aan de hofpoort in Amboise. Onder zijn arm droeg hij drie meesterwerken (waaronder de Mona Lisa).”

Rivierbeeld van de Loire met 2 boten. Op de achtergrond het silhouet van Blois.
Zicht op Blois

Homo universalis

“Net als in de oudheid werd van een vorst in de renaissance verwacht dat hij de zeven vrije kunsten beheerste; grammatica, logica, retorica, rekenkunde, meetkunde, sterrenkunde en muziek. En de leergierige Frans meende dat die zich dan maar het best door de vleesgeworden homo universalis kon laten onderwijzen.”

“Pardon?”

“De homo universalis, oftewel, de volledig ontwikkelde, universele mens.”

“En dat was Leonardo?”

“Dat mag je wel zeggen ja. Niet alleen penseelde hij volmaakte schilderijen, hij was ook een groot beeldhouwer, uitvinder, technicus, astronoom, denker, filosoof en wetenschapper. In de ogen van zijn tijdgenoten bezat hij alle kennis van de wereld.”

Houten, platte zeilboten op Loire-rivier
Op een rivier met weinig diepgang geschiedde het vervoer van goederen met platbodems

Leonardo maakt Frans het hof

Frans en Leonardo konden het ondanks hun grote leeftijdsverschil (ruim veertig jaar) goed met elkaar vinden. Zo wierp Zijne Excellentie zich op als de mecenas waar da Vinci al zijn hele leven lang naar had gezocht (hij schonk hem zonder verdere verplichtingen riante, maandelijkse toelages en een baksteenrood kasteel met atelier), terwijl de professor met veel geduld zijn kunsten aan de jonge koning vertoonde. Discretie was daarbij verzekerd, want meester en leerling waren buren en konden elkaar middels een ondergrondse gang visiteren.

Behalve het delen van zijn onmetelijke kennis, luisterde da Vinci met veel renaissancistisch vertoon de doop van Frans’ zoon Hendrik op, orkestreerde hij de special effects rondom Frans’ vele exorbitante fuiven, creëerde hij de flamboyante kostuums voor toekomstige gala’s en, hoe kon het ook anders, werkte hij aan schetsen voor het meest renaissancistische paleis van de hele Loire-streek; het Chambord.

“Had Frans nóg een paleis?”

“Ja, of eigenlijk meer een jachtslot.”

Kolossaal kasteel Chambord gezien van onder de bladeren van een boom
Lommerrijk Chambord

Kasteel Chambord

Daar Chambord bedoeld was om de macht en autoriteit van de prachtlievende Frans uit te stralen, gebood hij zijn bouwmeesters het meest iconische, prestigieuze en ontzagwekkendste château van de Loire-vallei te ontwerpen. Da Vinci, zijn geliefde Italiaanse alleskunner, tekende alvast voor het magistrale trappenhuis; van buitenaf laat zijn creatie zich aanzien als een enkele wenteltrap, maar in werkelijkheid blijken het twee in elkaar gedraaide spiralen te zijn. (Zodoende kwamen op en neer bewegende hovelingen elkaar nooit tegen terwijl ze toch op dezelfde trap liepen.)

“Subliem!”

“Ja, Leonardo was zijn tijd ver vooruit, dat bewees die hier maar weer eens. Om Frans nog een extra veer in zijn derrière te steken werd het hele gebouw volgehangen met zijn logo, de salamander, en de koninklijke F.”

“Want Frans was natuurlijk een kind van de renaissance.”

C’est ça. Zie ook de lelie bovenop de centrale domtoren. De bloem is het symbool van het Franse koningshuis en kreeg daarom de hoogste spits toegewezen. Op die manier wees Frans er nog maar eens op dat niemand aan zijn verheven positie kon tornen. Ook heel erg renaissance is de orde en regelmaat van de verschillende etages en de symmetrie van het geheel.”

Weelderig daklandschap met schoorstenen, dakkapellen en torens. Allemaal kunstig versierd met geometrische vormen.
De skyline van Chambord naar het model van Constantinopel, rechts van het midden de toren met de lelie

Chambord in cijfers

Terwijl we een rondje om het kasteel flaneren, som ik voor Ech Nie nog even wat getallen op. “Chambord heeft 440 vertrekken, 385 haarden, 365 torens, 1036 ramen, 282 schoorstenen en 83 trappen. Het staat op 5500 hectare grond, is omringd door 32 kilometer muur, 156 meter lang, 117 meter breed en 56 meter hoog.”

“Nondedju!”

“Ja, en dan te bedenken dat het slechts een jachtslot was hè, gewoond werd hier niet. ”

“Maar waar was al die ruimte dan voor nodig?”

“Om feestgangers en jagers te kunnen herbergen natuurlijk. Honderden hoogwaardigheidsbekleders konden zo in hun eigen kamer overnachten, de belendende gebouwen boden plaats aan 2000 lakeien en in de garage kon men ongeveer 1200 paarden stallen.”

langgerekt kasteel met ronde torens en spiegelend in voorgelegen water
Chambord in spiegelbeeld

Fontainebleau

“Het kon niet op hè, in de renaissance.”

“Voor de elite niet nee. Toen Frans in 1525 een nederlaag in Noord-Italië leed, hield onze bon vivant de Loire voor gezien en verlegde hij zijn jachtgebied gewoon weer naar een volgend paleis.”

“Niet?”

“Jawel hoor, in Fontainebleau.”

“Waar?”

“Fontainebleau, een bosrijk gebied nabij Parijs.”

“Jeetje, hoort dat ook nog allemaal bij dit werelderfgoed?”

“Nee. Hoewel dit Unesco-monument zich over 280 kilometer waterkant uitstrekt, hoort dat kasteel er niet bij. Fontainebleau is weer een separaat werelderfgoed.”

“En wilde je daar ook nog naar toe?”

“Een ander keertje, voor nu lijkt het me het beste als we weer even terugkeren naar het terras.”

“Ah, blieft u wellicht een wijntje, monsieur?”

Naturellement Ech Wel!”


Ook wel eens de Loire-vallei bezocht, van het leven genoten of kastelen gebouwd? Laat het ons weten in de reacties hieronder, we horen het graag!


Houten vakwerkhuizen en lege terrassen in druilerig weer.
Gezellig op de markt in Tours

Praktische informatie

Wij bezochten de Loire-vallei tussen Blois en Tours, (het fraaiste gedeelte volgens velen) maar het werelderfgoed loopt van Sully-sur-Loire tot Chalonnes. Van de top vijf kastelen die er langs de rivier gebouwd zijn, kwamen er hierboven vier aan bod; de vijfde is Chenonceau. Helaas hadden wij zelf geen tijd voor een bezoek, maar eigenlijk mag het renaissancistische meesterwerk op geen enkel visitelijstje ontbreken.

Jaar van inschrijving: 2000

Noot; De Fransen beschouwen de Loire als de scheidingslijn tussen zon en regen. Dat ze daar gelijk in hebben bleek wel toen wij eerst Blois en omstreken in een stralend zonnetje bekeken, en vervolgens in Tours door slagregens en donderslagen werden geteisterd. Het noodweer was zelfs van dien aard dat we, buiten de café’s vakwerkhuizen aan de markt, maar weinig van de stad zagen. Daar de plaats bovendien vooral middeleeuws van aard is, (en dus een beetje buiten de renaissancistische toon van dit verhaal viel), besloten we de oude hoofdstad in dit verslag buiten te sluiten. Onze welgemeende excuses.


Lees ook:

Kopje onder in Florence na overdosis kunst uit Renaissance
Wees humaan, bezoek Telč en maak wat van je leven!