Goedgemutst zag ik de werelderfgoedconferentie van 2026 tegemoet; zeker toen bekend werd dat Unesco voornemens was de vijf verschillende slagvelden aan de Normandische kust tot werelderfgoed te verklaren, (de D-daystranden had ik eerder dit jaar reeds bezocht) maar helaas kreeg ik kort daarvoor met enkele rampzalige queesties te maken. Eerst openbaarde zich tijdens het schilderen een lekkage vanuit de badkamer (“Ja meneer, er zit ech niks anders op dan die doucheruimte te vervangen) en daarna vertelde Ech Nie tussen neus en lippen door dat ze met “iemand” een weekendje naar de Ardennen ging. “Met iemand?”

“Ja.”

“Met wie?”

“Dat gaat je niets aan. Dat zijn jouw zaken niet.”

En toen stortte voor de tweede keer in korte tijd mijn wereld in.    

Ondanks te beschikken over het geallieerde aanvalsplan raakte ik volledig van de kaart

Voorbereiding werelderfgoedconferentie valt in het water

Wekenlang was ik van de kaart. Trok ze nu alweer met een andere reiziger op? Zo kort nadat het illustere Rotterdamse reisduo ter ziele was gegaan? Hoe kon ze? En wat moest ze in godsnaam in de Ardennen? Daar had je geeneens werelderfgoed! Nou ja, buiten Spa dan, dat plaatsje maakt met zijn wellnesspaleis deel uit van het werelderfgoed de grote kuuroorden van Europa, maar ja, daar ging ze geeneens heen! Ze ging alleen maar wandelen…

Menig dag bracht ik door met staren in het luchtledige, ontdaan door bovenstaande ontwikkelingen, maar helaas toonde eerder genoemde lekkage weinig mededogen, integendeel, door de krochten van mijn woning zocht ze gestaag haar weg en manifesteerde zich in nieuwe vochtplekken op ondergelegen stucwerk. “Als je nou niks doet”, riep de man van het lekdetectiebureau me tot de orde, “dan ga je straks pas ech grote problemen krijgen…”

Tien jaar geleden bezochten Ech Nie en ik nog samen een kuuroord in het Zwarte Woud, maar aan de hand van een ander liep ze liever door

Libanees werelderfgoed gaat gebukt onder Israëlisch geweld

In arren moede zocht ik steun bij mijn kameraden, die de oplossing ook niet hadden, maar die me met enige hectoliters bier wel van een emotionele uitlaatklep voorzagen. Het tijdstip van het drankgelag was evenwel minder goed gekozen, precies de avond voordat het werelderfgoedcomité aan zijn jaarlijkse waardeschatting begon.

Brak en geknakt probeerde ik me de andere dag te concentreren op wat een paar stoffige heren aan de andere kant van de wereld allemaal te bekokstoven hadden. Niet erg opbeurende zaken, stelde ik al snel vast. Het eerste agendapunt betrof namelijk de toelating van een aantal kastelen in Zuid-Libanon, en daar ontstond meteen al discussie over. Weliswaar waren de vestingen stuk voor stuk van bijzondere en universele waarde, daarover was iedereen het wel eens, maar over het eigendomsrecht van de betreffende monumenten werd nogal driftig gestreden. Letterlijk, zou men kunnen zeggen, want het was pas enkele weken geleden dat Israël een van de eeuwenoude vestingen gewapenderhand inpikte.

Tsjechië en Israël schijnen een bijzondere band te hebben, getuige ook het Joodse erfgoed in het Tsjechische Třebíč, en volgens onder andere Wikipedia zou dat verklaren waarom de Tsjechen in moeilijke queesties altijd op de hand van de Joden zijn

Uitverkoren volk heeft ook oogje op Palestijns patrimonium

Terroristen zwaaiden er de scepter, zo luidde ook nu weer het excuus van de Joden, maar dat weerhield de commissie er gelukkig niet van de werelderfgoedstatus aan de Libanese partij toe te kennen. Meer politiek gekonkel volgde direct daarna, toen met het Palestijnse Sebastia het volgende onderwerp werd aangesneden. Sebastia was ooit de hoofdstad van het bijbelse Koninkrijk Israël en zodoende meende de ultra-rechtse regering van de Joodse staat dat ook dit gebied hen toebehoorde.

Geen enkele internationale organisatie, zeker niet een die keer op keer handelt vanuit anti-Israëlische vooringenomenheid, zal de identiteit van onze erfgoedlocaties bepalen of de geschiedenis van het Joodse volk herschrijven, had een van hun ministers zich voorafgaand aan de conferentie al doen ontvallen. Oftewel; wij zijn het uitverkoren volk en achten ons de aangewezen autoriteit om het beheer over de site uit te oefenen. (dat de site buiten de huidige Israëlische landsgrenzen ligt doet niet ter zake)

Tegen zoveel populistisch gedram was mijn zwakke gestel niet bestand. Zeker niet toen Tsjechië, zoals wel vaker, met veel bombarie de kant van Israël koos. Moedeloos zette ik de computer uit. Morgen weer een nieuwe dag. (en miste het feit dat Sebastia gewoon op naam van Palestina als patrimonium van de mensheid werd erkend)

Wat zou het toch fijn zijn als de kanonnen in het Midden-Oosten eens net zo zouden zwijgen als het geschut in deze oude Duitse bunkers…

Ech Leuk helpt een handje

Zaterdag zag er een stuk rooskleuriger uit. Niet alleen omdat er die dag veel meer nominaties besproken zouden worden, maar vooral omdat mijn kleine meid me die dag zou komen vergezellen. Zij had me er de laatste weken doorheen gesleept en zou me ook nu weer de kracht geven om door te gaan. “Wat ben je aan het kijken papa?”

“Een Unesco-bijeenkomst schatje.”

“Wat is dat?”

“Daar worden toekomstige reisbestemmingen besproken.”

“Oh? Mag ik meekijken?”

“Tuurlijk!”

Al is het een lang gekoesterde wens, toch zag ik nooit het grote wild op de Afrikaanse graslandsavanne. Niettemin kwam ik met de Canadese prairie van Waterton Lakes toch aardig in de buurt (figuurlijk dan)

Unesco neemt bedreigde natuur onder zijn hoede

De dag begon goed met de comeback van het Congolese nationale park Garamba (een graslandsavanne vol bedreigde beesten), en het welkom heten van de nieuwe patrimonia Aqabe (een Jordanese koraalrif in de Rode Zee vol mariene diersoorten) en Wadi Wurayah (een gebergte in de Verenigde Arabische Emiraten met eveneens veel unieke flora en fauna). Als fervent natuurliefhebber kon ik het met deze toevoegingen alleen maar eens zijn.

”Gaan we daar ook heen?”, wilde Ech Leuk weten. In tegenstelling tot haar moeder zag zij nooit ergens gevaar. “Dat wordt wat lastig meissie. Wadi Wurayah laat geen toeristen toe, en de andere twee liggen in betwist gebied…”

“Hoezo?”

“Ja daar zijn veel boze mannen met geweren en zo.”

“Aaaah, jammer!”

Ontwapenend vond ik haar teleurstelling. Dat was nog eens wat anders dan de eeuwige queesties die Ech Nie altijd opwierp. Bij haar hoefde ik ech nie met zulke streken op de proppen te komen, die waren bij voorbaat al uitgesloten, betwist gebied of niet.

Ech Leuk was niet de enige tegen oorlog, in het Franse kustplaatsje Arromanches-les-Bains deelden 2 meiden haar mening

Het nieuwe werelderfgeod van 2026 is van alles Wat

Door met Jingdezhen, de geboorteplaats van het Chinese porselein en Okefonokee, een moeraswildernis vol krokodillen

“Kunnen we dan wel naar de krokodillen papa?”

“Hmmm ja, misschien wel, maar niet nu, Trump is de baas in Amerika en die doet nogal moeilijk tegenover mensen die zijn grens over willen…”

“Okee, doen we dat een andere keer. See you later alligator.”

Vervolgens kwamen de historische medina’s op de Comoren, diverse rotsmoskeeën in Kazachstan, een paar begraafplaatsen in Mongolië en een nieuwe Wat in Thailand aan bod.

“Wat is dat?”

“Wat is Thais voor tempel. In 2018 heb ik er met je moeder een heel aantal bezocht.”

“Kunnen we dat weer doen?”

“Nou, ik wil sowieso nog een keer die kant op, dus wie weet, maar liever zie ik eerst Wat anders?”

“Wat dan?”

“Ja, Wat nieuws natuurlijk, in een land waar ik nog niet geweest ben.”

Leven is lijden, constateerde Boeddha, en daarom moet een mens leren onthechten. Anno 2026 een bijzonder actuele gedachte in huize Ech Wel. Ter ere van deze beste man werden in Azië vele heiligdommen opgericht, zoals Wat Mahathat in het Thaise Sukhothai.

Terug naar de kliffen van Denemarken?

Ietwat sip wendde Ech Leuk zich tot haar tablet. Leuk zo’n werelderfgoedreiziger als vader, zag je haar denken, maar ech toegewijd is die niet. Hij wil nergens heen…

De frustratie die haar overviel raakte ook mij toen een Deens fossielenfjord de volgende site was die aan de lijst werd toegevoegd. Met Stevns Klint en Mons Klint hadden de Denen al twee soortgelijke sites op hun palmares staan (dus zoveel voegde deze niet toe, zou je zeggen) maar erger nog was dat ik Denemarken net afgelopen oktober “voltooid” had. Typisch Unesco, vond ik, precies als je denkt ergens “klaar” te zijn, dicht het comité een nabijgelegen plek óók werelderfgoedstatus toe. Kon ik dus weer terug. (een gang van zaken die me op Sicilië ook al eens de das om deed)

“Gaan we terug?”

“Nou voorlopig niet, ik kom er net vandaan.”

Met het blauw-witte dorp Sidi Bou Saïd uit Tunesië, en Sarnath, de plaats waar Boeddha zijn eerste preek hield, sloot Unesco de dag af.

“Was dat het?”

“Nee, morgen gaan we verder.”

Qua uiterlijk verschilt het nieuwe werelderfgoed Limfjord niet veel van Stevns Klint, maar dat belemmerde Unesco niet het toch van bijzondere en universele waarde te vinden

Gevaar dreigt in Boma-Badingilo

Boma-Badingilo beet de andere dag de spits af, de eerste site voor Zuid-Soedan ooit (het land is ook pas 15 jaar oud maar dit terzijde), en gelijk een hele mooie. Boma-Badingilo is de plek waar jaarlijks 6 miljoen antilopen van zuid naar noord trekken, een ongeëvenaard natuurfenomeen dat zelfs de beroemde Serengeti-migratie overtreft.

“Kunnen we daar heen papa, alsjeblieft?”

Ik moest er nog even aan wennen, zoveel enthousiasme rondom Unesco’s beslissingen was ik niet gewoon, maar helaas moest ik ook hier weer op de rem trappen; “Zuid-Soedan ligt eveneens in oorlogsgebied schat. Veel te gevaarlijk nu.”

“Nou moe!”

We zouden niet de eersten zijn die een bezoek aan een werelderfgoed met de dood moesten bekopen, zoals deze Amerikaanse soldaten deden toen ze in Normandië aan land kwamen…

Niet iedereen juichte toen D-Day stranden werelderfgoedstatus verkregen

Om verdere teleurstellingen te voorkomen liet ik de archeologische site Asuka en Fujiwara in Japan, de voormalige koloniale koffie- en cacaoplantages (roças) van Sao Tomé en Principe (een land waar ik nog nooit van gehoord had) en de modernistische architectuur van respectievelijk het Oezbeekse Tasjkent (een stad die in navolging van Val di Nota zijn werelderfgoedstatus dankt aan een verwoestende aardbeving), het Poolse Gdynia en het Finse werk van architect Aalto maar stilletjes de revue passeren. Niet heel erg waarschijnlijk dat ik die zou aandoen en bovendien weinig interessant (al vergrootte de erkenning van het Finlandiahuis, een aan de Allto-werken, wel mijn wens om Helsinki als citytrip aan te doen).

Bij de mythische berg Olympus, de verblijfplaats van de Olympische goden, moest ik me echter inhouden mijn mond niet voorbij te praten. Zijn enorme culturele betekenis werkte als een magneet op me, en ik wist zeker dat ook Ech Leuk wel oren naar een nieuw Grieks avontuur had. Maar omdat we er in 2024 nog in de buurt waren, deed ik er toch het zwijgen toe; een hernieuwd bezoek lag niet snel in de lijn der verwachting.

Toen het echter de beurt was aan de D-day stranden kon ik me niet langer inhouden. Hoewel ik niet heel erg onder de indruk van het werelderfgoed was (ik vond de monumenten uit de Eerste Wereldoorlog veel aangrijpender) was ik toch verheugd om weer een locatie aan mijn  persoonlijke aantal toe te kunnen voegen. “Lekker!”

“Maar gaan we nou ook niet meer samen in zee?”, vroeg Ech Leuk beteuterd. “Nee, niet daar nee…”

WHHHHAAAAAA!!! Jij wil ech helemaal nergens met mij naar toe. Boehoehoe, en boos stampvoette ze weg.

Nou moe.

Omaha Beach, een van de stranden die tot woede van Ech Leuk aan haar voorbij gingen. Wat dat betreft was ze net d’r moeder, die wilde ook altijd richting kust

Als thuisblijven geen optie is…

De theaters uit Italië en Brazilië en de kastelen uit Frankrijk en Iran liet ik maar voor wat ze waren. Als ik niet uitkeek zou ik nóg een reismaatje verliezen. En dit keer niet omdat ik steeds weer nieuw werelderfgoed wilde bezoeken, zoals bij Ech Nie het geval was, maar juist omdat ik telkens weer een excuus had om níet te gaan. Het kan verkeren. Ze had natuurlijk ook gewoon gelijk, die kleine meid. Ze had al zoveel te verduren gehad, dit jaar, en nou deed papa ook nog eens moeilijk. Dat een nieuwe badkamer daar mede debet aan was vormde voor haar geen argument; “Dan pin je toch gewoon wat meer?”,  hoorde ik haar al zeggen.

En dus verlegde ik m’n concentratie van de Unesco-vergadering naar de verschillende on-line reisaanbiedingen op het web; misschien zat daar stiekem nog een betaalbaar tripje tussen, een plekje waar ze behalve een strand ook nog wat patrimonium te spotten hadden. En verdomd; ik vond nog wat ook…

Het Hypogeum in Malta

Hypogeum in Malta

Snikkend op bed trof ik haar aan, m’n kleine engel. “Kom es effe hier moppie, bij papa op schoot. Wat is dat nou allemaal?”

“Wat is een Thaise tempel papa.”

Bijdehand

“Ja dat weet ik droppie. Maar weet jij ook wat een hypogeum is?”

“Nee, geen idee.”

“Nou dat is een ondergrondse tempel van 6000 jaar oud. Hij ligt op een eiland in de Middellandse Zee, Malta genaamd, en kan alleen door een heel select groepje mensen worden bezocht.”

“Ooooh. En gaan we daarheen?”

“Als je zin heb…”

“Jaaaaa!!! En ze valt me in de armen. Jij bent de beste papa ooit!”

Leven tussen heden en verleden

Het vooruitzicht op een nieuwe reis naar onontgonnen terrein gaf me weer het duwtje in de rug dat ik nodig had. Zeker nu ik niet alleen hoefde, zoals eerder naar Denemarken en Frankrijk, maar door iemand het knapste meisje van de hele wereld begeleid werd. “Maar we gaan toch niet wandelen?”, vroeg Ech Leuk.

“Nee, ik huur wel een auto. Naast het hypogeum heeft Malta namelijk nog twee andere werelderfgoedsites, de hoofdstad Valletta en een paar megalithische bouwwerken, en dat wordt voor jou allemaal te ver lopen denk ik.”

“En de badkamer?”

“Daar hoef jij je geen zorgen over te maken lieverd. Ik heb al “een mannetje” geregeld. Hij komt volgende week een noodreparatie doen, en ergens in het najaar renoveert hij de rest. Alles staat dus weer op de rit.”

Maar m’n kleine prinses had toch nog een laatste vraag; “Kunnen we mama ook meenemen papa?”

“Ik ben bang dat dat er niet meer inzit lieverd…”

“Waarom niet?”

“Omdat papa en mama inmiddels in twee verschillende werelden leven schatje. Zij heeft de queeste allang achter zich gelaten en loopt nu, naar verluidt, een stukje voor op papa…”

“Hè, hoe bedoel je?”

“Dat zij al druk bezig is met haar toekomst terwijl ik nog steeds in het verleden leef.”

“Jij bent altijd al meer van de geschiedenis geweest hè?”

“Ech Wel!”


Ook wel eens een werelderfgoedconferentie gevolgd? Reisplannen gemaakt of niet onder de indruk van het nieuwe werelderfgoed? Laat het ons weten in de reacties hieronder, we horen het graag!

Het kasteel van Carcassonne staat twee keer op de werelderfgoedlijst, maar vormde voor mij niettemin een fijn presentje

Tienjarig jubileum

Bij het schrijven van dit artikel, precies tien jaar nadat het eerste stukje op Unesco-Queesties verscheen, verdiepte ik me nog eens in de laatste toevoegingen op de werelderfgoedlijst. Zoals hierboven beschreven miste ik het laatste stukje van de conferentie, en dus ook de discussie omtrent de Capetiaanse vestingwerken van Lanquedoc, een serie forten in het zuiden van Frankrijk. Wat bleek; een van de kastelen behorend bij dit patrimonium ligt in de vestingstad Carcassonne! Wellicht voor de doorsnee werelderfgoedreiziger van ondergeschikt belang, maar voor mij roch een welkome verrassing; Carcassonne was door mij reeds bezocht, maar nu zijn kasteel ook deel uitmaakt van een ander werelderfgoed, krikte het dus en passant ook mijn totale aantal bezocht sites naar 239 op. Toch nog een traktatie op mijn tienjarige jubileum! Ech Wel!