De romantiek was in het Portugese klooster van Alcobaça al tot grote hoogten gestegen, maar met het cultuurlandschap van Sintra, een berg hemelse kastelen, meen ik er nog een schepje bovenop te moeten doen. “Ja, ik weet het meissie, Alcobaça was schitterend, helemaal eens, maar als we éch de toppen van de Romantiek willen bewonderen dan moeten we nog een stukje zuidelijker, naar Sintra, het vroegere toevluchtsoord van koningen en koffiebazen.”

“Wordt het daar nog mooier dan?”

“Wat heet! Lord Byron had het zelfs over een Glorious Eden.”

Romantiek ten top, hoger dan de felrode klokkentoren van het Pena-paleis kom je het niet tegen in Sintra

Lord Byron dicht Childe Harolds pilgrimage

Look! Sintra’s glorious Eden intervenes
In variegated maze of mount and glen.

(Kijk! Sintra’s glorieuze Hof van Eden verschijnt,
in een bont doolhof van bergen en dalen.)

Lord Byron was misschien wel de meest romantische dichter aller tijden, een poëet die met zijn verzen niet alleen gevoelige snaren wist te raken, maar die met zijn losbandige levensstijl tevens de harten van vele aanbidders stal. Hij lapte alle normen en waarden aan zijn laars, provoceerde voortdurend het gezag, overschreed met grote regelmaat de grenzen van het betamelijke en zette zich met ziel en zaligheid in voor de onafhankelijkheidsstrijd van Italië en Griekenland. Dat hij ondertussen zijn begeerten op een ieder die hij tegenkwam botvierde (waaronder zijn eigen halfzus) namen zijn fans voor lief, sterker nog; dat promiscue gedrag droeg alleen maar bij aan zijn heldenstatus.

“Oh my Lord!”, uit Ech Nie haar ontzetting.

“Ja maar wel een Lord waarin een dichterlijk genie schuil ging. Hij werd groot met Childe Harold’s pilgrimage, een episch gedicht over de omzwervingen van Jonker Harold in een Europa na Napoleon.”

Het oudste kasteel van Sintra staat in het centrum van de stad en is van Moorse oorsprong

Romantici vinden lust in lijden

Lord Byron portretteerde Jonker Harold als een ontevreden, gedesillusioneerde jongeman die in het buitenland ging zoeken wat hij thuis niet kon vinden.

Zwartgalligheid begon hem te kwellen;
Hij schuwde braspartij en beuzelpraat.
Soms zag men tranen in zijn ogen wellen,
Door Trots meteen bevroren. Desolaat
En eenzaam zwierf hij peinzend over straat,
Tot hij besloot om uit zijn land te wijken
Naar streken met een schroeiender klimaat.
Leed ging hem, zat van pret, begeerlijk lijken:
Hij zou, op zoek daarnaar, zelfs in de hel gaan kijken!

“Je hoort het, Byrons verzen droegen alle kenmerken van de Romantiek in zich; vluchtgedrag, pijn als fijn ervaren en de drang naar het verhevene…”

“Het verhevene?”, herhaalt Ech Nie niet begrijpend. “Hij wil naar de hel!”

“Ja heel typerend voor de ware romanticus, hij zocht het verhevene in de ondergang; zijn lust in lijden. Een bekende filosoof uit de Romantiek definieerde het verhevene eens als een combinatie van genot en angst. Romantici cultiveerden dat contrast. Zij zagen schoonheid in verval, raakten in de ban van femme fatales en legden een buitengewone belangstelling aan de dag voor de nachtzijde van het leven.”

Pijn is fijn, vonden de romantici, en zo dachten ze blijkbaar ook over lelijke verfraaiingen; hoe afzichtelijker, hoe beter

Grand Tour inspireert Lord Byron

Er was een jonge Brit die niet wou deugen.
Hij wijdde zich aan bandeloze pret,
Kon zich alleen in roerigheid verheugen,
Hield joelend zelfs de moede Nacht uit bed.

O wee! Hij was een schaamteloos sujet,
Voor wie fatsoen of eer niet leek te tellen.
Het liefste vulde hij zijn dagen met
Goddeloos gebras en lellebellen

Harolds pelgrimage had alle schijn van een autobiografie, daar George Gordon Byron tijdens zijn Grand Tour precies dezelfde route aflegde. Bovendien leidde Gordon eveneens een leven vol ongebreidelde spilzucht, drankgelagen en seksuele uitspattingen, en noopte dat wilde vrijgezellenbestaan hem naar elders uit te wijken.

“Gordon??”, papegaait Ech Nie minzaam, “heette die Gordon?”

“Dat was zijn tweede naam ja, hoezo?”

 “Nou niks, alleen. What’s in a name? Zou ik haast zeggen…”

“Oh haha, jij doelt natuurlijk op die vervelende relnicht uit 020? Die altijd in praatprogramma’s loopt te zielenpieten? Ik snap het. Maar de rijmelarij in zijn smartlappen kan nog niet in de schaduw staan van de literaire mirakelen die Byron aan het papier toevertrouwde. Net als zijn roem trouwens. De Britse Gordon staat te boek als de eerste échte wereldster…”

Het beeldhouwwerk en de azulejos van het originele, Manuelijnse klooster kon ons daarentegen weer wel bekoren

Wereldster Gordon zet Sintra op de kaart

De zeilen bolden zich, de winden stuurden
Hem blij, zo leek het, uit zijn thuisland heen,
Terwijl hij naar de witte krijtkust tuurde
Totdat ze achter ziedend schuim verdween;
En hij besloot zijn twijfel – zinloos scheen
Ineens zijn zwerflust – manlijk te bedwingen:
Hij klaagde niet, en droeg zijn leed alleen
.

Het eerste land wat Harold/Byron aandeed was Portugal. En hoewel hij Lissabon nog verafschuwde, verafgoodde hij het hemelse Sintra, dat een uurtje verderop lag. Zie Sintra’s paradijs op aarde gloren, dat bonte paradijs van bos en gaard. Lyrisch sprak hij over Sintra’s steile rotspunten die met wankelende kloosters bekroond waren en de eeuwenoude kurkeiken die de ruige hellingen bekleedden. Maar het zeer van een echte romanticus liet zich altijd voelen, en die kwam bij Boy George naar voren toe hij misnoegd vaststelde dat wat de hemelen voor dit heerlijke land hadden gedaan, door de mens helaas ontheiligd werd.

“Wat dan?”

“Ja dat had te maken met het wangedrag van Franse troepen en zijn ergernis over het feit dat zij zich daar geen rekenschap over hoefden te geven, toen ze verslagen waren. Maar goed, na publicatie van de eerste twee canto’s hield dat de toeristenmassa’s niet tegen; integendeel. Behalve dat Lord Byron met zijn epos uitgroeide tot de held van de Romantiek (eindelijk iemand die de melancholische stemming van deze periode in woorden had weten te vangen) verleidden zijn strofes bulken reizigers om Sintra met eigen ogen te aanschouwen.”

De nieuwbakken tegels van het Pena-paleis schaarden we onder dezelfde categorie als de mislukte waterspuwers; kitsch

Met Ferdinand haalde Portugese koningin de Romantiek in huis

In het post-Napoleontische tijdperk echoden de woorden van Lord Byron nog lang na. De wereld was veranderd, zoveel was wel duidelijk, maar romantici keken het met lede ogen aan. Zij zagen hoe de Industriële Revolutie om zich heen greep, het landschap onttoverde en de mens tot een machine maakte; een ontwikkeling waarmee je hen geen groter verdriet kon doen. Verbitterd keerden zij zich af van de vooruitgang en grepen in plaats daarvan terug op het zo van mythen doordrongen verleden; toen dappere ridders nog onverschrokken de edelmoedige geest verdedigden en het donkere woud vol bovennatuurlijke wezens zat.

De Duitse prins Ferdinand was een van hen. Hij droomde hele dagen lang over die goede oude riddertijd en verbeet zich tegelijkertijd over de botte pech dat hij pas enkele eeuwen nadien het levenslicht had gezien. Het toeval wilde echter dat de Portugese koningin plots om een romantische prins verlegen zat. Haar man was onverwacht overleden en wellicht dat Ferdinand zijn plaats wilde innemen?

Dat liet meneer zich geen twee keer zeggen. Eindelijk kreeg hij de kans om zijn dromen waar te maken! Hij toog direct naar Portugal, stapte daar in het huwelijksbootje en kocht kort daarna het wankele klooster waarover Lord Byron reeds repte. Ondertussen maakte hij zijn nieuwbakken echtgenote duidelijk dat zij het op politiek gebied verder alleen moest uitzoeken. Hij had niks met staatkundige zaken en prefereerde de roemruchte historie van zijn nieuwe vaderland van een verse impuls te voorzien.

“Fijne vent zeg!”

“Ja joh, met die geschiedenisfanaten moet je ech uitkijken, daar zit geen enkele toekomst in!”

Een borstbeeld van Ferdinand II, de door Weltschmerz gekwelde koning…

Baron ontwerpt Palacio da Pena in eclectische stijl

Sintra bood alles wat de romanticus bliefde. Het had de oneindige oceaan aan zijn voeten, mistflarden rond zijn toppen, verlaten landgoederen in zijn domeinen, een weergaloze natuur om je aan te vergapen en een geschiedenis waar je u tegen zei. De Romeinen construeerden er al tempels, de Moren zaten er op hun alpiene troon, Reconquistatoren maakten de plaats katholiek en monarchen kwamen er graag op adem in royale onderkomens.

Ferdinand wilde die traditie voortzetten. Hij nam een Duitse baron in de arm, een man die, als kennis van Goethe, wist wat er op het romantische vlak van hem verwacht werd, en gaf hem de opdracht de restanten van het oude, wankele klooster op te nemen in een nieuw te bouwen zomerresidentie, voor hem en zijn familie. Daarbij kreeg de baron het uitdrukkelijke verzoek om het paleis te ontwerpen in een eclectische stijl.

“In een wat?”

“Een eclectische stijl. Dat betekent in feite; pleur alles maar door mekaar heen.”

“Waarom zou je dat willen?, vraagt Ech Nie niet begrijpend. “Omdat de koning en de baron van mening waren dat contrasten sfeer opriepen, en emotie. Vandaar dat zij Moorse spitsbogen, gotische elementen en Manuelijnse vensters op een hoop gooiden met symbolische ornamenten afkomstig uit de orde van de Tempeliers. Op die manier hoopten ze recht te doen aan ’s lands roemrijke historie en bezoekers tegelijkertijd de illusie te geven dat het bouwwerk door de eeuwen heen gestaag gegroeid was. Net zoals een echt kasteel.

Nadat de Moren door Alfons de veroveraar waren verslagen raakte hun kasteel langzaam in verval. Koning Ferdinand beval de boel te restaureren

Romantische sfeer door derden teniet gedaan

Van onder aan de berg ervaren wij de schoonheid die Lord Byron twee eeuwen daarvoor ook al overviel, prachtige paleizen en tuinen die oprijzen te midden van rotsen, watervallen en afgronden. Het Pena-paleis, zoals Ferdinands fantasievolle optrekje inmiddels bekend was komen te staan, bekroond de heuvel. In eerste instantie zijn wij onder de indruk van het kleurrijke werelderfgoed, maar ons enthousiasme krijgt een eerste knauw als de tuktuk die ons er naar toe brengt € 25,– voor een ritje van een paar minuten vraagt. “Lekker romantisch!”, vindt Ech Nie.

Meer bedenkingen volgen als we bij het aanschaffen van een kaartje voor lange rijen bij de ingang worden gewaarschuwd. “Dat kan zomaar een half uur duren!” Eerst moeten we echter nog een stuk omhoog klimmen, door de weelderige tuinen heen die het kasteel omringen, en omdat we daar bijna niemand aantreffen denken we aanvankelijk dat het wel mee zal vallen. Zeker als we, eenmaal boven, ook geen hordes mensen ontwaren. “Hoeveel dan?”

“Gewoon een paar.”

“Pfff, gelukkig maar, want anders was alle Romantiek ech meteen vervlogen geweest!”

Ontsnappen wilde de koning, en daarvoor liet hij ook omvangrijke tuinen rond zijn sprookje aanleggen vol met exotische vegetatie waterlopen en imitatieruïnes

Toegangspoort Pena-paleis is uithangbord van Portugese architectuur

Toch laat de eerste teleurstelling niet lang op zich wachten; wat van veraf nog alleraardigst oogde, ziet er van dichtbij vooral heel kitscherig uit. Dit is niet oud, dit is nep. Omdat ik het patrimonium in de uren daarvoor nogal heb bewierookt, en ik me daardoor een beetje schuldig voel over de ontgoocheling die ik in Ech Nie’s kijkers ontwaar, probeer ik mijn lief wanhopig warm te maken voor de opgeklopte suikertaart.

“Dit is niet zomaar een toegangspoort hè, details van enkele van Lissabons meest opzienbarende gebouwen zitten in deze monumentale triomfboog verwerkt. Typisch neo-manuelijns zijn de Tempelierskruizen op de wapenschilden bovenaan de poorten en de beide wachttorentjes aan weerszijden van de ingang. Ze zijn gemodelleerd naar de torentjes die aan de Torre de Bélem zijn geplakt.”

“Hmmm ja…”

“Neo-renaissancistisch zijn de ruitvormige reliëfs en de halve bollen op de gevel; respectievelijk afgekeken van het huis met de punten (Casa dos Bicos) en het paleis met de ballen op de hoek (Palácio do Cunhal das Bolas). De historische stijlen symboliseren de glorietijd van Portugal.”

Met het harnas boven de boog maakte de vorst bezoekers duidelijk dat dit de burcht van een echte ridder was

Beestachtige Triton prikkelt romantici

“Ik weet het niet Ech Wel. Het is allemaal best leuk bedacht, maar ik krijg een beetje het gevoel alsof ik in de Efteling loop.”

“Laten we dan maar snel verder gaan, een stukje verderop bevindt zich de Tritonpoort, met het meest romantische beeld van het hele paleis.”

“Hmmm ja…”, luidt Ech Nie’s vernietigende oordeel, bij een eerste aanblik. “Nou zeg, zo erg is dit gedrocht toch ook weer niet? Het monster is half vis, half mens. En zijn tweedeling is ook in de façade doorgetrokken; beneden de oceaan met waterplanten, schelpen en koraal; daarboven de aarde met een boom, wijnranken en druiventrossen. Volgens deskundigen beeldt het de Schepping uit…”

“En dit noem jij romantisch?”

”Eh, nou ja, Triton was van oorsprong een zeegod uit de Griekse mythologie, dus die kon sowieso rekenen op romantische interesse; en met zijn vervaarlijke uiterlijk geraakt die uiteraard ook aan de romantische fascinatie voor het verhevene, oftewel hun verrukking om het angstaanjagende.”

“Hmmm…”

Boze Triton tussen waterplanten en druivenranken

Op weg naar nieuwe werelden bedwong Portugal de Adamastor

Er is overigens ook wel gesuggereerd dat het mormel de Adamastor voorstelt, een reusachtig waterwezen dat vroeger de Kaap de Goede Hoop (de zuid-westelijkste punt van Afrika) bewaakte. En daar is ook wel wat voor te zeggen. Lange tijd lukte het scheepslieden niet voorbij de Kaap te komen omdat, naar men zei, de Adamastor, de verpersoonlijking van zware stormen en sterke stromingen, hen telkens schipbreuk liet lijden. In 1488 geschiedde echter het wonder. Een Portugese zeevaarder presteerde het onmogelijke. Hij slechtte de Kaap en onderstreepte daarmee Portugals maritieme macht.

Negen jaar later volgde ontdekkingsreiziger Vasco da Gama zijn voorbeeld. Hij was de eerste Europeaan die (via de Kaap) een zeeroute naar India vond. En toen hij terugkeerde uit de Oost was koning Manuel zo verheugd dat hij ter ere van hem een abdij op de bergen van Sintra liet oprichten.

“Het oude klooster waar Ferdinand dit kasteel omheen bouwde?”

“Juistem. De Adamastor verzinnebeeldt hier dus het heroïsche verleden van Portugal, datgene wat Ferdinand zo gaarne wilde promoten. En tegelijkertijd stipt hij ook tal van andere populaire, romantische thema’s aan; het verlangen naar een andere wereld, de liefde voor exotische reizen, de hunkering naar het onbevattelijke…”

Moorse poort, Manuelijnse kolommen, paarse azulejos; het kon Ferdinand niet eclectisch genoeg

Als vluchten je enige optie is…

Met deze uitleg kan de Triton nog net enige waardering bij Ech Nie wegdragen, net als de ode aan de zee die het Tempeliersvenster verkondigt (naar het voorbeeld van het Manuelijnse kapittelvenster in het klooster van Tomar). Maar als we daarna ervoor kiezen het interieur te gaan bezichtigen, duurt het niet lang of datgene wat de kassadame reeds te berde bracht wordt tot onze grote schrik bewaarheid; in het trappenhuis stuiten we op een onbeweeglijke massa. “Nee toch hè?” We hopen op een klein oponthoud, maar al snel wordt duidelijk dat we in een vreselijke fuik zijn terechtgekomen.

“Shit!”

Het smalle pad wat we tussen de kamers door moeten bewandelen staat zo boordevol mensen dat noch passeren noch keren een optie is. “Krijg de pest!”

Gevangen in een meurende meute beseffen we dat we nergens meer heen kunnen en dat we deze beproeving voetje voor voetje zullen moeten doorstaan. De neuriënde man achter ons maakt het er met zijn irritante deuntje bepaald niet beter op, en een gruwelijk zwetende Chinees achter ons, die ons tijdens het fotograferen telkens weer aanstoot, maakt het allengs ondragelijk. “Uitkijken 我们起来一样!”

Nadat twee jengelende kinderen ook het laatste beetje bloed onder onze nagels vandaan trekken, zijn we er definitief klaar mee. “Ik kan hier niet tegen hoor”, briest Ech Nie. “Ik word gek!” Verbeten ga ik op zoek naar een discrete uitweg, maar als ik daarin faal zit er voor mij niks anders op dan de botte bijl te hanteren. “Allemaal heel gauw oplazerstralen. Nú!” Waarna ik Ech Nie bij de arm pak en iedereen die niet snel genoeg aan de kant gaat opzij elleboog.

Vluchtgedrag is kenmerkend voor romantici, zullen we maar zeggen.

Byronische held zag in Sintra het levenslicht

Op een terrasje nabij moet een glaasje port ons er weer bovenop helpen. “Wat een tegenvaller hè?”, dat Sintra, laat Ech Nie zich ontvallen. “Ja met die drukte is het niet te doen, maar in de tijd van Ferdinand, toen hier nog een serene stilte over de heuvels hing, was dit toch echt de uitgelezen plek om de Byronische held uit te hangen.”

“De Byronische held?”

“Ja Lord Byrons belangrijkste literaire bijdrage was de creatie van een wankelmoedige eenling, die, geplaagd door zijn verleden, zich isoleerde van zijn omgeving en zich met zwaar gemoed begon af te zetten tegen de maatschappij.”

De jonker ging lichtzinnig door het leven,
Een eendagsvlieg in wilde werveling,
Te gretig om zich rekenschap te geven
Van ’t broze wezen ener sterveling.
Toen bracht het lot helaas een kentering:
Nog voor een derde om was van zijn jaren,
Was hij blasé van de verzadiging
Het leven in zijn land ging hem bezwaren,
Waar mensen zoals hij, zo dacht hij, eenzaam waren.

Over alles dacht de monarch na, maar het verven van zijn onderkomen liet hij over aan een kleuter van 4. Is niet zo, lijkt wel zo

Pena-paleis bekent kleur

“Dat was Harold uiteraard, en Lord Byron zelf, naar wie de held vernoemd werd, maar ook Ferdinand. Hij was de onbegrepen koning die zich, te midden van zijn eigenhandig geschapen kantelen en koepels, liever ridder waande dan dat hij zich bemoeide met de strijd die buiten aan de gang was, tussen conservatieven en progressieven. Van hem hoorde je eigenlijk alleen wat als het ging om het propageren van de Manuelstijl of het restaureren van het klooster van Batalha, voor de rest moest je hem niet lastig vallen, verkleed als Tempelier zat hij met zijn hoofd immer in de middeleeuwen.”

“Maar de middeleeuwen werden toch altijd beschouwd als een donkere periode?”

“Ja, een van de redenen waarom Ferdinand zich er zo door aangetrokken voelde, romantici schurken graag tegen het duistere aan…”

“Dat begreep ik ja, alleen snap ik dan niet waarom die van het Pena-paleis zo’n kleurboek maakte?”

“Nee dat lijkt inderdaad in tegenspraak met elkaar. Maar volgens mij wilde hij zo laten zien wat origineel was (het rode gedeelte) en wat hij samen met de baron getekend had. Daarnaast maakten al die pasteltinten het geheel ook wat uitheemser natuurlijk, en dat paste wel weer helemaal in het romantische straatje.

Vanuit het diepe groen rijst het mysterie van Quinta da Regaleira op…

De wonderen van Quinta da Regaleira zijn niet voor iedereen

Met het glaasje port achter de kiezen, is het tijd voor de introductie van koffiebaas Carvalho Monteiro. “Koning Ferdinand was namelijk niet de enige romanticus op de berg, een stukje bij hem vandaan transformeerde een bijna net zo ridderlijk heerschap eind 19e eeuw het buitenhuis Quinta da Regaleira tot een esoterisch wonderland.”

“Wat voor land?”

“Esoterisch. Dat wil zoiets zeggen als: alleen voor een kleine groep ingewijden te begrijpen. Hij had zijn schepping een diepere werkelijkheid meegegeven, een geheime boodschap, maar hij waarschuwde dat die alleen voor échte romantici te achterhalen zou zijn.”

“Oh interessant, en waarom deed die dat?”

“Tsja, romantici rebelleerden nou eenmaal graag tegen de rechtlijnigheid van de Verlichting. Zij zagen niks in een kille, berekende manier van leven, maar stortten zich bij voorkeur, met alles wat ze in zich hadden, op de passies van de ziel. Dat is ook waarom Monteiro zoveel geld in zijn themapark stak. Het was voor hem; alles of niets.”

“Nou ja, zijn huis ziet er wel authentieker uit dan dat van Ferdinand.”

“Ja gebouwd in één stijl (de neo-manuelijnse), dus dat scheelt. Het eclectische gedeelte bewaarde hij voor zijn tuin.”

Typerend voor de Manuelstijl is zijn link met de scheepvaart, hier zichtbaar door de talrijke armillariums (ronde navigatie-instrumenten) en de windvaan met het Tempelierskruis erop

In historische wereldliteratuur ligt geheim Quinta da Regaleira besloten

In het foldertje wat we bij binnenkomst in de hand gedrukt krijgen staat het al: De tuin moet worden gezien als een universum vol magische en mysterieuze plekken. Het Paradijs wordt gevonden met behulp van mundus inferus, zoals bij Dante’s Inferno, en onderweg treft men werelden die refereren aan mythologie, Olympus, Vergilius, Dante, Milton, de Tempeliers, aan grote mystici en magiërs, en aan de enigma’s van Ars Magna.

“Geen idee wat ik nou zojuist gelezen heb”, zegt Ech Nie met gespreide handen. “Nee hij refereert wel aan een hele grote groep legendarische figuren”, antwoord ik, “dus dat kan ik wel begrijpen. Maar zoals ik het lees moeten we weer op zoek naar het Glorious Eden; alleen niet aan de hand van Byron, zoals we hierboven hebben gedaan, maar met Dante als gids. Dante en nog een paar anderen.”

“En Dante is?”

“Een romanticus uit de 14e eeuw…”

Een fontein met de initialen van de koffiebaas. De twee pilaren zouden verwijzen naar de twee zuilen van de Tempel van Salomo, een bekend symbool uit de Vrijmetselarij

Dante schrijft Goddelijke Komedie

Vaak, in de dolste uren in zijn leven,
Gevoelde hij een steek van vreemd verdriet
Om liefde die men hem niet had gegeven,
Een vete die zich niet verzoenen liet:
Een spijt die niemand kende, niemand ried.
Hij was het niet gewend zijn leed te uiten
Zo argeloos en open was hij niet.
Hij vroeg advies noch troost aan zijn kornuiten,
Berustend in een smart die hij niet wist te stuiten.

Dichter Dante bevond zich rond 1300 in die karakteristieke tragische gemoedstoestand die we van romantici zo gewoon zijn. Een opgedrongen zwerversbestaan, verloren idealen en een grote liefde die hem was ontvallen. Ik bevind me in een donker woud, zei die er zelf over.

Rondom mij dicht en doornig kreupelhout
Ik kan niet zeggen hoe het mij bezwaarde
Nu de herinnering mij weer benauwt:

Een bitterheid die doodsnood evenaarde.

Om van zijn complex af te komen schreef hij de (Goddelijke) Komedie, een verhaal dat hem via de Hel en de Louteringsberg in het Paradijs bracht.

“Aha”, zegt Ech Nie. “Dus dat is de weg die we moeten gaan. Alleen hebben ze het hier over mun-dus in-fe-rus en Dante’s Inferno.”

“Mundus inferus staat voor het dodenrijk of de onderwereld; Dante’s inferno slaat op het eerste deel van zijn meesterwerk, dat de Hel, oftewel het Inferno, beschrijft.”

De initiatieput biedt gasten een kijkje in het onderaardse

Met Dante naar de onderste diepten van de Hel

Het spectaculairste deel van de tuin is de Initiatieput, een omgekeerde toren die liefst 27 meter diep de grond in steekt; “De ingang naar de Hel”, verklaar ik Ech Nie, als we hem hebben gevonden.

Hier komt men in het oord der folteringen,
Hier komt men waar de zondaar eeuwig lijdt,
Hier komen men onder de verworpelingen.

Negen verdiepingen tellen we naar beneden, wat “uiteraard verwijst naar de negen sferen van de Hel, die Dante benoemd.”

“Uiteraard…”

“Al kan het ook zijn dat de negen refereert aan de negen oprichters van de orde van de Tempeliers…”

“Oh dat gaat lekker zo”, beaamt Ech Nie, en ze pakt het pamflet er nog eens bij; “Kunnen we ook nog een van die andere jongens afstrepen?”

“Zeker, Vergilius was een Romeinse dichter die Dante op zijn tocht vergezelde, dus daar kan ook een streep doorheen. Wie hebbie verder nog?”

“Milton en Ars Magna.”

Tussen alle symboliek, paden en grotten kunnen een paar fabeldieren natuurlijk niet ontbreken

Op zoek naar het Paradijs met Milton en Ars Magna

“John Milton was een Engelse dichter die ook al op zoek was naar het Paradijs. Hij schreef twee werken, de eerste (Paradise Lost) had de verdrijving uit het Hof van Eden en de zondeval van de mens als onderwerp (waarbij met name de sympathieke duivel voor de Kerk een onverteerbare rol speelde). Het tweede deel (Paradise regained) vertelde over hoe het Paradijs weer gevonden kon worden.”

“En Ars Magna?”

“Dat is geen persoon maar een manuscript, Ars Magna is Latijns voor Grote Kunst. Het is een document geschreven door Ramon Llull, een invloedrijke, Catalaanse dichter en mysticus, waarin hij poogde alle beschikbare kennis door middel van ingewikkelde diagrammen en cirkels te bundelen.”

“Jaja, en hoe passen we dat document in deze toren?”

“De cirkels komen natuurlijk terug in de rondingen van de wenteltrap, dat is één, maar daarnaast had hij ook een theorie ontwikkeld waarin de materiële wereld door middel van een spirituele ladder met de geestelijke in verbinding stond. Dus dat zal de link wel zijn.”

En terwijl antieke goden toezien op de oerkracht van de natuur…

Ondergronds gaat beproeving verder

Geboeid door het verhevene dalen we vervolgens af in de Hel. “Wel een beetje luguber”, huivert vrouwlief opgewonden, “zo wandelen naar je dood…”

“Dat doe je natuurlijk altijd hè, elke dag brengt je weer een beetje dichter bij je kist…”

“Ja maar dan loop je niet door de diepten van Moeder Aarde toch?”

“Nee, dat klopt. Deze reis moet je dan ook zien als een transformatie van de ziel, dat is althans wat die beoogt te bewerkstelligen. Tijdens de neergang is het de bedoeling om je zonden onder ogen te zien, te reflecteren op de tijd die achter je ligt. En omdat dat soms best confronterend kan zijn liet Monteiro helemaal onder in de put een Tempelierskruis aanleggen, als teken van hoop. De windroos die eroverheen geplaatst werd moet je zien als je morele kompas.”

“Okee. En heeft-ie ook nog bedacht hoe we hier uitkomen?”

Passen andere mythische wezens op verborgen doorgangen

Na loslaten schaduwen van verleden komt verlichting

Ik wijs op het ondergrondse gangenstelsel. “Als we het dieptepunt hebben bereikt, dienen we de ziel te louteren en naar verlichting te zoeken. Zodra we dat gevonden hebben kunnen we worden herboren. “Jahaaa!! !” roept Ech Nie overdreven blij, als we na een tijdje vanachter een waterval weer aan de oppervlakte komen. “Het Paradijs!”

“Ja, mooi gedaan hè?” roep ook ik verrukt. “En zie je de connectie? Metaforisch gezien ben je zojuist uit een geboortekanaal gekropen…”

“Hè lekker zeg.”

Bij aankomst in het Paradijs beleefde Dante een vreugdevolle hereniging; Vergilius mocht hem als heiden niet verder begeleiden (hij leefde voor het christendom werd uitgevonden en kon zodoende nooit gedoopt worden) maar in plaats daarvan stond, tot zijn groot geluk, de liefde die voor hem altijd onbereikbaar was, hem op te wachten.

Onder de indruk van het hemelse licht, suste zij hem rustig:

Ik wendde mij verbijsterd naar de vrouwe
Die mijn geleidster was, zoals een kind
Vertroosting zoekt bij wie het kan vertrouwen;

En als een moeder die de woorden vindt
Om het ontstelde knaapje te kalmeren,
Dat door haar stemgeluid zijn rust herwint,

Wist zij aldus mijn onrust te bezweren:
“Je bent hier in de hemel en je weet
dat slechts het goed ons kan inspireren”

Het Paradijs

Poëtisch Paradijs

John Milton realiseerde zich na de zuivering dat het Paradijs niet zozeer een fysieke plaats was, maar meer een innerlijke staat van zijn; Ramon Llull concludeerde dat het Paradijs de plek was waar “de minnaar” eindelijk onafgebroken in pure liefde en kennis met “de geliefde” verbonden was.

“Oóóóh, wat poëtisch!”

“Ja, ik denk dat we de strekking van Monteiro’s verhaal nu wel hebben doorgrond, échte Romantiek kan niet zonder een knap stukje dichtwerk!

Want wie vertrouwt de tranenvloed
Van vrouw of minnares?
Een nieuwe liefde stopt met spoed
Het korte rouwproces.
Ik vrees niet wat er komen gaat,
Ik rouw niet om gemis,
Maar treur omdat ik niets verlaat
Dat tranen waardig is.

Ech Wel!


Ook wel eens de paleizen van Sintra bezocht? Poëzie geschreven of de Romantiek bedreven? Laat het ons weten in de reacties hieronder, we horen het graag!

Praktische informatie

Behalve de in het artikel beschreven kastelen behoren nog heel wat meer bouwwerken tot het werelderfgoed. Hieronder vallen: het Paleis van Monserrate, Quinta da Penha Verde, het Paleis van Ribafrias, Paleis van Seteais, het Drievuldigheidsklooster van de Arrabalde en nog een paar kerken en parken. Van dit rijtje zou vooral het Paleis van Monserrate bezienswaardig zijn, maar wij hadden na het Pena-paleis en Quinta da Regeleira wel genoeg Romantiek gezien.

Kennis maken met natuur, cultuur, geschiedenis en (klassieke) kunst; destijds noemden ze het een Grand Tour, tegenwoordig een werelderfgoedqueeste. Montaigne (de filosoof uit Bordeaux) was zo’n beetje de eerste, Goethe deed het ook, en Lord Byron bleef niet achter. Op zijn reizen kwam hij onder meer langs: Sintra, Gibraltar, Sevilla, Delphi, Athene, Troje, Constantinopel, Venetië, Padua, Ferrara, Bologna, Ravenna, Pisa, Cinque Terre, Rome, Genua, Midden-Rijndal (waar die zijn hart ophaalde) en natuurlijk zijn thuisstad Londen waar die in ieder geval Westminster bezocht.

Sintra ligt niet bepaald van de gebaande paden af. Sterker nog; het was een van de eerste plaatsen waar wij ech met de ongemakken van het massatoerisme te maken kregen.

Jaar van inschrijving: 1995
Officiële website: parquesdesintra
Bezocht: 13-09-2017
Nummer: 150

Lees ook:

– Romantici eindigen in Weimar op het kerkhof
– Wright? Dus met de organische architectuur van het Hollyhock House is niets mis?