Als een feniks uit de as herrees ze, Telč, de Tsjechische stad die na een brand in 1530 zo mooi herbouwd werd dat ze in 1992 werelderfgoedstatus kreeg toebedeeld. “Oh ja?”

“Ja!” En de naam van de bouwstijl is al even schitterend als toepasselijk. Renaissance. Oftewel; wedergeboorte.”

“Klinkt goed, Ech Wel!”

“Dat dacht ik ook, Ech Nie!”

Pestzuil in Telč vol engelen en Heiligen
De pestzuil van Telč

Antieke vormentaal in Telč

De Renaissance was een periode waarin werd teruggevallen op de idealen van de klassieke oudheid. Er kwam een hernieuwde belangstelling voor de architectuur, kunst en letteren van de Romeinen en de oude Grieken en men begon de antieke vormentaal steeds vaker te verwerken in nieuwe bouwprojecten. Architectonisch betekende dat onder andere de terugkeer van zuilen, rondbogen, harmonie en symmetrie. “En je kan wel zien hoe kundig dit renaissancestadje met die principes is omgegaan.”

“Eh?”

“De arcades Ech Nie! Geen huis die ze niet heeft. De zuilengalerij verbindt alle afzonderlijke woningen en maakt ze tot één harmonieuze eenheid, echt typisch renaissance!”

“Oh ja.”

Gevelrij in gezien door een krul van een hekwerk
Gevelrij in Telč netjes omlijst

Zacharias introduceert Renaissance in Telč

Telč heeft zijn huidige uiterlijk grotendeels te danken aan de rijke edelman Zacharias. In 1550 erfde zoonlief het plaatsje van zijn vader en begon hij met verve aan de renovatie van het door brand beschadigde kasteel. Omdat Zacharias na een reis door Italië (de bakermat van de Renaissance) als een herboren man terugkeerde, gaf hij bij thuiskomst Italiaanse kunstenaars opdracht om ook zijn eigen burcht te verbouwen tot een prachtige renaissance-residentie. De ambachtslui gingen daarbij zo aanstekelijk te werk dat de overige bewoners door de nieuwe stijl werden gegrepen en Telč binnen een paar decennia omtoverden tot een pareltje van de Renaissance.

Kleurrijke Renaissance gevels, Mariabeeld en klokkentoren in Telč
Renaissance sloeg de klok

Veraangenaam het bestaan

Dat de gehele stad zich de luxe van de nieuwe bouwstijl kon veroorloven was op zich redelijk uniek te noemen. Zeker in die tijd waren modegrillen slechts voorbehouden aan de elite en niet iets waar gewone stervelingen zich mee bezig konden houden. Zacharias was echter een humanist. Hij had het beste met Telč voor, vond ontwikkeling het duurste goed en streefde naar een soort absolute schoonheid in elk aspect van het leven.

Om zijn doelen te bereiken reorganiseerde hij onder andere het gemeentebestuur, bouwde een nieuw ziekenhuis voor de hulpbehoevenden en stimuleerde de verschillende markten op het plein. Het mag misschien allemaal niet heel wereldschokkend klinken, maar het bijzondere er aan was dat alle maatregelen er op waren gericht de levensstandaard van de burger te verhogen en het algehele bestaan te veraangenamen. Heel humaan dus die Zacharias.

Grijswitte, renaissance gevel met sgraffito van belangrijke figuren
Typische renaissancegevel

Van gedenk te sterven naar maak wat van je leven

“En dat is het?” vraagt Ech Nie. Na een rondje over het driehoekige plein te hebben gelopen, zijn we gaan zitten op het terras van nummer 13. “Ja, eigenlijk wel ja”, antwoord ik. “Kijk, Ech Nie, je moet het zo zien. Die hele Renaissance was gewoon een reactie op de donkere middeleeuwen en de bij die tijd behorende kansloze levensstijl. In die duistere periode was men namelijk zo vol van de dood dat het stoffelijke bestaan vooral werd beschouwd als een voorbereiding op het hiernamaals. Gedenk te sterven was het toen heersende motto. Het leven zag men als een beproeving die je moest doorstaan voordat je in het paradijs van de hemelse Vader kon worden opgenomen. De gemiddelde middeleeuwer was dan ook helemaal niet geïnteresseerd in zijn aardse bestaan, hij hoopte slechts dat de dood hem snel zou bevrijden uit het wereldlijke tranendal.”

“Lekker gezellig…”

“Nee, niet echt dus. En dat vonden de humanisten nou ook. Zij waren van mening dat de mens zich niet moest richten op zelfvernietiging maar dat ze zich moest focussen op zelfontplooiing. Wat nou versterving en boetedoening?, was hun commentaar, doe wat met je leven. En maak er wat van!

Stadsgezicht Telč vanaf het water
Gezicht op Telč en het kasteel vanaf de door weldoener Zacharias aangelegde visvijver

Pluk de dag

“Jeetje, wat een goed verhaal Ech Wel. Én zo lekker kort ook.”

“Ja toch? Ach ja, weet je, een langer epistel zou ook slechts een herhaling van zetten zijn. Telč is qua uiterlijk en geschiedenis eigenlijk gewoon een kopie van Český Krumlov, en dat verhaal heb ik al eens verteld. Ik bedoel, kijk maar om je heen. De huizen hebben dezelfde zachte pasteltinten, de stad wordt gedomineerd door een kasteel van de Rosenbergers (Zacharias was een telg uit de familie), de Jezuïtische kerk kwam de bewoners weer afhelpen van hun al te vrije gedachtegoed, Maria staat opnieuw te palen met een pestzuil en na de Tweede Wereldoorlog moest ook uit Telč de complete Duitse bevolking vertrekken. Dus ja, wat zou ik daar dan verder nog over uitweiden? Dan kunnen we toch veel beter lekker humanistisch gaan doen en genieten van het leven en een bijbehorende Tsjechische pilsner? Pluk de dag, zou ik zeggen.”

“Je hebt helemaal gelijk schat.”

“Ech Wel!”


Ook wel eens in Telč geweest? Je humaan gedragen of een dag geplukt? Laat het ons weten in de reacties hieronder, we horen het graag!

Praktische informatie

Wij prefereerden het terras, maar het kasteel van Zacharias schijnt een juweel van de Tsjechische Renaissance te zijn. Het is nog grotendeels in originele staat en met name de Gouden Zaal en de omliggende tuinen zouden het bezichtigen meer dan waard zijn.

Jaar van inschrijving: 1992

Officiële website: Telč.eu


Lees ook:

Niet alleen Zacharias werd door de Italiaanse renaissance-architectuur en leefstijl geïnspireerd, ook de Franse koningen waren bijzonder gecharmeerd van het goede leven. Zij maakten de Loire-vallei tot een groot feestterrein.
Lang leve de lol; tijdens Renaissance ontpopte Loire-vallei zich tot koninklijk feestdomein

En ook de Spaanse monarch liet zijn Escoriaal optrekken in de renaissancistische stijl
Koninklijke boekenwurm kreeg met kloosterpaleis Escoriaal de wijsheid in pacht