De wonderen van Pisa zijn de wereld nog niet uit

Pisa

“Zó, valt die even tegen”, schampert Ech Nie. We zijn in Pisa en haar blik is gericht op la torre pendente, de beroemdste scheve toren ter wereld. “Wat is die klein!!”

“Groot is niet altijd beter schat, dat heb ik je al vaker gezegd. Maar hoe groot had je hem gehad willen hebben?”

“Weet ik veel. Gewoon groot. In ieder geval niet zo’n pikkepoelietorentje als dit.”

“Hij is 55 meter hoog Ech Nie. Zo klein is die helemaal niet. En trouwens, veel hoger kán ook niet, want dan valt die gelijk om. Hij is namelijk nogal scheef zie je.” Het was Ech Nie weer ten voeten uit. Net op de plaats van bestemming en zonder enige kennis van zaken gelijk weer in de aanval. Alsof we hier niet voor één van ’s werelds wonderen stonden.

De scheve toren van Pisa van zijn rechte kant
Opa en Pisa

Romaans erfgoed

Omdat Ech Nie voor de verandering redelijk enthousiast had gereageerd toen ik haar het volgende werelderfgoed op onze Toscanereis aankondigde (“Gadverdamme, Ech Wel. Moet dat?”) had ik stiekem verwacht dat het deze keer wél een gezellig uitje zou worden. “Wat nou?”

“Ik heb gewoon niet zoveel met die Romeinen.”

“Ik had het niet over Romeinen, ik zei romaans.”

“Romeins, romaans, wat maakt het uit?”

“Nou 2 letters en een paar honderd jaar… Maar goed, het klopt dat de bouwwerken op elkaar lijken. De romaanse architectuur was tenslotte geïnspireerd op de Romeinse manier van bouwen dus dat je bij beide stijlen veel gebruik van zuilen, ronde bogen en galerijen ziet, is zo gek nog niet. Hoe dan ook, wat ik zeggen wou, we gaan naar Pisa.”

“Pisa? Zeg dat dan meteen. Die scheve toren wil ik wel eens zien!”

Kathedraal en Baptisterium Pisa
Piazzo dei Miracoli

Zeemacht Pisa

“Aangekomen in de stad parkeren we de auto en steken de rivier de Arno over. Een mooi moment, vind ik, om Ech Nie meteen even te wijzen op het feit dat dit water, en die van de Middellandse Zee, samen verantwoordelijk waren voor Pisa’s middeleeuwse gloriedagen. “Dit slootje?” doet Ech Nie misprijzig. “Nee, dit wáter”, corrigeer ik haar. “Dit slootje is namelijk slechts een schim van de lagune die het ooit geweest is. Vroeger had het water hier namelijk veel meer diepgang en was het een komen en gaan van handelsschepen. In de 15e eeuw verzandde de boel alleen en vertrok de haven naar een andere stad. Het was meteen finito met Pisa’s hoogtijdagen.”

Arrivederci Pisa!”

“Inderdaad, met de economie op zijn gat was het klaar met de stad. Om het helemaal erg te maken werd Pisa later zelfs verkocht aan een van zijn aartsvijanden, Florence. Zo zie je maar, het kan verkeren. Maar goed, tussen de 11e en de 13e was het dus wél een respectabele zeemacht. Ze hadden de Arabieren verjaagd van de eilanden Sardinië, Corsica en Sicilië en de paus geholpen met zijn eerste kruistocht naar Jeruzalem. In die tijd waren ze zo rijk dat ze zelfs wonderen konden verrichten.”

Toeristen op de foto met scheve toren Pisa
Toeristen in Pisa doen hun ding

Miraculeus Pisa

“Dom, klokkentoren, doopkapel en begraafplaats. De mirakelen van Pisa zijn vier in getal. Ze liggen op het toepasselijk genaamde Piazza dei Miracoli en demonstreren al eeuwenlang de grootsheid van de stad. Tot ieders tevredenheid, mag ik wel zeggen, maar met de komst van Ech Nie kwam daar verandering in. Terwijl de “oh’s” en “ah’s” me om de oren vliegen, camera’s flitsen en hordes chinezen giechelend de toren proberen om te duwen, hoor ik naast me slechts een geringschattende blijk van afkeuring.

“Ja schat, nou weet ik het wel, je vindt hem te klein. Okee, basta. Maar misschien moet je ook even bedenken dat zijn lengte wat klein overkomt omdat de afmetingen van zijn buren zo enorm zijn. Met een gigantische kathedraal en doopkerk aan je zijde val je natuurlijk niet zo gauw om, eh op.” Mijn opmerking brengt geen overtuiging. “Loop anders even mee”, zeg ik haar, “want van een afstandje is het ook lastig in te schatten. Eenmaal dichterbij het Baptisterium zal je vast wel zien hoe miraculeus het hier allemaal is.”

Baptisterium Pisa
Het Baptisterium van Pisa

Het Baptisterium

“Omdat de bouw van het Baptisterium ruim twee eeuwen duurde is eigenlijk alleen de onderkant romaans”, vertel ik Ech Nie bij aankomst. “Op een gegeven moment raakte de romaanse stijl wat uit de mode en ging men verder in een gotisch genre. Daarom wijkt de bovenkant dus stilistisch gezien wat af van de onderkant.” Ech Nie kijkt me met een schuin oog aan. Duidelijk niet geïnteresseerd, constateer ik. “Maakt ook niet uit”, ga ik verder, “want de eigenlijke schat van de doopkerk zit gevangen in het interieur.”

Ech Nie volgt me sceptisch maar gedwee naar binnen. Als we echter nog maar net de bronzen deuren hebben open geslagen kan ze het toch weer niet laten. “Ik weet niet wat hier opgesloten zit, Ech Wel, maar erg schitteren doet die schat van jou niet. Wat een kale bedoening zeg!”

Achthoekig doopvont in Baptisterium Pisa
“Een kale bedoening” in het Baptisterium

Perfectie

“Stil nou effe Ech Nie. Geduld.”

“Hoezo geduld? Ik zie alleen maar een stom podium met een beeld. Daar heb ik niet zo lang voor nodig hoor.”

“Je moet ook niet kijken Ech Nie, je moet lúis-té-rén! Dat podium is trouwens het doopvont en dat beeld is Johannes de Doper. En let vooral ook even op de achthoekige vorm die het platform heeft. Net als in Aken is het een subtiele verwijzing naar het nieuwe begin dat de persoon in queestie maakte nadat die te water was gelaten.” Ech Nie wil nog reageren maar haar kritiek verstomt als plotseling een prachtig gezang opstijgt. Ze kijkt verwonderd op en luistert aandachtig naar de verheven melodie die onze Italiaanse begeleider ten gehore brengt. Het werkt. Waar ík zojuist nog faalde weet het serene geluid wél tot de ongelovige Ech Nie door te dringen. Eindelijk ziet ze in wat voor perfectie er schuilt in Pisa’s wonderlijke monumenten. Een mirakel!

Voorgevel van kathedraal Pisa met galerijen
Kathedraal van Pisa

De kathedraal

Wanneer de laatste klanken zachtjes wegsterven in het hemelgewelf verlaten we de doopkapel als een ander mens. “Dat was ech heel mooi”, zegt Ech Nie, nog steeds onder de indruk. “Ja, dat klinkt als muziek in de oren hè, die akoestiek. Ongekend gewoon.” Op naar het volgende pronkstuk dan maar, de kathedraal. “Een stuk gezelliger dan die dopekerk”, beoordeelt Ech Nie, als ze even later het binnenwerk staat te bewonderen. Van de schildering in de koepel moet ze echter niet veel hebben. “Een beetje stijfjes hè, die Jezus?”

Typisch romaans inderdaad.”

“Kan wel zijn maar de verhoudingen kloppen niet. En de handen zijn stom.”

“Dat hoort zo Ech Nie, dat is de stijl. Het was niet de bedoeling om iets natuurgetrouw weer te geven of driedimensionaal te tekenen, dat leidde alleen maar af. Het ging om het verhaal, om de boodschap die men wilde vertellen. De kunst stond in dienst van het geloof. Daarom koos men ook voor felle kleuren en platte vlakken. Dat benadrukte het Heilige van de almachtige God.”

Een felgekleurde Jezus in de koepel van kathedraal Pisa
Jezus in de koepel

De toren van Pisa

Als we de kathedraal uitlopen staan we weer daar waar we ons rondje begonnen, de toren van Pisa. “Gaan we d’r ook nog op?”, vraagt Ech Nie, schuin omhoog kijkend. “Nou van mij hoeft dat niet zo, de toegangsprijs is al net zo scheef als de toren zelf.”

“Oh?”

“Ja joh, en trouwens, hij is veel te hoog ook. Jij mag het dan geen grote jongen vinden, ik vind 300 treden een hoop moeite. Beter doen we effe een drankje.”

Eenmaal op een nabijgelegen terras gezeten, merkt Ech Nie op het toch best gek te vinden, zo’n scheve toren. “Waarom zetten ze dat ding eigenlijk niet gewoon rechtop?”

“Ja, en dan? Kan niemand meer van die leuke foto’s maken? Recht is natuurlijk een stuk minder interessant dan krom.”

“Ja, dat is wel zo, maar stel nou dat die omvalt…”

“Dat gaat niet gebeuren. Althans voorlopig niet. In de jaren 90 leek dat wel even het geval maar gelukkig is dat gevaar inmiddels geweken. Hij staat voor de eerstkomende paar honderd jaar in ieder geval weer zo vast als een huis.”

Scheve muur naast scheve toren van Pisa
De toren van Pisa

Recent verleden

Met die laatste geruststelling verlaten we het Domplein en lopen weer richting auto. “Je weet toch nog wel waar die staat hè?”, vraag ik Ech Nie voor de zekerheid. “Ik?” reageert ze verbaasd, “jij bent hier toch van de topografie.”

“Nee schat, ik ben van de geschiedenis.”

“Nou dan moet jij het al helemaal weten. We hebben hem toch in het verleden  geparkeerd.”

“Ehm…, de recente historie is niet echt mijn specialiteit Ech Nie.”

“Ech nie?

“Nee, ech nie, sterker nog, ik heb geen flauw idee.”

“Jezus, Ech Wel, en nu?”

“Tsja hopen op een wonder, denk ik…”

En warempel, zo geschiedde. Toen we na urenlang zenuwachtig zoeken nog steeds onze blauwe Focus niet gevonden hadden, bleken de wonderen gelukkig de wereld nog niet uit. Alsof onze trouwe vierwieler nooit onvindbaar was geweest stond die ineens, uit het niets, recht voor ons. “Das gek”, verwondert Ech Nie zich, “waar komt die nou ineens vandaan?

“Kijk”, antwoord ik, “Das nou Pisa, wonderbaar en vol mirakelen. Ech Wel!


Ook wel eens in Pisa geweest, een wonder meegemaakt of commentaar op bovenstaand? Laat een bericht achter inde comments hieronder, we horen het graag!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: