Achter de beschermende toppen van het Noord-Spaanse hooggebergte ligt waarschijnlijk ’s lands best bewaarde geheim; Logroño. Hoewel de stad bijna overloopt van verrukkelijke pintxostentjes en dito wijnbarretjes kunnen wij er eigenlijk geen vakantieganger in ontdekken. “Moet jij er alleen niet vol lof over gaan schrijven, hè Ech Wel, anders stikt het hier straks alsnog van de toeristen!”      

“Tuurlijk niet, Ech Nie. Dit paradijsje houden we lekker voor ons zelf…”      

Pintxos hemel

La Rioja

Logroño is de hoofdstad van wijnstreek La Rioja, een streek die vernoemd is naar de rivier (rio in het Spaans) die er doorheen stroomt, de Oja.

“Oh ja?”

“Ja!”

Omdat men in het heuvelachtige gebied al sinds mensenheugenis het beste uit de inheemse Tempranillo druif weet te persen, hebben wij het tot onze missie gemaakt zoveel mogelijk van het vermaarde druivensap te proeven. Onze dorst wordt nog eens extra aangewakkerd als we ontdekken dat de lokale wijnboeren hun kunsten in bijzonder futuristisch vormgegeven bodega’s (wijnhuizen) vertonen en dat ze daarbij het ene na het andere gastronomische meesterwerkje serveren.    

Golvend vormgegeven bodega te midden van groene tuin
Futuristische Bodega Marqués de Riscal

Calle del Laurel

Na onszelf urenlang te hebben ondergedompeld in de elegantste kwaliteitswijnen besluiten we tot een laatste afzakkertje in Logroño’s hoofdstraat, Calle del Laurel. Uiteraard laten we ook nu weer onze Gran Reserva vergezeld gaan met een drie-sterren-hapje op een cocktailprikker. Terwijl mevrouw kiest voor een krokant gepaneerd pasteitje met Serranoham, neemt meneer een spies met gegrilde garnalen, paprika en kip. “Mijn hemel”, roept Ech Nie met rollende tong. “Dat zoete fruit, die ronde tannines….”    

“Is die goed?”    

“Hij is Goddelijk!”    

Cultuur

De Klassieken wisten het al; wijn is goddelijk. Het schenkt levenskracht, verlicht de geest en maakt vrolijk en oprecht. Voor de katholieke kerk gold bovendien dat het bloed van de druif onmisbaar was bij het opvoeren van de heilige mis. Monniken bekwaamden zich daarom in de wijnbouw en brachten overal in Europa woeste gronden in cultuur.    

“Waar geen wijn meer is, houdt de cultuur op! Ik heb het altijd al gezegd…”    

“Zeker. En waar cultuur is, daar is werelderfgoed!”    

Kloosterburcht met ronde hoeken en vierkante kerktoren
Klooster Nájera

Bedevaart

Logroño is behalve bruisende wijnhoofdstad ook halteplaats op de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela. Als we haar dus de volgende dag achterlaten en naar Nájera rijden, besluiten we, in navolging van de bedevaartgangers, eerst even een kleine omweg te maken naar het abdijenduo Suso en Yuso. “Waarom?”

“Omdat daar de beenderen van de heilige Emiliaan liggen opgeslagen.”   

“En dat is de wijnheilige van de streek?”    

“Nee, de Morendoder.”    

Heilige met baard en halo in glas-in-lood
San Millán in glas-in-lood

San Millán

San Millán, zoals de Spanjaarden hem noemen, was een uit Berceo afkomstige herder die op zeker moment de behoefte kreeg zich van de buitenwereld af te zonderen. Hij ruilde zijn gezonde buitenleven in voor een miserabel kluizenaarsbestaan en begon vanuit zijn nieuw uitgehakte grot tal van wonderen te verrichten. Zijn grootste mirakel bewaarde hij echter tot na zijn dood.

De eens zo vredelievende holbewoner ging, gezeten op een schitterend wit paard en gewapend met een vlammend zwaard, voorop in de strijd tegen de Moren. Samen met die andere islamietenslachter, Sint Jacob (Santiago), wist hij de christelijke legers aan de overwinning te helpen.    

Ruiter met vlag en zwaard galoppeert over Moren heen
San Millán met vlammend zwaard

Suso en Yuso klooster

Vlak na zijn dood, eind 6e eeuw, was reeds rond het graf van San Millán het klooster Suso ontstaan. Vijfhonderd jaar later vond de toen heersende koning het echter beter als de stoffelijke resten van de magistrale wonderdoener in het door hem gestichte klooster van Nájera werden gelegd. De beoogde verhuizing verliep alleen niet zoals gepland.

Op het moment dat de ossen de lijkkar vanuit het hooggelegen Suso (dat in het Castiliaans “boven” betekent) naar het dal hadden gebracht, weigerden ze nog één hoef te verzetten. Wat men ook deed, er was geen beweging meer in de beesten te krijgen. Het voorval werd geïnterpreteerd als een teken dat San Millán in de vallei wilde worden begraven en daarom beval de vorst tot de onmiddellijke bouw van het klooster Yuso. (wat in het Castiliaans vertaald kan worden als “beneden”)    

Klooster Yuso met groenbemoste muur
Klooster Yuso

Belangrijk werelderfgoed

Aan San San Milláns grootse daden wordt overal in het van goud blinkende Yuso klooster herinnerd. Zowel boven de ingang als op het hoofdaltaar staat hij afgebeeld als de wonderbaarlijke verschijning die de Moren er onder kreeg, boven de slaapkamerdeuren van de monnikencellen zien we zijn leven in schilderijen weergegeven en op zijn reliekschrijn kunnen we constateren dat 24 ivoren panelen zijn doen en laten ook best aardig kunnen laten overkomen. Toch ligt het echte belang van dit werelderfgoed ergens anders.    

“De wijnranken?”    

“Nee, de bibliotheek.”    

Gouden altaar met in het midden ruiter op witte hengst die over Moren heen walst
Hoofdaltaar met San Millán die op zijn paard de Moren er onder kreeg

Preken met de handen

Wijn was niet het enige middel om een land in cultuur te brengen. Voor een religie die zich baseerde op het Heilige Schrift was het geschreven woord minstens zo belangrijk. Daarom begonnen de eerste monastieke gemeenschappen vanaf de zesde eeuw met het overschrijven van de Bijbel.

“Zo jeetje, dat was pas straf werk!”    

“Nou, zo werd het niet gezien, Ech Nie. De monniken vonden het kopiëren eigenlijk véél nobeler en verdienstelijker dan arbeiden in een wijngaard. Voor hen was schrijven een soort van preken met de handen.”    

“Preken met de handen?”    

“Ja, inderdaad. Zij verspreidden de katholieke leer door middel van inkt en ganzenveer. Bovendien hield het kopiëren hen af van duivelse verleidingen. Door zich te concentreren op de blijde boodschap kwam de geest niet in verzoeking en werden lichamelijke lusten in toom gehouden. Uiteraard zou eeuwig heil hun ultieme beloning zijn.”      

Halfronde schildering boven deur
Monnnikencel met schildering waar San Millán een van zijn wonderen verricht

Monnikenwerk

Gelukkig beperkten de monniken zich niet alleen tot religieuze teksten. Als enig middeleeuws centrum van intellect en kennis bleef het verleden van de oudheid goeddeels bewaard dankzij het monnikenwerk dat in de abdijen verricht werd. Daar schreven de kloosterlingen de ideeën van oude wijsgeren over (waarmee ze de eerste schatbewaarders van het klassieke erfgoed werden) en noteerden ze ook recente gebeurtenissen in kronieken en annalen.   

Rijk gedecoreerd boek met grote letters
Rijk versierd boek (voor bijzienden waarschijnlijk)

Scriptorium

De plaats van handeling was het scriptorium. Een ruimte waar absolute stilte was geboden. Pennen deed men voorovergebogen, met een geslepen ganzenveer, op een dierenhuid en uren achtereen. Hoewel slechts drie vingers de veer vasthielden, zwoegde het hele lichaam. De onnatuurlijke houding en slecht verwarmde vertrekken vormden een kwelling voor het lichaam en werden door de kopiisten slechts volgehouden omdat men het anders ook zonder het laatste beetje levensvreugde moest stellen…   

“De lieve Heer?”   

“Nee, de rode wijn.”   

Gouden altaar met in het midden de Heilige Maagd in Yuso klooster
Sacristie

Kostbare manuscripten

Boeken waren duur. Niet alleen vergde het veel tijd ze te vervaardigen, het kostte ook de huid van een hele kudde schapen (of geiten of kalveren) om ze samen te stellen. Daar kwam nog eens bij dat monniken hun kalligrafie graag verfraaiden met kleurrijke illustraties.

In miniaturen gold een kleurcode. Bladgoud diende om heiligen te onderscheiden van het gewone klootjesvolk, purper was de koningskleur en hemelsblauw gebruikte men om de Heilige Maagd te kleden. In gedachte dat bladgoud werd verkregen door gouden munten plat te slaan en dat purper en hemelsblauw nog vele maken duurder waren, vertegenwoordigde een opgeleverd manuscript meteen al een enorme waarde.

Opengeslagen boek op schrijftafel
De wieg van de taal, Glosas Emilianensus

Glosas Emilianensus

De taal van de kopij was Latijn, maar in 10e eeuw gaf een scribent uit Yuso commentaar op de codex 60 door in de kantlijn gebruik te maken van het oud-Spaans (Castiliaans). De voetnoot wordt door de Spanjaarden beschouwd als de geboorte van hun taal. Zij noemen deze eerste krabbels de Glosas Emilianensus. (Glos is kanttekening, Emilianensus komt uiteraard van Sint Emiliaan) Buiten dit historische boek beschikt de bibliotheek ook over een encyclopedie uit 964 en een gedichtenbundel van Gonzalo de Berceo.

“Gonzalo de Berceo?”

“Ja, inderdaad. Een poeët die uit het zelfde plaatsje als de heilige Emilaan stamde.”

“En wat is er met hem?”

“Hij dichtte als eerste over wijn.”

Gouden altaar met diverse heiligen en rond glas in de top
Door het gat boven de gouden deuren en een roosvenster in de buitenmuur vallen zonnestralen precies tijdens de equinox binnen en vormen een cirkel van licht op de kerkvloer

Gonzalo de Berceo

“Ah, een man naar m’n hart…”  

“De Emiliaanse monnik was bekend met de goddelijke eigenschappen van het Rioja rood, maar kon minder uit de voeten met de Latijnse taal. Hij begon daarom zijn loflied op de Heilige Maagd met de gloedvolle regels; Ik wil een verhaal vertellen in de taal die mensen spreken. Want ik ben niet zo geleerd om het in het Latijns te doen. Om die reden, verdien ik, denk ik, een goed glas wijn.”

“Sterke tekst!!”

Vijf flessen Rioja wijn op een rij
In de Rioja-snoepwinkel

Joven, Crianza en Reserva

De dichtregels vormen tevens de slotwoorden van ons bezoek. Even overwegen we nog bij Suso langs te gaan, maar we zijn het er al gauw over eens dat je de Rioja streek toch het beste op het terras leert kennen. Vanachter een frisse, roodfruitige Joven en een klein schaaltje licht geroosterde tonijn met sesamzaad vertelt vrouwlief over wat de Rioja op wijngebied allemaal te bieden heeft. “Je hebt dus de Joven, de wijn die je nu aan het drinken bent, de Crianza en de Reserva. Het verschil tussen de drie is het aantal jaren van rijping. Voor Joven is dat minimaal een, voor de Crianza twee en voor de Reserva drie jaar. Gerijpt wordt eerst op eikenhouten vat en daarna op fles.”

“Ah, fantástico”, prijs ik. En terwijl ik het sprankelende sap wat in het bolglas rond laat gaan, wijs ik Ech Nie nog maar eens op de grandioze wapenfeiten van de Rioja wijn. “Het bracht cultuur en welvaart naar deze contreien, het stond aan de wieg van de Spaanse taal, het hielp de oudheid te conserveren, het schonk de broeders doorzettingsvermogen bij hun kopiistenwerk en het inspireerde dichters tot het maken van historisch proza…”

“Zo bekeken is het misschien een goed idee als jij bij het schrijven van je blogs voortaan ook een glaasje inschenkt, schat. Wie weet schrijf je dan ook eens geschiedenis…”

“Zou dat het geheim zijn denk je?”

“Ech Wel!”


Ook wel eens de kloosters Suso en Yuso bezocht? Rioja wijn gedronken of een geheimpje te vertellen? Laat het ons weten in de reacties hieronder, we horen het graag!


Lees ook:

Melk en wijn leiden in de Wachau naar de poorten van het Paradijs
Start met champagne op een terras in Frankrijk in de zon