Eerder schreef ik al over de werelderfgoedsites Plitvice, Parijs en Cinque Terre. Stuk voor stuk sites van wereldklasse die ik helaas moest laten begeleiden door belabberde hapsnapshots. Haarscherpe opnames hadden wellicht geholpen de universele waarde van de sites beter tot hun recht te laten komen maar camera en fotograaf waren toendertijd nog weinig ontwikkeld.

Het is dan ook te begrijpen dat u niet verder bladerde op de website of uw facebookvrienden daarvan met een “like” op de hoogte bracht. Dat lag niet aan u maar aan mij (en mijn plaatjes). Jammer genoeg moet ik u melden dat het er in dit artikel over de abdij van Lorsch niet beter op wordt.

Rol in de geschiedenis

Anders dan de term werelderfgoed misschien doet vermoeden is bepaald niet elk erfgoed van hetzelfde visuele niveau als bovenstaande wondertjes. Het esthetieke gedeelte is dan ook niet van doorslaggevend belang om te worden opgenomen in de Unesco-familie; het gaat meer om de rol van het monument in de geschiedenis van mens of milieu. Dat het er dan ook nog eens leuk uit ziet is eerder een gevalletje “mooi meegenomen” dan een zwaarwegende factor.

De kopse kanten van het poortgebouw zijn zojuist van een nieuw laagje witte verf voorzien

Abdij van Lorsch

Beiden lichtelijk geïrriteerd door de file op de Autobahn maakte ik Ech Nie er voorzichtig op attent dat we ons vlakbij de abdij van Lorsch bevonden. “Zonde om die te laten liggen natuurlijk”, meldde ik haar, “want we hoeven er alleen maar voor de snelweg af.” Veel tijd hoefde het ook al niet te kosten want de nabijgelegen cultuurschat was niet groot en bevond zich aan de rand van een stadje.

Ech Nie keek bedenkelijk en wierp tegen dat de queestie er waarschijnlijk toe zou leiden dat we dan nóg later thuis zouden komen. Iets waar ze weinig trek in had want de volgende dag zou de wekker weer vroeg van haar verlangen op te staan. Een kansloos argument natuurlijk, “slapen is aangeleerd” deed ik de zaak af en wees er daarbij fijntjes op dat hieraan voorbij “rijden” gelijk stond aan heiligschennis. Ze moest toch beter weten. Gelukkig zag Ech Nie bijtijds de ernst van de situatie in en pakten we de afslag Lorsch.

Poortgebouw van de abdij van Lorsch met roodwit geblokte voorgevel en drie poorten
Hoewel het een van de oudste gebouwen van Duitsland is, ziet het poortgebouw er nog altijd nagelnieuw uit

Torhalle

Aangekomen bij de abdij van Lorsch kon ze maar moeilijk geloven dat ze zich toch weer had laten overhalen. “Is dit alles?” vroeg ze verontwaardigd aan haar held. “Ik zei toch dat het klein was” herinnerde ik haar aan mijn eerdere woorden. Dat was juist zo positief aan de site want dan konden we snel weer door. Mijn mededeling dat het kleine gebouwtje een van de weinige nog bestaande is uit de Karolingische tijd hielp weinig om haar mening bij te stellen. “Wie z’n tijd?”

Het was ook wel een begrijpelijke reactie want hoewel het bouwwerk er na 1200 jaar nog altijd nagelnieuw bij stond maakte het met haar afmetingen van 11 bij 7 meter niet echt een verpletterende indruk. Toch was het onderdeel van een ensemble wat in de geschiedenis een belangrijke rol speelde. Karel de Grote stond zelfs aan de wieg van haar bestaan.

Buste Karel de Grote vol edelmetaal
Buste van Karel de Grote (zoals die in Aken te bezichtigen is)

Karel de Grote

In 768 werd Karel de Grote samen met zijn broer koning van het Frankische Rijk. Broerlief legde echter al snel het loodje waarna Karel begon met de uitbreiding en verovering van nagenoeg heel West-Europa. Het veroverde gebied werd door Karel hervormd wat, na eeuwen van narigheid, oorlog en volksverhuizingen, zorgde voor rust en eenheid binnen het “Heilige Roomse Rijk”.

Het was het begin van een opmerkelijke bloeiperiode op het gebied van wetenschap, cultuur, literatuur en architectuur. De Kerk speelde een belangrijke rol in deze algehele reorganisatie en uit die tijd stamt ook het kleine gebouwtje, de zogenaamde Torhalle, en bijbehorende kerk en klooster. Volgens Unesco tonen zij “het ontwaken van de geest in de vroege middeleeuwen”.

Oude kerk Lorsch met poortgebouw
De Kerk speelde een belangrijke rol in de reorganisatie van West-Europa

Sint Nazarius en andere bezittingen

In die tijd beschikte elk zichzelf respecterend kerkelijk instituut wel over de overblijfselen van een of andere heilige. Dat gaf aanzien en bracht door de komst van pelgrims ook geld in het laatje. Uiteraard had ook de keizerlijke abdij van Lorsch zijn eigen Goedheiligman. Het complex werd tussen 760-764 gesticht en kreeg snel daarna de relikwieën van Sint Nazarius (een martelaar van het christelijke geloof) in het bezit. Het waren niet de enige giften die de monniken mochten ontvangen. Door elke weldoener een gegarandeerd plekje in het paradijs te beloven, stroomden de donaties binnen.

Koninklijke rustplaats

In korte tijd wist de abdij van Lorsch bezittingen te bemachtigen die reikten van de Noordzee tot de Zwitserse Alpen. Om de importantie van het geheel nog maar eens te benadrukken kregen ook de koningen van het Rijk hun laatste rustplaats in de kloosterkerk. Het klinkt allemaal erg indrukwekkend maar ter plaatse viel het eigenlijk alleen maar tegen. Een gedeelte van het gebouw staat weliswaar nog steeds overeind maar is, op zijn ouderdom na, weinig spectaculair. Met het klooster bleek het zelfs nog slechter gesteld.

Bankje op de voorgrond biedt  mogelijkheid om kerk- en poortgebouw in je op te nemen
Een klein gedeelte van de basiliek is slechts bewaard gebleven

Zeldzame manuscripten

Kloosters werden een belangrijk centrum van kennis en onderwijs onder Karels heerschappij en met een grote bibliotheek die uiterst zeldzame manuscripten uit de oudheid herbergde was deze abdij tot in de late middeleeuwen een van de invloedrijkste.

De abdij van Lorsch bevatte bijvoorbeeld het Lorscher Arzneibuch, een boek uit de zevende eeuw over geneeskunde wat tegenwoordig geldt als grondlegger van de huidige medische wetenschap. Daarnaast stond er in de bieb nog het unieke evangeliarium van Lorsch, een Latijnse bijbelvertaling uit de achtste eeuw wat in opdracht van Karel werd vervaardigd.

Dertigjarige Oorlog

Ook hier gold dat het allemaal interessanter klonk dan het daadwerkelijk was. De boeken bewaart men niet langer in Lorsch en van het klooster is sinds de Dertigjarige Oorlog niks meer over. Spaanse troepen sloopten de boel zo hartgrondig dat slechts het fundament hun furie overleefde. Wat dat betreft is de prominente plaats die het woord “Altenmünster” (Duits voor klooster) in Unesco’s omschrijving inneemt dan ook nogal verneukeratief. Er is geen klote klooster te zien.

Zeshoekig patroon op de gevel van Torhalle Lorsch
Romeinse zuilen verwijzen naar de enorme belangstelling van Karel de Grote voor de klassieke oudheid

Rondje werelderfgoed

Al met al hielden we het werelderfgoed snel voor bekeken. Terwijl Ech Nie zich bijna direct na aankomst al op het terras zetelde, deed ik nog even een ritueel rondje om kerk en Torhalle. Op zich vond ik de Torhalle (poortgebouw), met zijn rood-witte pakje, nog wel een geinig gebouw. Geen idee waarom maar het deed me een beetje aan een clown denken. Wat ook wel grappig is; na al die eeuwen heeft men van dit oh-zo-belangrijke gebouw nog steeds niet kunnen achterhalen waar het nou eigenlijk voor diende…

Veel meer te lachen viel er echter niet en dus besloot ik na een paar fotootjes dat mijn volgende rondje dan maar aan de bar moest plaats vinden. “Kunnen we weer gaan?”, vroeg Ech Nie toen ze me aan zag komen lopen. “Jaja, bijna”, zei ik, en gaf nog een rondje aan de bar. “Er is hier inderdaad niet zo heel veel te zien”, gaf ik schoorvoetend toe, “maar verderop liggen nog wat resten van het klooster. Misschien dat we daar ook nog even langs kunnen wippen? Ze zijn echt van fundamenteel belang…” Het antwoord was even kort als voorspelbaar; “Ech Nie!”

Oude muur rondom grasveld
Gedeelte van de oude omwalling van het Lorsch klooster

Tevreden

Het resultaat van ons bezoek kunt u hier op deze pagina terugvinden. Inderdaad, het is allemaal niet van een oogverblindende schoonheid maar het verhaal achter het gebouwencomplex is niettemin boeiend. De echte werelderfgoedreiziger in mij kon in ieder geval tevreden zijn weg vervolgen, blij dat hij zijn kennis weer wat had vergroot en zijn lijst van bezochte sites had verlengd. Net als Ech Nie zal het de gemiddelde toerist waarschijnlijk allemaal minder boeien. Dat begrijp ik en daarom zal ik het u niet aanrekenen als u wederom uw “likes” en “comments” achterwege laat. U bepaalt tenslotte. Ech Wel!


Ook wel eens gelachen om een werelderfgoed, de abdij van Lorsch bezocht of gewoon doorgereden? Laat het ons weten in de comments hieronder, we horen het graag!


Lees ook:

Er was eens, héél lang geleden, een klooster van Corvey
Is de kathedraal van Aken Dom?