Het Stocletpaleis is kunst verpakt in marmer

Stocletpaleis

“Wáár gaan we naar toe?” vraagt Ech Nie als we met ons autootje onderweg zijn naar de Belgische hoofdstad Brussel. “Het Stocletpaleis meissie, dat zei ik toch al?”

“Het Stocletpaleis?” herhaalt ze. “Moet ik dat kennen ofzo?”

“Nee, dat niet. Tenminste, het zou me verbazen als je dat wel deed. Het is een werelderfgoedsite…”

“Goh verrassend. En heb ik daar zelf ook nog wat over te zeggen?”

Verder lezen →

De kathedraal van Chartres wordt omringd door mythen en mysteries

Chartres

Het is juli 2015 en we verblijven een weekendje in de Champagnestreek. Na een poosje druk bezig te zijn geweest met allerlei zondige zaken lijkt het ons op zeker moment tijd voor wat bezinning. We tikken ons reisdoel in op de nieuwe TomTom en rijden in een uurtje naar, ja naar waar eigenlijk? God-mag-weten-waar. Blind vertrouwend op de navigatie komen we namelijk op een of ander nietszeggend weggetje midden op het Franse platteland terecht. De TomTom geeft aan dat we zijn gearriveerd maar zelf hebben we zo onze twijfels. “Het is een mysterie”, roept Ech Nie meteen.

Verder lezen →

Wordt het nog wat met Český Krumlov?

Český Krumlov

Een vlugge blik naar buiten leert dat het hem vandaag niet gaat worden. Het stortregent en dat zal het zo te zien nog wel even blijven doen. Geen Český Krumlov dus, constateer ik beteuterd. “Dat gaat hem niet worden vandaag”, zegt ook een sippe Ech Nie wanneer ze even later uit het raam kijkt. Ze had gehoopt op een zonnige dag aan het water maar ziet haar plannen door het weer gedwarsboomd. Ik knik en stel droogjes vast dat het inderdaad behoorlijk vochtig is. “Tsjongejonge”, voegt Ech Nie er verwijtend aan toe, “lekker zo’n landklimaat. Ik dacht dat we hier alleen maar lange, warme dagen zouden hebben?”

“Tsja, normaal gesproken wel”, antwoord ik, “maar Tsjechië is blijkbaar de uitzondering op de regel.”

“Tsjongejongejonge”, zegt Ech Nie weer. “Wel goed dat we dit Landal Greenpark dan speciaal hebben uitgezocht omdat er hier een strandje is…”

St. Vituskerk in Český Krumlov
Blik op de St Vituskerk in Český Krumlov

Strand

Dat laatste was inderdaad het geval. Gewoontegetrouw brengen we onze zomervakantie door aan de mediterrane kust maar in 2014 kozen we voor het Tsjechische Lipnomeer. “Tsjechië?”, vroeg Ech Nie in eerste instantie toen ik met het voorstel kwam, “moeten we dan niet heel erg diep het voormalige Oostblok in?”

“Dat valt best mee schat. Het park ligt ingeklemd tussen Duitsland en Oostenrijk dus zo ver is het niet.”

“Ok, maar is het daar achter het ijzeren gordijn niet allemaal één grauwe, grijze griebuszooi dan?”

“Dat is allang niet meer zo meissie. Tegenwoordig is het er vooral heel erg groen. Komt omdat de communisten na de tweede wereldoorlog niet wilden dat de mensen naar het verderfelijke Westen trokken. Zij verklaarden de grens tot verboden gebied en zorgden er zo onbedoeld voor dat de natuur enkele decennia ongestoord zijn gang kon gaan. Die beslissing maakte het Boheemse woud tot een van de grootste en meest ongerepte bossen van Centraal-Europa.”

“Oh ok, maar belangrijker natuurlijk, hebben ze er ook een lekker strand?”

“Zelfs dat hebben ze. Het mag dan wel midden in Europa zijn maar er ligt een groot meer met strand. Én, er is nog een gezellige boulevard bij ook.” Meer hoefde Ech Nie niet te weten; “Tsjechië, we kómen!!”

Český Krumlov badend in de zon aan het water
Český Krumlov badend in de zon aan het water

Wellness

“Wat gaan we nu doen?” vraagt Ech Nie. Ze is een beetje van haar stuk gebracht nu de regen haar plannen in het water heeft doen vallen. “We kunnen naar Frymburk”, zeg ik monter, “daar is een wellnesscentrum waar we prima kunnen relaxen in sauna en bubbelbad. Het ligt hier vlakbij.” Tsjechië staat bekend om zijn badcultuur en aangezien Ech Nie zich daar graag in laat verwennen lijkt het een mooi alternatief. Dat denkt de dame in queestie zelf ook en vol goede moed vertrekken we. Bij aankomst blijken echter de zout-, stoom- en bubbelbaden gesloten. “Tsjongejongejonge”, vindt Ech Nie. Maar worden gaat het hem niet.

De toegangspoort in Český Krumlov wordt gevormd door de mantelbrug
De mantelbrug vormt de toegangspoort tot de stad

Český Krumlov

Gelukkig is er ook goed nieuws. Het is gestopt met regenen en na ampel beraad besluiten we dan toch maar naar “Sexy Krumlov” te gaan.

“Český schat, Český Krumlov. Český is het Tsjechische woord voor Boheems.” In een half uurtje rijden we naar de stad en parkeren de auto bij de mantelbrug. De brug bestaat uit enkele lagen en verbindt de enorme burcht bovenaan de rots met de kasteeltuinen aan de andere zijde. Het werd gebouwd in de 13e eeuw om de handel over de Moldaurivier (de Tsjechen noemen hem Vltava) te beschermen. De locatie bovenop de heuvel was respectievelijk de residentie van de families Rosenberg, Eggenberg en Schwarzenberg. Terwijl ik Ech Nie van al deze bergen op de hoogte breng vallen de eerste druppels alweer naar beneden. “Tsjongejonge”, zegt Ech Nie geïrriteerd, en spurt terug naar de auto voor een paraplu.

Marktplein met huizen vol sgraffito in Český Krumlov
Huis met sgraffito op de gevel

Sgraffito

Gewapend met plu en regenjas lopen we even later het bontgekleurde stadje binnen. “Nou, zo te zien is er inderdaad maar weinig grijs en griebus te bekennen”, merkt Ech Nie tevreden op. “Dat zei ik toch al?”, reageer ik, “en moet je ook eens op al die gevelschilderingen letten. Dat is sgraffito, de oude variant van het moderne graffity. Het is overal in de stad te vinden maar met name het kasteel blinkt er in uit. De familie Rosenberg wilde er in de 16e eeuw graag mee aantonen hoe rijk ze wel niet waren en liet de oude middeleeuwse burcht ombouwen tot een paleis in renaissance stijl. Sinds die tijd sieren allerlei architectonische en mythologische motieven de facades van hun bescheiden huisje.”

Kasteel in Český Krumlov met sgraffito op de gevel
Kasteel met sgraffito op de gevel

Torens

Politiek en kerk waren in de 14e eeuw nog nauw verbonden met elkaar. Toen de burcht zich dan ook eenmaal had ontwikkeld tot een stevige vesting was het tijd voor de bouw van een kerk. Burgers, veelal in dienst van de familie, hadden zich inmiddels verzameld in een klein dorp rond het kasteel (in 1376 stonden er 96 huizen) dus was het de hoogste tijd om deze onderdanen wat beschaving bij te brengen. In 1309 lieten de Rosenbergers daarom de gotische St. Vituskerk bouwen en niet veel later volgde met de St Jostkerk nog een tweede godshuis. Samen met de kasteeltoren vormen ze nog altijd het middeleeuwse silhouet van Český Krumlov.

Skyline Český Krumlov met kasteel- en kerktoren
Kasteeltoren en de kerktoren van St Jost

Pestzuil

We lopen nog even door maar omdat het (“tsjongejongejonge”) blijft regenen besluiten we te gaan schuilen op een overdekt terras. Met een heerlijke Tsjechische pilsner in de hand valt het alziende oog van Ech Nie al gauw op de enorme fallus die het centrale marktplein siert. “Dat is een pestzuil, schat. Opgericht om de slachtoffers van de pest te gedenken. Een beetje respect dus graag.”

“Nou, ik vind het net een stijve lul”, zegt ze eigenwijs. En plots bedenkt ze: “een piemel in Sexy Krumlov, haha wat een giller!” Ech Nie krijgt zo’n lachstuip van haar eigen grap dat ik gelijk twijfel of het nou wel zo verstandig was om meteen met een halve liter te beginnen? “Oh, oh, om te gieren gewoon”, bescheurt ze het en bestelt uit pure jolijt nog twee bier. Nou ja, denk ik, een beetje spraakwater kan ook geen kwaad; ik heb tenslotte nog wel meer te vertellen. “Die penis van jou”, zo begin ik, “is een typisch staaltje barok. Het is een verwijzing naar de drie-eenheid in het christendom en moest de bewoners er aan herinneren dat het katholieke geloof toch echt de enige ware religie was.”

Pestzuil op marktplein Český Krumlov
Pestzuil op marktplein

“Ach Jezus”, verzucht Ech Nie. Ze was al niet blij met het weer maar nu ze een uitgebreid betoog vermoedt over het religieuze leven van de Krumlovers is de pret van zo-even gelijk alweer verdwenen. Ik ga echter onverstoorbaar verder en bevestig dat het inderdaad om Jezus ging. “Of nou ja, eigenlijk nog meer over zijn moeder Maria. Als je zo’n paal ergens tegenkomt is zij het meestal die er triomfantelijk bovenop zit.” Ech Nie moet even grinniken.

“Die andere mannen die je rond de zuil ziet, zijn pestheiligen. Zij werden aangeroepen als men de pest zag aankomen en hem wilde mijden. Deze, die je hier ziet, was een cadeautje van de familie Eggenberg en bestemd ter meerdere eer en glorie van de kerk en zijn financiers.” Omdat het nog steeds een beetje regent bestelt Ech Nie ondertussen twee volgende kletsers. “Ik denk niet dat het hem nog gaat worden hoor”, zegt ze met een sombere blik naar boven.

Uitzicht vanaf burcht over Český Krumlov
Uitzicht over de stad vanaf de burcht

Jan Hus

“Jawel joh”, houd ik de moed er in. “Het wordt al minder. Nog een klein stukje verhaal en dan blaken we in de zonneschijn.”

“Tsjongejonge”, bromt Ech Nie, maar omdat ze ook geen zin heeft om door de regen te lopen, luistert ze met tegenzin naar de rest. “Dat kerkelijke gezag dus”, pak ik de draad weer op, “dat had in de jaren voor de erectie van de zuil een behoorlijke knauw gekregen. Begin 15e eeuw begon Jan Hus in de Boheemse godshuizen namelijk te prediken over corruptie binnen de katholieke kerk en hekelde hij het gezag van priesters en paus. Verfrissende ideeën die al snel op bijval konden rekenen van de plaatselijke bevolking.

De kerk daarentegen was wat minder enthousiast. Het zag zijn macht tanende en dat kon, zo schatten ze in, vast Gods bedoeling niet zijn. Ze bestempelden arme Jan daarom als een afvallige ketter en veroordeelden hem tot de dood op de brandstapel. Het was voor Hus’ aanhangers reden genoeg om in opstand te komen en daarmee waren de Hussietenoorlogen een feit. ”

Complex der Jezuïeten in Český Krumlov
Rechts het complex van de Jezuïeten

Jezuïeten

“Het lijkt droog meneer de dominee”, merkt Ech Nie op. Ze had tijdens mijn vertelling meer aandacht gehad voor de huidige situatie buiten dan voor al het gedoe binnen de kerk. “Laten we maar snel afrekenen. Wordt het misschien nog wat voor het weer gaat regenen.”

Terwijl we onze weg vervolgen, vertel ik verder over hoe Český Krumlov in die onrustige tijd een bolwerk van het katholieke geloof bleef, en dat dat door de toenmalige machthebbers, de familie Rosenberg, nog versterkt werd. Zij boden bescherming aan hun geloofsbroeders die elders moesten rennen voor hun leven en nodigden ook de Jezuïeten uit voor een verblijf in de stad. “Wie?”

“De Jezuïeten. De orde van Jezus. Zij waren er om tegenwicht te bieden aan de verwerpelijke ideeën van Hus en de latere kerkhervormer Luther. Met hun gelofte van absolute trouw en gehoorzaamheid aan de paus waren zij een soort katholiek keurkorps dat werd uitgezonden om verloren zielen te helpen als ze van het rechte pad waren geraakt. De zending staat bij deze orde centraal en daarom zonden zij de protestanten, die tot hun komst altijd in de St Jost kerk bijeen kwamen, van deze plaats heen. Ze moesten vertrekken omdat de kerk nodig was voor het missionariswerk van de nieuwe katholieke broeders.”

St. Vituskerk in Český Krumlov
St Vituskerk

Bier

“Hallelujah”, zegt Ech Nie. Niet uit vreugde over de actie van de Jezuïeten maar omdat dan toch eindelijk de zon door breekt. En hóe! Liepen we net nog met een vest en regenjas onder een paraplu, moeten we nu vanwege de warmte ineens al die spullen in onze handen dragen. Dat is geen doen, vinden we, en we nestelen onszelf op een zonovergoten terras aan het water. Bier brouwen zijn de Tsjechen goed in dus lijkt het ons verstandiger om een paar pilzen te gaan drinken dan dat we ons een breuk sjouwen aan jassen en vesten. Bovendien, het zou ook onbehoorlijk van ons zijn als we niet van ’s lands geneugten gebruik zouden maken. Dat kan je niet maken!

Behalve de brouwerij die Český Krumlov rijk is hebben de Eggenbergers ook de barok de stad ingebracht. Zij namen het kasteeI over van de familie Rosenberg en verbouwden het, geheel conform de mode van de tijd, tot een barok pareltje. Vooral de door hun aangelegde tuinen en het prachtige theater (samen met die in Drottningholm uniek in de wereld) zijn hiervan de blinkende voorbeelden. Lang konden ze er echter niet van genieten want ze stierven niet veel later uit en toen was het tijd voor de Schwarzenbergers om het toneel te betreden.

Neptunesfontein in kasteeltuin Český Krumlov
Neptunesfontein in kasteeltuin

Kasteel en tuinen

Nadat we ons tegoed hadden gedaan aan de drank besluiten we tot een laatste inspanning; een wandeling naar het slot. Het kasteel is letterlijk en figuurlijk het hoogtepunt van de stad en is tot grote hilariteit van Ech Nie te bereiken via de Hornístraat. “Het moet nou toch niet gekker worden”, schreeuwt ze het uit, “onderweg naar een climax, over de horny straat, in Sexy Krumlov!” De alcohol heeft zijn werk weer gedaan, stel ik glimlachend vast.

Omdat het nog lekker nazomert zien we af van een bezichtiging van het kasteel. We hebben geen zin in een rondgang door het paleis en geven de voorkeur aan de bloemrijke kasteeltuinen. Loom van drank en zon zitten we even later op een bankje in het lustoord stilletjes na te genieten van een toch wel hele fijne dag. “Lieflijk, vredig stadje dit”, concludeert Ech Nie. Ze heeft haar ogen gericht op de cascadefontein in het midden van de tuin en bewondert de schittering van de zon op de gespierde torso’s van de watergoden. “Dat vond Unesco ook al”, zeg ik, “zij motiveerden de inschrijving vanwege het architectonisch erfgoed wat intact is gebleven dankzij een vreedzame ontwikkeling gedurende meer dan vijf eeuwen.”

Doorkijkje op burcht in Český Krumlov
Kasteel

Ongewenst

“Nou dat heb ik dan goed gezien”, zegt Ech Nie.

“Zeker. Maar dat vreedzame kwam vooral nadat ze alle Duitsers het land hadden uitgegooid hoor.”

“Hè?”

“Ja, toen pas keerde de rust terug. Vroegen woonden er veel Duitsers in Tsjechië maar dat zorgde nogal eens voor trammelant. Dat was al zo in de tijd van vriend Hus en later, in de Tweede Wereldoorlog, begon dat geouwehoer opnieuw. Na afloop van het conflict waren de Tsjechen het zo zat dat ze alle Duitsers als ongewenste landverraders de grens overzetten.”

“Duitsers zijn stom”, zegt Ech Nie, “en bovendien, wat kan Sexy Krumlov er nou aan doen dat die mensen zijn verjaagd?”

“Tsja, dat is natuurlijk ook weer zo, daar kan het inderdaad niks aan doen.” We zijn het eigenlijk wel eens, Český Krumlov is de moeite meer dan waard en dat hebben zelfs de Duitsers niet weten te verzieken. “Ik ben blij dat het hem toch nog is geworden”, zegt Ech Nie verheugd, “want vanochtend zag het er allemaal toch heel anders uit.” Ze heeft het nog niet gezegd of het begint weer te stortregenen. “Tsjongejongejonge.”

“Ech Wel!”

Op stoom bij het Woudagemaal

Woudagemaal

Terwijl we nog druk discussieerden over onze ervaringen op Schokland parkeerden we de auto op het bijna lege parkeerterrein van het tweede werelderfgoed van de dag; het ir. D. F. Woudagemaal in Lemmer. De twee plaatsen liggen op nauwelijks een half uurtje rijden van elkaar en in die tijd was het ons niet gelukt om overeenstemming te bereiken over de vraag of Schokland nou éch wel of éch nie van universeel belang was. “In ieder geval is het Woudagemaal een mooie aanvulling”, gaf ik Ech Nie te kennen, “want ook hier hebben de Hollanders een aardig robbertje met het water gevochten.”

Verder lezen →

De Eolische eilanden in zwaar weer

Eolische eilanden

“Nog eentje maar schat en dan hebben we ze allemaal gehad. Dan is Sicilië compleet.” We toerden al twee weken rond op het Italiaanse eiland en onze vakantie naderde zijn voltooiing. Ech Nie zuchtte eens diep. “Nog eentje?”, vroeg ze op de haar zo kenmerkende, verveelde toon. “Er komt geen einde aan. Waar moeten we nu nog weer heen dan?”

“De Eolische eilanden meissie, vermaard om hun vulkanisme en genoemd naar Aeolus, de Griekse god van de wind.” Ik bracht het zo luchtig mogelijk maar wist meteen dat ik op zwaar weer kon rekenen.

Verder lezen →

Is de ideale lengte van een blogpost een queestie van tijd?

Blogpost

Of ik wel begreep dat het internet bedoeld was voor kort en snel?, werd mij onlangs gevraagd. “Eh, sorry?” Ja, dat dus. En of ik me wel realiseerde dat iederéén tegenwoordig om aandacht schreeuwt? “Eh, jawel maar…” En dat ik eens moest luisteren in plaats van maren. “Maar…” En of ik er wel eens aan gedacht had om mezelf in een ander te verplaatsen? “Eh…? Is er soms iets?”

“Ja, je lult teveel”

Verder lezen →

Romantiek langs de Rijn

Romantiek

Romantiek is aan mij niet besteed, ik heb liever snoeiharde seks daar ben ik te nuchter voor. Ech Nie, daarentegen, is een en al gevoelsmens. Een echte vrouw zogezegd, die vol zit met emotie en onzekerheid. Ze heeft aandacht nodig en affectie, wil voortdurend weten of alles nog wel goed is en ziet graag om de haverklap een bevestiging van mijn liefde. Omdat ze ook graag wordt overstelpt met aangename verrassingen, had ik in de zomer van 2013 een romantisch weekendje voor ons tweeën langs de Duitse Rijn geboekt. Het leek de ideale opmaat voor een gezellig samenzijn maar gek genoeg liep alles toch even anders…

Verder lezen →

Drama in barok Drottningholm

Hercules vecht met slang

Drottningholm ligt net even buiten Stockholm op een eiland in het Mälarmeer. “Het is anders maar een klein uurtje varen hoor”, verkondig ik Ech Nie voorzichtig. Ze heeft het niet zo op boten en maakt er doorgaans nogal een drama van als we zelfs maar in de buurt komen van iets dat vaart. “Met de boot?” vraagt ze, scherp als altijd.

“Nee met de bus nou goed?”

“Maar ik word altijd kotsmisselijk als we de woeste baren bevaren”

“Niet van deze schuit schat. Hij gaat alleen maar over een riviertje en….”

Verder lezen →

Een achtervolging bij de Pont du Gard

Pont du Gard

“Kijk”, zei ik tegen Ech Nie, “wij Nederlanders mogen dan misschien de naam hebben, we waren heus niet de enige die een beetje met water om konden gaan. Om in hun dagelijkse behoeften te kunnen voorzien bouwden de Romeinen bijvoorbeeld ook al een hele infrastructuur.” Ech Nie reageerde niet. Wars van Romeinen en hun behoeftes bleef ze lekker stug uit haar autoraampje kijken en deed of ze me niet hoorde.

Verder lezen →

Een slippertje in kalifaat Cordoba

Een woud van zuilen in Mezquita Cordoba

Van 711 tot 1492 stond op het grondgebied van het huidige Spanje en Portugal een islamitische staat. “Dat klinkt heel eng”, zei ik tegen Ech Nie, “maar dat viel eigenlijk best mee. Sterker nog, zo rond het jaar 1000 werd het gebied gezien als de welvarendste en meest beschaafde regio van Europa.” We liepen door de straten van het Spaanse Cordoba en waren onderweg naar de wereldberoemde moskee-kathedraal van de stad. Voor Ech Nie was het allemaal nieuw. Ze vond het al moeilijk te geloven dat islamieten vroeger de baas waren op het Iberische schiereiland maar toen ik zei dat het toenmalige kalifaat een land was waar moslims, joden en christenen vredig en in harmonie met elkaar samen leefden dacht ze helemaal in de maling te worden genomen.

Verder lezen →