Het is september 2011 en we hebben het plan opgevat om van het ene kustdorpje (Monterosso) naar het andere (Vernazza) te lopen. Een mooie wandeling langs de Ligurische kust wordt tenslotte door elke reisgids aanbevolen en daarnaast maakt de werelderfgoedstatus van Cinque Terre de streek voor ons natuurlijk al helemaal onvermijdelijk. Zoals te doen gebruikelijk schort het bij ons echter aan de voorbereiding: hoewel we vooraf alle oog hebben voor de afstand tussen beide plaatsjes (+/- 4 km) schieten we tekort in het controleren van de moeilijkheidsgraad. Iets wat we al gauw zouden berouwen…

De vijf kustplaatsen van Cinque Terre bron

La Spezia

Daar parkeren in elk van de vijf stadjes een drama schijnt te zijn, wordt werelderfgoedreizigers aangeraden per trein naar het pittoreske patrimonium af te reizen. Braaf als we zijn nemen we deze wijze raad ter harte maar als we eenmaal in de aangeraden bad- en vertrekplaats La Spezia arriveren, blijkt het stallen van de wagen daar eveneens ellende. (“Je verwacht het niet”) Gelukkig vinden we tussen een berg zwerfvuil en wat graffiti alsnog een onguur plaatsje en kunnen we met ongerust hart (doen we er nou wel goed aan om onze trouwe vierwieler hier achter te laten?) richting het station lopen.

Wandelplannen

In de trein besluiten we dat het waarschijnlijk het handigst is om door te reizen naar het verst afgelegen dorp en dan vanaf daar onze route terug te bepalen. Er loopt een wandelpad langs alle vijf de gemeentes (vandaar de naam Cinque Terre) en de afstanden tussen elk plaatsje bedragen steeds zo’n vier à vijf kilometer. “Dat is niet zo ver, maar mocht het toch tegenvallen dan pakken we gewoon de trein naar het volgende dorp. Behalve een wandelpad verbindt namelijk ook het spoor de vijf Unesco-locaties.” Goed idee, vindt ook Ech Nie, en tevreden met ons doortimmerde plan stappen we uit in Monterosso.

Gele parasollen en een kalme zee aan het strand van Monterosso al Mare
Een warm welkom op Monterosso al Mare

Een warm welkom in Monterosso

Meteen na aankomst heten zon, zee en zand ons hartelijk welkom. “Zo”, zweet Ech Nie, “dat is nog eens een warm onthaal.”

“Nou, een pareltje inderdaad.”

“Beter dat we eerst even een drankje doen voordat we gaan lopen…”

“Uiteraard. We moeten deze expeditie vooral niet te gehaast ondernemen. Eerst even je rust pakken, goed drinken en dan pas de paden op. Je kan met al die warmte niet voorzichtig genoeg zijn.”

Op het terras genieten we van de heerlijkheden des levens en het fraaie berglandschap om ons heen. “Wat zouden we nou gaan lopen als het hier zo lekker toeven is?”, denken we nog, maar een paar biertjes verder noopt plichtsbesef ons niettemin met de trektocht aan te vangen. Waren we nou maar blijven zitten…

Kustlijn met kasteel, bergen en strand in Monterosso
Het water in of de bergen op?

In een vloek en een zucht naar boven

Vierhonderd traptreden verder happen we als een stel op het droge liggende vissen naar adem. “Jé-zús!”, vloekt Ech Nie hartgrondig, “een klein wandelingetje noemt-ie dat!” Niet voor het eerst op onze queeste komt mijn voorstelling van zaken niet geheel overeen met de realiteit van alledag. “Ja, hoe kan ik nou weten dat die heuvel zo steil omhoog loopt?”, verontschuldig ik me halfhartig.

Na het legen van de glazen waren we nog vol goede moed met onze wandeling langs de zee begonnen, maar al snel had de trip meer weg van een bergbeklimming dan een rustige tippel langs het water. Onderwijl de Italianen vervloekend dat ze dat wel eens eerder hadden mogen vertellen, klauterden we naar boven. “Gvd”, pufte Ech Nie na de eerste paar treden, “hoe ver gaat dit eigenlijk omhoog?”

“Klein stukje maar schat, kan nooit ver wezen.”

Dat bleek dus een slordige 380 treden bezijden de waarheid.

Bergbeklimming

Een leuning had ons zo af en toe ook wel een uitkomst geleken maar blijkbaar vonden de Italianen dat maar een overbodige luxe. Een beetje stabiliteit had vooral geruststellend geweest bij het passeren van de vele tegenliggers. Vaak stond de een met de rug tegen de loodrechte klif geklemd en moest de ander met gevaar voor eigen leven, half bungelend boven de afgrond, het tegemoet komende verkeer voorbij laten gaan.

“Jij ook altijd met je goeie ideeën”, hoorde ik Ech Nie achter me mopperen. “We hadden beter een pikhouweel mee kunnen nemen. En een touw.” Ech Nie was liever op het terras gebleven, zoveel was wel duidelijk. “Mooi hè, hierzo?” schreeuwde ik terug, en deed net of ik haar cynisme niet had opgemerkt. Een licht grommen steeg op uit de diepte. “Geen hoogte van te krijgen”, dacht ik, en liep stug door.

Vernazza met jachthaven en slot
Verleidelijk Vernazza

Borrelpraat

Gestaag klommen we verder over de steile hellingen vol wijnranken. Om de pijn wat te verzachten, en het gesprek een andere wending te geven, wees ik Ech Nie op het zware leven van de lokale bewoners. “Loop jij ongeveer na elke stap te klagen Ech Nie, maar misschien moet je er eens bij stil staan hoe al die wijnboeren hier de godganse dag met loodzware druivenmanden aan het sjouwen zijn. Dat doen ze allemaal om jou van een sappie te kunnen voorzien hoor. Heb je daar wel eens aan gedacht?”

Het kwam niet aan. Afgezet tegen dat beulswerk viel onze onderneming best mee, zo wilde ze wel toegeven, maar verder moest ik natuurlijk gewoon m’n kop houden. Al dat gelul over wijn verergerde haar dorst alleen nog maar meer. “En dat we verder niks bij ons hebben is inderdaad ook érg handig, Ech Wel.”

“Wat nou weer?”

“In deze bloedhitte is een half flesje lauw bronwater natuurlijk niet genoeg, slimmerik. Straks verdorsten we nog!” Omdat ik geen ellenlange klim verwacht had, vond ik het niet nodig om voor vertrek nog wat extra drinken in te slaan. “Weet je het zeker?“ had ze nog gevraagd. “Tuurlijk, we zijn er zo. We hebben net nog een paar biertjes op. Daar kunnen we heus wel even op teren hoor.” Helaas bleek dat dus misrekening nummer twee.

Aangezien het toch allemaal mijn schuld was, hield ik voor de rest van de opgang maar wijselijk mijn mond.

Kleurrijke huisjes en kerk rondom haven Vernazza, Cinque Terre
Goed rusten na gedane arbeid

Dichtbij Vernazza

“Jé-zus!”, gilt onze haaibaai nog maar eens, “wat was dat een tyfuseind zeg!”

“Jaja, nou weten we het wel. Kijk liever eens om je heen en geniet van het prachtige uitzicht. Kijk bijvoorbeeld Vernazza eens liggen, met haar zongedroogde huisjes en groenblauwe baai.”

“Dat ziet er inderdaad heel verleidelijk uit…”

“En wat denk je als we straks een frisse duik nemen in dat heerlijke zeewater. Hoe lekker is dat?”

“Na gedane arbeid is het inderdaad goed rusten”, bevestigt Ech Nie. “Maar daarna is het ech wel klaar hoor. Ik verzet geen stap meer na Vernazza!”

Ech wel, denk ik, al houd ik dat even voor me.

Verliefd stel in beton gegoten langs het liefdespad van Cinque Terre
Romantiek aan de Via dell’Amore, oftewel, het pad van de liefde

Romantisch Cinque Terre

Na al het geklauter hebben we het moeilijkste gedeelte achter de rug en hobbel-de-bobbelen we verder naar het schilderachtige haventje van Vernazza. Aangekomen op de plaats van bestemming plonsen we direct in het water, spoelen de vermoeidheid van ons af en snellen gelijk door naar het terras voor een broodnodige drinksessie. Heerlijk. Even ons vochtgehalte op peil brengen en de lauweren laten rusten. Nadat we al die drukke bezigheden succesvol hebben afgerond vind ik het tijd voor wat romantiek. “Schat?”

“Ja, Ech Wel.”

“Eigenlijk kunnen we hier niet weg zonder dat we het mooiste stukje van Cinque Terre hebben gezien…”

“Wat denk je zelf?”

“Nee, echt. Luister, het is maar 1.5 kilometer lang en ook geschikt voor rolstoelen en kinderwagens. Dat is dus makkelijk te doen, zelfs voor jou. Bovendien schijnt het er nog hartstikke romantisch te wezen ook…”

Gekleurde huizen aan helliingbaan voor boten
Aan het einde van de straat ligt een hellingbaan voor bootjes

Via dell’Amore naar Riomaggiore

Wetende dat elk verzet zinloos is, stemt Ech Nie toe en pakken we de trein naar Manarola (waarmee we het bergdorpje Corniglia overslaan). Vanaf daar lopen we hand in hand over de Via dell’Amore (pad van de liefde) naar het laatste plaatsje, Riomaggiore. Gelukkig heb ik dit maal wel gelijk en is er op het keurig geplaveide liefdespad nergens meer een steile meter of een lastige tegenligger te bekennen.

“Dit is toch veel romantischer dan die bergetappe van zo-even?”, zwijmelt Ech Nie zachtjes

“Een liefdespad vol pieken en dalen vind ik anders ook wel wat hebben hoor…”

“Oh ja, natuurlijk. Jij peigert je liever helemaal af op een col van de zwaarste categorie dan dat je samen met je meissie rustig langs een zachtruisende zee loopt.”

“Nou ja, bij mij is het geen queestie van of of, maar en en. Het leven gaat niet alleen maar over rozen, Ech Nie, doornen horen daar ook bij.”

“Hmmm, daar heb jij dan misschien wel weer gelijk in…”

“Ik heb het wel vaker gezegd, schat; Unesco weet wel wat goed voor ons is, Ech Wel!”

Zonsondergang in de haven van Riomaggiore, Cinque Terre
Sloepjes in de haven van Riomaggiore

Ook wel eens in Cinque Terre rondgelopen? Over pieken en dalen gegaan of onvoorbereid op pad geweest? Laat het ons weten in de reacties hieronder, we horen het graag!


Lees ook:

Sprookjesachtige idylle in Bergpark Wilhelmhöhe
In tektonisch gebied Sardona staat de wereld op zijn kop