“En nou?”, kraait Ech Nie in alle consternatie. “Ja, graven natuurlijk. Wat anders?” Zo met de autobanden muurvast in het mulle zand weet Ech Nie even niet meer hoe nou verder. “Godsamme Ech Wel, heb je nou je zin? Ik zei toch al dat we niet van de gebaande paden af moesten wijken? Nou komen we hier nooit meer weg!”

Het is september 2012 en onderweg naar natuurpark Doñana loopt het niet helemaal op rolletjes.

Twee cowboys te paard passeren witte kerk in cowboydorp El Rocio
Cowboydorp El Rocio

Waar een wil is, is een weg

Een half uur voorafgaand aan ons stranden waren we ter hoogte van het cowboydorpje El Rocio op een wegversperring gestuit. “Geen nood”, had ik nog tegen Ech Nie gezegd, “we volgen gewoon de pijlen en dan komen we vanzelf wel weer op het rechte pad.” Een stief kwartiertje verder moest ik echter constateren dat die inschatting toch wat al te zonnig was. De omleiding bracht ons nergens en in de verste verte leek daar ook geen verandering in te komen. Duidelijk, dacht ik, en keerde resoluut de wagen “Wat ga je doen?” had Ech Nie me verschrikt gevraagd. “Ja, terugrijden natuurlijk!”

“Terug naar de blokkade? En dan? Wou je er doorheen of zo?”

“Nee, domme gans. Ik zag daarnet een weggetje lopen, parallel aan de hoofdrijbaan, en ik denk dat we die moeten hebben…”

“Dat zandpad bedoel je?”

“Ja, die ja.”

“Daar kunnen we nooit overheen, Ech Wel. Niet met deze auto.”

“Ech wel! Makkelijk!”

Grasland, cluster bomen en ondiepe poel in natuurpark Doñana
Grasland en ondiepe poeltjes

Delta van Guadalquivir-rivier

De Guadalquivir-rivier is altijd de levensader van Zuid-Spanje geweest. De Romeinen gebruikten de stroom al als hun voornaamste handelsweg, de Moren bouwden er hun kalifaat van Cordoba omheen en de Spanjaarden haalden er in de 16e eeuw menig zilvervloot op binnen. Zoals alleen wel vaker (Brugge, Pisa) verzandde echter ook hier de waterweg en verloor de delta veel van zijn economische betekenis. Een ramp voor de handel maar een zegen voor de natuur. Het milieu voer wel bij het ontbreken van menselijke bedrijvigheid en zonder al dat geschipper werd het uitgestrekte moerasgebied een veilige haven voor vele miljoenen migrerende vogels.

Witte huisjes langs zandweg in El Rocio
Zandweg in El Rocio

Rally rijden

Terwijl ik me opmaak voor een stukje origineel rally rijden mokt Ech Nie over struisvogelpolitiek en gekkenwerk. “Wat nou? Dit pad ligt er toch niet voor niets zeker? Iedereen gebruikt het!”

“Maar niet iedereen heeft zo’n gare Dacia als wij, Ech Wel…”

Daar had ze op zich een punt, want met zijn 1100cc aan vermogen hadden we namelijk al eerder ontdekt dat onze Dacia bepaald geen hoogvlieger was. Zo liet die het bij voorkeur afweten op steile hellingen, (waar een ander zonder problemen naar boven reed, moesten wij telkens maar duimen of we het zouden halen) weigerde die pertinent te accelereren en begreep die niks van een beetje stevig doorknallen. Desalniettemin leek het mij geen enkel probleem om met dit karretje de voor ons gelegen woestijn te beslechten. “Maakt niet uit, Ech Nie. Als het moet ram ik ‘m nog wel naar Dakar ook hoor, queestie van goed gassen…”,

Nog geen 10 meter verder staan we hopeloos vast in het zand… “Caramba!!”

Rietpluimen en groene planten in natuurpark Doñana
Groen

Dierenrijkdom Doñana

Tussen het drassige land van Doñana nationaal park en de zandduinen van de zee bevinden zich grote gedeelten vol struikgewas en pijnboombos. Het is volgens Unesco allemaal van zo’n exceptionele schoonheid dat ze er in haar evaluatierapport maar niet over uit kan. Vooral het 38 kilometer lange, maagdelijke strand, (ja Ech Nie, daar gaan we óók heen) de grote verscheidenheid aan biotopen en de spectaculaire hoeveelheid nestelende watervogels worden vol superlatieven beschreven. “En dan herbergt Doñana ook nog eens super bedreigde diersoorten als marmereend, keizerarend en Iberische lynx!”

Waarschuwingsbord voor overstekende Iberische lynxen
De Iberische lynx

Zandhappen

Terwijl Ech Nie vleugellam blijft zitten verlaat ik schuldbewust de auto en begin met m’n armen het zand voor de wielen weg te scheppen. Zal wel weer een hopeloze onderneming worden, denk ik nog, maar als het karweitje binnen een paar minuten is geklaard, deel ik haar trots mede dat we toch ech wel naar Doñana gaan. “Als jij nou even rustig de koppeling op laat komen dan duw ik de auto uit de kuil en zijn we binnen een paar tellen weg. Eén, twee, drrrr…..”

Vol gas spuit Ech Nie een halve Sahara in mijn gezicht en stuift er in vliegende vaart vandoor…. “Eh…”

“Ja, ik denk, ik rij maar door anders zitten we straks wéér vast!” luidt Ech Nie’s verklaring, als ik minuten later, druipend van het zweet, bij haar in de auto kruip. “Geeft niks hoor schat, ik ren graag in de bloedhitte door mul zand, zeker als het kilometers ver is…”

Houten vlonders leiden de weg in natuurpark Doñana
Houten vlonders wijzen je de weg

Mijnbouw veroorzaakt milieuramp

Helaas bleek niet elke diersoort een aanwinst voor Doñana. Na eeuwen van relatieve rust (het gebied was alleen toegankelijk voor jagers van koninklijke bloede) nestelden zich in de 19e eeuw steeds meer vreemde vogels in de streek. Ze waren van divers pluimage en in hun zucht naar zware metalen woelden ze het hele land om.

Niet erg verstandig, zo werd al snel gewaarschuwd, maar desondanks werden de mijnbouwactiviteiten steeds verder geïntensiveerd en leek een milieuramp slechts een queestie van tijd. In 1998 was het zover. Een dam rond een of ander smerig reservoir begaf het en miljoenen liters zwaar vervuild water liepen met catastrofale gevolgen het stroomgebied van Doñana binnen. Over een lengte van tientallen kilometers werd al het dierlijk leven vernietigd en raakten duizenden hectares landbouwgrond voor jaren onbruikbaar.

Markeringsbord van bezoekerscentrum El Acebuche in natuurpark Doñana
El Acebuche

Bezoekerscentrum El Acebuche

Elf kilometer verder arriveren we uiteindelijk bij het belangrijkste bezoekerscentrum van Doñana, El Acebuche. Vanaf hier wordt toeristen de mogelijkheid geboden om zich in een grote terreinwagen (er is ruimte voor twintig mensen) onder begeleiding in het park rond te laten rijden. Wij hebben er echter geen zin in. Niet alleen lijkt ons dat veel te warm, zo achter het vuile raam van de bus denken we ook maar weinig kans te maken op mooie foto’s van leeuwerik, torenvalk en kleine zwartkop. En dat moet natuurlijk tegen elke prijs worden voorkomen.

Een wandelpad van houten vlonders

Gelukkig ligt er achter El Acebuche een wandelpad dat je op eigen gelegenheid mag betreden. Het is gemaakt van houten vlonders en omdat het daarmee sprekend lijkt op het traject waarover we in Plitvice liepen, verwachten we net als in het Kroatische wonderpark ook hier te worden overdonderd door fantastisch natuurschoon. Een paar minuten verder weet Ech Nie echter al dat het hier vooral om één grote, dorre zandvlakte met wat parasoldennen gaat. Inderdaad, elk vogeltje zingt zoals het gebekt is. “Ja hoor mevrouw Ongeduld, ga je nú alweer beginnen?”

“Ik zie geen kip, Ech Wel.”

“Nee, hèhè, die zitten allemaal op stok natuurlijk. Wacht nou maar gewoon even tot we in de schuilhut zitten, dan zal je eens zien hoe rijk het dierenleven van Doñana is.”

Maar dat viel tegen.

Houten vlonders leiden naar een schuilhut om vogels te spotten
Schuilhut in zicht

Een zwaluw maakt nog geen zomer

De schuilhut zou naast een lagune zijn gebouwd, zo vertelt de meegenomen brochure, maar als wij een blik in de einder werpen, zien we niets anders dan grasland, kreupelhout en ondiepe poeltjes. Van zwarte ibissen, lepelaars of een vlucht regenwulpen geen spoor. “Dat noemen ze dus blij maken met een dooie mus…”, zegt Ech Nie bijdehand. “Ja ik snap het ook niet. Het lijkt wel alsof alle vogels gevlogen zijn. Nou ja, misschien hebben we in de volgende hut meer geluk.”

Prompt landt naast ons een kwiek vogeltje. “Kijk, zie je nou wel, Ech Nie. Daar is de eerste al.”

“Eén zwaluw maakt nog geen zomer, Ech Wel!”

Ze krijgt helaas gelijk. Hoewel we nog een aantal hutten bezoeken zien we nergens ook maar een flamingo, knobbelkoet of graszanger voorbij komen. “Nou, dank je de koekoek, Ech Wel. Zitten we dan 2.5 uur voor in de auto…”

“Tsja, die klote-aardbeien ook, ik wist niet dat het zo erg was…”

Vogel in dor grasland van natuurpark Doñana
Een zwaluw maakt nog geen zomer

Aardbeienteelt heeft desastreuze gevolgen

Met de mijnramp in het achterhoofd zou je verwachten dat de Spaanse autoriteiten hadden geleerd van hun fouten en voortaan dus wel wat voorzichtiger met Doñana zouden zijn, maar helaas. Hun volgende projectje, de aardbeienteelt, bleek zo mogelijk nóg desastreuzer voor het nationale park.

Het idee was de grootste aardbeienleverancier ter wereld te worden en om dat te bereiken haalden ze lokale boeren over om, in ruil voor genereuze subsidies, het zachte fruit te gaan verbouwen. Waar ze alleen even geen rekening mee hadden gehouden was dat daarmee een verhoogde vraag naar water zou ontstaan en dat dit wel eens nadelig voor het omliggende werelderfgoed kon uitpakken. Kleinigheidje.

Dode boom te midden van dor grasland in natuurpark Doñana
Typisch beeld in natuurpark Doñana

Catastrofale drainage put Doñana uit

Als gevolg van overmatige irrigatie daalde het grondwaterpeil al snel tot dramatische laagtes en veranderde Doñana vooral ’s zomers in een grote stoffige steppe. De situatie werd nog eens verergerd doordat boeren het niet zo nauw met de regels namen en er geen enkel probleem van maakten ruim 1000 illegale waterputten het beschermde gebied in te slaan. Niet alleen draineerden ze op die manier het complete moeras, ze zorgden er met hun bestrijdingsmiddelen tevens voor dat het weinige water wat er nog was vol met vervelende pesticiden kwam te zitten.

Rode lijst dreigt voor Doñana

In 2016 was Unesco het wanbeheer uiteindelijk zo zat dat het dreigde Doñana dan maar op de rode lijst van bedreigd erfgoed te zetten. Een unicum in Europa. “Tsjongejonge, wat een uilskuikens”, scheldt Ech Nie, als ze hoort over de clandestiene tapperij, “deed de overheid daar dan helemaal niets tegen?”

“Welnee joh, er kraaide geen haan naar. Uiteindelijk waren die ambtenaren toch de uitvinders van het hele plan, dus die keken liever de andere kant op dan dat ze zich zorgen maakten over zomertortel, hop of vorkstaartplevier.”

kurkdroge, gebarsten grond met verdord struikgewas
Dooie, uitgestorven boel

Geprikkeld

Omdat het volgende bezoekerscentrum, La Rocina genaamd, vermaard staat om zijn vele purperhoenen, woudaapjes en zilverreigers denk ik nog altijd een gerede kans op wat gevogelte te maken. Vol goede moed rijden we er heen maar meteen bij aankomst worden we al met de neus op de feiten gedrukt. Wat een dooie, uitgestorven boel.

Terwijl ik het luchtruim inspecteer op aanwezige gieren zie ik een over het pad hangende doornentak over het hoofd; een puntige stekel weet daardoor diep in mijn keel door te dringen. “HNNNNGGGGG!!!” Hang ik daar plots als een halve peenvogel met m’n snavel in de lucht. “Eh schat”, tsjilp ik voorzichtig, “kan je even helpen?”

“Blinde vink”, moppert Ech Nie geprikkeld, maar gelukkig bevrijdt ze mij wel uit mijn netelige situatie.

Overhangende doornentak boven houten vlonder
Overhangende doornentak

Mismanagement Doñana Nationaal Park

Ondanks al het mismanagement in de directe omgeving gelden binnen het park strenge regels ter bescherming van het werelderfgoed. Zo is het de bezoeker verboden van de gebaande paden af te wijken, (okee, Ech Nie!) mag je slechts onder begeleiding van een gids tot in de kern doordringen en heeft men allerlei fokprogramma’s opgesteld om diverse diersoorten voor uitsterven te behoeden.

Maar waar behoud van het milieu aan de ene kant voorop staat, daar neemt men aan de andere kant steeds weer beslissingen die daar lijnrecht tegenin gaan. Want behalve door gifgolven en aardbeien wordt Doñana ook nog bedreigd door een oliepijpleiding, boorplannen, gasopslag, golfbanen, baggerwerkzaamheden, uitbreidend toerisme en steeds frequentere bosbranden.

Zandvlakten en parasoldennen in natuurpark Doñana
Zandvlakte en parasoldennen

Op naar het strand van Matalascanas

Nadat ook de woestenij van La Rocina zonder rode patrijs, bijeneter of grauwe kiekendief blijkt te zitten, meldt Ech Nie er wel klaar mee te zijn. “Nou, dat gaat hem hier niet worden hoor, Ech Wel; beter rijd je gewoon naar de kust en kijken we daar of we nog wat geelpootmeeuwen, steltkluten of dwergsterns kunnen ontwaren. De zee stelt immers nooit teleur.”

“Nee daar zien we inderdaad altijd wel wat bonte strandlopers lopen. Moeten we alleen nog even uitvogelen hoe er te komen…”

Paleis van Acebrón

Na een beetje puzzelen zetten we koers richting Matalascanas, een badplaats die grenst aan Doñana en die de eer krijgt onze dag nog een beetje goed te maken. Wanneer we echter na een paar kilometer het paleis van Acebrón tussen de bosjes bespeuren, kan ik het niet laten en parkeer de auto. “Ja weet je Ech Nie, dit kunnen we ech nie zomaar voorbij rijden. Te midden van wilg en kurkeik ligt hier het meer van Acebrón, een van de weinige resterende watertjes die het park nog rijk is. Het kan toch niet anders of daar zullen we nog wel wat vreemde eenden in de bijt aantreffen?”

“Tuurlijk schat, het zou wel heel gek wezen als zelfs díe in Doñana ontbreken…”

Zicht op wit paleis van Acebrón met trap in natuurpark Doñana
Paleis van Acebrón

Genoeg gevogel

Maar hoe we ook zoeken, kwik, kwek en kwak blijven onvindbaar. “Goed Ech Nie, dan zijn er nog twee opties over; óf we rijden naar het strand óf we rijden naar Antonio Valverde.”

“Antonio Valverde?”, papegaait ze met opgetrokken wenkbrauwen. “Ja, dat is het enige nog resterende bezoekerscentrum van Doñana. Weliswaar wat lastig te bereiken maar goed, als we voldoende gas geven dan komen we er wel. Kunnen we misschien de grauwe gors, kuifmees of grote karekiet nog zien.”

“Nou ik denk dat het vandaag bij twee pechvogels blijft, Ech Wel. Wij gaan helemaal nergens meer naar toe.”

“Ja, maar duifje…”

“Nee niks. Ik word helemaal tureluurs van al dat gevogel. Wij gaan gewoon naar huis!”

Bomen en struiken rondom meer van Acebró in natuurpark Doñana
Meer van Acebrón

Cowboydorp El Rocio

“Toch wel wrang hè?”, zeg ik Ech Nie als we eenmaal in onze Dacia zitten. “Wat, Ech Wel?”

“Dat we in Andalusië 4 werelderfgoedsites hebben bezocht maar dat uitgerekend vogelparadijs Doñana het lelijke eendje is…”

“Dat is inderdaad best typisch ja, maar moet je dan gelijk de auto weer in het mulle zand parkeren?”

“Nou ik dacht nog even een drankje in El Rocio te gaan doen. Heb je geen dorst dan?”

“Jawel maar… Jezus Ech Wel, hoe stom ben jij eigenlijk? Je kan de heenreis toch nog wel herinneren? Straks komen we hier nooit meer weg!”

“Ach, dat zien we dan wel weer. Dan ben ik toch dronken…”

“Hè?”

“Ja, aangezien jij zo goed met zand overweg kan, mag jij deze pimpelmees terug naar huis rijden. Ech Wel!”


Ook wel eens Doñana Nationaal Park bezocht? Vogelaar of zandhaas? Laat het ons weten in de reacties hieronder, we horen het graag! Ech Wel!

Praktische informatie

Doñana Nationaal Park telt ongeveer 360 verschillende soorten vogels. Deze zijn niet allemaal tegelijk te bezichtigen (zoals wij aan den lijve ondervonden) maar is sterk afhankelijk van het seizoen. Vele van hen komen er namelijk alleen maar even om te broeden of om bij te tanken tijdens hun migratie naar zonnige overwinteringsoorden. Wie meer dan een zwaluw wil zien kan onder andere terecht bij Doñana bird guides of Doñana reservas. Wie zich liever comfortabel rond laat rijden (wat in tegenstelling tot wat wij dachten bijzonder lonend schijnt te wezen) kan een kaartje boeken bij Doñana visitas.

Goed nieuws: niet alles is kommer en kwel in Doñana Nationaal Park; het fokprogramma dat was opgezet om de ernstig bedreigde Iberische lynx voor uitsterven te behoeden is redelijk succesvol. Tegenwoordig lopen er weer een paar honderd van deze indrukwekkende wilde katten rond.

Jaar van inschrijving: 1994


Lees ook:

Plitvice, de eerste stap op een lange queeste
Van het pad af in de Causses en Cevennes