In turbulente tijden valt de mens vaak terug op zijn roots, en de held van dit blog vormde daarop geen uitzondering. Toen zijn partner Ech Nie de queeste vaarwel zei beheerste chaos zijn leven. De weinige zekerheden in zijn povere bestaan vielen weg, en het leek wel of alle boosheden van de wereld zich verzameld hadden om hem van het rechte Unesco-pad af te krijgen. In die eenzame wanorde herinnerde onze dappere mannetjesputter zich ineens de Mont Saint-Michel, zijn persoonlijke nummer 1, het eerste werelderfgoed dat hij ooit als jong Ech Welletje had aangedaan. En toen wist hij wat hem te doen stond; wilde hij weer grip krijgen op zijn bestaan dan moest hij op pelgrimstocht naar Sint-Michaël, de overwinnaar van het Kwaad.

Henry Adams: “Om de kunst van Mont Saint-Michel en Chartres te voelen, moeten we weer pelgrims worden”

Sint-Michaël verslaat de draak

Toen brak er oorlog uit in de hemel. Michaël en zijn engelen bonden de strijd aan met de draak. De draak en zijn engelen boden weerstand maar werden verslagen; sindsdien is er voor hen in de hemel geen plaats meer. Hij is de slang van weleer, die duivel of Satan genoemd wordt, en die de hele wereld misleidt. Samen met zijn engelen werd hij op aarde neergeworpen.

Openbaring 12: 7-9

Het is deze beroemde Bijbelpassage die Sint-Michaël in de kerkelijke traditie tot leider van de hemelse legers maakte. Hij wordt door gelovigen gezien als de verdediger van de Waarheid, de kampioen van de goddelijke gerechtigheid. Op afbeeldingen of in beeldhouwwerk zien we hem dikwijls in volle wapenuitrusting terwijl hij met een lans een kronkelende draak onder zijn voeten doorboort. Sint-Michaël groeide uit tot de vertegenwoordiger van het zegevierende Goede, de engel die je in tijden van geestelijke strijd kan aanroepen om je te voorzien van hernieuwde kracht en moed.

Het Kwaad manifesteert zich buiten de kerk in demonische waterspuwers.

Een goede voorbereiding is het halve werk

Zo’n vent heb ik nodig, dacht ik, en toog richting Normandische kust. Omdat ik wist dat de Mont een populaire toeristenbestemming was had ik mijn uitje zo gepland dat ik reeds een avond van tevoren in hotel Escapade Saint Michel (what’s in a name) arriveerde zodat ik de volgende morgen vroeg richting mijn rots in de branding kon trekken. (Het hotel bleek overigens geen aanrader, de overmatige bloemengeur viel niet te harden!)

Nadat ik in het waardeloze dorpje Pontorson bij de lokale Turk een afhaalkebab had ingeslagen, en die op mijn kamer combineerde met een meegenomen sixpack Leffe, verdiepte ik me in de geschiedenis van Michaël, de Hemelvorst.

Pelgrimeren is afzien, en daar hoort ook blokken in een minder prettig studeerkamertje bij…

Bijbel noemt Sint-Michaël vijf keer bij naam

Ik leerde al snel dat de drakendoder behalve in bovenstaande quote nog in vier andere Bijbelverzen aan bod komt. In Daniël 10:13 wordt naar hem verwezen als een van de belangrijkste vorsten die een hemelse boodschapper te hulp schoot tijdens het uitoefenen van zijn opdracht (toen hij door de heerser van Perzië werd tegengehouden), een stukje verderop, in Daniël 12:1, staat dat de engel Michaël het volk van Israël zal beschermen in de verschrikkelijke tijd die komen gaat en Daniël 10:21 benadrukt dat Michaël de bode ook zal helpen wanneer de Perzische en Griekse vorst hem hinderen bij het openbaren van het Boek der Waarheid. Verder maakt alleen Judas 1:9 nog gewag van de aartsengel. Hij merkt op dat Michaël de duivel niet durfde te beledigen toen hij met hem streed om het lichaam van Mozes. Hij zei slechts; De Here zal je straffen.

Deze vijf min of meer terloopse opmerkingen gaven Michaël zijn eeuwige roem. Zij maakten hem tot die bewonderenswaardige strijder die het opnam tegen de gevallen engel Satan (met de heerser van Perzië en Griekenland worden handlangers van de duivel bedoeld) en die ook over de deugdzamen zou waken zodra de eindtijd daar was.

De ingang van “het Hemelse Jeruzalem” lag tussen hemel en aarde, ongeveer 80 meter boven zeeniveau

Wat zijn engelen?

Schriftgeleerden en geschiedkundigen hebben deze plukjes tekst op tal van manieren proberen te duiden. Zo probeerden ze allereerst uit te vinden wat nou precies engelen waren. De Bijbel is daar namelijk nogal vaag over. Hoewel ze honderden keren worden aangehaald hebben ze niet zelden een ander voorkomen; de een heeft zes vleugels en is van binnen een en al oog, de ander heeft vier gezichten en het lichaam van een stier, een derde gelijkt op een mens in een schitterend sneeuwwit gewaad en van een vierde wordt gefluisterd dat hij met horens en een grote staart is uitgerust.

Behalve qua uiterlijk verschillen ze ook in rangen en standen; je hebt er die boodschappen overbrengen, die bevelen uitdelen, die heilige plaatsen bewaken, die de Heer bejubelen en die voorop gaan in de strijd. Hoe zij zich echter hiërarchisch tot elkaar verhouden weet niemand, daar laat de Bijbel zich namelijk niet over uit. De Kerk verklaarde dan ook enkel: engelen zijn door God geschapen geestelijke wezens, hebben geen lichaam, kunnen niet sterven en beschikken over een eigen wil.

De zondeval; Adam en Eva worden gedwongen het Paradijs te verlaten

Goed versus Kwaad

Deze terughoudendheid is vrij opmerkelijk als men bedenkt dat de strijd tussen Goed en Kwaad een doorlopend thema binnen het Heilige Schrift vormt. Dat begint reeds in het eerste boek met de zondeval van Adam en Eva (die door de sluwe slang worden verleid om van de verboden vrucht te eten) en eindigt in Openbaring met Michaël die de boze draak een lesje leert. Daar tussendoor is het een grote aaneenschakeling van adviezen, geboden, wetten, normen en waarden die ons aller mensen op het hart drukt toch vooral een goed leven in dienst van God te leiden; doet men dat niet, zo volgt er doorgaans waarschuwend achteraan, dan zal men eeuwig branden in de hel, net als de gevallen engelen dat doen.

God vertegenwoordigt in de Bijbel uiteraard het Goede. Hij, zo leert de Schrift ons, leeft van eeuwigheid tot eeuwigheid, is volmaakt en de Schepper van alles wat bestaat. In de Bijbel wordt God dikwijls El genoemd, of El Elyon (God de Allerhoogste) en El Shaddai (God de Almachtige). El, zo weten we uit de zogenaamde Ugaritische teksten (kleitabletten die begin 20e eeuw in de oud-Syrische stadsstaat Ugarit werden gevonden) was tevens het woord wat de Kanaänieten voor hun oppergod gebruikten. De Kanaänieten waren de oorspronkelijke bewoners van het Beloofde Land en bezetten de streek tussen Egypte en Mesopotamië (het huidige Irak) voordat de Israëliërs het met geweld innamen. En kennelijk bleef het niet bij grondgebied alleen wat de Joden van de autochtonen overnamen…

Het beloofde land lag voor menig pelgrim achter de baai

God en Zijn heilige raad

De Kanaänieten beleden een polytheïstische (meergoden) religie waarin El aan het hoofd van een Heilige Raad stond. Zij stelden deze raad voor als een soort koninklijk hof waarbij El, gezeten op een troon, recht sprak inzake onderlinge geschillen en aardse ordeverstoringen. Om de troon heen stonden zijn zeventig kinderen (de overige goden, ook wel sterren genoemd) en hun helpers.

Geschiedkundigen vermoeden dat ergens rond de 8e eeuw voor Christus de polytheïstische religie zich ontwikkelde tot een monotheïstische, oftewel het geloof in een enkele God. Daarbij werden alle krachten van de kinderen van El (de overige goden) gebundeld in de enige Vader en verwerden hun helpers tot Zijn dienende hemelgeesten, oftewel engelen.

Opvallend is evenwel dat de Bijbel hier en daar nog parallellen met de Kanaänitische mythologie vertoont. Zo lezen we in Psalm 82; God staat op in de hemelse raad, Hij spreekt recht in de kring van goden. En in Deuteronomium 32: 8-9 staat opgetekend dat El de naties onder de zonen van God verdeeld. (wat rooms-katholieken deed veronderstellen dat elk land zijn eigen beschermengel ontving)

Gevleugelde wezens hebben zich overal op de Mont gevestigd….

Hemelgeesten vergrijpen zich aan aardbewoners

Maar wie waren de zonen van God?, zoals de Bijbel ze noemt; waren zij dezelfde goden als de Kanaänitische kinderen van El? De terminologie is in ieder geval veelzeggend. Naast El als benaming voor God gebruikt de Bijbel de term Elohim, wat eigenlijk de Hebreeuwse meervoudsvorm van El is (en goden betekent). Het woord Elohim komt reeds in de eerste zin van het boek voor; In den beginne schiep Elohim de hemel en de aarde. Eigenlijk had er “schiepen” moeten staan, daar Elohim voor goden staat, maar algemeen wordt aangenomen dat het hier een majesteitsmeervoud betreft (net als de koning het niet heeft over ik, maar over wij). Een paar bladzijden verder volgt in Genesis 6:1-4 een opvallende voetnood: En het gebeurde dat de zonen van God de dochters van mensen tot vrouw namen. In die tijd waren er reuzen op aarde, de kinderen van de zonen van God en de dochters van mensen.

In de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst is de uitdrukking zonen van God een vertaling van de woorden bne elohim, en doorheen de Bijbel worden met bne elohim goddelijke, hemelse wezens bedoeld. Dezelfde term hanteert de auteur van de Ugaritische teksten als hij het heeft over de “goden” en naar analogie van dit Kanaänitische spijkerschrift ziet men de term bne elohim ook terug in het Bijbelboek Job 1:6; alwaar de zonen van God een hemelse raadvergadering houden en discussiëren over de oprechte toewijding van wereldbewoner Job.

Rondbogen en massieve muren kenmerken het massief romaanse schip van de kloosterkerk

Zonen van God corrumperen de wereld

Uit bovenstaande leidde men af dat de zonen van God in feite engelen waren, de dienende hemelgeesten dus die de rol van de overige goden hadden overgenomen. Zij schikten zich echter niet allemaal naar Gods wil, zoals de Bijbel getuigt, want sommige van hen vermengden zich met de dochters van de mensen. En de Heere zag dat de slechtheid van de mens op aarde groot was en besloot het Kwaad middels een zondvloed te verdelgen. (Al wie op Zijn genade mocht rekenen was Noach en zijn gezin, en van alle diersoorten een mannetje en een vrouwtje).

Maar wat had nou precies Gods toorn gewekt? Wat was er zo gruwelijk verdorven dat God een einde aan al het leven op aarde wilde maken. Niet alleen de mensen, maar ook al het vee, de kruipende dieren en de vogels? De Bijbel weidt daar niet over uit, maar gelukkig wordt in het (apocriefe maar gezaghebbende) boek van Henoch op niet mis te verstane wijze uit de doeken gedaan wat het perverse huwelijk tussen engelen en vrouwelijke stervelingen voor desastreuze gevolgen had; de zo verwekte reuzen aten alle voorraden op. En toen er niets meer over was, vergrepen ze zich aan de mensen en verslonden hen. Overal heerste grote goddeloosheid en ontucht. Alsof dat nog niet erg genoeg was onthulden de engelen de geheimen van de hemel (die verborgen hadden moeten blijven) aan de mensen met wie zij vertrouwd waren geraakt; zij leerden hen bezweringen, tovenarij, de kunst van het oorlogvoeren, de tekenen der aarde en het ontraadselen van wolken.

Aan de andere zijde van het schip lag het gotische koor, badend in het licht, verwijzend naar het idee dat God zich openbaart in licht

Sint-Michaël staat op tegen Satan

Als God door de aartsengelen om een reactie wordt gevraagd geeft Hij hen opdracht om orde op zaken te stellen. Michaël krijgt daarbij de taak alle opstandige engelen die zich door hun onreinheid hebben bevlekt in de boeien te slaan en tot aan het eindgericht in het binnenste van de aarde op te sluiten.

Michaël vertolkt hier dus opnieuw de rol van reddende engel; de held die in tegenstelling tot zijn opponenten, de wil van zijn Meester uitvoert. Hij helpt Hem bij het uitvoeren van Zijn oordeel. Zijn tegenpool is Satan, de zoon van God die er samen met een deel van de andere goden voor koos zich niet aan Zijn wil te conformeren. Satan representeert het Kwaad in de Bijbel. Hij is de gevallen engel die Michaël op aarde werpt en die door God voorgoed aan de ketenen der duisternis wordt vastgeklonken.

Michaël betekent wie is als God?, vertaald naar het Latijn wordt dat Quis ut Deus. Volgens de christelijke traditie riep Michaël “Quis ut Deus!” toen hij opstond tegen de gevallen engelen.

Hoogmoed komt voor de val

Ooit was Satan als Michaël, en maakte hij deel uit van Gods heilige raad. In het reeds aangehaalde boek Job treedt hij op als aanklager (de letterlijke vertaling van het woord Satan) en trekt hij de vroomheid van de persoon in queestie in twijfel. In Zacharia 3 vervult hij eenzelfde rol tijdens een ander hemels rechtsgeding (waarbij ook de Engel des Heren aanwezig is). Zijn aanwezigheid wordt dan nog door God geduld, maar spoedig daarna zou daar verandering in komen.

In de kerkelijk traditie doen twee profeten verslag van het moment dat Satan bij de Heer in ongenade valt.

Jesaja 14: 12-15 hoe bent u uit de hemel gevallen, morgenster (wat in het Latijns vertaald wordt als Lucifer) zoon van de dageraad! U ligt geveld op de aarde, overwinnaar over de heidenvolken. U zei; ik zal opstijgen naar de hemel, tot boven Gods sterren zal ik mijn troon verheffen, ik zal mij gelijkstellen met de Allerhoogste. Echter u bent in het rijk van de dood neergestort, in het diepst van de kuil.

Jesaja 14: 12-15

U toonbeeld van volmaaktheid, wijsheid en schoonheid, U was in Eden, de hof van God, uw kleren waren vol edelgesteente, u was een engel met uitgespreide vleugels, u was de bewaker van de heilige berg, totdat er onrechtvaardigheid in u gevonden werd. Door de overvloed van uw handel, kwam u in de macht van het kwaad. U beging onrecht en pleegde geweld. Vanwege uw schoonheid werd uw hart overmoedig, u richtte uw wijsheid te gronde vanwege uw luister. Daarom verbande ik u van de berg, wierp ik u ter aarde.

Ezechiël 28 12-17

Ondanks de zes Leffe die ik inmiddels achter mijn kiezen had, werd me de herkomst van het spreekwoord; Hoogmoed komt voor de val, meteen duidelijk.

Christus in de diepste kuil. Tijdens Zijn hellevaart bevrijdt Hij de zielen van de rechtvaardigen

Het Kwaad kwam in de vorm van een gevallen engel

Hoewel in Jesaja 14 de koning van Babylon wordt bespot, en in Ezechiël de koning van Tyrus, raakten theologen ervan overtuigd dat deze twee vorsten symbool stonden voor een hogere, geestelijke macht. (net als de heersers van Perzië en Griekenland dat in het boek van Daniël deden) Zij predikten dat hier een kosmische strijd aan de gang was, dat Goed en Kwaad streden om de hegemonie in de hemel en dat Satan uiteindelijk het onderspit dolf.

Het was dan ook vanuit deze hoofdstukken, tezamen met het boek Openbaring, dat het verhaal over de gevallen engel ontstond. En zijn staart veegde het derde deel van de sterren van de hemel en wierp die op aarde. Dat zou wijzen op een derde deel van de engelen die de duivel in zijn rebellie zouden volgen. Uiteindelijk werden zij de bron van alle ellende op de wereld.  

In het huis van God mag niets aanwezig zijn dat riekt naar hoogmoed, dus was er van uiterlijk vertoon in de architectuur geen sprake, maar hij reikte wél naar de hemel, ten teken dat de geest zich hier verhief naar de Allerhoogste

Zo boven, zo beneden

In de beleving van de vroege christenen vormde de kosmische strijd tussen Goed en Kwaad een afspiegeling van de gewelddadige conflicten op aarde. Daarboven bestreden de hemelse vorsten elkaar net zo hard als de wereldlijke koningen dat beneden deden. Zo boven, zo beneden, stelde ik vast, een gedachte die al bij de vroegste beschavingen had postgevat (en die Unesco al zoveel werelderfgoedsites had opgeleverd; Dom van Speyer, Head-Smashed-In-Buffalo-Jump, Angkor Wat, Newgrange…).

Het idee Zo boven, zo beneden zag men ook terug in de hemelse raad rondom God. Dat concilie had veel gemeen met het reilen en zeilen binnen oosterse hofhoudingen. Gelijk de Opperrechter in de hemelen omringd werd door een leger aan engelen, zo voorzag ook een schare hoge beambten de monarch links en rechts van advies. Natuurlijk was het in beide gevallen wel zo dat de Heer op de troon alle beslissingen nam.

Zeven aartsengelen zetelen rond de troon

Vele engelen cirkelden er rond Gods oogverblindende zetel, maar de zeven aartsengelen stonden het dichtst bij Hem. Dat was althans de interpretatie van de katholieke Kerk. In de Bijbel is het enkel Michaël die (door Judas) aartsengel wordt genoemd en valt voor de rest geen andere hemelse geest deze eer te beurt. Maar in het boek Tobit zegt een van hen: Ik ben Rafaël, een van de zeven engelen die in de nabijheid van de troon van de Heer verkeren.

Zeven geldt binnen de Kerk als een heilig getal, het symboliseert perfectie. Zeven dagen telt de schepping, zeven is het aantal kleuren op de regenboog, zeven tonen weerklinken er in melodieën; daarnaast telt het boek Openbaring zeven gemeenten en zeven geesten die voor Gods troon staan, worden er voorafgaand aan de Apocalyps zeven zegels gebroken, klinken er daarna zeven bazuinen, en houdt Christus zeven sterren in Zijn hand.

Johannes’ visioen en Rafaëls opmerking gaf geleerden het inzicht dat zich zeven belangrijke engelen, aartsengelen, rond Gods troon bevonden. En het boek van Henoch wist ze ook allemaal bij naam te noemen; Michaël, Gabriël, Rafaël, Uriël, Raguël, Sariël en Remiël. Dat de naam van elk van de zeven aartsengelen op -el eindigt zou een verwijzing zijn naar hun oorsprong, de zonen van god.

Imposante vestingwerken dienden om het Kwaad buiten te houden, zij beschermden tegen een wereld vol dreiging

Ech Nie en Ech Leuk aan de bEl

Tring, Tring

Een abrupt telefoontje verstoorde mijn studie. Vlug nam ik op, en toen ik zag wie het was zong ik voor de grap; ♫ En Ech Nie when you call me, you can call me El ♫.

“Wat?”

“Nee niks, ik zit even in hogere sferen…”

“Oh ik dacht dat je naar Frankrijk ging?”

“Ja, zit ik ook, maar ik ga morgen naar de Mont Saint-Michel en in voorbereiding daarop bestudeer ik de aartsengelen. Wist je dat hun namen allemaal op -el eindigen?”

“Nee.”

“Dat verwijst naar het goddelijke, El is een ander woord voor God. Vroeger tenminste.”

“Oh.”

“Ja, en weet je wiens naam ook eindigt op -el?”

“Geen idee.”

“Ech Wel!”

De goede verstaander verstaat de symboliek; een kraan uit de bek van een monster geeft geen drinkwater, maar voor al die dwalende geesten die dat niet inzien hebben de broeders toch maar een bordje met diezelfde boodschap opgehangen…

Ech Leuk is de beste

“Pffff. Nou het is je wel behoorlijk in de bol geslagen hè, daar in Frankrijk?”

“Is dat papa?”, hoor ik dochterlief op de achtergrond vragen. “Ja schat, maar ik denk dat je maar een andere keer met hem moet praten. Hij heeft weer eens teveel gezopen.”

“Nee hoor meissie, je moeder is gewoon jaloers omdat haar naam niet op -el eindigt. Zij geldt nu als een gevallen engel, een die het hemelse heeft verlaten.”

“En ik papa? Ben ik nog wel een engel?”

“Natuurlijk, jij bent de grootste van allemaal! Jij bent Ech Leuk, dus jouw initialen zijn EL, mét hoofdletters, dus jij bent beter dan wie ook!”

Even zie ik haar van trots glimmen, maar dan grijpt een beledigde mama in. “Ja, nou we bellen morgen nog wel even hè, als je weer een beetje bij zinnen bent.” En opgehangen word ik.

Volgens Aristoteles vormde de “vita contemplativa” het hoogste en gelukkigste leven. In stilte en gebed nadenken over het woord van God verhief de ziel. De kruisgang was daarvoor de aangewezen plek

Sint-Michaël krijgt vleugels

Misschien had ik na die laatste opmerking beter mijn onderzoek kunnen staken, het was tenslotte al laat, maar eigenwijs als ik ben, schonk ik mezelf toch nog een whisky in. Ik zat nu zo diep in de materie geest, dat ik hem moeilijk los kon laten.

Dat men “beneden” beschouwde als een afspiegeling van “boven” zag men ook terug in de wijze waarop aarstengel Michaël in de vroege kunst werd uitgedost; gekleed in de gewaden van een hoge functionaris en zónder vleugels. Vleugels zijn in de Bijbel alleen voorbehouden aan cherubijnen/keroeben (4 stuks) en serafijnen (6 stuks). Over het uiterlijk van aartsengelen wordt niks losgelaten.

Toen het christendom begin 4e eeuw steeds meer vaste grond op Byzantijnse (Oost-Romeinse) aarde verwierf, groeide echter de behoefte om Gods dienaren op zo’n manier weer te geven dat in een oogopslag duidelijk werd dat men hier niet met zomaar een hoffunctionaris, boodschapper of geharnaste strijder te maken had; maar dat dit een bovenmenselijk figuur was die in directe verbintenis met de hemelse Vader stond. De vleugels waarmee dit proces gepaard ging leende men van de oude goden; Victoria (Nike), de godin van de overwinning, en Mercurius (Hades), de boodschapper van de goden, waren beiden uitgerust met vleugels, en aangezien engelen zich voornamelijk bezig hielden met zegevieren en het doorgeven van berichten was de stap naar gevleugelde wezens gauw gemaakt.

Sint-Michaël gebiedt abt Aubert een heiligdom ter ere van hem op de Mont te bouwen

Sint-Michaël verschijnt in het Westen

Twee eeuwen later (in 490) verscheen Michaël voor het eerst in het Westen, in een grot in het Italiaanse Gargono-gebergte om precies te zijn. In die tijd behoorde de plaats nog tot het Byzantijnse Rijk en via de Byzantijnen, de Romeinen (in 590 stond hij in Rome op de plaatselijke engelenburcht) en de Longobarden, kwam de cultus in contact met de Franken, en trok hij steeds verder westwaarts, tot die tenslotte in 708 op de Mont Michel zijn opwachting maakte. Volgens de overlevering maande Michaël de plaatselijke bisschop Aubert tot drie keer toe om een heiligdom ter ere van hem op de Normandische rots te bouwen. Voorwaar geen gemakkelijke opgave (een egaal stuk steen is het niet), wist de abt, en weigerde daarom de eerste twee keer, maar toen Michaël hem met priemende vinger terechtwees (waaraan hij een gat in zijn hoofd overhield) begonnen kort daarop de werkzaamheden.

In de eeuwen daarvoor was men Michaël steeds meer gaan zien als de beschermheer van (voorchristelijke) heilige plaatsen. Een verering die alles te maken had met het oude geloof in goden die natuurkrachten beheerden. Zo kenden zowel de Kanaänieten, als de Grieken en de Romeinen voor zo’n beetje elk natuurfenomeen een eigen god; (een god voor de bliksem, voor de oogst, voor de vruchtbaarheid, enzovoort) en daarmee verschilden ze in principe weinig met de Westerse volken die eveneens sommige eiken, heuvels en bronnen tot het domein van de goden rekenden. God was in alles vertegenwoordigd, zo wisten bijvoorbeeld de Kelten zeker, en in een dergelijke wereld kon het niet anders dan dat ook de uitstekende rotspunt in Normandië als een heilige plek werd beschouwd.

Een sculptuur in romaanse stijl van sint Aubert, een van de weinige uit die tijd die bewaard is gebleven

Sint-Michaël vervangt zonnegod Belenus

Mont Tombe noemden de Kelten dit vaak in nevelen gehulde oord. Hun druïden positioneerden hun belangrijkste goden doorgaans in een overgangsgebied, daar waar werelden elkaar raakten, en hadden deze dramatische locatie (waar hemel en aarde aan de horizon in elkaar overliepen en het vloeibare zilt het vaste land kuste) aangewezen als zijnde de laatste rustplaats van zonnegod Belenus. De naam Belenus betekent zoveel als schitterende of stralende, en werd geassocieerd met licht en vuur. Zijn aanbidders eerden hem aan het begin van de lente met uitgebreide rituelen en feesten, en roemde de god met name om de helende wateren waarmee hij in verband stond. Op zo’n plek zal ook Sint Michaël zich wel thuis voelen, moet de Kerk gedacht hebben.

Begin 8e eeuw was de kerstening van West-Europa in volle gang. Missionarissen werden uitgezonden om de natuurreligie die de heidenen aanhingen te vervangen voor het nieuwe geloof uit het oosten en daarbij ondervonden de zendelingen al gauw dat het beter was om lokale gebruiken van een christelijk sausje te voorzien, dan een radicale omwenteling te bewerkstelligen. (de Noormannen, waar de plaatselijke bewoners van afstamden, hadden namelijk de onhebbelijke gewoonte overijverige missiepriesters regelmatig een kopje kleiner te maken) In het specifieke geval van Mont Tombe leek Sint Michaël de aangewezen persoon om de rol van Belenus over te nemen, zeker omdat hij de afgelopen tijd door de Kerk in een steeds strakker keurslijf was geperst.

Dat de bewoners van Normandië van de Noormannen afstammen is terug te zien in de kloostervensters, het is geen toeval dat de in elkaar gevlochten lijnen lijken de kunst van de Vikingen

Sint-Michaël neemt universum over

De vijf Bijbelpassages waarin Michaël met name werd genoemd, vond men bij nader inzien toch wat karig om hem tot held van de christenheid te maken. Gelukkig hadden goede verstaanders van het Heilige Schrift “ontdekt” dat Michaël in feite de Engel des Heren was die maar liefst tientallen keren in het boek voorkomt. En de formidabele prestaties van deze engel vormden, naarmate de tijd vorderde, een welkome aanvulling op Michaëls palmares. Zo leidde de Engel des Heren de Israëlieten naar Kanaän (God maande de Joden MichaEL te volgen omdat Zijn naam in hem was), beschermde hij het volk in moeilijke tijden, ontsluierde hij de toekomst waar nodig, toonde hij zich een meester over de natuur en joeg hij eens, tijdens een belegering van Jeruzalem, 185.000 vijandelijke soldaten in een nacht over de kling.

Michaëls status nam door al deze associaties zulke astronomische vormen aan dat zelfs de zon nabij kwam. Het hemellichaam werd door vroeg-middeleeuwse filosofen aan hem gekoppeld net zoals alle andere (toen bekende) zeven planeten met de zeven aartsengelen in verband werden gebracht. De gedachte daarachter was ontleend aan Aristoteles’ begrip van het heelal, die stelde dat de hemellichamen door zogenaamde intelligenties in beweging bleven. Die intelligenties omschreef hij als zuiver denkende, niet materiële wezens die verbonden waren met de kosmos. En in de ogen van middeleeuwse denkers konden dat niet anders dan engelen zijn.

De aartsengelen hielden dus niet alleen raad rondom Gods troon, zij bestuurden het gehele kosmische systeem. Uiteraard was het Michaël die in deze theorie de zon vertegenwoordigde daar hij immers de verslagenaar van de draak was. Het was zijn licht dat de duisternis had verdreven (net als de zon dat elke morgen doet). En als Zonne-aartsengel was hij natuurlijk ook thuis op de Mont, waar hij mooi de plaats van Belenus in kon nemen.

Daarmee was voor mij de cirkel rond en klapte ik de laptop dicht. Ik was klaar voor morgen.

De cirkel was rond…

Sint-Michaël sta me bij

Wilt ge op aarde reeds in de hemel leven?
Wees een engel voor wie u omgeven.

Jan Jacob Lodewijk ten Kate (1819-1889)
Nederlands dichter

Mont Saint-Michel is half eiland, half vasteland. Vroeger liep de toegangsweg dwars door het getijdengebied en werd hij bij vloed volledig overspoeld door de zee. Voor toegewijde bedevaartgangers vormde deze belemmering (werelderfgoedreizigers zouden het een queestie noemen) alleen maar een grotere uitdaging op hun queeste; zij begrepen de symboliek achter het wassende water en de rijzige rots in branding.

Tring tring

“Hoi papa, wat ben je aan het doen?”

“Ik worstel en kom boven meissie.”

“Oh? Ben je aan het vechten?”

“Ja, zo zou je het kunnen zeggen ja. Toen mama vertrok raakte papa een beetje losgeslagen, hij raakte onder invloed van duistere machten. Om te voorkomen dat zijn leven een grote chaos zou worden besloot hij Sint-Michaël om hulp te vragen. Hij is de machtigste engel van de hele hemel, de soldaat van God, en het is zijn hoop dat hij papa kan bijstaan in het verslaan van zijn demonen.”

“Maar met wie ben je aan het worstelen dan?”

“Nou vooral met mezelf dus. Het liep even niet zo lekker, ik had het gevoel dat ik na jullie ook Unesco zou verliezen. En dan was ik ech wel klaar met deze wereld geweest. Daarom leg ik mijn lot nu in handen van Sint-Michaël. Ik denk dat hij wel in staat is om mij de kracht te geven om door te gaan, dat hij mij op het vertrouwde werelderfgoedpad kan houden.

Het schip te midden van een onstuimige zee verzinnebeeldt orde die zich een weg door de chaos baant

Ik worstel en kom boven

“Maar ik worstel en kom boven is ook een uitdrukking die gebruikt wordt in de strijd tegen het water. Sint Michaël woont namelijk op een eiland, en om er te komen moet je eerst de zee de baas worden. En de zee is ook chaos, zo heeft het woord van God ons geleerd. Dat weet je toch wel? Denk maar aan Noach en de zondvloed.”

“Weet ik. Noach is die meneer die alle diertjes aan boord van zijn boot deed toen het heel hard ging regenen.”

“Precies. Toen God heel boos was op Zijn zonen en de dochters van mensen, en de stoute reuzen die ze hadden voortgebracht. Een latere kerkbaas zou eens prediken; de Kerk is als de ark van Noach. Buiten de kerk (het schip) was alleen zonden, binnen was de redding nabij. Maar in den beginnen was de zee ook al niet pluis. De aarde was woest en leeg, en duisternis lag over de oervloed, en de geest van God zweefde over de wateren. Hij schiep orde in die chaos.”

“Ooooh.”

“Ja en Johannes zag in een visioen over de eindtijd dat het eerste beest uit de zee kwam, een beest met zeven koppen en tien hoorns. En dat beest nam de macht in de hele wereld over, en alle mensen dachten dat niemand van hem kon winnen.”

“Wie is dat?” hoorde ik mama plots dringend vragen op de achtergrond.

“Papa, mama!”, antwoordde mijn engel opgewonden, “papa vecht met allemaal monsters in de zee, en het gaat helemaal niet goed met hem!”

“Moet die es een keer niet zoveel zuipen, die lul. Hang maar op.”

Tuut-tuut-tuut-tuut.

De rots van Saint-Michel als een baken in de zee

Orde uit chaos

Natuurlijk had mijn ondergang helemaal niks met zuipen van doen, het was juist een zee van ellende die me deed verdrinken. VERzuipen had Ech Nie dus beter kunnen zeggen, maar die nuance ontging haar uiteraard. Afijn, ik worstel en kom boven betekent bovenal; hoe diep ik ook moge zinken, ik kom altijd weer boven. Welke monsters ik onderweg ook tegenkom, en hoe sterk de storm ook is, ik zal doorzetten en veerkracht tonen.

Van een bedevaartganger annex werelderfgoedreiziger werd uiteraard ook niks anders verwacht. Om bij de Mont te geraken moest hij bereid zijn grote gevaren te trotseren. Eb en vloed konden rond de rots voor hachelijke situaties zorgen en het alom aanwezige drijfzand schrok er ook niet voor terug om menig onvoorzichtige pelgrim op te slokken.

De duistere en demonische machten die hiervoor verantwoordelijk waren, waren typisch voor de zee. Al sinds mensenheugenis werd zij gezien als een ongeordende, levensgevaarlijke janboel waarvoor men op moest passen. Zowel de Ugaritische teksten als Genesis verwittigde de lezer daar al van. Maar de chaos die de zee in beider boeken vertegenwoordigde was niet zonder nut, juist uit deze chaos schiep God de kosmos.

De driehoekige vorm inspireerde Victor Hugo tot de zinsnede: “De Mont SaintMichel is voor Frankrijk wat de Grote Piramide voor Egypte is”

Op naar de Heer

Tegenwoordig is het bedwingen van de zee een koud kunstje, de Fransen hebben een brug over het water gebouwd en een shuttlebus zet je bijna voor de deur van de kloosterburcht af. Net toen ik arriveerde zag ik dat het zoute nat zich schielijk aan het terugtrekken was; en dat begreep ik ook wel. Waarschijnlijk was het zich ervan bewust dat het met zijn chaotische geklots nooit tegen de kracht van Gods grandioze ordehandhaver op kon. En alsof Gods hoogste gezant dat nog maar eens aan een ieder duidelijk wilde maken stak hij bovenaan de granieten piramide zijn gouden zwaard de lucht in.

De berg is gebouwd als een microkosmos waarin de mens van de aarde naar God beweegt. Beneden beteugelen indrukwekkende vestingwallen de verraderlijke golven, en verkoopt de commercie zijn prullaria, daarna leidt een steile weg naar het klooster, waar de monniken hun gedisciplineerde leven naar de regel van Benedictus leefden en bovenaan waakt Sint-Michaël op de torenspits over Gods gemeente. In al mijn devotie ervoer ik de opgang als een ware openbaring; beneden werd ik gewaar van de zonde die aan de stoelpoten van de Krachtige knabbelde, maar naar mate ik mijn weg naar boven vond, ontsteeg ik het profane en zag ik het licht, de prins der hemelen die waakte over zijn heiligdom.

Het dorp rond de abdij bedient al honderden jaren de behoevende bedevaartganger, tegen hoge prijzen, dat wel

Mont-Saint-Michel is een wonder van middeleeuwse bouwkunst

Net als de Kelten Mont Tombe beschouwden als een oversteek naar de andere wereld, zo zagen de middeleeuwse Fransen de plek als een toegangspoort naar het heilige. Van heinde en verre stroomden zij toe om Michaël eer te bewijzen (waarmee ze in de voetstappen van hun voorgangers traden, die voor de glorie van Belenus hetzelfde deden). Mede door hun toedoen, en de rijke giften aan de broeders die er huisden, lukte het de kloosterlingen vanaf 1017 een wonder van een abdij te stichten. In de middeleeuwen gold het half romaanse, half gotische meesterwerk zelfs als het Hemelse Jeruzalem.

La Merveille (het wonder) bestaat uit drie verdiepingen; onderaan de opslag- en opvangruimtes (waar onder andere arme pelgrims onderdak kregen en verzorgd werden), in het midden lag de ridderzaal (waar antieke manuscripten werden overgeschreven) en de zaal waar vermogende of hooggeëerde gasten werden ontvangen, en bovenaan had het daadwerkelijke stift zijn plaats gevonden, daar werd gegeten en liep men in de open kruisgang mediterend rond.

“Op deze rots zal ik mijn kerk bouwen”, zei Jezus eens, en zo geschiedde. Maar ondanks het keiharde gesteente waren een fiks aantal kolommen nodig op het bouwwerk te dragen

Sint-Michaël doet zijn naam als beschermheilige eer aan

Hoe schitterender de Mont werd, hoe meer zij in prestige groeide. Zeker nadat de Engelsen er tijdens de Honderdjarige Oorlog geen een keer in slaagden Michaëls vesting te veroveren, kreeg de rots de reputatie van Frankrijks onneembare wachttoren. De standing van zijn naamgever, Sint-Michaël, ontwikkelde zich navenant. De Franse koningen vereenzelvigden zich al sinds de vroege middeleeuwen met de aanvoerder van de hemelse heerschare, maar nu Michaël behalve het Kwaad ook dat verduvelde Engeland het nakijken had gegeven, richtten ze een orde in zijn naam op en promoveerden de Overste der Engelen tot patroon van Frankrijk.

En de held van dit blog zag dat het goed was. De overgangstijd waarin hij zich hulpeloos voelde leerde hij langzaam accepteren, het inktzwart in zijn hoof maakte plaats voor het licht van een nieuwe dageraad. Sint-Michaël had zijn persoonlijke crisis omgezet in geestelijke winst, hem doen inzien dat beproevingen in het leven tot meer wijsheid leiden. Of het Kwaad was overwonnen viel nog te bezien, maar innerlijk was hij in ieder geval sterker geworden. Zijn ro(o)ts hadden hem goed gedaan.

En meer bezield dan ooit zette hij zijn queeste voort.

Tring Tring

Ech Nie weer, maar dit keer liet hij hem rinkelen. Hij proostte net op het leven…

Ech Wel!


Ook wel eens de Mont Saint-Michel bezocht? Hemelse heerschare aangevoerd of gebeld met je ex? Laat het ons weten in de reacties hieronder, we horen het graag!

Serene schoonheid biedt een venster op zondige buitenwereld

Praktische informatie

Behalve de Mont is ook de omliggende baai onderdeel van het werelderfgoed.

Professor Mark S. Smith schreef vele boeken over de Hebreeuwse Bijbel en Kanaänitische religies (zoals bijvoorbeeld The early history of God). Enkele van zijn ideeën dienden als bron in dit artikel. Daarnaast gaf ook De Gekortwiekte Engel van Piet Leupen enkele verfrissende inzichten.

Mont Saint-Michel werd gerestaureerd onder leiding van Viollet-le-duc, net als vestingstad en werelderfgoed Carcassonne

Net zoals de godshuizen van Arles, BordeauxBourges, Chartres, en Vézelay maakt ook Mont Saint-Michel deel uit van het werelderfgoed Routes van Compostella in Frankrijk. Het patrimonium staat in feite dus twee keer op de lijst.

Adres: L’Abbaye, 50170 Mont Saint-Michel Frankrijk
Jaar van inschrijving: 1979
Officiële website: ot-montsaintmichel.com
Bezocht: 1988 (maar eigenlijk voor het echie op 04-04-2026)
Nummer: 1

Lees ook:

Het afschuwelijke verhaal van Sint Becket en de bedevaart naar Canterbury
Het Laatste Oordeel over Maria Magdalena, was ze hoer of Heilige Graal?