Wij gilden oorlog op de Grote Markt van Brussel

Grote Markt Brussel

“Wollt Ihr den totalen Krieg?”, schreeuwde Goebbels in typische nazistijl. “Jawohl!”, gilde zijn uitzinnige toehoorders. Een sprekend voorbeeld uit 1943 van een diepzinnige dialoog tussen een leider en zijn volk, en de waanzin van totale oorlog. Burgers en steden als doelwit van vernietiging. Maar hoewel dit beeld sindsdien aan onze Oosterburen kleven bleef waren het toch echt de Fransen die de manie uitvonden. Zij wilden de wereld eind 17e eeuw laten zien hoe goed ze wel niet waren en schoten om die reden het weer(ga)loze Brussel totaal aan gort. “En daar heeft de stad dus zijn prachtige Grote Markt aan te danken”, legde ik Ech Nie uit.

Belfort van het stadhuis op Grote Markt Brussel
Belfort van het stadhuis

Brussel

Hoewel wij al sinds jaar en dag met de Kerst naar het Oosten trekken (zoals wijzen nou eenmaal doen in deze tijd) was ons eerste kerstuitje niet naar Duitsland maar naar België. Unesco voerde toen nog niet de boventoon van ons gereis en de focus lag meer op het ervaren van een stad dan op het bezoeken van werelderfgoed. “En daarvoor moeten we natuurlijk niet in Duitsland zijn”, zo riep ik beslist, “want in dat land valt na hun laatste oorlog echt niks meer te beleven.”

“Awel manneke, dan gaan we toch naar Brussel zeker?”, stelde Ech Nie voor. “Allez madam, das zo’n slecht plan nog nie!”, ging ik in haar planning mee. En zo kon het dus gebeuren dat wij op een koude decemberdag de lotgevallen van de plaatselijke Grote Markt zaten te bespreken.

Grote Markt Brussel
De leeuw waakt over de Grote Markt

Oorlogsmisdaad

“Awel, zulle, het is toch allemaal wat hè, die Franse Zonnekoning heeft het hier nog behoorlijk doen bliksemen zeg.”

“Wablief?”

“Lodewijk de XIVe hè, de Franse koning, dat was me toch een schelm. Hij was na de verovering van Straatsburg zo verzot geworden op meer land dat hij zijn legers beval nog wat meer gebieden buit te maken. Helaas voor hem ondervond ook hij dat behaalde successen in het verleden geen garantie boden op de toekomst. Zijn armee dolf het onderspit en toen ook het Waalse vestingstadje Namen moest worden opgegeven raakte hij zo chagrijnig dat hij uit wraak opdracht gaf heel Brussel totaal van de kaart te vegen. De aanval diende verder geen enkel militair doel maar was zuiver en alleen bedoeld om zoveel mogelijk ellende bij de arme Brusselaars te veroorzaken. Een oorlogsmisdaad zonder enige weerga!”

“Ach mijn hemel, Ech Wel. Het is welhaast Kerstmis. Een tijd van alom fonkelende lichtjes, vrede op aarde en mensen vol welbehagen. Dan ga je toch niet zitten teuten over rampspoed en oorlog? Doe toch eens normaal!!” Ook goed, dacht ik, en nam mezelf voor de strijd te bewaren voor later.

Gildehuizen op de Grote Markt Brussel
Twee gildehuizen op de Grote Markt, rechts die van de bakkers, links die van de vetsmelters

Kerst

Volgens Ech Nie houdt kerst in dat je slentert langs honderden houten chaletjes en dat je jezelf onderdompelt in onbesuisde feestelijkheid. Omdat ik madam niet graag tegenspreek betekende dat dus een romantisch rondje reuzenrad op de Quai au Briques, het verschalken van een visje op de Rue des Bouchers, een scheve schaats zwieren op het Muntplein en onderwijl proostten alsof het een lieve lust was. Wat ene jolijt! Toen we echter ook manneke Pis hadden gadegeslagen, dozen bonbons hadden ingeslagen en gene pint hadden overgeslagen, toen was het moment daar en zeiden we een ieder salut.

Slaapwel.

Broodhuys op Grote Markt Brussel
Het Broodhuis herbergt tegenwoordig het stadsmuseum

Rendez vous

De volgende dag bepleitte ik bij Ech Nie een rendez vous met de Grote Markt. Ik had nochtans een gevecht te bespreken en wilde mijn kennis toch echt even etaleren. “Awel mijn beste”, zei Ech Nie kortaf, “aldaar een pintke vatten vind ik vast plezant maar gene woord over die ambetante oorlog van u. Daar heb ik totaal gene goesting an.”

“Ook goed madam”, schikte ik me in mijn lot, “dan zal ik d’n strijdbijl efkes begraven zeker. Geen enkel probleem.”

“Mooi…”

“Maar over de schone Grote Markt klappen zal ik…”

Grote Markt Brussel
Een paar gildehuizen

Grote Markt

“Welnu dan, na de Franse terreur restte er van de Grote Markt enkel nog de toren van het stadhuis en hier en daar wat rokende stukjes muur. Een puinhoop zogezegd. Het stadsbestuur zag echter een vurige wens in vervulling gaan. Zij wilde af van de oude houten huisjes en verlangde naar een Grote Markt die de vorige in schoonheid ver overtrof. Om dat te realiseren bepaalde de gemeenteraad dat de nieuwbouw slechts naar moderne maatstaven mocht plaatsvinden en dat de panden groots, horizontaal, en uniform moesten zijn. Wederopbouwarchitectuur anno 1695.”

“Ah, schoon gedaan zenne.”

“Ja, maar het verhaal is nog niet af mijn lief. De gilden waren het hier namelijk totaal niet mee eens. Zij waren van de oude stempel en dachten dat hun nijverheid het best tot zijn recht kwam als er op kleine kavels werd gebouwd en met verticaal gerichte, rijk gedecoreerde en onderscheidende gevels. Juist het tegenovergestelde dus van wat de lokale overheid voor ogen had. De twee partijen leken daarmee lijnrecht tegenover elkaar te staan maar wisten desalniettemin vrij snel tot een compromis te komen; de Grote Markt zou een mix worden waarbij beide kanten allebei twee zijden kregen. Zoals je ziet zijn het huis van de Hertogen van Brabant en het stadhuis duidelijk gezagsgetrouw ontworpen en is de rest vooral het resultaat van de wil der gilden.”

Grote Markt Brussel
Huis de Hoorn, huis der schippers

Gilden

“Gilden vertegenwoordigden een bepaald ambacht. Timmerlieden, marktkramers, boogschutters; allemaal verdedigden ze hun gedeelde belangen. Machtige gilden beschikten daarnaast over een eigen clubhuis van waaruit ze beslisten over beroepsgerelateerde zaken als prijs, kwaliteit en regelgeving. Tot welk gilde een huis behoorde kon je vaak al zien aan de gevel van het pand. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar dit huis, de Hoorn genaamd. Op de tweede verdieping zie je langs de ramen vergulde ankers en zeesterren, op de etage daarboven berijden stoere ruiters forse zeepaarden en de geveltop stelt het achtersteven van een fregat voor. Mag jij raden welke lieden hier de koers bepaalden…”

“Ha, dat zullen dan toch de schippers zijn?”

“Zeker en vast!”, bevestigde ik opgetogen. Stiekem had ik gehoopt dat Ech Nie na dit inkoppertje spontaan zou aanvangen met een grondige ontleding van de overige gevels maar dat bleek een misvatting. Ze gaapte in plaats daarvan opzichtig en keek verveeld om haar heen. Hmmm, constateerde ik bitter, blijkbaar was madam net zo min geïnteresseerd in vroegere voorspoed als in eerder besproken rampspoed. Nondeju! En dan had ik mijn verhaal over de twee mooiste huizen van het plein, het broodhuis en het stadhuis, nog niet eens gedaan.

Huis der hertogen op Grote Markt Brussel
Het Huis van de Hertogen van Brabant

Kerstparade

Even zon ik op een goed moment om mijn monoloog alsnog te voltooien maar toen plots de jingle bells gingen rinkelen liet ik dat toch maar achterwege. Vrouwlief had immers duidelijk laten merken dat ze wars was van oorlog en dat ook het geschreeuw der gilden haar totaal niet boeien kon. Zij hunkerde slechts naar zoetsappig samenzijn en overdreven naastenliefde dus wat zou ik haar dan lopen vervelen over zoiets banaals als stoer wapengekletter? Omdat ik ook de kwaadste niet ben besloot ik dan maar mijn goede wil te tonen en haar te vragen of ze zelf ook nog iets had toe te voegen aan deze twee zalige dagen?

“Nu ja, ik hoorde van een kerstparade in het Jubelpark…”

“Eh ja…”

“Ge weet toch? Lichtjes, arrenslee, rendieren, de hele Santakraam…”

“Nee toch hè? Wollt Ihr den totalen Kerst?”

“Wat dachie dan? Ech Wel!”


Fijne feestdagen iedereen!!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: