Roerige geschiedenis Straatsburg krijgt nieuw hoofdstuk

Straatsburg

Partner zijn van een werelderfgoedreiziger is niet altijd even makkelijk. Voor je het weet word je van hot naar her gesleept, zie je de mooiste bouwwerken op aarde en vergroot je ten koste van spaarzame vrije tijd je kennis over mens en natuur. Om dat soort nare bijkomstigheden tot een minimum te beperken vormt het terras vaak een wezenlijk onderdeel van onze Unesco-reizen. Daar analyseren wij opgedane indrukken, bespreken te ondernemen stappen en relativeren we hoog opgelopen geschillen. Op het eeuwige strijdtoneel van Straatsburg boekten we daarbij een belangrijke overwinning…

Kaart met locatie van Elzas in Frankrijk
Kaart van de Elzas, eeuwenlang speelbal tussen Duitsland en Frankrijk. bron

Speelbal

Straatsburg is een Duitse stad in Frankrijk. Gelegen aan de oevers van de Rijn is het eeuwenlang speelbal geweest tussen deze twee Europese grootmachten en wisselde het continu van eigenaar. Dat gedoe begon eigenlijk al in de 9e eeuw toen de kleinzonen van Karel de Grote onderling bonje kregen over de verdeling van opa’s erfenis. De oudste broer, Lothar, wilde het Rijk voor zichzelf hebben en trok daarom tegen zijn twee jongere broertjes, Karel de Kale en Lodewijk de Duitser, ten strijde.

Lothar verloor. Hij dolf het onderspit toen zijn twee tegenstanders de handen ineen sloegen en elkaar plechtig beloofden hem gezamenlijk te bevechten. De belofte ging de boeken in als de eed van Straatsburg en werd opgesteld in de twee volkstalen van dat moment; het (oud)Duits ten behoeve van Lodewijks leger en het (oud)Frans voor kale Karel. Een unicum voor die tijd, want normaal gesproken werden geschreven teksten alleen in Latijn aan het papier toevertrouwd. Het document vormt dan ook voor zowel Duitsland als Frankrijk het allereerste schriftelijke bewijs van hun taal.

Oude kleurrijke huizen langs binnenwater in Straatsburg
De oude stad van Straatsburg wordt omringd door water

Primeur

Augustus 2012 wilden we een weekendje weg. Omdat we echter twijfelden over de locatie, raadpleegden we Unesco’s lijst voor wat inspiratie. Ech Nie gaf de voorkeur aan een Duitse plaats, ik opteerde voor een Franse scène. Volgens het aloude Nederlandse poldermodel sloten we uiteindelijk een compromis en lieten onze keuze vallen op de grensstad Straatsburg. “Allez bon?”

“Jawohl, mein freund.”

En zo kreeg Straatsburg de primeur. De eerste stad op onze queeste die we exclusief bezochten vanwege het feit dat die op de werelderfgoedlijst stond. Het zou niet bij die ene primeur blijven…

Rondvaartboot in binnenwater met vakwerkhuizen op de achtergrond
Verkenning van Straatsburg kan ook per rondvaartboot

Zondebok

Nadat de Karolingers van het toneel waren verdwenen, ontstond in het oosten het Heilige Roomse Rijk terwijl in het westen Frankrijk werd geboren. Straatsburg lag aan de rand van beide Rijken maar viel onder het gezag van de Roomse keizer. Gedurende de middeleeuwen ontwikkelde de stad zich gestaag tot een belangrijk centrum van cultuur en geestelijkheid. Het ging haar goed, en in de 12e eeuw werden de aannemers uit Chartres uitgenodigd om ook hier een gotische kathedraal te bouwen. Voortvarend gingen ze te werk, maar in 1348 waren ze nog steeds niet klaar en sloeg het onheil toe.

De pest arriveerde.

Met al zijn dood en verderf zorgde de besmettelijke ziekte voor een jarenlange bouwstop en een flink uitgedunde bevolking. Gefrustreerd over deze tegenslag gingen de Straatsburgers op zoek naar een zondebok en vonden deze (traditiegetrouw, want het waren tenslotte Duitsers) in de plaatselijke, Joodse gemeenschap. Zoals we van het Herrenvolk gewend zijn, namen ze geen halve maatregelen en eindigden de Joden collectief op de brandstapel.

Oude, witte, scheefgezakte vakwerkhuizen in Straatsburg
Vakwerk in Straatsburg

Complottheorie

“Boeeeee!”, joelde Ech Nie, als blijk van haar afkeuring. “Tsja, zo ging dat vroeger nou eenmaal”, verduidelijkte ik. “Omdat de Joden niet rooms-katholiek wilden worden, werden ze door de Kerk genadeloos verketterd. “Joden waren niet pluis”, zo werd er gepredikt, en de toch al wantrouwende bevolking (die had geconstateerd dat de zwarte dood weinig vat op hen had) zag in deze woorden een duidelijk beschuldigende vinger.

Men begon een Joodse samenzwering tegen de christelijke wereld te vermoeden en ging naarstig op zoek naar de deelnemers van het complot. Na extreme foltering hadden ze gelukkig al snel een verdachte gevonden; een Joodse arts sloeg door en bekende aan zijn martelaars het drinkwater te hebben vergiftigd. Natuurlijk was dat vooral een ijdele poging om zijn lijden te doen stoppen maar voor de overige inwoners was het genoeg reden om alle overige Joden ook over de kling te jagen.”

“Maar ze hadden het niet gedaan?”

“Welnee. Eeuwen later bleken bacteriën de boosdoener te zijn geweest, maar ja, wisten die middeleeuwse Straatsburgers veel. Die moesten gewoon hun agressie kwijt. Dat Joden minder last van de pest hadden, kwam vooral door hun religieuze reinigingswetten. Een betere hygiëne houdt ziektekiemen nou eenmaal op veilige afstand.”

Gotische klokkentoren van kathedraal Straatsburg
De 142 meter hoge klokkentoren was eeuwenlang het hoogste gebouw van de wereld

Klokgelui

“Kijk”, zei ik Ech Nie, toen we bij de kathedraal van de stad arriveerden. “Die klokkentoren herinnert nog elke dag aan de pestzooi van toen. Met zijn 142 meter vertelde hij de Joden dat ze niet gewenst waren en eigenlijk doet-ie dat tegenwoordig nog steeds.”

“Pardon?”

“Ja, men was de Joden zo zat dat het ze werd verboden na tienen nog in de stad te zijn. Om ze te laten weten dat hun tijd gekomen was, klonk daarom om 22.00 uur de bel. Inmiddels zijn die tijden natuurlijk voorbij maar als een soort van muzikaal monument heeft men het klokgelui in ere gehouden.”

Uitbundig beeldhouwwerk boven entreedeuren kathedraal Straatsburg
Entree van de Münster

Dertigjarige oorlog

Gelukkig komt aan alles een eind. Na de pest herpakte het leven in Straatsburg zijn gezapige gangetje en in 1439 slaagde men er ook in om de kathedraal (die men toen nog Münster noemde) te voltooien. In de hoop op nog veel meer mooie en rustige tijden werd het interieur honderd jaar later opgeleukt met een schitterende, astronomische klok. Helaas hielp het pronkstuk verder onheil niet voorkomen. De rooms-katholieke kerk kreeg te maken met de Reformatie en dat betekende in deze contreien opnieuw een lange periode van onrust. Uiteindelijk leidde de kritiek op de katholieke leer er toe dat een deel van de gelovigen zich afsplitste en voortaan als protestant door het leven ging.

De nieuwe opvattingen over het geloof bevielen de Straatsburgers wel en daarom werd de aloude Münster omgedoopt tot een protestantse kerk. Niet iedereen was echter tevreden over deze nieuwe godsdienstleer. Paus en keizer zagen hun macht tanende en probeerden uit alle macht de Heilige geest weer terug in de fles te krijgen. Toen zij daarin niet slaagden, gingen katholieken en protestanten elkaar overal in het Rijk op ongenadige wijze te lijf. Dertig jaar lang vochten zij een bloedige strijd.

“Bah!” zei Ech Nie slechts.

Vakwerkhuizen rond pleintje met torenspits kathedraal op achtergrond
Vakwerkhuizen rond pleintje in oude stad Straatsburg

Frans Duits

In de tussentijd had het katholieke Frankrijk zijn oog laten vallen op de Elzas, de streek waar Straatsburg deel van uitmaakt. De Fransen ambieerden een land wat de Rijn als staatsgrens had en vochten daarom tijdens de godsdienstoorlog mee aan de kant van de protestanten. Dat ze daarbij streden tegen hun eigen geloofsgenoten vergaten ze voor het gemak maar even. Niets zo belangrijk als religie uiteraard, maar het kon natuurlijk niet zo zijn dat het de uitbreiding van het grondgebied in de weg zat. Enfin, toen in 1648 de vrede werd getekend, werden ze, als een van de zegevierende landen, beloond met de zo fel begeerde Elzas. Het werd nog mooier voor ze toen Het Heilige Roomse Rijk in een honderdtal kleine vorstendommetjes uiteen viel en ze en passant de sterkste van Europa werden.

Het duurde daarna nog tot het einde van de eeuw voor Straatsburg ook officieel tot Frankrijk ging behoren maar, eenmaal zover, startte men subiet met de verfransing van het gebied. Eerste actiepunt was het wijzigen van de naam. Straatsburg werd Strasbourg. Daarna volgde de transformatie van protestantse Münster naar katholieke kathedraal, vervolgens moest de komst van een Jezuïtenacademie het belang van de protestantse universiteit tegengaan en tenslotte kreeg Vauban, dé vestingbouwer van de Fransen, de opdracht om de verdedigingswerken rond de stad zo te versterken dat er nooit meer een Duitser in kon komen.

Oude vestingtorens bewaken brug in Straatsburg
Oude vestingwerken van de stad

Bierstube

“Nou dat is ze dan niet erg gelukt hè”, merkte Ech Nie sarcastisch op. Omdat haar interesse in het Straatsburgse verleden inmiddels tot een (historisch) dieptepunt was gezakt zaten we op het terras van een Franse Bierstube de lieve vrede te bewaren. Op de menukaart prijkten typisch Franse gerechten als Flammekuche, zuurkool met worst en Pretzels. “Speciaal voor jou schat. Omdat je eigenlijk liever naar een Duitse stad wilde.”

“Ja maar qua eten had ik toch ech liever de Franse keuken gehad hoor.”

“Het is ook nooit goed hè? Nou ja, neem dan alleen wat te drinken. Franse wijnen lust je toch wel?”

“Jazeker”, zei Ech Nie, “Franse wel. Maar ik lees hier alleen maar over Riesling, Gewurztraminer of Edelzwicker.”

Maison Kammerzell met terrassen op de voorgrond
Een van de beroemdste huizen van de stad, maison Kammerzell

Goethe

Taal en cultuur lieten zich niet zo makkelijk veranderen. Nog in 1772, bijna honderd jaar nadat de stad Frans was geworden, vormde Straatsburg een van de belangrijkste centra in de Duitse literatuurgeschiedenis. Men was al die tijd eigenlijk gewoon Duits blijven praten en ook de Duitstalige universiteit was nog steeds erg populair. De Sturm und Drang periode ontstond en grote schrijvers als Herder en Goethe vertelden tegen een ieder die het maar horen wilde hoe groot het genie der Duitsers wel niet was. Daar kon toch echt geen Italiaan of Fransman tegen op. Om zijn woorden kracht bij te zetten wees Goethe daarbij graag op de prachtige Münster, volgens hem het summum van Duitse architectuur. Dat de gotiek een Franse uitvinding was liet hij verder onvermeld…

Franse revolutie

Twintig jaar na Goethe leek het pleit dan toch beslecht. De Franse revolutie brak uit en de Straatsburgers sloten zich daar van harte bij aan. Vrijheid, gelijkheid, broederschap was de nieuwe leuze en toen een Straatsburger de Marseillaise (het nieuwe volkslied) er bij verzon sloot de rest van het land het gebied definitief in de armen. De Duitse vorstendommetjes aan de andere kant van de grens waren echter minder gelukkig met de gebeurtenissen. Bang dat ze, net als de Franse adel, ook een kopje kleiner werden gemaakt, gingen ze over tot de aanval. Heel even wisten ze daarmee wat kleine successen te boeken maar nog in hetzelfde jaar werden ze door de nieuwe Franse leider, Napoleon, weer verjaagd.

Romantisch Straatsburg met vakwerkhuizen en binnenwater
Romantische huisjes langs het water

Romantiek

Napoleon kreeg het daarna hoog in de bol en veroverde in korte tijd grote delen van Duitsland en de rest van Europa. Met Rusland nam de kleine generaal echter wat te veel hooi op de vork en dat kostte hem uiteindelijk zijn Waterloo. In het versnipperde (en deels verwoeste) Duitsland werd men na het vertrek van de Fransen wat weemoedig. Men droomde over een herstel van het Heilige Roomse Rijk, over een terugkeer van roemruchte tijden, over Germaanse stammen die Romeinse legioenen in de pan hakten, over vrijheid en eenheid. Het nationalisme en de Romantiek staken de kop op en men deed verwoede pogingen om de verschillende gebieden weer samen te smeden tot één groot en sterk Duitsland.

“Krijgen we dat verhaal weer?” vroeg Ech Nie, die zich de Romantische Rijn nog goed kon herinneren. “Tsja dat romantische ideaal was voor die moffen zo belangrijk dat ze er maar liefst drie oorlogen voor over hadden.”

Kleurrijke huisjes langs water in oude stad Straatsburg
Alsof er nooit oorlog is geweest staan de oude huisjes nog altijd lieflijk aan het water

Blut und Eisen

“Drie?”

“Jawohl mein freund, drie.” Dat verenigde Duitsland wilde namelijk maar niet van de grond komen. Men verloor zichzelf in oeverloos geouwehoer en tegengestelde belangen, wikte en woog maar kreeg uiteindelijk niks voor elkaar. De Duitse minister Bismarck wist echter wel raad met de patstelling. Wars van dialoog of democratie verklaarde hij onomwonden dat eenwording maar op een manier kon worden bereikt; Blut und Eisen. Oftewel, oorlog.

Onderlinge verdeeldheid los je op door een gezamenlijke vijand te creëren, zo was zijn idee, en eigenlijk dachten ze er in Frankrijk net zo over. Beide landen hadden te maken met een ontevreden bevolking en dachten dit op te kunnen lossen door een goede ouderwetse titanenstrijd. Geschillen waren er genoeg, dus een reden vinden bleek niet al te moeilijk. Na wat opgelopen spanning was vervolgens een lullig akkefietje voldoende om de gekrenkte trots bij de Fransen zo hoog op te laten lopen dat ze ten strijde trokken.

Place Kléber Straatsburg
Het vroegere Barfüsserplatsz en het tegenwoordige Place Kléber

Oorlog

Dat doen we effe, dacht Frankrijk, maar na enkele maanden strijd kwamen ze van een koude kermis thuis. Kansloos verloren. De Duitsers waren de keizer te Rijk. Niet alleen bedongen zij tijdens de vredesbesprekingen enorme herstelbetalingen en teruggave van Straatsburg, nee, veel belangrijker vonden ze de hereniging van alle Duitse staten tot een nieuw Keizerrijk. Waren ze eindelijk weer de sterkste op het continent.

Veertig jaar Frans tandenknarsen gingen daarna voorbij. Men voelde zich berooid, was diep beledigd en zon op wraak. Gelukkig voor hen diende de Eerste Wereldoorlog zich aan en zagen ze daarin kans om het de Duitsers betaald te zetten. Ze wonnen de strijd en het hele riedeltje herhaalde zich vervolgens in omgekeerde volgorde; schadevergoeding, restitutie van Straatsburg, frustratie, wraakgevoelens en een nieuwe wereldoorlog. Straatsburg werd aansluitend weer geannexeerd door het Derde Rijk om tenslotte in 1944 definitief in handen van Frankrijk te vallen.

Doorkijkje naar roosvenster van gotische kathedraal
De kathedraal speelt een belangrijke rol in het straatbeeld

Biertje?

“Ben je d’r al uit?”, vroeg ik Ech Nie. Ze had tijdens het laatste gedeelte van mijn verhaal werkelijk geen boe of bah meer gezegd dus ik hoopte haar met een drankje weer bij de (geschiedenis)les te krijgen. “Allez bon”, zei ze chagrijnig, “doe mij maar een biertje.” Heel even dacht ik dat ik het niet goed gehoord had. “Wát wil je?!”

“Een biertje. Lekker!”

“Hè?!”

“Een biertje Ech Wel, ben je doof?”

“Je hebt nog nooit een biertje gedronken!”

“Nee, maar eens moet de eerste keer zijn nietwaar? Als ik hier al geeneens een Frans wijntje kan krijgen…”

Ech Nie drinkt bier in Straatsburg
Ech Nie schrijft geschiedenis, haar eerste biertje ooit

Mijlpaal

Tijdens het laatste conflict vroeg men zich al af wat ze nou toch met Straatsburg aan moesten. Men wilde na de zoveelste confrontatie niet weer een tot op het bot verdeeld Europa want dat zou, zo had men eindelijk ingezien, toch alleen maar leiden tot een volgende oorlog. Uiteindelijk bedacht men een oplossing. Straatsburg moest de hoofdstad van Europa worden. Als symbool van verzoening werd het verkozen tot zetel van tal van Europese instellingen en zou het voortaan (samen met Brussel) de belangen van de hele Europese gemeenschap dienen.

Eind goed, al goed.

En Ech Nie? Dat eerste biertje beviel d’r zo goed dat ze het na drie jaar proberen ook eindelijk echt lekker vond. Goed gedaan meissie! De geschiedenis van Straatsburg is weer een hoofdstuk rijker. Ech Wel!


Ook wel eens een biertje in Straatsburg gedronken? Met Duitsers gevochten of ergens de pest in gehad? Laat het ons weten in de comments hieronder, we horen het graag!


Lees ook:

Op voet van oorlog rondom vestingwerk Vauban
Wordt het nog wat met Český Krumlov?

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: