“Wollt Ihr den totalen Krieg?”, schreeuwde Goebbels in typische nazistijl. “Jawohl!”, gilden zijn uitzinnige toehoorders. Het is deze diepzinnige dialoog, tussen een leider en zijn volk, die precies de waanzin van een totale oorlog weergeeft. Burgers en steden als doelwit van vernietiging en een natie die daar heilig in gelooft.

Maar hoewel dit beeld lange tijd aan onze onvreedzame Oosterburen kleven bleef, waren het toch echt de Fransen die de manie introduceerden. Zij wilden de wereld eind 17e eeuw laten zien hoe goed ze wel niet waren en schoten om die reden het weer(ga)loze Brussel totaal aan gort. “En daar heeft de stad dus zijn prachtige Grote Markt aan te danken”, legde ik Ech Nie uit.

Kerst op Grote Markt van Brussel

Hoewel wij al sinds jaar en dag met de kerst naar het oosten trekken (zoals wijzen nou eenmaal doen in deze tijd) was ons eerste kerstuitje niet naar Duitsland maar naar België. Unesco voerde toen nog niet de boventoon van ons gereis en de focus lag meer op het ervaren van een stad dan op het bezoeken van werelderfgoed. “En daarvoor moeten we natuurlijk niet in Duitsland zijn”, zo riep ik beslist, “want in dat land valt na hun laatste oorlog echt niks meer te beleven.”

“Awel manneke, dan gaan we toch naar Brussel zeker?”, stelde Ech Nie voor. “Allez madam, das zo’n slecht idee nog nie!”, ging ik in haar planning mee. En zo kon het dus gebeuren dat wij op een koude decemberdag de lotgevallen van de plaatselijke Grote Markt zaten te bespreken.

Stenen leeuw houdt een wapenschild vast en kijkt uit over gildehuizen aan Grote Markt Brussel
De leeuw waakt over de Grote Markt van Brussel

Expansiedrift Lodewijk XIV

“Awel, zulle, het is toch allemaal wat hè, die Franse Zonnekoning heeft het hier nog behoorlijk doen bliksemen zeg.”

“Wablief?”

“Lodewijk de XIVe hè, de Franse koning, dat was me toch een schelm. Hij was na de verovering van Straatsburg in een overwinningsroes geraakt en beval zijn legers om nog wat meer gebieden in het noorden buit te maken. Helaas voor hem ondervond hij al snel dat behaalde successen in het verleden geen garantie op de toekomst boden.

Franse agressie richt zich op Brussel

Zijn armee dolf het onderspit. En toen ook het Waalse vestingstadje Namen moest worden opgegeven, was hij zo op wraak belust dat hij uit opdracht gaf heel Brussel totaal van de kaart te vegen. De aanval diende verder geen enkel militair nut maar was zuiver en alleen bedoeld om zoveel mogelijk ellende bij de arme Brusselaars te veroorzaken. Een oorlogsmisdaad zonder enige weerga!”

“Ach mijn hemel, Ech Wel. Het is welhaast Kerstmis. Een tijd van alom fonkelende lichtjes, vrede op aarde en mensen vol welbehagen. Dan ga je toch niet zitten teuten over rampspoed en oorlog? Doe toch eens normaal!!” Ook goed, dacht ik, en nam mezelf voor de strijd voor later te bewaren.

Rijk gedecoreerde gildehuizen op Grote Markt Brussel met standbeelden, pilaren en ornamenten
Prachtige gildehuizen waaronder die van de kuipers, (midden) vetsmelters (rechts van het midden) en bakkers (uiterst rechts)

Kerstfeest en winterpret in Brussel

Volgens Ech Nie houdt kerst in dat je slentert langs honderden houten chaletjes en dat je jezelf onderdompelt in onbesuisde feestelijkheid. Omdat ik madam niet graag tegenspreek betekende dat dus een romantisch rondje reuzenrad op de Quai au Briques, het verschalken van een visje op de Rue des Bouchers, een scheve schaats zwieren op het Muntplein en onderwijl proostten op al het goede dat de Heer ons geschonken heeft. Wat ene jolijt! Nadat we ook manneke Pis hadden gadegeslagen, dozen bonbons hadden ingeslagen en gene pint hadden overgeslagen, waren we zodanig in de gloria dat we ons met een volkomen vredig gevoel te ruste legden.

Konden we morgen tenminste fris aan de slag…

Grijze, rijkversierde voorgevel van gotische Broodhuys op Grote Markt Brussel
Het Broodhuis. De belangrijke graaf van Egmont bracht hier zijn laatste uren door. Zijn openbare onthoofding op de Grote Markt markeerde het begin van de Tachtigjarige Oorlog

Rendez vous op Grote Markt

Reeds bij het ochtendgloren bepleitte ik bij Ech Nie een rendez vous met de Grote Markt. Ik had nochtans een gevecht te bespreken en wilde mijn kennis toch echt even etaleren. “Awel mijn beste”, zei Ech Nie kortaf, “aldaar een pintke vatten vind ik vast plezant maar gene woord over die ambetante oorlog van u. Daar heb ik totaal gene goesting an.”

“Ook goed madam”, schikte ik me in mijn lot, “dan zal ik d’n strijdbijl efkes begraven zeker. Geen enkel probleem.”

“Mooi…”

“Maar over de schone Grote Markt klappen zal ik…”

Rijk versierde, deels vergulden gildehuizen op de Grote Markt Brussel
Een rijtje gildehuizen. In het midden staat huis “De Gulden Boot”. eigendom van het kleermakersgilde. Boven de entree staat een buste van Sint-Barbara, de beschermheilige van de beroepsgroep

Gemeente wilde horizontale, uniforme panden aan Grote Markt

“Welnu dan, na de Franse terreur restte er van de Grote Markt enkel nog de toren van het stadhuis en hier en daar wat rokende stukjes muur. Een puinhoop zogezegd. Het stadsbestuur zag echter een vurige wens in vervulling gaan. Eindelijk waren de oude houten huisjes aan het plein verdwenen en kon men gaan bouwen aan een Grote Markt die de vorige in schoonheid veruit zou overtreffen. Om dat te realiseren bepaalde de gemeenteraad dat de nieuwbouw alleen naar moderne maatstaven mocht plaatsvinden en dat de panden groots, horizontaal, en uniform moesten zijn. Wederopbouwarchitectuur anno 1695.”

“Ah, schoon gedaan zenne.”

Gilden bliefden diverse, verticale gebouwen aan Grote Markt

“Ja, maar het verhaal is nog niet af, mijn lief. De gilden waren het hier namelijk totaal niet mee eens. Zij waren van de oude stempel en dachten dat hun nijverheid het best tot zijn recht kwam als er op kleine kavels werd gebouwd en met verticaal gerichte, rijk gedecoreerde en onderscheidende gevels. Juist het tegenovergestelde dus van wat de lokale overheid voor ogen had.

De twee partijen leken daarmee lijnrecht tegenover elkaar te staan, maar desalniettemin wisten ze toch vrij snel tot een compromis te komen; beide kanten kregen allebei twee zijden die ze mochten bebouwen. Zoals je ziet zijn het huis van de Hertogen van Brabant en het stadhuis duidelijk gezagsgetrouw ontworpen en is de rest vooral het resultaat van de wil der gilden.”

Gildehuis de Hoorn

“Gilden vertegenwoordigden een bepaald ambacht. Timmerlieden, marktkramers, boogschutters; allemaal verdedigden ze hun gedeelde belangen. Machtige gilden beschikten daarnaast over een eigen clubhuis van waaruit ze beslisten over beroepsgerelateerde zaken als prijs, kwaliteit en regelgeving.

Tot welk gilde een huis behoorde kon je vaak al zien aan de gevel van het pand. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar dit huis, de Hoorn genaamd. Op de tweede verdieping zie je langs de ramen vergulde ankers en zeesterren, op de etage daarboven berijden stoere ruiters forse zeepaarden en de geveltop stelt het achtersteven van een fregat voor. Mag jij raden welke lieden hier de koers bepaalden…”

“Ha, dat zullen dan toch de schippers zijn?”

Verveeld

“Zeker en vast!”, bevestigde ik opgetogen. Stiekem had ik gehoopt dat Ech Nie na dit inkoppertje spontaan zou aanvangen met een grondige ontleding van de overige gevels maar dat bleek een misvatting. In plaats daarvan gaapte ze opzichtig en keek verveeld om haar heen.

Hmmm, constateerde ik bitter, blijkbaar was madam net zo min geïnteresseerd in vroegere rampspoed als latere voorspoed. Nondeju! En dan had ik mijn verhaal over de twee mooiste huizen van het plein, het broodhuis en het stadhuis, nog niet eens gedaan.

Kerststal staat voor langgerekt gebouw van de Hertogen van Brabant op Grote Markt Brussel
Het “Huis van de Hertogen van Brabant”, zeven gildehuizen verscholen achter een façade

Kerstparade door Brussel

Even zon ik op een goed moment om mijn monoloog alsnog te voltooien, maar toen plots de jingle bells gingen rinkelen liet ik ook dat maar achterwege. Vrouwlief had immers duidelijk laten merken geheel wars van oorlog te zijn. Al wat zij verlangde was een zoetsappig samenzijn. “Ach, ja, wat zal ik haar dan nog vermoeien met stoer wapengekletter?”, dacht ik, en capituleerde vol overgave.

“Of ze zelf ook nog iets aan deze twee zalige dagen had toe te voegen”, vroeg ik haar beminnelijk. “Nu ja, ik hoorde van een kerstparade in het Jubelpark…”

“Eh ja…”

“Ge weet toch? Lichtjes, arrenslee, rendieren, de hele Santakraam…”

“Nee toch hè? Wollt Ihr den totalen Kerst?”

“Wat dachie dan? Ech Wel!”


Fijne feestdagen iedereen!!


Ook wel eens met kerst op de Grote Markt van Brussel geweest? Gegild of oorlog gevoerd? Laat het ons weten in de reacties hieronder, we horen het graag!

Brouwershuis heeft een centrale positie in gevelwand Grote markt Brussel. Op het dak staat een vergulden beeld van een ruiter
Het pand met de ruiter op het dak is het gildehuis van de brouwers. Het is versierd met hopranken en gerstaren en op reliëfs is onder andere een biertransport te zien

Praktische informatie

Wellicht het belangrijkste gildehuis wat vandaag de dag nog altijd te bezichtigen valt, is het Brouwershuis op nummer 10. De Belgen zijn fier op hun bier en tonen hun cultuur graag aan iedere werelderfgoedreiziger. Proeven kan in de vele café’s rondom het plein.

De twee mooiste panden aan de Grote Markt zijn ook van binnen te aanschouwen. Het Broodhuis herbergt tegenwoordig het stedelijk museum en aan de hand van een gids is tevens een rondleiding door het stadhuis mogelijk.

Jaar van inschrijving: 1998

Lees ook:

De Grote Markt van Brussel was niet het enige werelderfgoed wat uit de as herrees

Wees humaan, bezoek Telč en maak wat van je leven!
Le Havre is knap lelijk