“Een nieuw virus in China? Ach, het zal wel…”

“Nou, het schijnt anders best serieus te zijn, Ech Wel. Mensen moeten binnen blijven en zo.”

“Ja, dat is toch niets nieuws? Alles wat die Chinezen gevaarlijk vinden, sluiten ze op.”

“Maar wat als ze te laat waren? Als die ziektekiemen de hele wereld overgaan?”

“Dat gaat niet gebeuren, joh. Gelukkig blijft die ellende altijd daar. Kijk maar naar SARS of Ebola, ook nooit last van gehad.”

Rondom het coronavirus is niet alles kommer en kwel. Zo heeft het werelderfgoed tegenwoordig weinig te duchten van massatoerisme (zoals hier in Peking)

Italië

“Het virus is in Noord-Italië aangekomen? Nou ja, kan gebeuren.”

“Maar straks moet heel het land op slot.”

“Welnee joh, zo’n vaart loopt het niet. Gewoon isoleren die gasten, niks aan de hand.”

“En onze vakantie in Italië dan? Ik denk niet dat we nog naar het Gardameer kunnen hoor.”

“Tuurlijk wel, loop niet zo te panieken.”

Rome

Brabant

“In Brabant de eerste besmetting geconstateerd? Tsja, daar kon je op wachten natuurlijk…”

“Misschien wel. Maar ik mag toch hopen dat we hier niet net zulke toestanden gaan krijgen als in China of Italië…”

“Schei eens uit, daar zijn wij in Nederland toch veel te nuchter voor?”

“Nou, dat weet ik nog zo net niet. Die eikel is namelijk met z’n dronken hersens wezen carnavallen. Queestie van tijd dus, voordat iedereen ziek is…”

“Ja, nou ja. Een paar brabo’s minder maakt ook niet uit…”

Venetië

Onderschatting

Dat ik “het griepje” enigszins onderschatte bleek wel toen halverwege maart de gebeurtenissen elkaar snel opvolgden. Binnen de kortste keren zaten we op een paar duizend ziektegevallen, mochten handen niet meer worden geschud, werd afstand houden verplicht en thuis werken aangeraden. Niet veel later scherpte de overheid die maatregelen nog wat verder aan en moesten cultuurinstellingen en horeca hun deuren sluiten, konden contactberoepen niet langer worden uitgeoefend en kreeg iedereen met griepverschijnselen (inclusief gezinsleden) huisarrest.

Uiteindelijk belandden we in een situatie waarbij een bezoek aan wie of wat dan ook ineens een privilege uit een lang vervlogen tijd leek. Toen ik alleen met Ech Nie over de nieuwe samenleving van gedachten wilde wisselen, waren de rollen ineens omgedraaid.

Parijs

Queeste

“Dat virus niet goed voor onze queeste? Ach, het zal wel…”

“Nou, dat lijkt me anders best serieus, Ech Nie. Mensen moeten binnen blijven en zo.”

“Ja, dat is toch niets nieuws? Als mensen niet willen luisteren dan moeten ze maar worden opgesloten.”

“Maar wat als dit zo blijft? Als we niet meer over de hele wereld kunnen reizen?”

“Dat gaat niet gebeuren, joh. Gelukkig duurt die ellende maar een paar weken. Kijk maar naar China, daar hebben ze ook maar even last gehad…”

Brussel

Economie

“Het virus treft de economie? Nou ja, dat is dan maar zo.”

“Maar straks zit ik werkloos thuis.”

“Welnee joh, zo’n vaart loopt het niet. Ze zetten de handel gewoon even op pauze, niks aan de hand.”

“En onze vakantie in Italië dan? Ik denk niet dat we die nog kunnen betalen hoor.”

“Tuurlijk wel, loop niet zo te panieken.”

New York

Geweld

“Neemt het huiselijk geweld schrikbarend toe? Tsja, daar kon je op wachten natuurlijk…”

“Misschien wel. Maar ik mag toch hopen dat we dat soort toestanden niet hier gaan beleven…”

“Schei eens uit, daar zijn wij in Rotterdam toch veel te nuchter voor?”

“Nou, dat weet ik nog zo net niet. Jij zit met je dronken hersens al de hele tijd op mijn lip. Queestie van tijd dus, voordat wij elkaar de hersens inslaan…”

“Ja, nou ja, één werelderfgoedreiziger minder maakt ook niet uit…”

Istanboel

Zorgelijk

Dat ook Ech Nie het niet helemaal bij het juiste eind had, bleek wel toen begin april de berichten steeds verontrustender werden. Italië, Spanje en Frankrijk meldden honderden doden per dag, het aantal ic-bedden werd koortsachtig opgevoerd en de gevolgen voor de economie namen desastreuze vormen aan. Toen tenslotte de Filipijnse president mededeelde dat op zijn bevel iedereen zou worden neergeschoten die zich ongeoorloofd buitenshuis begaf, dacht je echt in een of andere apocalyptische film terecht gekomen te zijn. Maar net op het moment dat ik het nieuwe normaal met Ech Nie wilde bespreken, leerden we dat vanuit de chaos ook weer iets moois kon ontstaan.

Warschau

Verloren

“Kan jij alles wel lopen bagatelliseren, Ech Nie. Maar deze ramp wordt dus alleen maar groter hè…”

“Ja, ik kan het ook niet helpen schat.”

“En hoe denk je dat m’n lezers deze tragedie ondergaan?”

“Je lezers?”

“Ja, ik schrijf ook nog op een blog weet je wel. Die mensen doen het nou al anderhalve maand zonder Unesco-verhaal!”

“Dat lijkt me nou even niet zo belangrijk, Ech Wel. De wereld vergaat!”

“Dat weet ik wel, maar het zou pas echt een complete catastrofe zijn als we ook geen Unesco-monumenten meer kunnen bezoeken.”

“Nou, zet dat werelderfgoed maar uit je hoofd hersenloos. 2020 is verloren.”

“Oh mijn God! En ik had ze nog wel zo beloofd dat 2020 alleen maar beter zou worden!”

Londen

Innovatie

“Weet je Ech Wel, in tijden van crisis raken sommige mensen ook bijzonder creatief. Wellicht is innovatie van je blog het antwoord.”

“Hoe bedoel je?

“Dat je misschien eens wat meer in je site moet investeren!”

“Wat nou? Alsof ik er niet al genoeg tijd in stop!”

“Ik had het niet over tijd, schat. Ik dacht meer aan het design…”

“Het design?”

“Ja, of de vormgeving, de lay-out, hoe je het noemen wilt.”

“Waar wil je nou heen, Ech Nie?”

“Je blog ziet er zo goedkoop uit…”

“Zo goedkoop uit?! Wat gaan we GVD nou krijgen?!”

“Nou ik denk dat je veel meer bezoekers kan trekken (en vasthouden) als je ook een aantrekkelijke website hebt, eentje die ook mooi is om te zien. En natuurlijk verdienen jouw ellenlange “fantastische” verhalen ook een beter platform dan nu het geval is…”

“Hmmm. Zou je denken?”

“Ech Wel!”


Hoe kom jij deze crisis door? Zit je bij de pakken neer of ga je gewoon door waar je mee bezig was? Laat het ons weten in de comments hieronder, we horen het graag!


Lees ook:

De vloek die werelderfgoedconferentie heet…