Twaalf uur. Woensdagavond. 1995. Terwijl een zure lucht mijn neusgaten vult en een gele derrie langs mijn voeten loopt, dringt het eindelijk tot me door; dit gaat een onvergetelijke dag worden. We staan op de parkeerplaats van de Kuip en al voor vertrek heeft kameraad L. kans gezien de hele bus onder te kotsen. Nou ja, het is nog maar 9 uur rijden voordat we in Liverpool zijn…

Ob-La-Di Ob-La-Da!

Everton-Feyenoord staat op het programma. Het is onze allereerste Europese uitwedstrijd en voor de gelegenheid waren we, voordat de reis begon, nog even een “klein drankje” wezen doen. Zoals gewoonlijk lukte het ons echter niet enige maat te houden (onze zenuwen laten zich nou eenmaal moeilijk bedwingen) en plukten we daar even later de zure vruchten van. Kolere, wat een stank!

Gelukkig zijn we goed voorbereid en weten we met enkele stevig gedraaide joints het galbouquet vakkundig te verdrijven. Omdat we ook de drank niet zijn vergeten, blijft het voorval niet lang hangen en wordt de stemming op the long and winding road al snel weer opperbest. Ob-La-Di Ob-La-Da! Strawberry fields, we komen!

“Zeg, moet jij niet gewoon over werelderfgoed vertellen Ech Wel? Die stoere voetbalverhalen horen hier niet thuis hoor.”

“Oh ja…”

Neoklassiek gebouw in Albert Dock Liverpool
Het voormalig havenkantoor van het Albert Dock (bron)

Hello, Goodbye 

Eeuwenlang was Liverpool slechts een onbeduidend plaatsje aan de Ierse zee. Vijfhonderd inwoners telde het. Meer niet. Maar toen Groot Brittannië de wereldzeeën ging bevaren, en men in het kielzog slaven, katoen, en suiker begon te verhandelen, bleek de plek ineens bijzonder strategisch gelegen. De stad wist uit te groeien tot een van de belangrijkste handelscentra van het Britse Rijk en verdiende goud geld met het verschepen van allerhande goederen. Op een gegeven moment liep de hele handel zelfs zo goed dat veertig procent van de totale export via de kades van de Mersey zijn weg naar een nieuwe eigenaar vond. “Zo, hello!”

“Ja, en dat was nog niet alles. Halverwege de 19e eeuw ging het ook met de passagiersvaart als een tierelier. In Ierland was namelijk een ernstige hongersnood uitgebroken en op de vlucht voor deze ellende gebruikten vele paddy’s de haven van Liverpool als springplank naar betere oorden.”

“Oh, goodbye!”

We can work it out

Naast deze grootse wapenfeiten beleefde Liverpool misschien nog wel zijn finest hour in de Tweede Wereldoorlog. Het was dankzij deze stad, en dan vooral dankzij zijn kranige haven, dat Engeland kon worden bevoorraad en het de strijd tegen nazi-Duitsland zo lang (in zijn eentje) wist vol te houden. Uiteraard werd Liverpool daarmee ook een geliefd doelwit voor de Luftwaffe, maar hoewel de Duitse bommenwerpers tientallen keren trachtten de haven buiten werking te stellen, was elke poging gelukkig tevergeefs. Vanuit een ondergrondse bunker bleven de Britten gewoon de slag om de Atlantische Oceaan coördineren en kraaiden ze uiteindelijk victorie.

Revolution

Gedurende zijn hoogtijdagen stond Liverpool ook bekend als een pionier op het gebied van havenbeheer en moderne dock-technologie. Al in 1715 vonden ze een zogenaamd wet dock uit en maakten ze het laden en lossen onafhankelijk van de getijden. Honderd jaar later waren de Liverpudlians eveneens de eerste met de aanleg van een spoorlijn en in 1846 bouwde men de nieuwe pakhuizen van Albert Dock niet van ouderwets hout maar van revolutionair gietijzer en steen. Geholpen door ’s werelds eerste hydraulische kranen werden de warenhuizen zo een toonbeeld van innovatie.

Rode, gietijzeren zuilen ondersteunen bakstenen pakhuizen
Gietijzer en baksteen heersen op het Albert Dock (bron)

The end

Niet gehinderd door enige kennis van bovenstaande arriveren we op een naast Albert Dock gelegen parkeerplaats. Eindelijk, na een lange, slopende busrit zijn we in het beloofde voetballand. Oog voor eventueel werelderfgoed, Penny Lane of gele duikboten hebben we niet; we zijn er slechts op uit ons drinkgelag in een gezellige Ierse pub voort te zetten. (Feyenoord, zo weten we, bekijk je nou eenmaal het beste onder invloed.) Met onze troebele blik stellen we overigens al gauw vast dat sightseeing hier ook totaal overbodig is. Ongelofelijk, wat een pauperzooi!

Na de oorlog ging het rap bergafwaarts met het eens zo welvarende Liverpool. De handel richtte zich op Europa en plotseling lag de stad aan de verkeerde kant van het land. Bedrijven trokken weg, schepen voeren door en arbeid ging verloren. Binnen de kortste keren was het werkloosheidspercentage 25% en de crisis een feit. De economische rampspoed werd nog eens verergerd door het hardvochtige beleid van de toenmalige Engelse premier, Margaret Thatcher. De Iron Lady weigerde te investeren in de noodlijdende industrie, legde de vakbonden aan banden en dwong inefficiënte ondernemingen hun deuren te sluiten. Armoede, criminaliteit en verval waren het trieste gevolg.

Waterfront Liverpool met drie imposante bouwwerken
Liverpool Pier Head, imposante bouwwerken uit een tijd toen het Liverpool nog voor de wind ging (bron)

Two of us

Te midden van al deze ellende klampten de Liverpudlians zich wanhopig vast aan de twee schamele strohalmpjes die hen nog restten; voetbal en muziek. Om met de laatste te beginnen; al in de 19e eeuw stond Beatletown bekend als de Singing City. Niet iedere landverhuizer pakte destijds namelijk de boot. Er waren er ook zat Ieren die bleven hangen en in de plaatselijke café’s hun karakteristieke liedjes begonnen te zingen. De Mc Cartney’s bijvoorbeeld, behoorden tot deze nieuwe groep van muzikanten. In de jaren 60 vormde hun achterkleinzoon, een zekere Paul, samen met zijn drie vrienden een bandje dat later voor nogal wat beroering zou zorgen. Sterker nog, de Sgt Pepper’s Lonely Hearts Club Band, (aka the Beatles) wordt tegenwoordig gezien als een van de meest invloedrijke muziekgroepen die ooit hebben bestaan.

Het andere lichtpuntje bestond uit de twee voetbalclubs Liverpool en Everton. Zowel de voetballers als hun fans deden in de jaren 80 regelmatig van zich spreken. Nationaal en internationaal werd de ene na de andere beker gewonnen en met de supporters kwam het keer op keer tot grote ongeregeldheden. Wat dat laatste betreft waren vooral de hooligans van Liverpool FC berucht. Tien jaar voor ons bezoek waren zij nog verantwoordelijk geweest voor een van de grootste voelbalrampen ooit. Op de tribunes van het Heizelstadion vielen tijdens ernstige rellen 39 doden en een paar honderd gewonden te betreuren.

Monument ter ere van de gevallenen met bloemkransen
De doden worden nog altijd geëerd in Liverpool

You’ll never walk alone

Hey Jude, je dwaalt weer af, in voetbalgeweld is hier niemand geïnteresseerd. Beter vertel je nog wat over de zes locaties die Unesco in 2004 tot werelderfgoed verklaarde. Daar gaat het op deze site tenslotte om.”

“Ik zou wel willen Ech Nie, maar eerlijk gezegd kan ik me verder niets noemenswaardigs herinneren.”

Oh Darling, nou begrijp ik wat je bedoelt met een memorabele dag. Je weet er gewoon niks meer van! Nou ja, behalve dan dat je er alleen wat hebt rondgelopen!”

“Jaja, ik weet het, I’m a loser. Maar voetbalfans lopen in Liverpool natuurlijk nooit alleen hè…”

“Nee, till there was you!”

“Ach, let it be…”

“Ech Wel!”


Tegenwoordig schijnt Liverpool helemaal hip te zijn. Kan jij dat beamen, bezocht je er wel eens een wedstrijd of dronk je er een pint? Laat het ons weten in de comments hieronder, we horen het graag!


Lees ook:

De terugkeer van de barbaren, Feyenoordsupporters in Rome
Voetbaltrip naar Barcelona met Gaudi aan de zijlijn


Noot voor de liefhebber: Feyenoord en Everton kwamen die avond niet verder dan een bloedeloze 0 – 0 (naar het schijnt). In de returnwedstrijd maakten de Rotterdammers het vervolgens af door de Engelsen met 1 – 0 te verslaan.

Algemene noot: Ondanks dat we Liverpool twee maal bezochten (in 2010 gingen we op herhaling tijdens de derby Liverpool – Everton) is het mij niet gelukt ook maar een plaatje van de stad te schieten. Om die reden zijn de foto’s die dit verhaal begeleiden niet van mezelf maar van Wikipedia. Alleen de foto bij het stadion (You’ll never walk alone) is van eigen hand.