Yosemite is superlatief mooi!

Yosemite

Het is 2015 en we verblijven in Mimosa, een klein plaatsje 165 mijlen (317 km) ten oosten van San Francisco. We gebruiken het gehucht als uitvalsbasis voor onze twee dagen durende bezichtiging van het natuurpark Yosemite. Tijdens de vijf kwartier durende rit naar dit bijzondere werelderfgoed grijp ik de opportuniteit om Ech Nie alles te vertellen over haar recente, turbulente geschiedenis. “Yosemite, mijn lief”, zo begin ik, “heeft zijn naam te danken aan de indianen. Het betekent zoveel als; onder hen zijn moordenaars.”

Verder lezen →

Zech je Zollverein, zech je kolenmijn

Zollverein

In februari 2014 liep ik al een tijdje rond met de gedachte om een bezoek te brengen aan een kolenmijn in het Duitse Ruhrgebied. Niet echt een site waar ik veel wilde verwachtingen van had maar wel een die zich op relatief korte afstand van Rotterdam (220 kilometer) bevond. Omdat er na 4 jaar erfgoedjagen daar ook niet zoveel meer van over waren hakte ik de knoop door en kondigde Ech Nie Zeche Zollverein aan. “Wat zechie?”, vroeg Ech Nie achterdochtig.

Verder lezen →

Unesco gooit met nieuw werelderfgoed de beuk erin

werelderfgoed

Man, man, man het was me het weekendje weer wel. Tijdens de jaarlijkse vergadering van Unesco, dit keer in het Poolse Krakau, verklaarden de wijze heren van Unesco 21 nieuwe sites tot werelderfgoed. Een heuglijk feit dat uiteraard bij ons thuis op veel bijval kon rekenen. “GVD, dus al dat gereis van de afgelopen 12 maanden is helemaal voor niets geweest?”, brulde een verontwaardigde Ech Nie bij het horen van het goede nieuws. “Ik bedoel; hebben we er net zelf 24 kunnen afvinken komt Unesco wéér met een hele zooi nieuwe monumenten op de proppen.”

Verder lezen →

Terug naar de Steentijd in de grot van Altamira

Altamira

Onze vakantie is meestal zo opgebouwd dat we de ene dag lamlendig op het strand liggen (wat Ech Nie het liefste doet) en ons de andere dag vergapen aan het lokale werelderfgoed. (waar ik weer het meeste lol aan beleef). Geven en nemen noemen ze dat. Maar ja, als we dan op de terugweg zijn van een lange dag op het strand en we komen toevallig langs een Unesco-monument dan is dat niet mijn schuld natuurlijk. “Wat nou, we moeten eerst nog even naar de grot van Altamira”, zegt Ech Nie licht gepikeerd, “dit is míjn dag en ik heb hartstikke honger!”

Verder lezen →

Het Stocletpaleis is kunst verpakt in marmer

Stocletpaleis

“Wáár gaan we naar toe?” vraagt Ech Nie als we met ons autootje onderweg zijn naar de Belgische hoofdstad Brussel. “Het Stocletpaleis meissie, dat zei ik toch al?”

“Het Stocletpaleis?” herhaalt ze. “Moet ik dat kennen ofzo?”

“Nee, dat niet. Tenminste, het zou me verbazen als je dat wel deed. Maar goed, daarom gaan we er ook heen natuurlijk.”

“Oh fijn. En heb ik daar zelf ook nog wat over te zeggen?”

Verder lezen →

De kathedraal van Chartres wordt omringd door mythen en mysteries

Chartres

Het is juli 2015 en we verblijven een weekendje in de Champagnestreek. Na een poosje druk bezig te zijn geweest met allerlei zondige zaken lijkt het ons op zeker moment tijd voor wat bezinning. We tikken ons reisdoel in op de nieuwe TomTom en rijden in een uurtje naar, ja naar waar eigenlijk? God-mag-weten-waar. Blind vertrouwend op de navigatie komen we namelijk op een of ander nietszeggend weggetje midden op het Franse platteland terecht. De TomTom geeft aan dat we er zijn maar daar zijn we zelf toch niet zo zeker van. “Het is een mysterie”, roept Ech Nie meteen.

Verder lezen →

Wordt het nog wat met Český Krumlov?

Český Krumlov

Een vlugge blik naar buiten leert dat het hem vandaag niet gaat worden. Het stortregent en dat zal het zo te zien nog wel even blijven doen. Geen Český Krumlov dus, constateer ik beteuterd. “Dat gaat hem niet worden vandaag”, zegt ook een sippe Ech Nie wanneer ze even later uit het raam kijkt. Ze had gehoopt op een zonnige dag aan het water maar ziet haar plannen door het weer gedwarsboomd. Ik knik en stel droogjes vast dat het inderdaad behoorlijk vochtig is. “Tsjongejonge”, voegt Ech Nie er verwijtend aan toe, “lekker zo’n landklimaat. Ik dacht dat we hier alleen maar lange, warme dagen zouden hebben?”

Verder lezen →

Op stoom bij het Woudagemaal

Woudagemaal

Terwijl we nog druk discussieerden over onze ervaringen op Schokland parkeerden we de auto op het bijna lege parkeerterrein van het tweede werelderfgoed van de dag; het ir. D. F. Woudagemaal in Lemmer. De twee plaatsen liggen op nauwelijks een half uurtje rijden van elkaar en in die tijd was het ons niet gelukt om overeenstemming te bereiken over de vraag of Schokland nou éch wel of éch nie van universeel belang was. “In ieder geval is het Woudagemaal een mooie aanvulling”, gaf ik Ech Nie te kennen, “want ook hier is een aardig robbertje met het water gevochten.”

Verder lezen →

De Eolische eilanden in zwaar weer

Eolische eilanden

“Nog eentje maar schat en dan hebben we ze allemaal gehad. Dan is Sicilië compleet.” We toerden al twee weken rond op het Italiaanse eiland en onze vakantie naderde zijn voltooiing. Ech Nie zuchtte eens diep. “Nog eentje?”, vroeg ze op de haar zo kenmerkende, verveelde toon. “Er komt geen einde aan. Waar moeten we nu nog weer naar toe dan?”

“De Eolische eilanden meissie, vermaard om hun vulkanisme en genoemd naar Aeolus, de Griekse god van de wind.” Ik bracht het zo luchtig mogelijk maar wist meteen dat ik op zwaar weer kon rekenen.

Verder lezen →

Is de ideale lengte van een blogpost een queestie van tijd?

Blogpost

Of ik wel begreep dat het internet bedoeld was voor kort en snel?, werd mij onlangs gevraagd. “Eh, sorry?” Ja, dat dus. En of ik me wel realiseerde dat iederéén tegenwoordig om aandacht schreeuwt? “Eh, jawel maar…” En dat ik eens moest luisteren in plaats van maren. “Maar…” En of ik er wel eens aan gedacht had om mezelf in een ander te verplaatsen? “Eh…? Is er soms iets?”

“Ja, je lult teveel”

Verder lezen →