“Hooikoorts? Schei eens uit. Wat heb ik daar mee te maken?”

“M’n neus zit helemaal verstopt, Ech Wel. HATSJOE! En ik nies me een ongeluk.”

“Nou en?”

“Dus is het niet verstandig als ik nu naar buiten ga, dan wordt het alleen maar erger.”

“Maar de Koloniën van Weldadigheid staan op de planning, Ech Nie. Wellicht knap je er juist van op!”

“HATSJOE! Nee, dat wordt niks. Ga jij maar lekker alleen.”

Vrijstaande villa met wit pleisterwerk en rode dakpannen in Art Nouveau stijl
Hoewel het voorzieningenniveau binnen de koloniën hoog was (getuige deze dokterswoning) bleef Ech Nie thuis..

Op naar het pauperparadijs

Als de lente komt dan gaat het bij mij altijd kriebelen. Niet vanwege de grote hoeveelheid pollen in de lucht, zoals bij Ech Nie het geval is, maar vanwege de onweerstaanbare drang nieuw werelderfgoed te ontdekken. Daar de Koloniën van Weldadigheid in 2018 op de nominatie staan om tot werelderfgoed te worden verklaard, trakteer ik mezelf op een uitje richting het in 1818 gestichte pauperparadijs.

Plattegrond van koloniën Frederiksoord, Willemsoord en Wilhelminaoord
De drie koloniën Frederiksoord, Willemsoord en Wilhelmina’soord liggen gebroederlijk naast elkaar

Maatschappij van Weldadigheid

Begin 19e eeuw leefden de Nederlanden in de barre nasleep van de Franse overheersing. Napoleon had men meehelpen verslaan maar de kleine generaal had zijn overwinnaars berooid achtergelaten. De Lage Landen kampten met een enorme staatsschuld, een verwoeste economie en een aanzienlijk deel van de (stads)bevolking die alleen door middel van bedelen wist te overleven. Alsof die deplorabele situatie niet al erg genoeg was mislukten in 1816 en 1817 ook nog eens de oogsten. De schrijnende toestand ging een dozijn welgestelden zo aan het hart dat zij in 1818 besloten de handen ineen te slaan en de Maatschappij van Weldadigheid op te richten.

Johannes van den Bosch

Grote roerganger achter de Maatschappij was oud-officier Johannes van den Bosch. Hij meende dat langdurige armoede tot een ontzenuwd en verbasterd mensengeslacht leidde en zag het als zijn plicht behoeftigen vanuit de diepten hunner ellende op te heffen. In samenspraak met prins Frederik bedacht de ijzervreter het plan om paupers in landbouwkoloniën tot productiviteit aan te zetten. “Wanneer we hen leren boer te zijn”, zo was het idee, “dan zullen ze op den duur in hun eigen onderhoud kunnen voorzien.” Als bijkomend voordeel stipte hij aan dat op deze manier ook eindelijk eens de woeste gronden in Drenthe gecultiveerd konden worden.

Bekroonde richtingaanwijzer Frederiksoord in barokstijl
Paupers werd in de koloniën op koninklijke wijze de weg naar een beter leven gewezen

Kolonie Frederiksoord

Het was de bedoeling dat de arme sloebers door middel van werk hun eigen opleiding betaalden maar omdat de Maatschappij voor het verwerven van land beginkapitaal nodig had, verzocht men bemiddelde landgenoten hun steentje bij te dragen. Gezien het algemeen erkend weldadig karakter van de natie zou dat volgens Johannes geen probleem moeten zijn. Bovendien wees hij de elite op het feit dat het verdwijnen van de mensonterende bedelarij uit het straatbeeld (een grief voor onze natuur) een prettig vooruitzicht was.

Van den Bosch had een gevoelige snaar geraakt want binnen de kortste keren maakten bijna 20.000 vermogenden een stuiver per week aan het goede doel over en kon de eerste kolonie gerealiseerd worden. Met erkentenis jegens de vorstenzoon werd de nederzetting Frederiksoord gedoopt. Om te beginnen had men 52 boerderijtjes voor 52 arme gezinnen ontwoekerd aan de natuur.

Statig wit landhuis met zwarte dakpannen en luiken te midden van grasveld en bloemetjes
Huis Westerbeek, de residentie van Johannes van den Bosch

Twijfel over kwaliteit werelderfgoed

Geen idee hoe de aanstaande agrariërs toendertijd tegen de Kolonie aankeken, maar na een lange autorit vanuit Rotterdam zijn mijn verwachtingen bepaald niet hoog gespannen. Nederland heeft wat mij betreft nogal een bedenkelijke reputatie op het gebied van werelderfgoed (Okee, Beemster polder, Schokland en Neder-Germaanse Limes) maar ik vraag me tevens af of dit stukje geschiedenis nou werkelijk zo belangrijk is om het als patrimonium der mensheid voor te dragen?

Bij het zien van de belangrijkste monumenten in het dorp moet ik echter al rap toegeven dat mijn eerste indruk niet onaardig is. Het landhuis Westerbeek (waar Johannes resideerde) oogt fraai tussen de blauw-witte voorjaarsbloemetjes en het iets verderop gelegen Hotel Frederiksoord (waar Johannes’ broer als directeur van de kolonie de scepter zwaaide) blijkt met zijn gasterij en innemende menukaart (waarop streekgerechten als Woest land en arm volk en Met toewijding en passie prijken) prima in staat sceptische werelderfgoedreizigers aardig op hun gemak te stellen.

Langgerekt wit logement met vele ramen
Lekker lunchen bij hotel Frederiksoord

Desertie in Frederiksoord

Voldaan na de genuttigde lunch slenter ik de Majoor van Swietenlaan af. Hoewel ik zie dat de kaarsrechte “boulevard” aan de linkerkant een aantal knappe panden heeft staan, sla ik na een paar honderd meter, ter hoogte van de opzichterswoning, niettemin rechtsaf richting de poort van Frederiksoord. De doorgang bestaat uit twee, aan weerszijden van de smalle weg staande ambtenarenwoninkjes en vormde lange tijd de enige entree van de Kolonie. De opstelling was vooral handig voor de bewaker, want zo had hij vanuit zijn huiskamerraam goed zicht op wie er allemaal over de schreef ging…

Hoewel Frederiksoord te boek stond als een zogenaamde vrije kolonie wilde dat nog niet zeggen dat het kolonisten was toegestaan zomaar het terrein te verlaten; daar hadden ze wel toestemming voor nodig. Nam zo’n schooier zonder goedgekeurd verlof de kuierlatten dan heette dat in het jargon van de Kolonie desertie. Als ik daar wat langer over nadenk moet ik er een beetje om glimlachen. Desertie. Alsof Johannes en Co geen afscheid konden nemen van hun oude, vertrouwde soldatenverleden.

Twee witte huisjes met rieten dak flankeren smal weggetje
Poort van Frederiksoord met op de achtergrond de opzichterswoning

Arbeid adelt!

Frederiksoord was geen vakantiekamp, het onderhoud dat de schamelen werd verschaft, stond in vergelding tot werk. Liefdegiften aan de armen zouden volgens de kolonieman alleen maar leiden tot luie buiken en dus was het zijn voornemen de minder bedeelden door middel van arbeid en scholing tot een hogere beschaving, verlichting en werkdadigheid te brengen. Om aan dit ideaal bij te dragen werden enthousiaste dichters opgetrommeld om motiverende liederen aan te leveren.

Eigen brood is liefelijk en zoet
Hij die het geniet, wat vraagt hij naar schatten?

Rijk is hij toch in het opgeruimd gemoed
Meer dan een wereld kan bevatten

Luchtig altijd, met hart en ziel en zin
Arbeid schenkt vreugde, welstand en gewin

Om van niet tot iet te geraken dienden ook de blauwe uniformen die de landbouwers in spe direct na aankomst kregen aangemeten (en tevens desertie bemoeilijkten), de netjes in het gelid staande huisjes (die door het kader linies werden genoemd), het op een geordende en symmetrische wijze ingerichte landschap (wat moest aansporen tot rationeel gedrag) en de verstrekte luxegoederen als linnengoed en wastobbe (die bijdroegen aan een betamelijk en behaaglijk voorkomen).

Twee verdiepingen tellend vrijstaande witte villa met schilddak
In verband met de centrale voedselvoorziening werd een multifunctionele gaarkeuken ingericht

Gaarkeuken

Vooral in de beginjaren van het sociale experiment bleek het voor de arme drommels nog best lastig om van het hun toegewezen lapje verarmde zandgrond een vruchtbaar stukje land te maken. Ervaring hadden ze niet, en hun door jarenlang gebrek en kommer uitgeteerde lichamen konden het zware veldwerk nauwelijks aan. Voor de armoedzaaiers die destijds onvoldoende lof wisten te oogsten, functioneerde de gaarkeuken dan ook als een welkom steuntje in de rug. Via een lommerrijke laan bereik ik het desbetreffende gebouw en middels een bordje in de tuin begrijp ik dat het later ook scholieren onderdak bood.

Statig roodbruin bakstenen gebouw met witte kozijnen en donkere raamluiken
De Maatschappij stelde groot belang in goed onderwijs. Voor kinderen vanaf zes jaar gold een leerplicht

Koloniën zijn product van Verlichting

Binnen de Maatschappij was het gedachtegoed van de Verlichting sterk aanwezig. Men geloofde in de Maakbare Mens en streefde naar geluk voor iedereen. Vanuit dat optimistische grondbeginsel poogde doener van den Bosch de elementen die buiten het aanvaarde kader vielen tot eerbare, hardwerkende burgers om te vormen. Goed onderwijs gold daarbij als een van de belangrijkste speerpunten. Johannes was er vast van overtuigd dat de verarmde landgenoot met de juiste hoeveelheid kennis het proces van zedelijk verval kon doen omkeren en tot een beter mens zou uitgroeien.

Godsdienstvrijheid was een andere pijler onder de Verlichting. Binnen de Maatschappij mochten de lijdende broeders dan ook zelf bepalen welke religie zij aanhingen. Katholiek, protestant of jood; het maakte van den Bosch niet uit, zolang ze er maar wel van doordrongen waren dat de gang richting godshuis een heilige plicht was en dat die tot doel had hun zedelijk niveau te vergroten. Vervolgens was het aan de wijkmeester om te controleren of de armzaligen ook daadwerkelijk hun Heer braaf op de blote knietjes bedankten voor de verlossing die Hij hen geschonken had. Deden ze dat niet dan volgde een boete van twee stuivers.

Witte pastorie en kerk met dakruiter gelegen aan plattelandsweg Willemsoord
Kerkbezoek is een goddelijke plicht in het kolonistenbestaan

Wees braaf of draag de consequenties

Zonder bekomen verlof de Kolonie verlaten of het niet bijwonen van de zondagdienst waren niet de enige ongeoorloofde gedragingen die door de Raad van Toezicht werden bestraft. Het was de kolonisten eveneens verboden te kijven, vechten of op enigerlei wijze de rust te verstoren, sterke drank te nuttigen, onzedelijk gedrag te vertonen of zich schuldig te maken aan verregaande verkwisting, achteloosheid of luiheid. Beging men toch een van deze verkeerdheden dan kon men rekenen op een geldboete, vrijheidsbeperking of overplaatsing naar strafkolonie de Ommerschans. (Overigens onthulde de nagelaten notulen later dat vooral ontuchtige bedrijven (zoals bijvoorbeeld ongehuwd zwanger raken) tot een tijdelijke verbanning leidde.

Wit geschilderd bakstenen koloniehuisje met rieten dak en houten achterzijde
Kolonisten kregen een gemeubileerd huisje met een lap grond waarvan werd verwacht dat ze dit in zestien jaar zouden terugverdienen

Monumenten in Frederiksoord

Na de gaarkeuken bezichtig ik nog een aantal overgebleven koloniehuisjes, werp een blik op zowel de Bosbouw- en Tuinbouwschool (gesticht met gelden nagelaten door majoor der Cavalerie van Swieten) en sluit mijn ronde af met een inspectie van de voormalige dokterswoning en het monumentale postkantoor. Het plaatselijke museum sla ik over. Ik wil niet al te veel tijd in Frederiksoord verdoen omdat ik ook nog de veertien kilometer verderop gelegen kolonie Willemsoord en het eerste gesticht voor luilevende armen op het programma heb staan.

Twee verdieping tellend roodbruin, baksten gebouw met siermetselwerk en rood pannendak
Voormalig postkantoor van de Kolonie van Weldadigheid

Strafkolonie Ommerschans

Er bestaat in de maatschappij geen verderfelijker, dodelijker en tevens geen besmettender kanker dan de opzettelijke lediggang, aldus een verlichte geest begin 19e eeuw. Bedelaars werden in die tijd vooral met de rug aangekeken. Lui die te bedonderd waren om de handen uit de mouwen te steken werden gezien als zedeloze voorwerpen. Zag men hen zwelgen en verkwisten dan wist men dat er van het schenken van aalmoezen niets goeds kwam. De Verlichting eiste echter óók dat aan deze onbeschaamde deugnieten medelijden werd betoond. Om die reden vroeg men Johannes van den Bosch om van deze diepgevallen vagebonden eveneens welgemanierde burgers te maken.

De Ommerschans werd de uitverkoren plaats om de klaplopers te beschaven. Anders dan de paupers in de vrije koloniën werden de verfoeide luiaards opgebracht en gehuisvest in een correctie-instituut binnen de wallen van een voormalig militair bolwerk uit de 17e eeuw. Voortaan stonden ze onder onafgebroken en billijk toezicht, werd hun leven van haver tot gort bepaald, waren ze verplicht tot ondergeschikt gedrag en dienden ze zes dagen per week, tien uur per dag te ploeteren op het veld. Dat velen niet geschikt waren voor de akkerbouw deed er niet toe. Werken moesten ze, en als ze dat niet deden dan kregen ze ook geen eten.

Wit geschilderd koloniehuisje met op de voorgrond 2 bomen omringd door buxushagen
Van de ongeveer 400 kolonistenhuisjes die begin 19e eeuw gebouwd werden resteren er nog dertig

Christelijk commentaar op koloniën

Niet iedereen was te spreken over het strenge regime binnen de onvrije koloniën. (naast de Ommerschans bestond er in Veenhuizen ook nog een gesticht voor wezen, vondelingen en verlaten kinderen) Met name uit conservatief christelijke hoek kwam er ook stevige kritiek. Waren de refo’s al niet te spreken over de vele misstanden binnen de Maatschappij (volgens hen zaten velen er onterecht opgesloten, waren de meeste meiden ongehuwd zwanger en sprak men hun afschuw uit over de uit elkaar gerukte gezinnen (vrouwen en mannen zaten apart), het weinig godsdienstige karakter van de minzedelijke bedelaars stuitte hen helemaal tegen de borst.

Met geheven vinger riepen zij dweepzuchtig dat de Maatschappij uit den duivel was en dat menselijke instellingen die niet op godsdienst gegrond waren vergaan moesten. En dan waren er ook nog lieden die stellig beweerden dat het niet aan de mens was om Gods ordening te herschikken. Armen waren er nou eenmaal opdat rijken hun barmhartigheid konden betonen.

Cluster van kleine huisjes te midden van grasland
Museum de Koloniehof. Tegenwoordig huizen ze in een nieuw pand

Einde Kolonie van Weldadigheid

Alle goede bedoelingen ten spijt bleken de koloniën toch niet levensvatbaar. Hoewel het verdienmodel van tevoren nog zo goed uitgedacht leek, strandde de plattelandsidylle al spoedig op de weerbarstige praktijk van alledag. Omdat slechts weinig kolonisten voldoende discipline voor het vrijboerschap kon worden bijgebracht, wogen de baten bij lange na niet op tegen de kosten en werd de financiële huishouding op den duur onhoudbaar. Uiteindelijk verwaterde de invloed van de Maatschappij op het reilen en zeilen van de kolonisten. De vrije koloniën groeiden uit tot gewone dorpen en de onvrije koloniën Veenhuizen en Ommerschans verwerden respectievelijk tot gevangenis en TBS-kliniek.

Wanneer ik bij laatstgenoemde instelling arriveer constateer ik tevreden dat het toegangshek uitnodigend openstaat. Mooi, denk ik, want van buiten het hek is het met de laaghangende zon maar moeilijk plaatjes schieten. Terwijl ik druk bezig ben de instantie vast te leggen word ik door twee ijverige bromsnorren knorrig benaderd. “Waar of ik eigenlijk mee denk bezig te zijn?”

langgerekt bakstenen gebouw met dakkapellen en afgezet met sierlijk hekwerk

Fotograferen verboden

“Nou dat lijkt me toch duidelijk? Dit bouwwerk staat op de nominatie om werelderfgoed te worden en ik heb het tot mijn taak gemaakt al het patrimonium der mensheid te bezoeken. Vandaar dat ik…”

“Meneer, hier worden TBS-ers opgevangen. Dat heeft met Unesco allemaal niks van doen. Bovendien bevindt u zich onbevoegd op privéterrein…”

“Maar het hek stond wagenwijd open…”

“En staat u ook nog eens foto’s te maken.”

“Ja want ik heb die prenten nodig voor mijn blog. Ziet u, ik…”

“Wilt u die platen verwijderen meneer. Fotograferen is hier verboden.”

“Wat? Hoezo?”

“Omdat het hier verboden is te fotograferen.”

Allergische reactie

Dat antwoord ergert mij zo dat het spontaan een allergische reactie ontlokt. Kriebelhoest en vreselijke jeuk overvallen mij. Ik zal toch ook geen hooikoorts krijgen?, denk ik nog. De onvriendelijke discussie die volgt maakt de irritatie alleen maar groter. Na een tijdje vermoed ik zelfs dat de psychische problemen van de bewakers nog ernstiger zijn dan die van de ter beschikking gestelden zelf. Hier valt geen eer te halen, besluit ik, en met betraande ogen bijt ik de heren toe dat ze de kwalificatie werelderfgoed ook helemaal niet verdienen. “Ech Nie!”


Ook wel eens de Koloniën van Weldadigheid bezocht? Opgeleid tot boer of zelf een pauper? Laat het ons weten in de reacties hieronder, we horen het graag!

Lommerrijke watergang met aan het eind witte vrijstaande villa Ommerschans
Villa Erica Ommerschans, voormalige dokterswoning. Kolonisten waren verplicht verzekerd voor medische hulp

Praktische informatie

Helaas bleek ik niet de enige te zijn die twijfelde over de kwaliteit van de nominatie. Toen de koloniën in 2018 door de werelderfgoedcommissie besproken werden, hekelde men met name de authenticiteit van het voorgedragen patrimonium. Nederland en België (twee van de genomineerde koloniën bevinden zich op het grondgebied van onze Zuiderburen) besloten daarop enkele onderdelen te laten vallen en in 2021 een nieuwe kans te wagen. Ditmaal schoten ze wel raak. Frederiksoord, Willemsoord, Veenhuizen en het Belgische Wortel kwamen op de lijst te staan. Ommerschans werd (gezien bovenstaande geheel terecht) uitgesloten.

Of de koloniën een mislukt sociaal experiment waren is nog altijd onderwerp van discussie. Vast staat dat het maar weinig bijdroeg aan het terugdringen van de armoede in de Lage Landen. Slechts een gering aantal kolonisten boerden zo goed dat ze zich na hun opleiding uiteindelijk zelf wisten te bedruipen. In dat opzicht is het project dus niet geslaagd. Aan de andere kant legden de koloniën wel de basis onder onze huidige verzorgingsstaat. Zo bekeken droeg het dus zeker zijn steentje bij aan het welzijn van Neerlands ingezetenen.

Jaar van inschrijving: 2021

Officiële website: kolonienvanweldadigheid

Meer weten? Bron van inspiratie en een echte kenner ten aanzien van de koloniën is Wil Schackmann. Hij schreef vier boeken over het onderwerp: de proefkolonie, de bedelaarskolonie, de kinderkolonie en de strafkolonie. Zijn website: schackmann.nl. Over Johannes van den Bosch verscheen de biografie de Kolonieman van Angelie Sens.


Lees ook:

Hoe armoede het landschap kan vormen zagen we ook bij:

Mijndorp Grand Hornu belicht bar bestaan Borinage