Gaudi en voetbal in bar Celona

Dit had eigenlijk een verslag moeten worden over mijn bezoek aan het werelderfgoed Palau de la Musica, een concertgebouw dat samen met het ziekenhuis Hospital de Sant Pau op de Unesco-lijst staat. Het is het alleen niet geworden. Hoezeer ik namelijk ook mijn best deed, in bar Celona bleek eens te meer dat het leven van een werelderfgoedreiziger bepaald niet over rozen gaat. Gelukkig hadden we Gaudi nog…

Feyenoord

We schrijven februari 2011 en ons aller Feyenoord had reeds in augustus van het jaar ervoor zijn Europese ambities moeten bijstellen. Na twee wedstrijden tegen Gent lagen die klootzakken er alweer uit en zaten wij als fervente cupjagers thuis onze frustraties te verbijten. Moesten we, al hopend op een kwalificatie voor Europees voetbal, weer een seizoen eredivisie door zien te komen. Een deceptie die ons op zeker moment teveel werd. “Kunnen wij hier wel weer als een stelletje brave huisvaders gaan zitten niks doen maar dat schiet natuurlijk ook niet op. We willen actie!”

Tijdens de zoveelste dramapot tegen een of ander provincieclubje staken we de koppen bij elkaar. Wij verdienden beter dan dit gekloot, zo vonden we, en hadden wel recht op een Europese uitwedstrijd. Besloten werd om de mogelijkheden van een reis zonder Feyenoord te organiseren en tijdens een algehele vergadering spijkers met koppen te slaan. Over het algemeen een kansloze missie. Zo’n bijeenkomst gaat namelijk standaard gepaard met een enorme sloot bier en een besluiteloosheid waar zelfs de Rotterdamse verdediging jaloers op zou zijn. Dit keer echter overtroffen we onszelf en wisten we een club te kiezen dat van ongeveer hetzelfde nivo was als die in de Kuip; Barcelona. We prikten een datum waarop zou worden afgereisd en niet veel later waren ook kaarten, vlucht en hotel geregeld. Een puike prestatie van een zooitje ongeregeld.

Unesco

In die tijd begon de eerste interesse voor Unesco zich langzaam te ontluiken. Het was nog niks vergeleken met de obsessie van tegenwoordig maar toch had het over belangstelling niet te klagen. Ik keek daarom de werelderfgoedlijst er eens op na en ontdekte al gauw dat Barcelona, naast de twee genoemde pandjes in de eerste alinea, ook een aantal bouwwerken van Gaudi als Unesco-monument telt. Omdat ik die echter al eens eerder had gezien nam ik me voor om me tijdens het voetbaluitje te concentreren op het concertgebouw en het ziekenhuis. Althans dat was de bedoeling. Dat het nog wel eens een behoorlijke kluif kon gaan worden was ik me terdege van bewust. De horde waar ik namelijk mee zou afreizen was namelijk niet in het minst geïnteresseerd in wat voor bouwwerk dan ook. Drank en vrouwen zouden de focus van hun reis worden en daar kon behalve een vleugje voetbal toch echt niks meer bij.

Gaudi
Park Güell met op de achtergrond de kerktorens van Sagrada Familia

Palau de la Musica

Na nog wat verdere studie had ik het Palau de la Musica tot het hoofddoel van mijn trip gepromoveerd. Het ziekenhuis had ik afgeschreven omdat een confrontatie met de harde kern van Barca niet erg waarschijnlijk leek en het vooruitzicht van een bezoek aan één of ander vaag hospitaal bij de mannen ook niet echt warme gevoelens opriep. “Wie gaat er nou een stinkziekenhuis bekijken als je ook gewoon bier kan drinken?” riepen de mannen in koor.

Tsja, daar hadden ze ook wel weer een punt. Omdat ik het aannemelijk achtte dat het muziekpaleis om dezelfde reden zou worden afgeschoten deelde ik de heren mede dat de beste café’s van de stad zich op de Ramblas (“de Coolsingel van Barcelona”) bevonden. Ze waren gelijk een en al oor en vonden dat we deze bezienswaardigheid dan ook beslist moesten zien. Dat het concertgebouw daar ergens om de hoek lag deed er even niet toe. Mijn hoop was het slechts dat we tijdens de kroegentocht van het rechte pad af zouden wijken en dan per ongeluk ook het muziekpaleis tegen het lijf zouden lopen. Gezien het normale gezwalk van de drinkebroers helemaal zo’n gek idee nog niet…

Dag 1

05-02-11 Was het dan eindelijk zover en reeds bij dageraad werden op Schiphol de eerste halve liters naar binnen getikt. Het was de dag van de wedstrijd en één die bij voorbaat kansloos was voor een mogelijk erfgoedbezoek. Het was niet onze eerste voetbaltrip en de ervaring had geleerd dat tegen het middaguur iedereen waarschijnlijk al zo beschonken zou zijn dat er daarna nog van alles kon gebeuren maar dat dat in ieder geval niets met culturele zaken te maken zou hebben.

Het voetbaltuig stelde me niet teleur. Anders dan in Nederland bleek in Barcelona de lente al volop begonnen en konden we zo het terras bij een klein café aan de haven op. Het reisgenootschap was al snel in zijn element en na verloop van tijd begonnen zon en bier hun tol te eisen. Gesprekken werden onsamenhangend, gezang steeg op, glazen sneuvelden en de barkeeper keek steeds bar en bozer. Het werd tijd om te gaan.

Gaudi

Ierse pub

Anders dan tegenwoordig had niemand zich vooraf verdiept in de geografie van de stad. Oftewel, we hadden geen idee waar we waren of waar we naar toe moesten. Voorzichtig stelde ik de Ramblas voor maar moest bekennen dat ik zelf verder ook geen idee had waar die dan wel zou moeten zijn. We begonnen aan een gezellige maar rumoerige optocht door het centrum en stuitten daarbij, wonder boven wonder, al snel op een Ierse pub. Altijd goed, zo wisten we, en in polonaise liepen we rechtstreeks naar de bar. Het hele riedeltje van vallende glazen en diepzinnige conversaties herhaalde zich nog maar eens waarna uiteindelijk met een taxi richting stadion gegaan werd. Volgens zeggen schijnt daar ergens ook nog een wedstrijd gespeeld te zijn maar veel is daarvan gek genoeg niet aan de strijkstok blijven hangen.

Dag 2

De volgende dag was de dag die ik had uitgekiend voor mijn Unesco-vinkje. Samen met de meest culturele van het hele stel waren we toevallig als eersten wakker en gingen op zoek naar een ontbijt. Al speurend kwamen we er achter dat het hotel ongeveer naast het Park Güell, een van Gaudi’s werken, was gelegen. Onmiddellijk dwaalden mijn gedachten af naar die eerste keer dat ik daar had gelopen.

We waren een jaar of 20 en hadden tijdens onze vakantie in Salou het idee opgevat een dagje Barcelona te doen. Toevallig waren we ook toen in het park beland en ik herinnerde me nog de verbazing over de sprookjeshuizen en mozaïeken die we daar voor het eerst zagen. Van het genie Gaudi hadden we destijds nog nooit gehoord maar van zijn fantasierijke architectuur waren we meteen al onder de indruk. Wat een geweldenaar!

Gaudi

Gaudi

Daar mijn vrienden hun aandacht nooit lang kunnen vasthouden bij zoiets triviaals als “huizen en bomen” liepen we al snel verder. Besluiteloos waar we naar toe moesten liet ik me tussen neus en lippen door ontvallen dat er nog meer van dit soort opvallende bouwwerken in de stad stonden en dat het misschien wel aardig zou zijn om ook die aan te doen. Een vies kijkend gezicht was mijn deel. “Ik heb meer trek in bier”, was zijn botte reactie. Daarna volgde nog een weinig verrassend voorstel; “volgens mij heb je vanaf die berg met de kerk een mooi uitzicht over de stad. Wat dacht je er van als we daarboven eens wat gingen drinken?”

“Ehm, dat kan natuurlijk ook en misschien dat we dan daarna…?” Ik hoefde mijn zin niet af te maken. De hint werd begrepen en zijn antwoord “Deal” klonk mij als muziek in de oren. Eindelijk viel mijn loftrompet dan toch in een goed gehoor.

Kerkbezoek

Met metro en tram was het vervolgens richting een van de heuvels van de stad waar je inderdaad een mooi uitzicht en een flinke kerk op de top had. Op zich wel aardig om te zien, en de biertjes smaakten ook prima, maar ik had meer noten op mijn zang. Hunkerend keek ik uit naar het tweede gedeelte van het gesloten compromis. La Musica lag op mij te wachten en in de verte leek het wel of ik de klanken van het concertgebouw al kon horen.

Tussen het bieren door werd contact gelegd met de rest van de gang die in de buurt van La Sacrada Familia inmiddels ook hard bezig waren hun kater weg te spoelen. Prompt werd afgesproken om bij het nog steeds in aanbouw zijnde meesterwerk van Gaudi te verzamelen en vanaf daar ons drankgelag voort te zetten. “Ja maar, we zouden toch…”,

“Niet zeiken Ech Wel, luisteren!”.

Gaudi
Casa Milà, Gaudi

Mi casa su casa

Onderweg in de metro bladerde mijn metgezel wat door een stadsgids, stond plotseling op en verliet de coupé bij de volgende halte. “Zeker een nieuwe kroeg ontdekt”, dacht ik nog en liep verbaasd achter hem aan naar buiten. Eenmaal in de frisse lucht wees hij trots naar Casa Milà en zei; “Dat is toch ook zo’n geval wat jij graag ziet?” Hij had gelijk, dit was ook zo’n geval. Dat het niet degene was die ik wilde zien hield ik maar even voor me. Hij deed zijn best en ik wilde de sympathieke actie verder niet ondermijnen met een lullige opmerking mijnerzijds.

Vlak daarna ontwaarden we de rest van het stelletje herrieschoppers bij een ander Gaudi bouwsel, Casa Batlló. Het ligt vlakbij de andere casa en stomtoevallig stonden ze daar omdat het wachten op ons ze allemaal te lang had geduurd. Ze waren ons daarom tegemoet gekomen maar de ergernis daarover was ze duidelijk in de waterige oogjes af te lezen. Snel schoot ik wat plaatjes en liet een suggestie richting het overige werelderfgoed maar achterwege.

bar Celona

Op hoge toon eisten ze onmiddellijke actie. “Of ik wel wist dat Dunne’s (de Ierse pub) al open was en dat daar een paar meiden op ons stonden te wachten met wie ze hadden afgesproken?! En dat we dus geen tijd te verliezen hadden? En dat twee foto’s meer dan genoeg was. En…..”

“Ja, sorry”, stamelde ik, “het zal niet meer gebeuren.”  Niet veel later zaten we bij Dunne’s ons vaste repertoire van overmatig drankgebruik, gezang en kapotte glazen weer af te werken.

Uiteraard waren de dames niet op komen dagen en dus wilde men na het indrinken van genoeg moed hun geluk elders beproeven. Onderweg van pub naar bar naar club kwamen we dan toch ineens op die veelbesproken Ramblas terecht. Dit leek het moment om mijn vooropgezette plan in uitvoer te brengen maar helaas had ik na alle Ierse gezelligheid opnieuw geen idee waar het doel van de reis zich eigenlijk precies bevond. Op de boulevard kon ook al niemand me helpen. Ondanks dat er genoeg vriendelijke mensen rondliepen die ons continu cola in envelopjes en vrouwen bij de vleet aanboden wist niemand de weg naar de Unesco-site te vertellen. Ach, misschien was een bezoek met daglicht ook wel beter.

Gaudi
Detail van Casa Batlló, Gaudi

Dag 3

De laatste dag van ons verblijf hadden we nog wat tijd over om de bezienswaardigheden af te lopen voordat onze vlucht naar huis vertrok. Nou ja lopen, op nog een mars door de binnenstad zat niemand meer te wachten. We hadden al twee dagen achter de muziek aangelopen en daar waren we intussen wel klaar mee. Bovendien wist ik ook in nuchtere toestand nog altijd niet waar ik nou precies dat concertcomplex zoeken moest. Internet zat nog niet op de telefoon en een straatnaam had ik ook al niet. Vastbesloten niet nog een kans voorbij te laten gaan overpeinsde ik mijn mogelijkheden. Helaas, het gebonk in mijn hoofd verhinderde elke logische gedachte. Ik kon er geen muziek van maken.

Hop on – Hop off

Net toen ik me al begon neer te leggen bij het feit dat het deze trip niet meer ging gebeuren stopte een sprankje hoop voor m’n neus. We bleken bij de halte van een Hop on-hop off bus te staan en de route van de bus leek ons langs alle belangrijke monumenten van de stad, inclusief concertgebouw, te kunnen leiden. Ideaal! Zo konden we alle indrukken van de voorgaande dagen op een rustige manier verwerken en zagen we tegelijkertijd nog al wat belangrijk was.

En dus zagen we opnieuw elk Gaudi-pand voorbij komen wat we al hadden gezien en misten het Palau de la Musica! Hoe verrassend. Misschien heb ik gewoon op het goede moment de verkeerde kant opgekeken of, waarschijnlijker, gewoon niet op zitten letten. Geen idee, in ieder geval had ik aan het eind van de rit geen muziekpaleis gezien. Of althans, ik kon het me niet herinneren. En daarom gaat dit verhaal niet over het werelderfgoed Palau de la Musica maar over een klucht vol gemiste kansen, verkeerde vrienden en het werelderfgoed van Gaudi. Ook imposante modernistische architectuur natuurlijk maar alleen niet die waar ik op uit was. Zoveel moeite voor de kat zijn viool en nog steeds geen extra vinkje. Het zijn frustraties als deze die het vervullen van een queeste tot een ware opgave maken. En dus moeten we terug. Ech Wel!

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: